Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over de aanwezigheid van antibiotica en oestrogene stoffen in het afvalwater


Nr. 159 (2005-2006) behandeld op 10-11-2005

 
 

 

De voorzitter: De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert: Mijnheer de voorzitter, België heeft de hoogste consumptie van antibiotica in de wereld. Deze stoffen eindigen na gebruik voor een groot deel in het afvalwater. Met de huidige technologie die in de waterzuivering wordt toegepast, worden deze antibiotica niet uit het afvalwater gehaald. Eenzelfde feit doet zich voor met oestrogene stoffen en met medicatie gebruikt voor kankerbestrijding. Het is duidelijk dat deze stoffen zich steeds meer ophopen in het effluent van de waterzuiveringsstations en in het oppervlaktewater. Op die wijze dringen ze door in het drinkwater, waardoor ze opnieuw door de bevolking worden opgenomen en ze de oorzaak zijn van hormonale stoornissen, inzonderheid van vruchtbaarheidsstoornissen bij de man. Daarnaast kunnen de antibiotica de biologie van de zuiveringsstations verstoren en aldus de normale werking ervan benadelen.

Op 28 oktober 1998 keurde dit parlement reeds een resolutie goed over de band tussen milieuvervuiling en hormonale stoornissen. Daarin deed het een tiental aanbevelingen, onder meer om in voldoende middelen te voorzien voor verder onderzoek en om een verbod in te stellen op stoffen die de hormonale werking van de mens verstoren.

Op 20 januari 2004 ondervroeg de heer Strackx de toenmalige minister voor Welzijn, mevrouw Byttebier, over het gevolg dat aan deze resolutie werd gegeven. Toen bleek echter dat alles zich nog in een onderzoeksfase bevond en dat een aantal onderzoeken waren opgestart. Het betreft duidelijk niet alleen een Vlaams probleem: zowel in Nederland als in Engeland wordt vooral het oestrogeenprobleem van nabij bestudeerd.

Ook de Europese Unie werkt aan een bijlage 'verwijdering van prioritaire stoffen' als uitvoering van de kaderrichtlijn Water. Nochtans zou het mogelijk zijn antibiotica en oestrogene stoffen op een relatief eenvoudige manier uit het afvalwater te verwijderen.

Bent u op de hoogte van het probleem? U kennende, ga ik ervan uit dat u dat bent. Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de resolutie van het Vlaams Parlement? Welk onderzoek vindt er over deze problematiek plaats aan onze universiteiten en onderzoeksinstellingen? Overweegt u om dit onderzoek uit te breiden?

Welke maatregelen zult u nemen om, in samenwerking met de NV Aquafin, antibiotica en oestrogene stoffen uit het afvalwater te verwijderen? Volgens goed ingelichte bronnen zou dit mogelijk zijn zonder grote financiële inspanningen te moeten leveren. Misschien moet de verbintenis met NV Aquafin worden aangepast.

De heer Erik Matthijs: Mijnheer de minister, ik ondersteun de heel pertinente vraag van de heer Lachaert. Naar mijn mening is er verder onderzoek vereist. Denken we maar aan de vervrouwelijking van bepaalde vissoorten. Misschien moeten we speciale filtertechnieken gebruiken.

U verwees reeds naar het opstellen van de lijst met prioritaire stoffen. In Europa is deze kwestie een 'hot issue'.

Het probleem moet zeker onder de aandacht worden gebracht. We moeten erover praten met NV Aquafin.

De voorzitter: Minister Peeters heeft het woord.

Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, dames en heren, de hormonenverstorende werking van bepaalde vervuilende stoffen is een verontrustend probleem. Als minister van Leefmilieu neem ik het zeker ter harte. In het regeerakkoord benadrukken we dat we bijzondere aandacht zullen besteden aan het terugdringen van stoffen die de werking en de aanmaak van hormonen in het lichaam verstoren. Ik heb in mijn beleidsnota onder de operationele doelstelling voor Milieu en Gezondheid, opgenomen dat we de onderzoeksinspanningen toespitsen op een aantal prioritaire onderwerpen. Concreet worden 'hormoonontregeling' en 'verstoring van de hormonenwerking' als prioritaire items vermeld.

In de resolutie van oktober 1988 werd aan de Vlaamse Regering gevraagd om onderzoek op touw te zetten en om bepaalde maatregelen te nemen, vooral met betrekking tot de uitbanning en/of de restrictieve toelating van stoffen met vermeende en bewezen hormoonverstorende eigenschappen. Het Vlaamse Gewest is niet bevoegd om bepaalde stoffen op de markt te verbieden. Zo komen we opnieuw uit bij het probleem van de bevoegdheidsverdeling en de productnormering. Een aanpak aan de bron ligt dus niet direct in handen van het gewest. Nochtans is er veel voor te zeggen om het probleem aan de bron aan te pakken. Het geneesmiddelenbeleid wordt bijvoorbeeld volledig federaal aangestuurd, evenals het erkenningsbeleid voor pesticiden en de toelatingen voor biociden, waarvan een aantal stoffen vermeende hormoonverstoorders zijn.

Het Vlaamse Gewest, en vooral mijn administratie Leefmilieu, levert belangrijke inspanningen om zijn slagkracht en impact op het federaal gevoerde productenbeleid te vergroten. Inzake de Europese stoffendossiers houdt het Vlaamse Gewest een vinger aan de pols en neemt actief deel aan het overleg terzake. De beleidslijnen inzake substitutie en voorzorg worden daar verdedigd. De hervorming van het chemicaliënbeleid van de EU, het pesticidenbeleid, de markt- en gebruiksbeperkingen en de prioritaire stoffen van de kaderrichtlijn Water zijn daar voorbeelden van.

Bepaalde van de maatregelen in de resolutie hebben betrekking op de gezondheidszorg. Een voorbeeld daarvan zijn de preventieprogramma's voor huisartsen. Over deze onderwerpen kan ik mij als minister van Leefmilieu natuurlijk niet uitspreken. Ik ga ervan uit dat minister Vervotte er verder werk van zal maken.

Ik zal u mijn integrale tekst over de onderzoeken bezorgen. In Vlaanderen liep in 2001-2003 onder leiding van de VMM, een verkennende studie naar de effecten van endocriene verstoring in onze wateren. Die studie was geïnspireerd op het Nederlandse LOES-project of het project Landelijk Onderzoek oEstrogene Stoffen. Het onderzoek was gericht op het bekken van de Bovenschelde, want dit bekken wordt gekenmerkt door een grote geografische verscheidenheid. Tevens zijn er in dat bekken diverse bronnen van chemische verontreiniging aanwezig.

In grond- en regenwater werden lage, maar meetbare oestrogene activiteiten gemeten, vergelijkbaar met resultaten uit het buitenland. In het oppervlaktewater werden matige tot hoge, en sporadisch zeer hoge activiteiten gemeten. Het signaal was bovendien zeer variabel in functie van het seizoen en de locatie. Een deel van de xeno-oestrogene activiteit kon verklaard worden door het voorkomen van alkylfenolen en parabenen. Dat zijn erg gevaarlijke stoffen. Ook relatief polaire en tot op heden onbekende verbindingen kunnen meetbaar bijdragen tot de totale oestrogeenbelasting van een milieustaal.

Momenteel is er tevens een dossier in voorbereiding om de ecologische relevantie van het fenomeen van naderbij te onderzoeken teneinde een antwoord te kunnen formuleren op de vraag of hormoonverstoring een bedreiging zou kunnen betekenen voor bijvoorbeeld het visbestand in onze rivieren.

Er werd ook gekeken naar effluenten en de mogelijke effecten ervan. Naar aanleiding van de vele activiteiten die bijvoorbeeld in een ziekenhuis plaatsvinden en het grote aantal stoffen die er gebruikt worden, zoals antibiotica en antiseptica, kan ziekenhuisafvalwater beschouwd worden als een worst case voor wat de belasting betreft met een groot scala aan milieugevaarlijke stoffen. In dat licht werd door de vorige regering in 2002 een studie uitgevoerd. De onderzochte ziekenhuiseffluenten vertoonden diverse effecten, waaronder ook acute toxiciteit. Al deze effecten, uitgezonderd de hormoonverstoring, worden tot veilige niveaus verwijderd door de RWZI's.

Meerdere Vlaamse onderzoeksgroepen blijven verder actief op het domein van de hormoonverstoring, en er wordt onderzoek gevoerd naar bronnen en voorkomen van stoffen met hormoonverstorende werking op het leefmilieu. Het onderzoek wordt voortgezet. Dit is het belangrijkste wat onderzoek vanuit de invalshoek leefmilieu betreft.

Vanuit de invalshoek gezondheid werd recent het eindrapport van de studie 'Identificatie van indicatorsoorten voor impact van endocrien verstorende stoffen/hormonale stoorstoffen', uitgevoerd in opdracht van de cel Milieu en Gezondheid, goedgekeurd en vrijgegeven. Als iemand van de commissie dat wenst, kan het worden overgemaakt.

Deze studie had als doel een integrale en door alle actoren ondersteunde strategie op te stellen teneinde het verzamelen van incidentiegegevens in verband met aandoeningen die kunnen wijzen op endocriene verstoring bij de mens, op een doorzichtige en uniforme manier mogelijk te maken.

In 2006 zal deze recent ontwikkelde strategie worden uitgetest om trends, zowel in de tijd als in de ruimte, in aandoeningen die op een verstoorde hormonale werking bij de mens kunnen wijzen en mogelijke verbanden met de aanwezigheid van hormoonverstorende stoffen in het milieu, op te sporen. Het is belangrijk om dit hier nog even specifiek te duiden.

Ook in het kader van het Steunpunt Milieu en Gezondheid vormt de mogelijke band tussen schadelijke stoffen in het leefmilieu en de verstoring van hormonale lichaamsfuncties bij de mens een prioritaire focus van onderzoek.

Zoals reeds gezegd, blijken antibiotica tot veilige niveaus verwijderd te worden in de RWZI's. Huishoudelijk afvalwater wordt beschouwd als belangrijke bron van zowel natuurlijke als synthetische hormonen in het milieu. Op plaatsen waar ongezuiverd huishoudelijk afvalwater rechtstreeks in het oppervlaktewater terechtkomt, worden hoge oestrogene effecten opgemeten. Ook voor deze stoffen dient dus de lozing van ongezuiverd huishoudelijk afvalwater in oppervlaktewater te worden aangepakt. De inspanningen die momenteel gedaan worden inzake waterzuiveringsbeleid en de versterkte uitvoering van de richtlijn stedelijk afvalwater, waardoor het aandeel van de lozing van ruw huishoudelijk afvalwater duidelijk afneemt, zullen ook op dit terrein vruchten afwerpen.

Verder blijkt dat onderzochte RWZI-effluenten in Vlaanderen allemaal een laag tot matig signaal voor oestrogene activiteit tonen. Bij het instellen van maatregelen op RWZI-niveau moet men zich er ook van vergewissen dat hormoonverstorende stoffen nog via andere routes in het milieu terechtkomen. De toepassing van geavanceerde technieken zoals ozonatie, actiefkool- en/of membraanfiltratie, de zogenaamde tertiaire zuivering, blijkt wel in staat de hormoonverstorende activiteit in RWZI effluenten te reduceren.

De kaderrichtlijn water is hier een belangrijk aanknopingspunt. Immers, van bijna de helft van de stoffen die in de kaderrichtlijn water als prioritair zijn aangeduid, zijn hormoonverstorende eigenschappen bekend. Tegen 2006 dient de Europese Commissie voorstellen te doen voor de aanpak van die stoffen. Intussen werd het Vlaams Reductieprogramma Gevaarlijke Stoffen 2005 vastgesteld. Hierin wordt in het kader van de lozing van bedrijfsafvalwater met hormoonverstorende stoffen - mits ze eveneens persistent en bioaccumuleerbaar zijn, en met andere woorden als PBT-stof onder de indeling 'meest gevaarlijke stoffen' vallen - de voorkoming en/of beëindiging van verontreiniging als uitgangspunt opgelegd.

Ik laat u zo dadelijk mijn schriftelijk antwoord bezorgen met nog wat extra tekst en uitleg.

De voorzitter: De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert: Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.

Naar men mij zegt, zou het mogelijk zijn om met een kleine investering van 2000 euro per waterzuiveringsstation, een RWZI of een installatie van een bedrijf, bijna alles van oestrogenen en antibiotica te verwijderen. Het is de bedoeling dat u dat oplegt. Als wij als parlementsleden daar iets aan moeten bijdragen, dan zullen we dat doen. Technisch gezien is dit perfect haalbaar.

De voorzitter: Minister Peeters heeft het woord.

Minister Kris Peeters: Mijnheer Lachaert, dank u voor uw suggestie. Ik zal nagaan of dit mogelijk is. Als het bevel van mij moet komen en positieve effecten kan genereren, dan zal ik niet aarzelen om dat door te voeren, mogelijk met hulp van deze commissie.

De voorzitter: Het incident is gesloten.