Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over het ontpolderingsproject Hedwigepolder


Nr. 1430
(2004-2005) behandeld op 23-06-2005

 
 

De voorzitter: De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de ontpoldering van de Hedwigepolder. Hedwige blijkt een adellijke dame te zijn van een hertog, de heer Engelbert Marie van Arenberg, die in 1901 de plannen heeft ontvouwd om een polder in te dijken. Op 21 juli 1904 is de polder ingehuldigd. Naar het schijnt, hebben er 800 mensen aan gewerkt. De polder dankt zijn naam aan zijn vrouw.

Enige tijd geleden werd een overeenkomst bereikt rond het verder verdiepen van de Schelde om de bereikbaarheid van de haven van Antwerpen te verhogen. In het raam van deze werken werd een begeleidingsplan opgemaakt om onder meer de nadelige invloed ervan op de natuur te compenseren. Een van deze maatregelen bestaat erin de Hedwigepolder te ontpolderen. Alhoewel deze voor het grootste deel op Nederlands grondgebied gelegen is, is er toch ook nog een deel dat zich in Vlaanderen bevindt.

Het betrokken gebied van 325 hectare is op dit ogenblik agrarisch, landschappelijk en qua natuur waardevol. Het is een bufferzone tussen het Verdronken Land van Saeftinghe en de gewone landbouwzones, en wordt doorsneden door vele wandel- en fietspaden. Bovendien wordt in de speciale uitvoeringsafspraak voor dit project gesteld dat Vlaanderen de verlegging van de Deltadijk en de estuariene natuurinrichting uitvoert. Vlaanderen zou bovendien de grondverwerving financieren die plaatsvindt volgens de werkwijze die in Nederland bij het natuurontwikkelingsprogramma wordt gevolgd.

Er blijken twijfels te zijn over de noodzakelijkheid van dit project. Zo zou tijdens de baggeractiviteiten voor de derde verdieping geen natuur verloren gaan, doch waarschijnlijk eerder nieuwe natuur worden gecreëerd. Ook voor de veiligheid zou de ontpoldering van dit gebied overbodig zijn: de waterbergingscapaciteit is beperkt. De polder is gelegen op een plaats waar de benodigde bijkomende waterbergingscapaciteit het kleinst is, en het beoogde effect wordt door de verhoogde verzanding aan de binnenzijde van de Scheldemeander tenietgedaan.

Uit een brief van 11 maart 2005 van de Nederlandse minister van Verkeer en Waterstaat, mevrouw Peijs, aan de voorzitter van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal blijkt dat ?voor wat Nederland betreft er nog geen sprake is van concrete beleidsbeslissingen. De juridische binding wordt op dit ogenblik nog niet beoogd. Daarvoor is dit stadium van besluitvorming ook niet geëigend. Aan Nederlandse kant zullen ondergetekenden - daarmee bedoelt ze zichzelf, minister Veerman en staatssecretaris Schultz van Haegen - daarvoor zorg dragen in nauw overleg met de bestuurders in de regio, in het bijzonder de provincie Zeeland.´ Er is dus aan Nederlandse kant nog geen beleidsbeslissing aangaande de natuurcompensatie.

Ik wil ook een brief aanhalen van de gemeenteraad van Hulst, een bekende gemeente in Zeeland, die aan België grenst. Ik citeer: ?Betreffende dit onderdeel van het kabinetsvoorstel van uw Kamer namens de voltallige gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst de volgende opmerkingen mee te geven in verband met de ontpoldering van de Hedwige-Prosperpolder (?) te besluiten om deze niet te ontpolderen.´ Op lokaal vlak ligt de ontpoldering in Nederland blijkbaar niet eenvoudig, net zo min als in Vlaanderen. Er stellen zich problemen voor de eigenaars en de landbouwers in dat gebied. Er wordt me gezegd dat er nog tien landbouwers actief zijn. Bovendien is het recreatief ook een erg waardevol gebied, waar veel gefietst en gewandeld wordt. Het zou ook een waardevol gebied zijn op het vlak van de natuur.

Ik heb een mooie studie bij van 22 april 2005 over deze polder die ik u zal meegeven. Er wordt een evaluatie gemaakt van de geplande maatregelen naar aanleiding van de verdieping van de Westerschelde.

Mijnheer de minister, waarom wordt dit project noodzakelijk geacht als compensatiemaatregel in het kader van het natuurbeleid, wanneer de Nederlandse minister daar niet om vraagt? Waarom wordt gekozen voor dit klein stuk polder dat nu reeds een voor de natuur waardevol terrein is en waarvan het nut van de ontpoldering voor zowel voor de natuur als de veiligheid erg klein is? Hoe zal de verdere besluitvorming en de inspraak rond dit dossier qua methodiek en timing verlopen? Werden de voor de natuur nadelige gevolgen van het uitbaggeren van de Schelde reeds onderzocht? Zo ja, wat was daarvan het resultaat? Zo neen, zal dit dan nog gebeuren?

De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik sluit me aan bij deze belangrijke vraag van de voorzitter van de commissie voor Leefmilieu. Deze vraag geeft niet alleen uiting aan zijn bezorgdheid, maar ook aan de mijne. Wat geldig is voor de Hedwigepolder, geldt minstens even sterk voor de Prosperpolder. Het verschil tussen beide polders is dat de eerste voornamelijk op Nederlands grondgebied gelegen is en de tweede op Vlaams grondgebied. Het klopt dat er door de verdieping van de Westerschelde geen natuur verloren gaat. De ontpolderingen zullen ook geen groot effect hebben op de veiligheid. Dit dossier is voorbereid door paars-groen, samen met Nederland in het kader van grensoverschrijdende projecten, maar desalniettemin blijf ik er vragen bij hebben.

Ik wil u volgende raad geven. Indien de Vlaamse Regering zou beslissen om het project wel te laten doorgaan, moet u er zeker voor zorgen dat het project dat hoofdzakelijk wordt gerealiseerd met Vlaamse gelden, zeker en vast meetelt voor de noodzakelijke compensaties voor de havenuitbreiding. Op die manier zorgt u ervoor dat we geen tweemaal betalen voor compenserende maatregelen.

De voorzitter: De heer Daems heeft het woord.

De heer Rudi Daems: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik wil een kleine nuance aanbrengen bij de eerste vraag van de heer Lachaert. Het debat over de ontpoldering van de Hedwigepolder moet niet alleen bekeken worden in functie van compensaties. Als we de instandhoudingsdoelstellingen in het kader van de habitatrichtlijn willen realiseren, dan moet er meer ruimte worden gegeven aan de rivier.

Het MER over de uitdieping stelt trouwens dat er geen significante effecten zullen zijn indien de rivier meer ruimte krijgt.

Ten tijde van het debat over de uitdieping van de Schelde is gezegd dat de universiteit van Antwerpen een rapport zou maken over de instandhoudingsdoelstellingen. Wat is de stand van zaken daaromtrent? Als dat af is, wat zijn dan de conclusies?

Onlangs hebt u in het kader van het Scheldeweekend gezegd dat u een aanzienlijk budget vrijmaakt over verschillende jaren voor zowel de realisatie van een aantal werken als voor natuur. U plakte daar 200 miljoen euro op, waarvan 150 miljoen euro voor openbare werken en 50 miljoen euro voor natuur. Er zijn ook flankerende maatregelen nodig voor de landbouw. Zijn die opgenomen in dat totaalbudget van 200 miljoen euro of behoort dit tot de bevoegdheid van de minister-president?

De voorzitter: Minister Peeters heeft het woord.

Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, dames en heren, mijnheer Daems, deze laatste vraag moet u stellen aan de minister van Landbouw. Ik heb gesproken over mijn bevoegdheden en niet over de zijne.

Mijnheer Lachaert, ik zal uw vragen beantwoorden in omgekeerde volgorde. De technische aspecten voor het uitbaggeren van de Schelde maken voorwerp uit van verder onderzoek in het kader van een grensoverschrijdend project-MER. De resultaten van dit onderzoek worden ongeveer een jaar later verwacht.

Dan was er nog een vraag over de verdere besluitvorming en inspraak. Het opstarten van de formele procedure voor de realisatie van het intergetijdengebied Hedwigepolder-Prosperpolder wordt momenteel voorbereid via het Interreg III B-project Floodscape, een door Europa gesubsidieerd project. Uiteraard zal zowel een GRUP als een project-MER worden opgestart. De project-MER zal grensoverschrijdend zijn en moet voldoen aan de Vlaamse en Nederlandse procedures. Het is de bedoeling om het GRUP definitief te laten vaststellen tegen maart 2007, zodat tegen ten laatste oktober 2007 de nodige vergunningen kunnen worden afgeleverd. In Nederland is de provincie Zeeland belast met de regie van de natuurontwikkelingsprojecten. Dit moet allemaal passen in de langetermijnvisie Schelde-estuarium.

Tot op heden zijn er met de provincie Zeeland wel nog geen formele besprekingen gevoerd. De provincie wil hiermee wachten tot de goedkeuring van de bestuursovereenkomst tussen de Nederlandse rijksoverheid en de provincie.

In het kader van de ProSes-werkgroep en de natuurdoelstellingen die worden vooropgesteld voor de Schelde, wordt bijzondere aandacht geschonken aan de estuariene natuur die Europees gezien fel in de verdrukking zit. Vanuit de zorg naar biodiversiteit kan aan deze natuur een meerwaarde worden verleend. De beide regeringen van Nederland en Vlaanderen hebben in het kader van het memorandum, de ontwikkelingsschets goedgekeurd. Daarbij werd de Hedwigepolder aangegeven als een gebied dat in aanmerking komt om om te zetten in estuariene natuur. De ligging van de Hedwigepolder in de nabijheid van de zone waar met het oog op de toegang tot het Deurganckdok een verruiming van de rivier noodzakelijk is, maakt dat die zone geschikt is als compensatie voor het verlies aan estuarien milieu. Ik weet zeer goed dat ontpoldering emotioneel moeilijk ligt, zowel hier als in Nederland. We moeten bekijken hoe we tijdens de volgende maanden en jaren het akkoord en de drie pijlers kunnen realiseren zonder domme dingen te doen en zonder bijkomende moeilijkheden te creëren. We zijn ons daar ten volle van bewust, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Er zijn akkoorden gesloten waaraan lang is gewerkt en we zullen met veel gezond verstand een en ander moeten invullen.

De voorzitter: De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten dit in de gaten houden tijdens het bestuursoverleg. Vlaanderen betaalt 40 miljoen euro in het project. De vraag is of we supplementair nog iets moeten leveren als bewezen is dat noch de toegankelijkheid, noch de natuurlijkheid, noch de veiligheid in het gedrang komt.

De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer: Mijnheer de minister, u zei dat we de minister van Landbouw hier ook over kunnen ondervragen. Ik heb dat vorige week al gedaan. In het kader van de resolutie die door het Vlaams Parlement is goedgekeurd, is er ook een LER-studie gemaakt. De resultaten zijn ondertussen overgemaakt aan uw administratie en kabinet. Het is bijzonder belangrijk dat de Administratie Waterwegen en Zeewezen (AWZ) daar veel rekening mee houdt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gebieden waar er erg grote consequenties zullen zijn, waar er redelijke consequenties zullen zijn en waar er mindere consequenties zullen zijn op het vlak van landbouw. Ik hoop dat met deze studies rekening wordt gehouden, want anders hadden deze en de resolutie absoluut geen zin. Verder vraag ik dat van zodra de regering een beslissing heeft genomen, we opnieuw van gedachten kunnen wisselen.

Minister Kris Peeters: Dat spreekt voor zich.

Mijnheer Daems, u had een vraag over de stand van zaken in verband met de studie over de instandhoudingsdoelstellingen. Ik kan daar momenteel niets zinnigs op zeggen, maar ik zal daarnaar vragen en u die informatie overmaken.

De voorzitter: Het incident is gesloten.