Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over de schade aan het visbestand door de aangroeiende aalscholverpopulatie


Nr. 1165
(2004-2005) behandeld op 26-05-2005

 
 

 

De voorzitter: Aan de orde zijn de samengevoegde vragen om uitleg van de heer Wymeersch tot de heer Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over het bestrijden van de Canadese gans en eventueel andere overtallige en/of schadelijke vogelsoorten en van de heer Lachaert tot minister Peeters, over de schade aan het visbestand door de aangroeiende aalscholverpopulatie.

De heer Wymeersch heeft het woord.

De heer Frans Wymeersch: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, begin april stond in een krant ?Oorlog aan de Canadese ganzen´. Op zich is er niets tegen de Canadese gans. Het is een ingevoerde vogel die zich hier heeft ontwikkeld, eerst in gevangschap en nu in vrijheid. Reeds geruime tijd zijn er echter klachten over het teveel aan Canadese ganzen. Ze leven in kolonies en bij voorkeur in natuurreservaten.

De Canadese gans produceert dagelijks 800 gram mest. Daarnaast is er vooral het probleem van de vreetschade die ze aanricht aan de landbouw. Men probeert al een aantal jaren op allerlei manieren deze plaag te bestrijden, bijvoorbeeld door het klutsen van eieren. Dit is echter geen structurele oplossing. Het vertraagt enkel de aangroei van de populatie.

Dit jaar is beslist om over te gaan tot euthanasie van een deel van de volwassen dieren die in het wild leven. Daarvoor wordt de ruiperiode afgewacht die plaatsvindt in juli en augustus. Op dat moment zullen de dieren worden samengedreven en vernietigd. Ook dit is echter geen structurele maatregel omdat een groot deel van de populatie blijft bestaan. Na verloop van tijd zullen we dan opnieuw worden geconfronteerd met een teveel aan Canadese ganzen.

Er zijn ook heel wat andere vogelsoorten die voor problemen zorgen. Heel wat vogelsoorten, vooral de soorten die zich hebben aangepast aan de menselijke omgeving, beginnen heel wat hinder te veroorzaken. We hebben in het verleden, terecht of onterecht, stelselmatig een aantal ? bedreigde´ diersoorten, vooral vogelsoorten en ook roofvogelsoorten, beschermd. In vele gevallen was dat terecht. We stellen nu vast dat die vaak geen natuurlijke vijand meer hebben omwille van het bestrijdings- en bejagingsverbod. Onder het mom van natuurbehoud wordt een scheeftrekking gecreëerd binnen de natuur.

Ik pleit voor een pragmatische aanpak, waar u een groot voorstander van bent, mijnheer de minister, om het evenwicht te herstellen binnen de natuur met respect voor de natuur. Zo kan onder meer het bejaagbaar of bestrijdbaar maken van bepaalde vogelsoorten onder strikte regels een structureel middel zijn en kan ook het bejaagbaar maken van natuurreservaten, onder strikte regels, een middel zijn. De wildbeheereenheden, die op het terrein heel wat goed werk verrichten, kennen de realiteit en de problemen op de locatie en zijn naar alle waarschijnlijkheid het best geplaatst om de problemen correct in te schatten en om de gepaste maatregelen te nemen.

Mijnheer de minister, is er overleg met de wildbeheereenheden om probleemsituaties in kaart te brengen? Hebt u zicht op het aantal vogelsoorten dat in aanmerking komt voor tijdelijke bestrijding en zelfs bejaging? Ik herinner me dat een aantal maanden geleden een parlementslid de problematiek van de reigerpopulatie in dat verband naar voren heeft gebracht. Bent u ervan overtuigd dat euthanasie een adequaat middel is om overpopulatie tegen te gaan? Hoe staat u tegenover de suggestie om gedurende korte termijn en onder strikte regels, natuurreservaten bejaagbaar te maken?

De voorzitter: Ik zal dadelijk met mijn vraag aansluiten.

Nu we het toch over vogels hebben, en de vinken horen daar ook bij, deel ik u mee dat de voorzitter van het parlement het advies heeft gevraagd aan de Raad van State begin deze week over het voorstel van tijdelijk decreet houdende maatregelen voor het instandhouden voor de vinkensport in het Vlaams Gewest, zodat de verdere behandeling van dit onderwerp, dat ons allen ten zeerste aanbelangt, wordt uitgesteld tot het advies van de Raad van State binnen is.

De heer Karlos Callens: Mijnheer de voorzitter, dat hoeft niet. We moeten niet wachten op de uitspraak van de Raad van State.

De voorzitter: Volgens het Reglement moeten we wachten tot er een advies is.

De heer Frans Wymeersch: Wanneer verwacht u een uitspraak, want ik neem aan dat het geen dringend advies is?

De voorzitter: Normaal staat daar geen termijn op, tenzij het dringend is. Dan is het advies er binnen de drie dagen. We zullen trachten samen met de voorzitter die termijn binnen de perken te houden zodat het niet op de Griekse kalender verdwijnt.

De heer Frans Wymeersch: Mijnheer de voorzitter, ik ken de exacte datum niet waarop het voorstel van tijdelijk decreet ingeleid werd in deze commissie: ik vermoed een zestal weken geleden. We zijn nu twee maanden verder. Er wordt dus ongeveer twee maanden gewacht om een advies van de Raad van State te vragen, wat het recht is van de voorzitter van het parlement. Het voorwerp van dit voorstel van decreet, namelijk het beperkt vangen van een bepaalde vogelsoort, is zeer tijdsgebonden, namelijk de periode oktober. Als we worden geconfronteerd met een advies van de Raad van State, dan nog moeten overgaan tot de bespreking in de commissie en de plenaire vergadering en er nog het zomerreces tussenkomt, zou het in de praktijk kunnen betekenen dat dit voorstel van decreet niet meer van toepassing zou zijn voor het jaar 2005 op het ogenblik dat het wordt goedgekeurd. Dit kan niet. De commissie en de parlementsleden, zeker degenen die het voorstel hebben ingediend, zouden hun bedenkingen daarover moeten overmaken aan de voorzitter van het parlement om erop te wijzen dat hij er al langer van op de hoogte was dat het voorstel van decreet was ingediend en ingeleid en dat hij sneller dan na twee maanden een advies aan de Raad van State had kunnen vragen.

De voorzitter: We moeten én rechtstreeks én via de voorzitter aan de Raad van State de vraag stellen om het advies binnen een redelijke termijn te geven zodat het voorstel van decreet binnen een redelijke termijn kan worden afgewerkt. We zullen daar het nodige voor doen.

De heer Patrick Lachaert: Mijn aanvullende vraag gaat over de aalscholver. Dit is natuurlijk maar een onderdeel van het probleem. De aalscholver is geen exoot. De Canadese gans is een invasieve exoot. De aalscholver heeft hier altijd al geleefd. Vroeger waren er haast geen exemplaren. Recente studies schatten het aantal aalscholvers in Vlaanderen momenteel op ongeveer 3000 in de winter en op ongeveer 2500 in de zomer. Aalscholvers eten vis. Hun voedingsgewoontes zijn nefast voor de visbestanden in Vlaanderen.

Tijdens de vorige legislatuur is dit probleem al eens ter sprake gekomen. Het probleem wordt echter steeds groter. Bovendien gaat het om verschillende vogelsoorten. Of deze soorten hier altijd al hebben geleefd, maakt eigenlijk niets uit. In de Brusselse parken leven meer dan 1000 halsbandparkieten. Dit zijn ook geen inheemse vogels.

De heer Karlos Callens: Als ik me niet vergis, mag op Canadese ganzen worden gejaagd. Ik zie het probleem niet. De jagers moeten de bestanden reguleren.

De heer Patrick Lachaert: Er zou een evaluatie van de vogelsoorten in onze contreien moeten komen. Vervolgens moeten de gepaste maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen hebben betrekking op het Europees en op het Vlaams niveau. De aalscholver staat niet langer op de lijst van de EU. De Vlaamse lijst, die eigenlijk een vertaling van de Europese lijst zou moeten zijn, moet bijgevolg worden aangepast.

Uit de evaluatie moet blijken welke vogels in Vlaanderen te veel voorkomen. Dat moet verduidelijken welke maatregelen op Europees en op Vlaams niveau moeten worden genomen om deze toestand te reguleren.

De vraag is natuurlijk wat we met overpopulaties kunnen aanvangen. Op welke wijze kunnen we voor een vermindering van een bepaald vogelbestand zorgen? Ik veronderstel dat hierover verschillende meningen bestaan.

Ik vraag me tevens af hoe men de structurele schade wil vergoeden. Het gaat er niet om of deze schade door Canadese ganzen, aalscholvers, halsbandparkieten of nog andere vogels wordt veroorzaakt. Er is gewoonweg een probleem.

De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer: Mijnheer de voorzitter, ik wil me bij deze vragen om uitleg aansluiten. Enkele maanden geleden heeft de heer Verfaillie in deze commissie al eens een vraag om uitleg over dit onderwerp gesteld. Ik heb toen op het belang van een vereenvoudiging van de schadevergoedingsprocedure gewezen. Ik sluit niet uit dat mijn fractie op dit vlak een decretaal initiatief zal nemen. Ik hoop uiteraard dat de minister en de andere Vlaamse volksvertegenwoordigers ons hierbij zullen steunen.

De voorzitter: Minister Peeters heeft het woord.

Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, De Vlaamse Hoge Jachtraad is het geëigende overlegorgaan om dergelijke problemen te bespreken. Ik veronderstel dat iedereen weet hoe deze raad is samengesteld. De afzonderlijke wildbeheereenheden en de afdeling Bos en Groen hebben structurele contacten op provinciaal niveau. Ik heb de Vlaamse Regering gevraagd om de wildbeheereenheden een hogere subsidie te verstrekken. Ik wil tevens de versnippering op het terrein aanpakken. Op die manier wil ik de wildbeheereenheden de nodige positieve ondersteuning verlenen. De Vlaamse Hoge Jachtraad moet zich over deze problematiek uitspreken.

Het jachtopeningsbesluit regelt de jacht op en de bestrijding van een aantal vogelsoorten, zoals de fazant, de patrijs, de wilde eend, de meerkoet enzovoort. Ook de Canadese gans en de houtduif zijn in deze lijst opgenomen. Er mag met andere woorden op deze vogelsoorten worden gejaagd. Ik heb de Vlaamse Hoge Jachtraad en de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud gevraagd om de jachtperiode voor de houtduif te verlengen en om het verbod op de bestrijding van de Canadese gans en de grauwe gans in de vogelrijke gebieden op te heffen. Dit initiatief zou tot een wijziging van de bestaande regels moeten leiden. Beide overlegorganen buigen zich momenteel over mijn verzoek.

De reeds vermelde schade wordt overigens niet enkel door bejaagbaar wild veroorzaakt. Ook jachtwild waarop de jacht niet open is verklaard, zoals de kleine rietgans en de kolgans, richt her en der schade aan. Onder bepaalde voorwaarden kan deze schade worden vergoed. Zoals tijdens een vorige bespreking van dit onderwerp al is gezegd, zou deze procedure eens opnieuw moeten worden bekeken.

Euthanasie lijkt me geen adequaat middel om een overpopulatie tegen te gaan. In het beste geval kan euthanasie op korte termijn voor een zeer tijdelijke daling van de populatie zorgen. Het doden van een gedeelte van een plaatselijke populatie leidt evenwel steevast tot een immigratie uit naburige populaties. Deze immigratie houdt bepaalde risico´s in, zoals het verspreiden van ziektes. Bovendien leidt de reductie van een populatie vaak tot een versnelde aangroei van de overblijvende populatie. Deze aangroei doet de geleverde inspanningen meestal teniet.

Ik wil me niet tot eenmalige ingrepen beperken. Ik wil structurele oplossingen vinden. Indien we in een bepaald gebied tot euthanasie overgaan, zullen vogels uit andere regio´s naar dit gebied vliegen. Aangezien ze bijgevolg over een groter territorium kunnen beschikken, zullen ze zich nog actiever voortplanten.

Jacht is in principe niet toegestaan in natuurreservaten. Uitzonderlijk en met respect voor de doelstellingen van het reservaat kan een beperkte jacht of bestrijding overwogen worden, maar dit moet opgenomen worden in het beheerplan van het reservaat, met toevoeging van de voor het reservaat geëigende voorwaarden. We zullen stap voor stap het ?verstandig groen´ verder implementeren. Tot nog toe moest objectief worden aangetoond dat er een ernstig probleem is met een welbepaalde populatie die op geen enkele andere manier kan worden opgelost. Als de beheerplannen van een reservaat worden opgemaakt of opnieuw worden voorgelegd, zullen we deze kwestie bekijken. We zullen het bestaande beleid niet helemaal loslaten, maar er een wat andere, verstandige benadering op loslaten.

Mijnheer Lachaert, u vraagt om de bescherming van de aalscholver op te heffen. Er wordt gezegd dat andere bestrijdingsmethodes kunnen worden toegepast. Op dit moment werd geen initiatief genomen om de bescherming van de aalscholver in Vlaanderen op te heffen. Ik denk dat we net zoals voor de ganzen, aan de hand van het gezond verstand moeten bekijken hoe we deze kwestie kunnen aanpakken. U hebt in uw vraag de schade aan het visbestand heel goed geduid. Wellicht is er nog enige ?massage´ nodig om een realistische maatregel in te voeren.

In het verleden werden onderzoeken uitgevoerd door het Instituut voor Natuurbehoud, het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer en de Universiteit Antwerpen. Daardoor kregen we een duidelijk beeld van de situatie in Vlaanderen en ook in het buitenland. Er zijn geen onderzoeken lopende en er werden geen besteld. Aan de hand van de voorzichtige aanpak moeten we onderzoeken hoe we maatregelen kunnen beargumenteren.

Uw laatste vraag betreft de uitbetaling van de schadevergoedingen. De mogelijkheid daartoe bestaat via artikel 52 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Tot op heden werd nog geen uitvoering gegeven aan deze bepaling. Uw vraag is terecht en ik heb bij mijn diensten, die met een regeling in uitvoering van artikel 52 bezig zijn, benadrukt dat we er niet te lang mee mogen wachten. Als er andere initiatieven worden genomen, moeten we natuurlijk bekijken hoe de uitvoering van de bepaling in artikel 52 daarin past.

De voorzierschtter: De heer Wymeersch heeft het woord.

De heer Frans Wymeersch: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het doet me veel plezier dat u de situatie op een correcte manier inschat en dat u al een aantal maatregelen hebt voorgesteld. Hopelijk zullen die gunstige gevolgen hebben.

We moeten in de toekomst overwegen om het Jachtdecreet en het Jachtbesluit te herzien en aan te passen aan de huidige situatie, rekening houdend met de verschillen per regio. De situatie verandert trouwens stelselmatig. Een aantal jaren geleden hoorde ik alarmerende berichten over de bijna totale afwezigheid van de huismus. De jongste twee jaar is de huismus opnieuw sterk aanwezig in het stadsbeeld. In mijn streek duiken sinds een paar jaar ook opnieuw vele zwaluwen op. Ik merk ook de massale aanwezigheid, zelfs in de steden, van allerlei roofvogels zoals buizerds, sperwers en torenvalken. Wij zijn geen natuurbarbaren, maar het is de taak van de beleidvoerders om op een pragmatische manier te trachten een zeker evenwicht te bewaren. Daartoe moet in de nodige decretale middelen worden voorzien.

Mijnheer de minister, ik dank u nogmaals voor uw antwoord en voor de initiatieven die u reeds hebt genomen en nog plant.

De heer Patrick Lachaert: Mijnheer de minister, ook ik wil u danken voor het antwoord. Het klopt dat het heel moeilijk zal zijn om een andere benadering te verkrijgen, zelfs met voldoende ?masseren´. Het gaat immers om een dossier met een symboolfunctie. Ik weet dat men het in natuurkringen nogal moeilijk heeft met een wijziging in dit dossier. U zult het wellicht lastig krijgen. Het klopt dat we de huidige situatie in acht moeten nemen, niet die van de jaren ´70 of ´50. Het aantal dieren is gekend en staat wetenschappelijk vast.

De voorzitter: Het incident is gesloten.