Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over interpretatieproblemen met betrekking tot het bosdecreet.


Nr. 12 (2004-2005) behandeld op 07-10-2004

 
 

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, artikel 3, paragraaf 1 van het Bosdecreet stelt wat conform het decreet wordt verstaan onder het begrip 'bossen'. De definitie bepaalt dat bossen grondoppervlakten zijn waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestand uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die één of meer functies vervullen.

Het probleem is dat de definitie niet erg duidelijk is waardoor interpretatieproblemen ontstaan, met allerhande discussies tot gevolg. Zo kan strikt worden geïnterpreteerd dat twee bomen een bos vormen. Ik denk ook aan een bouwperceel dat jarenlang niet werd gebruikt en waarop zich een natuurlijke vegetatie heeft ontwikkeld. Is het Bosdecreet daarop van toepassing? Het antwoord hangt al snel af van de betrokken ambtenaar, want de ene is al wat 'groener' dan de andere, zelfs binnen Aminal, afdeling Bos en Groen. Verschillende interpretaties bevorderen de rechtszekerheid bij de aanvraag en vergunning natuurlijk niet.

Mijnheer de minister, duidelijkheid over het begrip 'bos' is nodig, vandaar mijn vragen. Welke toetsbare criteria worden door de administratie gehanteerd om uit te maken of een stuk grond al dan niet als bos wordt beschouwd? Indien er geen eenduidige criteria zijn, op welke basis worden dan beslissingen genomen? Indien er geen eenduidige interpretatie is, welke objectieve criteria kunt u dan voorstellen? Overweegt u om dergelijke criteria in een besluit te gieten of acht u een decreetswijziging meer aangewezen?

De voorzitter : De heer Martens heeft het woord.

De heer Bart Martens : Mijnheer de voorzitter, de vraagsteller heeft gelijk, de definitie van bos in het decreet laat te wensen over. Er zou meer duidelijkheid moeten komen. Voor mij is het echter overkill om die definitie nu per uitvoeringsbesluit of decreet verder in te vullen. Zou een omzendbrief niet volstaan? Kunt u nagaan in hoeverre de administratie meer duidelijke criteria kan uitwerken? Kunnen die dan eventueel per omzendbrief worden meegedeeld?

De voorzitter : Minister Peeters heeft het woord.

Minister Kris Peeters : Mijnheer de voorzitter, dames en heren, mijnheer Lachaert, u hebt terecht verwezen naar het Bosdecreet van 1990 waarin de definitie van een bos is opgenomen. U hebt ze voorgelezen. De definitie is vrij ruim geformuleerd. Dat heeft voor- en nadelen. De wetgever van 1990 heeft bewust geen oppervlaktecriterium toegevoegd, maar wel geëxpliciteerd dat tijdelijke kaalvlakten, niet-beboste oppervlakten die nodig zijn voor het behoud van het bos, worden weerhouden.

Uw vraag verwondert me. Ik heb begrepen dat bij latere wijzigingen van het Bosdecreet de decreetgever deze definitie nooit heeft aangepast. Noch de definitie, noch de verduidelijkte lijsten zijn in het verleden door de decreetgever zwaar bediscussieerd. Ik ga ervan uit dat de definitie tot nu toe beantwoordde aan de bedoeling van de wetgever. Sterker nog, ik weet van slechts één discussie over een bosbestand dat al dan niet als een aanplanting van kerstbomen werd beschouwd. Verder is mij geen enkele rechtspraak over conflicten over de interpretatie van de definitie van bos bekend. Daaruit leid ik af dat de definitie tot nu toe voldeed. Ik neem akte van de vraag dat de definitie door de huidige decreetgever eventueel moet worden aangepast.

Een tweede element is natuurlijk artikel 90bis van het bosdecreet over de compensatieplicht bij ontbossing. Dit heeft natuurlijk financiële gevolgen, wat de zaak heel wat gevoeliger maakt. De ambtenaren hebben bij de beoordeling van een dossier behoefte aan enig houvast. Zij moeten op objectieve wijze kunnen oordelen. Ik heb de bestaande interne dienstnota over artikel 90bis en over de criteria bij me. Deze dient als richtlijn en baken. De ambtenaren gebruiken ze voor hun afweging en advies. Volgens mij is er geen sprake van noemenswaardige incidenten of problemen.

In de dienstnota vindt u een aantal elementen die ook in de praktijk worden gebruikt. Ik noem er één : voor een bos geldt de minimumoppervlakte van 10 op 10 meter. Twee bomen op 1 vierkante meter wordt niet weerhouden als bos. Ik deel uw zorg : de beslissing moet worden geobjectiveerd en gemotiveerd. Naast de vermelde minimumoppervlakte vermeldt de dienstnota nog andere criteria die worden gebruikt bij de toepassing van artikel 90bis.

Uw vierde vraag over een uitvoeringsbesluit versus decreetswijziging is politiek gezien de belangrijkste. Ik ga ervan uit dat we dit moeten onderzoeken. De vraag van de heer Martens sluit hierbij aan. Ik denk niet dat we de definitie in het decreet moeten wijzigen, maar wel de definitie en de criteria van artikel 90bis duidelijk moeten oplijsten in een uitvoeringsbesluit.

Ik wil net als u de rechtsonderhorigen meer duidelijkheid en rechtszekerheid verschaffen. Dat kunnen we ook doen op basis van die dienstnota. Ik neem de suggestie van de heer Martens om dit in een dienstnota te behouden, ook mee in overweging. Maar geef me even de tijd om te onderzoeken wat het meest voor de hand ligt en de grootste duidelijkheid schept.

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik meen inderdaad dat die interne dienstnota in een uitvoeringsbesluit moet worden gegoten, of misschien in een imperatieve omzendbrief. Met dat laatste moeten we natuurlijk voorzichtig zijn, daar de Raad van State daar allerlei gaten in vindt. Er moet minstens een uitvoeringsbesluit komen, zodat niet alleen de administratie weet waar ze aan toe is, maar ook en vooral zodat de aanvrager zich kan baseren op een concreet juridisch stuk.

De voorzitter : Het incident is gesloten.