Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, over de aanvraag van een bodembeheerrapport


Nr. 192
(2002-2003) behandeld op 05-12-2002

 
 

De voorzitter : Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Lachaert tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, over de aanvraag van een bodembeheerrapport.

De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, vanaf februari 2003 moeten opdrachtgevende overheidsbesturen, bedrijven en in sommige gevallen ook particulieren een bodembeheerrapport aanvragen naar aanleiding van het opnieuw gebruiken van uitgegraven bodem als bodemgrond. Dat is een vrij acuut probleem, ook voor de gemeentebesturen.

Mijn gemeente bijvoorbeeld huurt sinds vorig jaar een tamelijk grote oppervlakte in de Gentse haven om zwaar vervuild asfalt te storten. We wisten immers al dat de wijziging eraan kwam. Nu moeten we echter ook weten wat ermee moet gebeuren, en onder welke voorwaarden. De huur van die gronden heeft trouwens belangrijke implicaties. Ook het Vlaams Gewest zit met dit probleem, en heeft met hetzelfde doel gronden gehuurd, bijvoorbeeld bij de afrit van Wetteren.

Heel wat van de aangegeven bouwheren zullen tegen die datum niet voorbereid zijn om zo’n beheerrapport aan te vragen. Zo moet het technisch verslag dat als basis dient voor de in te dienen aanvraag, vooraf worden opgemaakt door een erkende deskundige inzake bodemsanering. Tot op heden zijn er nog nauwelijks bouwheren die zo’n verslag hebben laten opmaken. Daarnaast moet het technisch verslag gebaseerd zijn op codes van goede praktijk die door de OVAM worden opgesteld. Deze codes worden uitgewerkt, maar er is nog niets definitief bekend.

Dit alles maakt dat het niet meer mogelijk is om voor grondwerken die vanaf 2 februari 2003 worden uitgevoerd, of voor de belangrijke hoeveelheid reeds gestockeerde afgegraven grond een beheerrapport aan te vragen. Dit probleem rijst in het bijzonder voor de lokale besturen, die zeker niet in staat zullen zijn de datum te halen. Bovendien is het grootste deel van de gemeenten nog steeds niet ingelicht over hun toekomstige verplichting.

Mevrouw de minister, wat is de juiste stand van zaken in dit dossier? Wanneer zullen de codes voor het technisch verslag die door de OVAM moeten worden opgesteld, definitief bekend zijn? Wanneer zullen de gemeentebesturen over dit alles worden ingelicht? Kunt u het voorstel steunen om, naar analogie met de nieuwe regeling voor veiligheidscoördinatoren en controles op mazouttanks, ook in dit dossier te voorzien in een duidelijke overgangsregeling? Zo ja, zult u daarover tijdig overleg plegen met alle betrokken partijen?

De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.

Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, collega’s, zoals de heer Lachaert zegt, is de regeling voor grondverzet die in Vlarebo is opgenomen, volledig van toepassing vanaf 2 februari 2003. Het gaat om de regelgeving voor uitgegraven bodem, inclusief de normen.

De OVAM moest inderdaad de codes van goede praktijk uitschrijven. We hebben er sterk op aangedrongen dat zo vlug mogelijk te doen, en zopas werd me meegedeeld dat de OVAM er sinds gisteren mee klaar is. Het was een enorm werk, en ik heb veel begrip voor de moeilijkheden waarmee de ambtenaren soms worden geconfronteerd.

We zijn er ons van bewust dat er bij de toepassing van de codes van goede praktijk kinderziektes kunnen optreden, vooral dan in de beginfase. Om dat probleem op te lossen besliste de Vlaamse regering op 12 oktober 2001 een overeenkomst te maken tussen LIN en de erkende bodembeheerorganisaties om de codes van goede praktijk samen uit te voeren. Er is al één bodembeheerorganisatie erkend, met de naam Grondbank, waarmee LIN nu de zaken goed op elkaar tracht af te stemmen.

Indien er een uitstel komt van de regeling voor grondverzet, zal het zeker niet te wijten zijn aan het niet beschikbaar zijn van de codes van goede praktijk, maar wel aan het feit dat zulke bepalingen op dit moment niet zijn opgenomen in bestekken, bouwaanvragen, enzovoort.

Over de codes van goede praktijk bij het opmaken van een technisch verslag zijn de bepalingen van artikel 56, paragraaf 2 van Vlarebo duidelijk. Ze vormen een goede leidraad voor een erkende bodemsaneringsdeskundige. Daarenboven heeft de enige tot nu toe erkende bodembeheerorganisatie in Vlaanderen een technisch standaardverslag opgesteld, dat voldoet aan alle vereisten. Dit standaardverslag is beschikbaar voor wie er gebruik van wil maken.

Aan de gemeentebesturen werden reeds allerlei technische toelichtingen en instructies verstrekt in het najaar van 1998. De OVAM heeft hierover, in samenwerking met de VZW Grondbank, in de voorbije jaren meerdere studiesessies ingericht. Momenteel worden er provinciale contactnamiddagen georganiseerd waarop de VZW Water-Energik-Vlario en de OVAM zowel de gemeentes als de privé-sector uitnodigen om hoofdstuk X van Vlarebo toe te lichten. Er zijn nog geen data meegedeeld, maar dat zal wel zo vlug mogelijk gebeuren.

We overwegen een geleidelijke aangepaste overgangsregeling voor te stellen aan de Vlaamse regering. Daar is gisteren over vergaderd. Daarbij gaan we ervan uit dat LIN vanaf 2 februari 2003 de regelgeving omtrent het grondverzet integraal toepast. We hebben immers altijd gesteld dat de overheid moet tonen dat ze het zelf doet, anders komt ze in een onmogelijke positie ten aanzien van privé-actoren.

Grond die wordt uitgegraven ingevolge ontwerpen van bestekken opgemaakt vanaf 2 februari 2003 en bouwvergunningen aangevraagd na 1 augustus 2003, moet ook integraal aan de nieuwe regeling voldoen. Ten laatste vanaf 1 januari 2004 moet alle grondverzet onder de nieuwe regeling vallen. Vanaf nu wordt iedereen die met een nieuw bestek bezig is, in de nieuwe regeling opgenomen. Inbreken in lopende procedures doen we echter niet, want dat zou voor hopeloze verwarring zorgen. Een dergelijke overgangsregeling biedt ook de mogelijkheid aan ondergeschikte besturen die zijn onderworpen aan de wet op de overheidsopdrachten, om zich bij hun aanbestedingsprocedures in regel te stellen met de regelgeving van het grondverzet. Zo wordt voor iedereen een aanvaardbare oplossing uitgedokterd.

De heer Patrick Lachaert : Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

De voorzitter : Het incident is gesloten.