Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, over het gebruik en de betoelaging van waterdoorlatende straatbedekking


Nr. 805
(2001-2002) behandeld op 16-05-2002

 
 

 

De voorzitter : Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Lachaert tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, over het gebruik en de betoelaging van waterdoorlatende straatbedekking.

De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, waterdoorlatende betonstraatstenen zijn een relatief onbekend produkt in Vlaanderen. Het gebruik ervan wordt vooralsnog niet betoelaagd en het dient derhalve op zijn eigen voordelen te worden gequoteerd.

De problematiek waarmee ze in verband worden gebracht is nochtans niet nieuw, noch van enig belang ontbloot. De afvoer van regenwater via rioleringen kost handenvol geld en ook de verdroging van de bodem via waterondoorlatende bestrating in betonstraatstenen veroorzaakt problemen en kosten voor de drinkwatermaatschappijen en bedrijven die grondwater nodig hebben. De vraag naar een oplossing die op beide vlakken kostenbesparend werkt, is dus potentieel aanwezig.

Voor de rioleringen veroorzaakt het gebruik van waterdoorlatende bestrating in betonstraatstenen een vermindering van de af te voeren hoeveelheid regenwater. Indien deze bestrating op grote schaal wordt toegepast, wordt de infrastructuur van het gescheiden stelsel grotendeels gereduceerd aangezien de hoeveelheid af te voeren regenwater sterk kan worden verminderd, namelijk via de daken en opritten. Dit veroorzaakt een vermindering van de noodzakelijke investeringen en een verkorting van de werktijd -en dus de overlast -en derhalve een grotere bereidheid van de gemeentebesturen om hun rioleringsgraad op te voeren.

Wat de verdroging betreft, heeft het gebruik van waterdoorlatende bestrating een bijzonder groot effect op het peil van het grondwater en de uitputting van de grondwaterlagen. Het regenwater wordt immers niet afgevoerd, doch sijpelt ter plaatse door. Hierdoor worden de bovenste grondwaterlagen op peil gehouden en wordt op termijn de uitputting van de grondwaterlagen gestopt. Dit heeft tot gevolg dat de drinkwatervoorziening verder via het grondwater kan blijven gebeuren in plaats van via oppervlaktewater, wat een gevoelige kostenbesparing kan betekenen.

Op het vlak van het bedwingen van overstromingen worden afvoerproblemen vermeden door het feit dat bij waterdoorlatende bestrating het regenwater niet dadelijk via rioleringen moet worden afgevoerd maar ter plaatste wegsijpelt, en komt ook niet meer alle regenwater in de oppervlaktewateren terecht.

De beleidsnota van de minister stelt onder meer dat projecten moeten worden ondersteund om regenwater te bufferen of te laten infiltreren via aangepaste verharding, bijvoorbeeld speciale klinkers, ondergrondse systemen en drassige zones. Ook de nieuwe gemeentelijke milieuconvenant besteedt veel aandacht aan dit thema. De wet van 26 maart 1971, zoals gewijzigd, voorziet in een subsidiëring of terugbetaling door de Vlaamse overheid van een aantal kosten die door de gemeente worden gemaakt bij de aanleg van rioleringen. Deze terugbetaling kan oplopen tot 100 percent van de eigenlijke rioleringswerken indien gescheiden stelsels worden aangelegd. De wegenwerken, namelijk het openbreken en de heraanleg van de straten, worden echter niet betoelaagd. Op 100 frank infrastructuurwerken is er 62 frank voor de riolering en 38 frank voor de gemeentekas.

Naar aanleiding van het debat over de toestand van het leefmilieu in Vlaanderen, antwoordde de minister mij op mijn vraag of het mogelijk zou zijn ook waterdoorlatende bestrating in betonstraatstenen subsidieerbaar te stellen, dat zij dit idee genegen was doch budgettaire beperkingen dit niet mogelijk maken. Toch kan het gebruik van deze bestrating op termijn zeer kostenbesparend op andere vlakken werken. Ik verwijs ook naar vragen die ik krijg van Agalev-gemeenteraadsleden om de mogelijkheid te onderzoeken om in waterdoorlatende bestrating te voorzien. Ik heb hen gezegd dat ik een hint zal geven aan de ministers van hun partij. Ik veronderstel dat de minister haar basis niet zal verloochenen.

Mevrouw de minister, werden door de Vlaamse administratie reeds studies uitgevoerd over de impact van het grootschalig gebruik van waterdoorlatende bestrating in betonstraatstenen op het riolerings- en verdrogingsprobleem? Zo ja, wat waren dan de resultaten? Zo neen, kan dit alsnog gebeuren?

Hoe staat u tegenover het idee om deze bestrating geheel of gedeeltelijk terugbetaalbaar te stellen als die wordt gebruikt bij gemeentelijke rioleringsprojecten of ook bij het gebruik ervan door particulieren? Plant u een decreet om zulks mogelijk te maken? Zo ja, hoe groot zou deze ondersteuning dan zijn en binnen welke termijn kan dit gerealiseerd worden? Zo nee, waarom niet?

Zult u in uw beleidsdocumenten en in uw contacten met de gemeenten het gebruik van deze bestrating aanmoedigen en zo ja, op welke wijze?

De voorzitter : Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Mevrouw Marleen Van den Eynde : Mevrouw de minister, in mei 2000 blokletterde een krant : ‘Premie voor klinkers’. De krant meldde dat u de stelling volgde van professor Hermy, landbouwkundige aan de KU Leuven die zegt dat het regenwater zo lang mogelijk moet worden vastgehouden op de plaats waar het neervalt.

Het regenwater moet de kans krijgen om in de bodem te dringen. De bodem moet als een spons kunnen werken. Dat waren dus de woorden van de genoemde professor.

Gelet op de problematiek van de verdroging enerzijds en die van de wateroverlast anderzijds, wil ik duidelijk stellen dat ik volledig akkoord ga met de stelling van de professor. Ik heb deze problematiek trouwens al meermaals aangekaart in de commissie, vooral naar aanleiding van mijn voorstel van resolutie over de dakvegetatie.

Ik meen ook dat u dit gedeeltelijk hebt gestimuleerd in het nieuwe samenwerkingsakkoord, maar toch lijkt het me dat er nog meer aandacht aan kan worden besteed. Ook inzake de klinkers denk ik dat er nog onvoldoende aandacht aan wordt besteed, en dit ondanks het feit dat de waterdoorlaatbaarheid van klinkers een zeer nuttig gegeven kan zijn. Dit kan alleen maar bijdragen tot een betere waterhuishouding.

Mevrouw de minister, ikzelf ondersteun volledig de vraag van de heer Lachaert. Kunt u een of ander initiatief ontwikkelen om dit te stimuleren? Het hoeft daarom niet noodzakelijk om een subsidiëring te gaan. Misschien zijn er ook wel andere manieren om deze zaken te stimuleren. Hoe dan ook, hoe kunnen we op een inventieve manier die waterdoorlaatbaarheid in sterkere mate bevorderen?

Ik geef een voorbeeld van hoe het niet moet. In Kontich zijn er grote magazijnen van Carrefour. Dat bedrijf is nu aan het bijbouwen, zowel in de hoogte als in de breedte. Er is daar enorm veel water dat op de daken wordt opgevangen. Het bedrijf heeft als verplichting gekregen een buffervijver aan te leggen. Dat draagt echter niet bij tot een goede waterhuishouding.

Mevrouw de minister, dit is maar één voorbeeld van de vele mogelijke. Ik dring er dan ook nogmaals op aan dat u nieuwe initiatieven zou ontwikkelen om iets te verhelpen aan dergelijke problemen inzake de waterhuishouding.

De voorzitter : Minister Dua heeft het woord.

Minister Vera Dua : Mijnheer de voorzitter, collega’s, iedereen zal wel weten dat ik zeer positief sta ten opzichte van het gebruik van waterdoorlatende bestrating. Ik herinner me het artikel waarnaar hier wordt verwezen. Dat is wel al een hele tijd geleden. Het was een presentatie vanuit de sector van dit soort bestrating. Toen was dat nog relatief nieuw. Ik ben daar speciaal naartoe gegaan om de steun van de Vlaamse regering aan die methodiek toe te kennen.

De Vlaamse administratie heeft nog geen studies uitgevoerd over de werkelijke impact van het grootschalig gebruik van waterdoorlatende bestrating in betonstraatstenen op het riolerings- en verdrogingsprobleem. Wel heeft de afdeling Water meegewerkt aan een richtlijnennota met betrekking tot het gebruik van waterdoorlatende bestrating. De conclusies van deze werkgroep zijn verschenen in het artikel ‘Aanbevelingen voor waterdoorlatende bestratingen met betonstraatstenen’ in het vaktijdschrift Beton. Men is daar dus wel goed mee bezig. Misschien moeten we nu in de eerste plaats nagaan hoe we dit nog verder kunnen promoten, zowel ten opzichte van de bevolking als ten opzichte van de gemeenten.

De ondersteuning is zeer uitgebreid ter discussie gekomen op het moment dat we het nieuwe milieuconvenant -ook met de gemeenten -aan het opmaken waren. In het kader van die nieuwe samenwerkingsovereenkomst met de gemeenten werd het idee geopperd om waterdoorlatende bestrating, aangelegd door particulieren bij opritten, terrassen en parkings, te subsidiëren. Dat zou dus gebeuren via dat milieuconvenant, want dat is natuurlijk niet iets wat men vanuit het Vlaams Gewest kan doen.

Na bespreking kwamen echter een aantal praktische bezwaren tegen dit initiatief aan de oppervlakte. Zo moet er zeker op worden gelet dat het Vlaams Gewest geen verhardingen, zij het dan doorlatende, van vroeger onverharde oppervlakken subsidieert. Onverharde oppervlakken hebben immers nog steeds een veel hogere infiltratiecapaciteit dan doorlatende verhardingen.

Een ander punt van discussie vond zijn oorzaak in het feit dat er zoveel verschillende mogelijkheden zijn. Wat subsidiëren we en wat niet? Waaraan geven we de voorkeur? Gaan we slechts één bepaald procédé nemen? In dat geval krijgen we natuurlijk een hele discussie met de sector. Er zijn dus heel wat randvoorwaarden die ertoe hebben geleid dat we dat denkspoor uiteindelijk niet mee hebben opgenomen in het milieuconvenant.

Ook bij de besprekingen in het kader van de opmaak van het nieuwe subsidiebesluit -het nieuwe Rio besluit -is dat nogmaals ter sprake gekomen. Nogmaals werden dus de mogelijkheden onderzocht om ook het opbreken en het herstel van het wegdek mee te subsidiëren. Opnieuw waren er echter die randvoorwaarden, die het vrij moeilijk maakten om een duidelijke lijn te trekken. Het enige alternatief was te vervallen in een hopeloze administratieve detaillering, maar dat zou de zaken natuurlijk ook heel moeilijk maken.

Ik geef een voorbeeld van de zaken waar men rekening mee moest houden. Als men ergens een weg met steenslag vervangt door waterdoorlatende nieuwe systemen, is het infiltratievermogen nog altijd kleiner dan toen er steenslag lag. We zouden dus eigenlijk een stimulans moeten hebben om, als men naar echt volledig verharde oppervlakten gaat, dit wat af te zwakken. In de praktijk blijkt dat echter niet zo eenvoudig te zijn.

Hoe dan ook, momenteel wordt de aanleg van waterdoorlatende verharding wel gepromoot via alle contacten met de gemeenten. Het nut van deze verhardingen met het oog op het voeden van de grondwaterlagen en het vertraagd afvoeren van hemelwater wordt daarbij ook verduidelijkt. Dat gebeurt onder meer via het steunpunt Water.

Er is een mogelijkheid van subsidiëring voor de aanleg van infiltratievoorzieningen. De gemeenten kunnen dat opnemen in hun Rio-dossier. Daarbij kan de combinatie met waterdoorlatende verhardingen dan wel worden voorgesteld en/of geadviseerd, maar dit wordt dus niet mee gesubsidieerd.

Momenteel wordt ook de laatste hand gelegd aan de code van goede praktijk voor duurzaam lokaal waterbeleid, die moet dienen als handleiding bij de opmaak van de DuLo-waterplannen of deelbekkenplannen. Deze code is bedoeld voor gemeenten en lokale waterbeheerders. Dit alles wordt daar ook uitgebreid in opgenomen.

We zouden natuurlijk kunnen nadenken over andere instrumenten. Het subsidiëren is immers wel een zeer gemakkelijk instrument. We staan echter voor enorme uitdagingen inzake de rioleringen : niet alleen de aanleg van nieuwe rioleringen, maar ook het herstel van de bestaande rioleringen. Dat zal ons nog heel veel geld kosten. Alles wat we daarbovenop doen, zal die factuur natuurlijk nog verzwaren.

Aan de andere kant moeten we misschien ook nadenken of we in het kader van de ruimtelijke ordening bepaalde maatregelen kunnen nemen. Als er een attest wordt gegeven of een bouwvergunning voor de aanleg van een verkaveling, dat zou de gemeente de verplichting kunnen opleggen om waterdoorlatende bestratingen aan te leggen. De gemeenten die dat eventueel al doen, behoren dan duidelijk tot de voorbeeldgemeenten op dat vlak. Dat is in ieder geval dus al een eerste stap die de gemeenten kunnen zetten om een en ander op die manier op te leggen.

Mijnheer Lachaert, we maken momenteel een globale som, waarbij we ons afvragen wat alles wat met water te maken heeft ons in een periode van 10 tot 20 jaar zal kosten. We willen dit aspect er gerust nog bij opnemen, en dan kunnen we een kosten-batenanalyse maken. Een grotere inspanning van de overheid op dat vlak is zeker mogelijk. Mijns inziens zal dit dan wel via een aanpassing van het milieuconvenant moeten gebeuren. Het zou immers niet zo goed zijn om daarvoor een aparte subsidiestroom op gang te brengen. Hoe dan ook, als blijkt dat de kosten-batenanalyse een positief resultaat oplevert, zullen we zeker onderzoeken hoe dit in de totaalaanpak kan worden opgenomen.

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mevrouw de minister, ik heb nog drie kleine opmerkingen. Ten eerste ontbreekt het ons aan een grondig onderzoek over de mogelijkheden inzake waterdoorlatende straatstenen, zonder dat we ons daarvoor eenzijdig door de sector zelf moeten laten adviseren. Een grondige studie van de administratie samen met de sector zou dus wel aangewezen zijn.

Misschien kunt u in dat verband een voorstel doen. De gemeenten kunnen immers moeilijk zelf zo’n studie bestellen. Volgens mij is het niet zo moeilijk om in een samenwerking tussen de administratie en de betrokken sector tot zo’n studie te komen. Als we de studie hebben, zouden de gemeentebesturen en de burgers erover geïnformeerd moeten worden. U verwijst naar een nota die ik niet ken. Ik stel voor, zodra men eruit is, erover te communiceren met de gemeenten en de burgers.

Ik wil de financiële implicaties niet overschatten. Het is weliswaar onmogelijk dit in zijn geheel te subsidiëren, en bovendien zitten we met het probleem van de criteria, maar toch lijkt het me perfect mogelijk, omdat het een belangrijk element is in de rioleringsproblematiek, waterdoorlatende straatbedekking te subsidiëren bij de vervanging van bestaande rioleringen.

Als er een bestaande bestrating is, met een normaal wegdek, waar geen water in de grond gaat, maar alles in de riolen, dan is het verschil subsidieerbaar. Ik wil u niet te veel laten betalen. U subsidieert de riolering in een gescheiden stelsel aan 100 percent. De gemeente moet voor 100 frank infrastructuurwerken 38 frank bijbetalen om de bestrating uit te breken en opnieuw aan te leggen. Waterdoorlatende bedekking kost 45 frank in plaats van 38 frank. Welnu, het is heel realistisch dat u die 7 frank subsidieert, zowel financieel gezien, als qua toepassingsveld.

Het gaat dan niet over een aardeweg met kiezel die in een baan wordt veranderd, noch over de oprit van een privé-persoon. Dat ligt anders. Maar bij de vernieuwing van oude rioleringen, waarmee we nu worden geconfronteerd, moeten we het wegdek toch opbreken. Als u het verschil bijlegt voor een waterdoorlatende straatbedekking, dan zullen veel gemeenten dat goed onthalen.

Minister Vera Dua : Ik zal dat element opnemen in het financieel debat. Er wordt momenteel een inventaris opgemaakt. Voor de studie hebben we nu een Steunpunt Water. Ze hoeft geen twee jaar te duren. Er moet alleen worden nagegaan wat er het meest efficiënt is. Die informatie moet dan op een goede manier worden doorgegeven aan de gemeenten.

De voorzitter : Het incident is gesloten.