Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot de heer Steve Stevaert, minister vice-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, over de afsluiting van de gewestweg N458 langs het kanaal Gent-Terneuzen


Nr. 360
(2001-2002) behandeld op 29-01-2002

 
 

 

De voorzitter : Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Lachaert tot de heer Stevaert, minister vice-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, over de afsluiting van de gewestweg N458 langs het kanaal Gent-Terneuzen.

De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, geachte collega’s, vooraleer mijn vraag om uitleg te formuleren, wil ik nog even terugkomen op de zogenoemde fietssuggestiestrook. Een en ander is voor een gemeente vrij moeilijk, want alle pas afgestudeerde licentiaten Verkeerskunde en mobiliteitsambtenaren in mijn gemeente komen met die suggestiestrook op de proppen. De burger denkt dat alles wettelijk in orde is. We stellen een mobiliteitsambtenaar aan om een meerwaarde te bieden, maar ook om binnen de wet te werken.

Ik ga nu over tot mijn eigenlijke vraag. In de Gentse Kanaalzone is er een groot papierbedrijf dat zijn activiteiten wenst uit te breiden. Volgens schepen Termont gaat het om een miljoeneninvestering. Vanuit economisch oogpunt is dat een zeer goede zaak. Ten overstaan van het Vlaams Gewest is er een engagement. Ik had die nog niet in mijn bezit op het moment dat ik mijn vraag had ingediend. Ondertussen is dat wel het geval. Mijnheer de minister, daarin staan een aantal zaken waar ik uw aandacht op wil vestigen.

De gewestweg N458 zou door de papierfabriek lopen en in de bedrijfsterreinen terecht komen. In artikel 4 van de overeenkomst, die werd afgesloten tussen het bedrijf Stora en het Vlaams Gewest, staat dat ‘het Vlaams Gewest het bestaande wegvak van de N458, dat de bedrijfsterreinen van Stora doorkruist, zal afsluiten binnen tien werkdagen na de ontvangst van de aanvraag door Stora. Zodra de weg is afgesloten en tot de openstelling van het nieuwe wegdek, zal de afdeling Wegen en Verkeer van Oost-Vlaanderen regelmatig vergaderingen organiseren met lokale overheden om de verkeerssituatie te bespreken en corrigerende maatregelen te nemen. Stora zal eveneens aan deze vergaderingen deelnemen.’

Verderop staat over de uitvoeringstermijn voor de realisatie van een nieuw wegvak vanaf het ogenblik dat het bestaande wegvak van de N458 wordt onderbroken dat ‘Stora over een termijn van maximaal 24 kalendermaanden beschikt om een nieuw wegvak aan te leggen, zoals schematisch weergegeven.’ Daarna volgt dat ‘het ontwerp van het nieuwe wegvak wordt opgemaakt door een studiebureau, gespecialiseerd in wegenwerken, in opdracht van Stora. De kosten voor het ontwerp en toezicht op de werken door het studiebureau worden door het Vlaams Gewest terugbetaald aan Stora op basis van de reële kostprijs, zonder toeslag, evenwel beperkt tot de kostprijs gebaseerd op de tarieven-FABI voor dergelijke studieopdrachten.’

‘Het wegvak’, zo wordt gesteld, ‘wordt aangelegd door de aannemer, in opdracht van Stora. De aannemer moet erkend zijn. Het Vlaams Gewest neemt de kosten voor de aanleg van het nieuwe wegvak ten laste, met inbegrip van de verrekeningen.

Stora organiseert de gunningsprocedure.’ Dat is een perfecte illustratie van een PPS, waarbij het gewest de rekening betaalt.

Ik heb er begrip voor dat het om een belangrijke uitbreiding gaat en dat de weg in de weg ligt. Het gevolg is echter dat het zwaar verkeer over onveilige en onaangepaste wegen langs een instelling voor volwassen personen met een handicap zou moeten rijden. Dat is moeilijk te begrijpen. Het zou aangewezen zijn dat, vooraleer de huidige weg wordt afgesloten, eerst een vervangende weg wordt aangelegd. Mijnheer de minister, u hebt echter tegen heel wat bezwaren in beslist dat er pas binnen de twee jaar een andere weg zou worden aangelegd. Die wordt volledig bekostigd door de Vlaamse overheid. Hierover bestaat evenwel bezwaar bij de Inspectie van Financiën.

In afwachting van de aanleg van een vervangende weg moet alle zwaar vervoer, ook met chemische stoffen bestemd voor Sevesobedrijven, in de straat langs een instelling voor volwassen personen met een handicap rijden. Deze straat is evenwel niet voorzien van voetpaden, afgescheiden fietspaden en oversteekplaatsen. Hierdoor zal het moeilijker worden om op een veilige manier op straat te komen. De instelling heeft bovendien twee vestigingen die 400 meter uit elkaar liggen. Daarenboven zal Aquafin in 2003 collectorwerken uitvoeren in de belendende straat. Het probleem wordt dus nog groter. Het is dus mogelijk dat over een tweetal maanden de weg wordt afgesloten en dat de mensen twee jaar moeten wachten vooraleer een nieuwe weg wordt aangelegd. Ik begrijp dat niet.

Mijnheer de minister, is er bij het nemen van de beslissing een grondige studie van de verkeersstromen gebeurd? In hoeverre kan dit dossier nog worden gewijzigd, rekening houdende met objectieve criteria, waardoor de overlast voor derden tot een minimum wordt beperkt?

De voorzitter : De heer De Roo heeft het woord.

De heer Johan De Roo : Mevrouw de voorzitter, de vraag van de heer Lachaert is terecht. We kennen de situatie goed. Op die weg is er nu al druk verkeer, want hij verbindt Wondelgem, Gent en Zelzate. Er is veel zwaar vervoer en er zijn geen afzonderlijke fietspaden. De situatie is er gevaarlijk, en ik sluit me dan ook aan bij de vraag van de heer Lachaert.

De voorzitter : De heer Holemans heeft het woord.

De heer Dirk Holemans : Mevrouw de voorzitter, over dit belangrijk dossier heb ik reeds op 29 maart 2001 een vraag aan de minister gesteld. Ik wees hem toen op de mogelijke mobiliteitsproblemen die worden veroorzaakt door het bedrijf en door het doorknippen van een gewestweg, die later eventueel zou worden vervangen door een lusweg. Ik heb hem gevraagd of er een goede MER-studie zou worden gemaakt. Het is immers belangrijk dat we de effecten goed in kaart brengen, waarbij wordt gestreefd naar de meest gunstige modal split via spoor- en waterwegen.

De minister heeft toen geantwoord dat er een MER moet worden opgemaakt waarin de mobiliteitseffecten aan bod komen. Hij zei toen ook dat er werd gedacht aan het omleggen van de N458. Ik heb er toen ook voor gewaarschuwd dat de omlegging niet op de lange baan mag worden geschoven als binnenkort de gewestweg wordt doorgeknipt. We zijn nu een stap verder. Er is een akkoord, en er is een milieuvergunning aangevraagd.

De prognoses over het vrachtverkeer zijn niet min. Er is sprake van een toename van het wegtransport met 160 eenheden van 25 ton, wat neerkomt op een vrachtwagen om de twee minuten. Bovendien rijst de vraag waarom wordt toegelaten dat het aanleggen van de alternatieve verbinding twee jaar duurt. De motivatie luidt dat we moeten rekening houden met een wijziging van het gewestplan, waarvoor een langdurige procedure nodig is, maar aangezien het om een weg gaat met een lokale functie, vraag ik me af of het niet kan worden geregeld door middel van een gemeentelijk BPA.

De voorzitter : De heer Denys heeft het woord.

De heer André Denys : Mijnheer de minister, we hebben met enkele collega’s het bedrijf in kwestie bezocht, tijdens een van de traditionele VEV-bedrijfsbezoeken. De belangrijke economische waarde van de investering valt niet te ontkennen.

De heer Holemans had het over de modal split bij de toevoer van het oud papier. Het bedrijf is gelegen aan de haven en er is een spoorweg in de buurt. Het verwondert me dan ook dat bijna 99 percent van de aanvoer met vrachtwagens gebeurt. Oud papier is nochtans een bulkproduct dat gemakkelijk met de binnenscheepvaart of via het spoor kan worden vervoerd. Het bedrijf zou daartoe moeten worden aangespoord.

Ik sluit me dan ook aan bij de visie van de heer Lachaert en de andere collega’s. Het is weliswaar een belangrijke investering voor een bedrijvigheid die anders in Zweden of waar dan ook zou gebeuren, maar het gewest en de stad hebben inspanningen gedaan, ook op het vlak van verbranding, en het bedrijf moet dan ook op zijn beurt een inspanning doen, met name bij de toevoer. De gestelde vragen waren terecht.

De voorzitter : Minister Stevaert heeft het woord.

Minister Steve Stevaert : Mevrouw de voorzitter, collega’s, als minister bevoegd voor openbare werken maak ik de uitbreiding van Stora Enso technisch alleen mogelijk door niet vast te houden aan het huidig tracé van de N458 en mij akkoord te verklaren met een verschuiving van het tracé van de N458 Wondelgemkaai. Enkel daardoor kunnen twee terreinen van Stora Enso, die nu aan weerszijden van de N458 zijn gelegen, worden samengevoegd tot een terrein waarbinnen de inplanting van de nieuwe fabriek past.

Ik ben niet bevoegd voor de inhoudelijke aspecten van de geplande uitbreiding, maar ik wil toch meedelen dat het gaat om een investering van ongeveer 421 miljoen euro en de tewerkstelling van 440 mensen. Stora Enso heeft daarbij ook duidelijk te kennen gegeven dat er nog andere landen in de running waren voor de inplanting van een nieuwe fabriek en dat de internationale raad van bestuur op korte termijn een beslissing zou nemen over de locatie voor de nieuwe fabriek. Maanden of jaren wachten op de uitvoering van bepaalde wegenwerken voorafgaand aan de uitbreiding van de fabriek, was voor Stora Enso volstrekt onaanvaardbaar. Dat zou betekenen dat de investering in het buitenland zou gebeuren.

In dit verband kan ik nog stellen dat het aanleggen van vrijliggende fietspaden onteigeningen vergt en dus niet sneller kan gebeuren dan de eigenlijke tracéverlegging van de N458.

Over de wenselijkheid van de voorgestelde uitbreidingsplannen wordt geoordeeld door minister Van Mechelen en minister Dua. Zij staan immers in voor het afleveren van de bouw- en milieuvergunning voor de uitbreiding. Zonder mijn medewerking op het vlak van de noodzakelijke tracéverlegging zouden ze echter niet beschikken over een dossier waarover ze kunnen oordelen. Waarschijnlijk zou u mij dan nu ondervragen over mijn rol in de delokalisatie van Stora Enso.

Vermits beide ministers inhoudelijk verantwoordelijk zijn voor het afleveren van een vergunning voor de gevraagde uitbreiding, heb ik hen ook aangeschreven met de vraag om bij de aflevering van de bouw- en milieuvergunning voldoende rekening te houden met de mobiliteitseffecten die worden gegenereerd door de uitbreiding. Mijn schrijven aan minister Dua, na de suggestie van de heer Holemans, heeft ertoe geleid dat in de milieuvergunning verplichtingen zijn opgenomen om meer goederen via het spoor en de waterweg te vervoeren.

Vooraleer de milieuvergunning kon worden afgeleverd, diende een milieueffectenrapport te worden opgesteld. Een onderdeel daarvan was een mobiliteitseffectenrapport. Daarin werd onderzocht hoe de verkeersstromen zullen verlopen tijdens en na de werken. Er werd ook vastgelegd hoe de wegomlegging zou gebeuren tijdens de bouwfase.

Hierbij was steeds duidelijk dat er een overgangsperiode van maximaal twee jaar zal zijn, waarbinnen het verkeer een alternatieve route zal moeten volgen in afwachting van de beëindiging van de werken voor de tracéverschuiving van de N458. Het is in elk geval de bedoeling om de duur van de onderbreking van de N458 minimaal te houden. Tijdens de onderbreking zal een en ander regelmatig geëvalueerd worden door de stad Gent, de gemeente Evergem, het Vlaamse Gewest en Stora Enso om de hinder van de onderbreking maximaal te beperken.

Mijn akkoord voor de tracéverschuiving en de uitvoeringsmodaliteiten ervan, zoals de termijnen, de financiering, enzovoort, zijn vertaald in een voorakkoord. Dit voorakkoord wordt pas definitief indien minister Van Mechelen zijn akkoord geeft, gelet op een negatief advies van de Inspectie van Financiën. In tegenstelling tot wat wordt beweerd, heeft de Inspectie van Financiën geen bezwaar tegen een financiële tussenkomst van het Vlaams Gewest. De Inspectie van Financiën had wel opmerkingen over de aanrekening van de bijdrage op de kredieten van de Administratie Wegen en Verkeer, en suggereerde om de bijdrage aan te rekenen op het budget voor economische expansiesteun. Het kabinet van minister Gabriels heeft laten weten dat dit onmogelijk is. Daarop heb ik het begrotingsakkoord aangevraagd. In afwachting van het akkoord van minister Van Mechelen is er dus nog geen geldige overeenkomst en wordt de N458 nog niet onderbroken.

Laten we hopen dat de N458 wordt onderbroken, dat het systeem van de milieuvergunning, met zijn dwingende aard, werkt en laten we ten slotte hopen dat de werken zo kort mogelijk duren. We moeten goed afwegen of een BPA een goede procedure is. We mogen geen precedent scheppen door de BPA’s in de toekomst te gebruiken om wegen aan te leggen. Dit is een specifieke situatie. In andere omstandigheden zou u niet zo gelukkig zijn met dit instrument. Het zou een boemerang kunnen zijn.

De voorzitter : Het incident is gesloten.