Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot mevrouw Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, over het rioleringsbeleid


Nr. 745
(2000-2001) behandeld op 05-07-2001

 
 

 

De voorzitter : Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Lachaert tot mevrouw Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, over het rioleringsbeleid.

De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, in de overeenkomst tussen het Vlaams Gewest en de NV Aquafin van 10 november 1993, die nu is opgezegd, maar nog twintig jaar zal lopen, wordt een aantal taken aan Aquafin toevertrouwd : het opmaken van technische plannen voor nieuwe rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's), collectoren, pompstations, overstorten, persleidingen, prioritaire rioleringen en aanverwante activa, het exploiteren en financieren van deze installaties, het overnemen, aanpassen en verbeteren van bestaande installaties met uitzondering van de niet-prioritaire gemeentelijke riolen.

Hier wordt het begrip prioritaire riool ingevoerd. De prioritaire riool is bijna een rooilijn, een scheidingslijn tussen de gemeentelijke en de bovengemeentelijke bevoegdheid. Voor een gemeentebestuur is deze scheiding financieel significant. Een prioritaire riool wordt uitgevoerd en gefinancierd door Aquafin, voor een niet-prioritaire riolering kan men in het beste geval via subsidiëring tot 75 percent van de naakte rioleringskost bekomen. Als we ervan uitgaan dat de totale kost van de rioleringswerken zowat het dubbele bedraagt van de naakte rioleringskost, is het verschil voor de gemeentelijke financiën tussen een niet-prioritaire en een prioritaire riool zowat 62,5 percent van de kostprijs van het werk. Daarbij moeten dan nog de verdoken administratieve kosten worden gerekend voor het indienen van het dossier door de gemeente. Dat zijn kosten die de gemeente niet heeft als alles via Aquafin als prioritaire riool wordt behandeld. Het is daarom evident dat de gemeenten de kat uit de boom kijken en wachten tot de riool op het Aquafin-programma komt.

De keuze van de gemeenten voor de prioriteiten wordt meer geïnspireerd door de staat van de weg dan door het belang van de riolering. Men kijkt niet eerst welke riolering moet worden gelegd, maar men wacht tot de weg moet worden aangepast.

Dit alles heeft een grote onderbelasting van de grote waterzuiveringsstations tot gevolg, met het bijkomend risico dat de EU-richtlijn niet wordt gehaald. De benuttigingsgraad van de RWZI's in Vlaanderen bereikt geen 50 percent. Deze richtlijn stelt dat onder meer in agglomeraties van meer dan 2000 inwonersequivalenten uiterlijk tegen 31 december 2005 opvangsystemen voor afvalwater moeten worden gebouwd. Dat is niet lang meer.

Volgens de huidige definitie van prioritaire riool moet de gemeente zelf nog voor 120 tot 140 miljoen frank rioleringswerken uitvoeren. Deze investering is voor een gemeente gigantisch groot, zodat de wetgever in 1996 een systeem van subsidiëring heeft ingevoerd.

Nu de inhaalbeweging in verband met de bovengemeentelijke structuur via Aquafin op kruissnelheid is, moet de eerste prioriteit erin bestaan de huishoudelijke vuilvracht voor zuivering op de RWZI's te brengen. Dat is een daad van goed beheer. We zullen tegen eind 2005 voor ongeveer 100 miljard frank in collectoren en RWZI's hebben geïnvesteerd. Het mag niet dat de RWZI's in 2005 nog voor geen 50 percent worden benuttigd. Ook niet als het RWZI's zijn die mooi zijn aangelegd en waar geen enkel inwonersequivalent is op aangesloten en waar het riet moet worden besproeid met water uit de gracht opdat het niet zou afsterven. We moeten een klare definitie van de verantwoordelijkheden opstellen die de gemeente moet toelaten haar deel van het werk te doen binnen de afgesproken termijnen.

De Vlaamse minister van Leefmilieu gaf in het document Strategische Opdrachten in de Waterzuivering van juni 2001 een nieuwe visie over de organisatie van het afvalwaterbeleid. Gebaseerd op deze visie worden tien opdrachten gedefinieerd. Opdrachten 3 en 8 proberen de bevoegdheidsverdeling tussen Aquafin en de gemeenten te onderbouwen. Aan Aquafin werd immers de opdracht gegeven om voor heel Vlaanderen een nieuw zoneringsplan op te stellen dat verfijnder is dan de huidige ABC-zonering. Dit zoneringsplan zal aan de verschillende gemeentebesturen de mogelijkheid geven om voor elk perceel te bepalen of er een riolering komt of dat men het perceel zelf moet zuiveren.

Wie de financiering van de riolering op zich neemt, is evenwel niet bepaald in het zoneringsplan in wording. Het overnamepunt van een rioleringsstelsel is het punt waar de gemeentelijke bevoegdheid wordt overgedragen aan het Gewest. Vanaf dit punt draagt het Gewest alle investeringen en het beheer. Voor dit punt is het de taak van de gemeenten om de opvangsystemen aan te leggen en te onderhouden. Om gemeenten die in het verleden reeds veel rioleringen hebben aangelegd niet te straffen, moet dit overnamepunt overeenkomen met een zekere vuilvracht die ook niet te groot mag zijn om de correcte uitvoering binnen de door de EU gestelde termijnen niet in het gedrang te brengen.

Tevens moet het vernoemd overnamepunt worden gerealiseerd volgens de nieuwe inzichten - het verbeterd gescheiden stelsel - en volgens een conceptuele geïntegreerde eenheid. Om deze eenheid vast te leggen moeten de gemeenten op hun domein de gedetailleerde hydronautstudie uitvoeren, dus tot op niveau 4. Het is evident dat reeds bestaande hydronautstudies uitgevoerd door Aquafin, basisdiensten kunnen zijn en dat de gemeentelijke hydronauten een kwaliteitswaarborg krijgen om voor heel Vlaanderen eenzelfde methode voor de inventarisatie en de berekening te hebben.

Een eenduidig voorstel bestaat erin het overnamepunt tussen gemeentelijk en bovengemeentelijk te bepalen, bijvoorbeeld 100 inwonersequivalenten. De procedure die dit overnamepunt eenduidig vastlegt is de volgende : gebaseerd op het saneringsplan van Aquafin wordt bepaald welke strengen in de gemeente nog moeten worden gerioleerd ; gebaseerd op de gedetailleerde hydronautstudie van de gemeente worden deze strengen hydraulisch correct ontworpen met de nieuwe inzichten over gescheiden hemelwater en afvalwater ; van zodra de gemeente bijvoorbeeld 100 inwonersequivalenten centraliseert, wordt dit punt het overnamepunt en neemt het Vlaams Gewest de verdere verwerking op zich. Afhankelijk van het feit of men deze piste volgt, verschuift een belangrijk deel van de kostprijs van de gemeente naar het Gewest.

Mevrouw de minister, welke maatregelen zult u nemen om de definitie van prioritaire riolering te wijzigen in die zin dat er een duidelijke en realistische bevoegdheidsafbakening tussen Aquafin en de gemeente wordt gecreëerd, rekening houdend met hun beider expertise en financiële mogelijkheden? Hoe zult u ervoor zorgen of minstens een incentive geven dat de gemeenten in staat zijn hun deel van de noodzakelijke investeringen, die 120 tot 140 miljard frank bedragen, naar behoren te kunnen uitvoeren? Hoe zult u beletten dat bij de nieuwe indeling in zones de gemeenten zones voor zelfzuivering bestemmen om hun eigen investeringen te beperken? Hoe zult u waarborgen dat de gemeenten op uniforme wijze en met spoedige resultaten een dringende prioriteit maken van de realisatie van gedetailleerde hydronautstudies? Wat denkt u over de beleidsoptie om het overnamepunt tussen het gemeentelijk en het bovengemeentelijk niveau op 100 inwonersequivalenten te bepalen en welke zijn dan de budgettaire gevolgen?

Ofwel moeten we de gemeenten financieel ondersteunen om die rioleringen te leggen volgens een concept, ofwel moet het Gewest dit zelf in handen nemen via Aquafin om verder te gaan dan de huidige opdracht om hetzelfde resultaat te bereiken en te vermijden dat op 31 december 2005 minder dan 50 percent benuttigingsgraad wordt gehaald.

De voorzitter : De heer Matthijs heeft het woord.

De heer Erik Matthijs : Hoever staat het met de aanpassing van het Riobesluit over het subsidie percentage van de gemeentelijke rioleringen?

Minister Vera Dua : De essentie van de vraag is hoe we met de prioritaire rioleringen omgaan. Het is nu niet duidelijk wat een prioritaire riolering is en wat niet. De prioritaire rioleringen maken de verbinding tussen bestaande betekenisvolle lozingspunten, eindpunten van in oppervlaktewater lozende rioolstrengen, en bestaande of geprogrammeerde collectoren. Deze lozingspunten zijn niet noodzakelijk de verzamelpunten van de rioolbekkens. Dergelijke verbindingsrioleringen zijn te beschouwen als prioritaire rioleringen.

Volgens deze definitie is het niet mogelijk om duidelijk de scheidingslijn te bepalen tussen enerzijds de gewestelijke opdracht, de aanleg van collectoren en prioritaire rioleringen, en anderzijds de opdracht van de gemeenten. Om te bepalen of het om een prioritaire riolering gaat, gebruikt men elf criteria. Er wordt nagegaan of er een relevant lozingspunt kan worden op aangesloten, waarbij men 100 inwonersequivalenten als referentie hanteert, en of de inzamelkost per inwonersequivalent lager ligt dan 50.000 frank. De ligging van de leiding, de aard van het project, het gemeente-, gewest- of landsgrensoverschrijdend karakter, het ecologisch belang, de kostprijs met een benedengrens van 5 miljoen frank, een aaneengesloten geheel van de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur, de bergingsfunctie, de toestand van de aan te sluiten rioleringen en de aansluiting van afvalwaters afkomstig van KMO's zijn meebepalend. Om te bepalen wat een prioritaire riolering is, maakt men dus een totale studie. Ik kan me voorstellen dat alle gemeenten hopen dat het stuk dat ze willen realiseren tot die lijst behoort.

Het aandeel van de overheid in de kosten is van 30 percent naar 50 percent en naar 75 percent bij gescheiden riolering gestegen. Voor het Riobesluit hebben we een decretale basis nodig. We hadden dat in het programmadecreet gestopt. De voorzitter van het Vlaams Parlement heeft het eruit gehaald. Ondertussen heeft de regering dit definitief goedgekeurd. Het zal worden opgestuurd naar het parlement. Begin september kan de discussie over de decreetswijziging beginnen zodat we in oktober het besluit aan de regering kunnen voorleggen. Daarin wordt een subsidie van 100 percent vastgelegd voor de zogenoemde 2DWA-riolen, de zeer kleine volledig gescheiden leidingen voor riolering. Waar we het geld vandaan zullen halen, hangt af van de investeringsruimte die ik in de begrotingsdebatten ter beschikking zal krijgen. Het is een zeer grote uitdaging om dat te realiseren. Als we dit doen, laten we er dan voor zorgen dat de rioleringen goed zijn.

Aquafin is op dit moment bezig met het uitwerken van de nieuwe zonering. Dat is al vergevorderd. Naar aanleiding van de bespreking van de resolutie zouden we de eerste resultaten van die zonering kunnen evalueren. Het is niet de gemeente die dit vaststelt, het geldt wel als aanbeveling voor de gemeente. We moeten nog bepalen hoe dwingend dit zal zijn.

De heer Patrick Lachaert : In de praktijk wordt dit aan de gemeente voorgesteld en wordt er in samenspraak met de gemeente een eindversie opgemaakt.

Minister Vera Dua : Het overleg loopt nog. Er werden reeds computermodellen uitgewerkt. Aquafin zelf voert een vrij behoorlijk aantal hydronautstudies uit en heeft hiervoor 150 miljoen frank per jaar voorbehouden. Telkens Aquafin in een deelgebied komt, wordt aan de gemeente aangeboden om eventueel uit te breiden tot zones binnen de gemeente. De gemeenten kunnen dus instappen in de projecten. Er wordt dikwijls vertrokken van TRP's of totale rioleringsprogramma's, maar deze zijn niet meer bruikbaar.

In het nieuwe milieuconvenant is een cluster voor water opgenomen. Het is de bedoeling dat de gemeente een echt waterplan opmaakt, de toestand van de rioleringen nakijkt en een hydronautstudie laat uitvoeren. Op die manier wordt voorkomen dat zomaar, bijvoorbeeld naar aanleiding van werken aan wegen, rioleringen worden aangelegd. De gemeenten moeten een duurzaam lokaal waterplan opstellen. In het decreet over het integraal waterbeleid krijgen de gemeenten ook de mogelijkheid om samen te werken voor het opstellen van een waterbeheersplan. Die planmatige aanpak wordt op de verschillende niveaus doorgevoerd. De basisbouwsteen blijft evenwel de gemeente.

Het laatste punt betreft het criterium van 100 inwonersequivalenten. Het zou kortzichtig zijn om enkel dit criterium te gebruiken. We pleiten voor de algemene aanpak. Ik heb een uitgebreid onderhoud met Aquafin gepland. Een van de agendapunten is na te gaan hoe de investeringen ook effectief op korte termijn een verbetering van de kwaliteit van het water met zich meebrengen. Wij willen het geld besteden aan investeringen die een kwaliteitsverbetering opleveren. Ook Aquafin wordt gestimuleerd om meer resultaatgericht te werken.

De heer Patrick Lachaert : Ik verwijs naar de resolutie. Iedere gemeente moet voor 2003 een gedetailleerde hydronautstudie laten uitvoeren. Dit is nodig, maar om te vermijden dat de VVSG en de CVP protesteren, moeten we als gewest voldoende incentives geven om dit daadwerkelijk uit te voeren.

De voorzitter : Het incident is gesloten.