Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot de heer Leo Peeters, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting, over het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen


Nr. 45 (1998-1999) behandeld op 21-10-1998

 

 
 
De voorzitter : Aan de orde zijn de samengevoegde vragen om uitleg van de heer Lachaert tot de heer Peeters, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting, over het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen en van de heer Huybrechts tot minister Peeters, over de leningen van het Vlaams Woningfonds voor bouwgrond in de Vlaamse Rand.

De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de Vlaamse regering heeft enkele initiatieven genomen met betrekking tot leningen voor bouwgronden in de Vlaamse Rand. Artikel 8 van het decreet van 17 maart 1998 bepaalt dat het Vlaams Woningfonds uitsluitend leningen kan toekennen voor bouwgronden die gelegen zijn in een woonvernieuwings- of woningbouwgebied. Andere instellingen kunnen dit echter doen voor woningen in de hele Vlaamse Rand.

Op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1998 kan het Vlaams Woningfonds in de Vlaamse Rand slechts leningen voor bouwgronden toestaan tegen een rentevoet van 6,4 percent, terwijl andere instellingen dat kunnen doen tegen 5,11 percent. Daardoor betalen gezinnen voor een lening bij het Vlaams Woningfonds een hogere rentevoet dan bij andere instellingen.

In hetzelfde besluit wordt bepaald dat de rentevoet gelijk is, ongeacht het aantal kinderen in het gezin. Daardoor vervalt het principe van degressiviteit, waardoor de intrest daalt naarmate het aantal kinderen stijgt, en dat het Vlaams Woningfonds ingevolge zijn sociale opdracht toepast sinds zijn ontstaan. In een nieuw ontwerp van besluit zijn dezelfde discriminaties opgenomen en vervalt bovendien de bepaling van de doelgroep, namelijk gezinnen die minstens twee kinderen ten laste hebben.

De eigenheid en specificiteit van het Vlaams Woningfonds bestaat erin dat grote gezinnen met een bescheiden inkomen de kans krijgen om eigenaar van een woning te worden. Dit wordt gerealiseerd door lage rentevoeten die verminderen naarmate het gezin meer kinderen ten laste heeft en het inkomen lager is. Deze degressiviteit van de rentevoeten, die ook wordt toegepast tijdens de duur van de lening als het aantal kinderen ten laste stijgt, is juist het unieke van het Woningfonds.

De recente besluiten en het ontwerp van besluit komen ons dan ook vreemd voor. Ik vermoed dat ook andere volksvertegenwoordigers de brief met het protest van de raad van bestuur van het Vlaams Woningfonds hebben ontvangen. Vandaar de volgende vragen.

Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van deze discriminatie van het Vlaams Woningfonds ten overstaan van andere instellingen voor sociale huisvesting? Waarom is deze discriminatie doorgevoerd? Bent u bereid ze weer weg te werken en zo ja, binnen welke termijn? Wilt u de degressiviteit van de intresten in functie van het aantal personen ten laste herstellen? Bent u ten slotte bereid om het Vlaams Woningfonds te betrekken bij toekomstige initiatieven die te maken hebben met de werking en de taken van het Vlaams Woningfonds?

De voorzitter : De heer Huybrechts heeft het woord.

De heer Pieter Huybrechts : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag komt op hetzelfde neer als die van de heer Lachaert. Het is niet meer nodig ze opnieuw te stellen.

De voorzitter : Minister Peeters heeft het woord.

Minister Leo Peeters : Ik dank de heer Lachaert omdat hij me de kans geeft om vandaag de recente aanpassingen toe te lichten. Er was niet echt sprake van een protest van het Vlaams Woningfonds. Het ging veeleer om een suggestie om een aantal wijzigingen in het besluit aan te brengen. Enerzijds betrof die suggestie de algemene discussie tussen de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en het Vlaams Woningfonds over de noodzaak tot een algemene referentierentevoet. Anderzijds handelde ze over de invoering van de degressiviteit.

De regering heeft gisteren beslist dat aan beide verzuchtingen wordt tegemoetgekomen. De uniforme referentierentevoet wordt ingevoerd, zowel voor de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij als voor het Vlaams Woningfonds. Men zal zich daarbij baseren op een rentevoet die wordt bepaald door de afdeling Financieel Management van het departement Algemene Zaken en Financiën van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Die referentierentevoet zal maandelijks worden bepaald en zal overeenstemmen met het rekenkundig gemiddelde van de rentevoet van de afgelopen maand. De betrokken afdeling zal binnen de twee werkdagen de rentevoet meedelen aan de VHM en het VWF. Ze zal dan gelden voor de daaropvolgende maand. Daarmee werd een regeling gevonden die ook voor het Vlaams Woningfonds voldoet.

Tegelijkertijd is ook de mogelijkheid ingevoerd om de degressiviteit toe te passen. Daardoor beschikt het VWF over een specifiek systeem om per bijkomend kind boven twee kinderen ten laste een speciale vermindering toe te staan. De referentierentevoet kan daardoor worden verminderd met 0,5 percent per kind ten laste boven het tweede kind. Deze degressiviteit wordt ingeschreven in het geheel van het besluit.

Tot deze maatregel was nog niet onmiddellijk overgegaan omdat we rekening moesten houden met een totaal ander aspect. Voor deze regeling van bouwgrondsubsidie gold een hogere inkomensgrens dan voor andere premies. Daarmee werd gemikt op een andere doelgroep, maar er werd wel vooropgesteld dat de degressiviteit zou worden ingevoerd. Daar is nu een regeling voor gevonden.

De voorzitter : Het incident is gesloten.