Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot de heer Steve Stevaert, minister vice-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, over de aanleg van de aansluitingswegen tot de nieuw aangelegde brug over de E40 (gemeente Merelbeke - aansluiting Salisburylaan)


Nr. 477 (1997-1998) behandeld op 07-10-1998


 
 

De voorzitter : Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Lachaert tot de heer Stevaert, minister vice-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, over de aanleg van de aansluitingswegen tot de nieuw aangelegde brug over de E40 (gemeente Merelbeke - aansluiting Salisburylaan).

De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de minister, in het driejarenprogramma werd voorzien in de bouw van een brug over de autoweg Oostende-Brussel in Merelbeke. Die brug is nu gerealiseerd.

In dat driejarenprogramma was voor het volgende jaar ook voorzien in een krediet voor de realisatie van de aansluitingswegen op die brug. Het is nogal logisch dat men bij het bouwen van een brug ook voorziet in aansluitingen op die brug.

Het grote probleem bij die realisatie is dat er een scheiding moet komen tussen het autowegverkeer en het lokale verkeer. Nu is het nog zo dat die beide verkeersstromen door elkaar lopen. Dit betekent dus dat men 90 graden op de autoweg staat om over te steken. Dit is echter niet altijd mogelijk omdat de middenberm bezet is. Er komen dan van linksboven auto's en vrachtwagens aan tegen meer dan honderd kilometer per uur. U hoopt dan dat ze voor u zullen stoppen. Dit gebeurt dus op tweemaal twee rijvakken, op de afleidingsweg die van de autoweg Antwerpen-Kortrijk komt. Dit veroorzaakt een uiterst gevaarlijke verkeerssituatie. Het betreft hier dus een zuiver lokale situatie, namelijk het doorkruisen van een autoweg zonder enige voorziening. Dit is trouwens de reden waarom uw voorganger heeft beslist dat dit complex moest worden gerealiseerd.

Op 24 augustus 1998 werd in de afdeling Wegen Oost-Vlaanderen een vergadering georganiseerd. Het afdelingshoofd, de heer Matthijs, deelde mee dat de realisatie van de aansluitingswegen niet is opgenomen in de planning voor 1999. Het is de adjunct-politiecommissaris van Merelbeke die mij daarvan op de hoogte heeft gebracht. De motivering daarbij is dat de aanleg van de aansluitingswegen op de nieuwe brug over de E40 een convenantgebonden wegenproject is. Dit betekent dus concreet dat de heer Matthijs deze aanleg koppelt aan de uitvoering van het mobiliteitsplan Merelbeke.

Mijns inziens komt dit neer op een wijziging van de spelregels tijdens het spel zelf. Het gaat weliswaar om een mobiliteitsprobleem van Merelbeke, maar het is veel meer dan dat. Het is ook een regionaal probleem aangezien het eveneens gaat over de R4 en de E40. Het gaat dus ook over wagens en vrachtwagens die zich naar het zuiden van Gent en naar de ring rond Gent begeven en dus in feite niets met Merelbeke te zien hebben. Op dat kruispunt rijden veel meer niet-lokaalgebonden dan lokaalgebonden voertuigen.

Ik heb dus mijn twijfels bij de convenantsgebondenheid, vooral als ik de laatste nota lees van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten. In die nota wordt bepaald dat bepaalde realisaties niet achteruit mogen worden geduwd omdat een stad of gemeente geen convenant zou hebben afgewerkt. Als dit niet ter zake is - wat hier duidelijk het geval is - dan mag dit niet worden gebruikt om iets achteruit te duwen.

Wat daar gebeurt, is enkel subsidiair aan de Merelbeekse situatie gebonden. U kunt bijvoorbeeld verwijzen naar de faculteit diergeneeskunde die vlakbij ligt of naar de vrij belangrijke ambachtelijke zone die daar werd aangelegd, om de noodzaak van de autoweg en de verbondenheid met de Merelbeekse situatie aan te tonen. Het gaat echter veel verder dan dat.

Ik zoek de verklaring voor de niet-realisatie van de aansluitingen ook in het feit dat de in het arrondissement Gent-Eeklo beschikbare fondsen afvloeien naar de ring ten noorden van Gent, meer bepaald in Evergem, tot aan de toekomstige aansluiting met de vaste oeververbinding. Blijkbaar is dit nu de prioriteit van de administratie die daar nu al haar centen naartoe laat vloeien. Op zich heb ik daar niets op tegen, maar het ene mag niet het slachtoffer worden van het andere. Bovendien mogen inhoudelijke redenen niet worden aangewend om bepaalde zaken op de lange baan te schuiven.

Is de beslissing om die bijkomende realisaties niet op te nemen, in tegenstelling tot wat voorzien was, onomkeerbaar? Zo ja, voor wanneer mogen we die realisaties dan verwachten?

De voorzitter : Minister Stevaert heeft het woord.

Minister Steve Stevaert : De nieuw aangelegde brug was opgenomen in het programma 1998 waarbij in een bedrag van vijftig miljoen frank was voorzien. Gelet op de aard van het project is de uitvoering ervan gekoppeld aan een bijakte van de mobiliteitsconvenant. Gevolg hiervan is dat de gemeente Merelbeke klaar moet zijn met haar oriëntatienota en de synthesenota van het mobiliteitsplan vooraleer het project definitief kan worden goedgekeurd.

De gemeente Merelbeke is onlangs gestart met het opmaken van haar mobiliteitsplan. Anderzijds is naar aanleiding van de eerste bespreking ervan in de auditcommissie, het project technisch bijgestuurd en aangepast aan de nieuwe bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Daardoor komt het meer tegemoet aan uw terechte bekommernis om het bovenlokale en lokale verkeer gescheiden af te wikkelen.

De bespreking van het project binnen de audit-commissie betekent dus wel degelijk een meerwaarde. Wat de planning betreft, is het zo dat dit project wordt verschoven van 1998 naar 1999. Alles wijst erop dat de werken effectief in 1999 zullen worden aanbesteed.

De voorzitter : Het incident is gesloten.