Actuele vraag van 17 maart 1999

 

  Actuele vraag van de heer Patrick Lachaert tot de heer Steve Stevaert, minister vice-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, over de rol van bijzondere plannen van aanleg bij de regularisatie van bouwmisdrijven naar aanleiding van een uitspraak terzake door de kabinetschef van de minister vice-president  
     
 

De voorzitter : Minister Baldewijns zal antwoorden in de plaats van minister Stevaert.

De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, heren ministers, collega´s, het doet me bijzonder veel genoegen minister Baldewijns na vele commissievergaderingen nog eens te mogen confronteren met deze zaak. Ik hoop dat hij niet gehandicapt is in zijn antwoord.

Minister Baldewijns, uzelf hebt gedurende drie jaar en twee maanden een bepaalde beleidslijn gehuldigd bij bouwmisdrijven. Minister Stevaert doet sinds negen maanden hetzelfde. In talrijke commissie- en openbare vergaderingen zei u dat een bouwmisdrijf niet kan worden geregulariseerd via een uitvoeringsplan, in dit geval een sectoraal BPA. Een aantal weken geleden nog zagen we daar een voorbeeld van. Drie vierde van de bedrijven werd uit het sectoraal BPA voor de gemeente Wingene gewipt, onder meer omdat bij bepaalde bedrijven bouwmisdrijven werden vastgesteld. Uw visie en die van uw opvolger steunen op een beleidslijn en op de rechtspraak van de Raad van State.

In Het Nieuwsblad van 12 maart 1999 las ik dat de kabinetschef van minister Stevaert, de heer Van Melkebeke, een vergadering had bijgewoond in Herzele van een tiental voetbalverenigingen die problemen hebben met hun niet-vergunde en zonevreemde kantine, kleedkamers en toiletten. Ik heb hierover telefonisch inlichtingen ingewonnen. Ik weet ook dat minister Stevaert daarover een omzendbrief heeft verstuurd. De heer Van Melkebeke beweerde tekstueel dat daar een bouwmisdrijf via een bijzonder plan van aanleg kan worden geregulariseerd. In Nederland zou men zeggen : ´Nou breekt mijn klomp´.

Dekt de minister de uitspraak van de kabinetschef? Dat zou een nieuw feit zijn. Zo ja, is dit de nieuwe beleidslijn die tussen vandaag en 13 juni zal worden aangehouden om bouwmisdrijven te benaderen en via uitvoeringsplannen te regulariseren?

De voorzitter : Minister Baldewijns heeft het woord.

Minister Eddy Baldewijns (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, de pers geeft niet juist weer wat werd gezegd door de kabinetschef van minister Stevaert. In de uiteenzetting verduidelijkte hij dat een bouwmisdrijf niet per definitie moet worden uitgesloten uit het BPA. De gemeente mag echter geen BPA opmaken enkel en alleen om een bouwmisdrijf te regulariseren.

De Raad van State heeft in die zin een uitspraak gedaan. Als de opmaak van een BPA tot doel heeft een bepaald gebied te ordenen en er een bouwmisdrijf in dat gebied voorkomt, is het niet uitgesloten dat de reeds uitgevoerde werken vergunbaar worden als na de ruimtelijke afweging blijkt dat deze werken voor vergunning in aanmerking komen.

Overigens blijft het volgens minister Stevaert ten aanzien van bouwovertredingen aangewezen de geëigende decretale procedures van het handhavingsbeleid toe te passen alvorens ze in een BPA op te nemen. Niet aanvaardbaar is uitvoerbare vonnissen neutraliseren via een BPA. Een zo goed als volledig in overtreding opgericht gebouw zal in de zonet geschetste optiek niet in aanmerking komen voor regularisatie met een BPA. Anderzijds klopt het niet dat een bedrijf dat voor 90 percent in orde is, niet in aanmerking zou kunnen komen voor opname in een BPA. De vastgestelde overtredingen moeten conform de wettelijke bepalingen worden bestraft. Een proces-verbaal is dus geen hinderpaal voor opname in een BPA. Maar als een overtreding planologisch niet verantwoord is, kan een BPA er niet voor zorgen dat de overtreding vergunbaar wordt.

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Ik hoop dat de heer Van Melkebeke dat zo heeft gezegd. Maar ik denk dat dit niet het geval is. Ik vind het jammer dat men zo eens te meer valse verwachtingen creëert. Ik vind het ook jammer voor degenen die niet hebben kunnen genieten van deze nieuwe beleidslijn, die weliswaar door u wordt genuanceerd in een zeer goed uitgebalanceerde tekst.

De voorzitter : Had men het niet zo gezegd, men had het zo moeten zeggen.

Het incident is gesloten.