Actuele vraag van 2 december 1998

 

 
Actuele vraag van de heer Patrick Lachaert tot de heer Eric Van Rompuy, Vlaams minister van Economie, KMO, Landbouw en Media, over de verklaringen van de minister betreffende initiatieven voor een plattelandsbeleid
 
 
 
 
 

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert (Op de tribune) : Mijnheer de minister, vorige week hebt u via de pers een aantal initiatieven aangekondigd. Die initiatieven zijn eigenlijk al gedeeltelijk uitgewerkt via een conferentie vrijdag jongstleden met medewerking van de EEG. Het is duidelijk dat u het platteland opnieuw ontdekt en dat u het ook wilt accentueren. U zegt terecht dat het Vlaamse platteland geen Bokrijk mag worden. Het platteland verdient aandacht.

Wonen en werken in het buitengebied is vandaag geen sinecure. Zowel de bewoners als de zonevreemde bedrijven zijn vragende partij. Vandaag laat het instrumentarium van de ruimtelijke ordening voor het bedrijfsleven en de landbouw, uw specifieke bevoegdheid, veel te wensen over. Men mag dan ook niet blijven stilstaan bij het politieke signaal. De politici belijden met de lippen een bepaalde visie, maar moeten ze ook concreet vertalen. Het decreet over de ruimtelijke ordening, dat specifiek de problematiek van de bedrijven en de landbouw behandelt, is een van de elementen waardoor men een goed plattelandsbeleid zou kunnen realiseren.

De Minaraad bracht advies uit over de zonevreemde bedrijven. Op pagina 9 van dat advies staat dat alle standenorganisaties - ABVV, ACV, NCMV, de Boerenbond - het ontwerp van decreet betreffende de zonevreemdheid afkeuren. U kondigt uw actie aan. Wat is uw visie op de zonevreemde bedrijven in het ontwerp van decreet op de ruimtelijke ordening, rekening houdend met het advies van de diverse standenorganisaties? Ik neem aan dat u collegiaal bent met minister Stevaert.

De voorzitter : Minister Van Rompuy heeft het woord.

Minister Eric Van Rompuy (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, we hebben vrijdag een conferentie gehouden waarop de heer Lachaert ook was uitgenodigd, evenals alle leden van de commissies voor Economie, Landbouw en Ruimtelijke Ordening.

In Nederland heeft het paarse kabinet in het regeerakkoord een hele paragraaf gewijd aan het platteland. In Engeland hebben 100.000 mensen betoogd in Londen omdat het beleid het platteland blijkbaar vergeet. We nemen dit initiatief omdat we niet willen vervallen in een tegenstelling tussen stad en platteland. Ook het platteland is aan evolutie toe. De landbouw beschouwde het platteland vroeger als een productieruimte waarin ze kon doen wat ze wilde. Het platteland is nu ook een consumptieruimte en speelt een rol voor de recreatie en het leefmilieu. Er zijn veel aspecten aan het platteland verbonden.

Hoe kan het platteland evolueren? We mogen er geen Bokrijk van maken. De landbouw is zich aan het heroriënteren ; we evolueren naar een meer intensieve landbouw. Er rijzen heel wat problemen voor de woonfunctie op het platteland. De lokale economie moet er zich binnen bepaalde voorwaarden kunnen ontwikkelen.

We vonden het belangrijk om dit vanuit verschillende hoeken te bekijken. Vijf professoren gaan elk een werkgroep leiden, die midden mei verslag zal uitbrengen. U wordt uitgenodigd om deel uit te maken van die werkgroepen. Wie mee wil nadenken over het platteland is welkom, zodat we een goede bundel kunnen maken. Tijdens de volgende regeerperiode zal, ongeacht de uitslag van de verkiezingen, het plattelandselement verder moeten worden ontwikkeld. We mogen geen tegenstelling creëren tussen stad en platteland. Op het platteland moet een eigen ontwikkeling mogelijk zijn.

Binnen de Vlaamse regering is minister Stevaert bevoegd voor het probleem van de zonevreemdheid. In het parlement zijn eminente specialisten aanwezig die ongetwijfeld een goede oplossing kunnen uitwerken voor het probleem. Ik zal me er dus nu niet over uitspreken. U bent echter welkom om er mee over na te denken in die conferentie.

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de minister, u hebt heel voorzichtig en met goede bedoelingen geantwoord. Het moment van de waarheid zal echter weldra aanbreken bij de behandeling van het decreet op de ruimtelijke ordening.

Ik sta hierin niet alleen en verwijs naar de opinie van al die standenorganisaties. Zowel het huidige als het te verwachten instrumentarium zijn onvoldoende om het hoofd te bieden aan de problemen in verband met zonevreemdheid.

De voorzitter : Het incident is gesloten.