Actuele vraag van 10 juli 1997

 

  Actuele vraag van de heer Patrick Lachaert tot de heer Leo Peeters, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting, over de verkoop van Dexia-aandelen door de Gemeentelijke Holding en de besteding van de opbrengst  
     
 

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, heren ministers, dames en heren, in juni jongstleden heeft de Gemeentelijke Holding 15,5 percent van haar participatie in Dexia ten gelde gemaakt via de beursgang. Deze Gemeentelijke Holding is samengesteld uit de provincies en de gemeenten. In principe kan slechts aan andere gemeenten of provincies worden verkocht, tenzij met goedkeuring van de raad van bestuur. Daardoor is het aandeel van de Gemeentelijke Holding in Dexia gedaald tot 50,5 percent, zijnde het statutair bepaald minimum. Voorheen had de Gemeentelijke Holding nog geen aandelen verkocht. De verkoop vond plaats op vraag van de aandeelhouders. De gemeenten en provincies deden dit natuurlijk met de bedoeling om van de opbrengst van die verkoop te genieten.

In een persmededeling las ik uw verklaring te zullen onderzoeken of de opbrengst van die beursgang moet dienen voor de schuldreductie, zoals u voor de eerste keer hebt beslist bij de verkoop van de aandelen van het Gemeentekrediet. Toen werden de gemeenten verplicht om hun meest dure leningen voortijdig af te betalen. Ook zou u de mogelijkheid onderzoeken om de dotaties voor de pensioenfondsen te verhogen of aan te leggen. Ten derde zou de mogelijkheid worden onderzocht eventueel investeringen toe te laten.

Ik heb dan ook een duidelijke vraag over de rol van de Vlaamse steden, gemeenten en provincies : zal de opbrengst van die beursgang worden doorgegeven aan de aandeelhouders, namelijk de gemeenten en de provincies? Of blijft de opbrengst bij de Gemeentelijke Holding en zullen er initiatieven van de Gemeentelijke Holding mee worden ondernomen? Ik heb al iets gehoord over het financieren van intercommunales. Als de opbrengst wel naar de gemeenten en de provincies gaat, wanneer zal ze worden uitbetaald? Mijn belangrijkste vraag luidt als volgt : zullen de ondergeschikte besturen daaraan zelf de bestemming mogen geven die ze eraan wensen te geven, of zal deze bestemming zijn vastgelegd, zoals bij de eerste beursgang?

De voorzitter : Minister Peeters heeft het woord.

Minister Leo Peeters (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, dames en heren, mijnheer Lachaert, het gaat inderdaad over een vrij belangrijk bedrag dat ter beschikking kan worden gesteld via de Gemeentelijke Holding, namelijk ongeveer 20 miljard frank. U hebt zelf reeds laten verstaan dat de Gemeentelijke Holding daarmee in de eerste plaats een aantal eigen initiatieven zou kunnen opzetten. Ik denk echter dat de Gemeentelijke Holding de keuze maakt om de gelden maximaal te transfereren naar de lokale besturen. Op dat vlak bestaat er, denk ik, toch niet zo heel veel twijfel.

U verwijst naar mijn mededeling die eigenlijk betrekking had op de eerste beursgang. Er worden drie mogelijke bestemmingen voorbehouden voor deze gelden die naar de gemeenten gaan. We zullen dus een grotere vrijheid verlenen dan bij de eerste beursgang.

Men zal uiteraard de schuldaflossing kunnen voortzetten, zoals men dat bij de eerste operatie ook heeft gedaan. Daarover bestaat geen enkele twijfel. Een verschil is wel dat het Gemeentekrediet een wederbeleggingsvergoeding zal vragen, terwijl het dit bij de eerste operatie niet heeft gedaan. Dat zal dan gaan over een interest voor een periode van zes maanden.

Een tweede mogelijkheid is het opbouwen van pensioenreserves. De besturen zouden echter met de opbrengst ook hun investeringen kunnen financieren, in plaats van hiervoor leningen aan te gaan. In die zin is dit een nieuwe en niet onbelangrijke mogelijkheid.

Voor de gemeenten gaat het om heel wat geld. Alle gemeentebesturen zijn in kennis gesteld van de bedragen. Voor Antwerpen wordt meer dan 1 miljard frank ter beschikking gesteld. Dat geld kan gedeeltelijk voor reserves en investeringen worden gebruikt. Ik neem me voor om volgende week een ontwerp van omzendbrief aan de regering voor te leggen waarin dit vermeld staat. De regering heeft nog geen standpunt kunnen innemen, maar zal wel deze algemene richting inslaan. Waarschijnlijk wordt hiermee ook tegemoetgekomen aan de vraag van de lokale besturen.

De voorzitter : Het incident is gesloten.