Actuele vraag van 19 maart 1997

 

  Actuele vraag van de heer Patrick Lachaert tot de heer Eddy Baldewijns, Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, over het Fonds voor Binnenstedelijke Commerciële Centra en het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen  
     
 

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, geachte ministers, collega´s, ik heb gelezen dat de Vlaamse regering gisteren ingestemd heeft met het voorstel van minister Van Rompuy tot regeling van de procedure en de werking van het nieuwe Fonds voor Binnenstedelijke Commerciële Centra. Dit fonds wordt gestijfd door vermoedelijk één miljard frank die zal moeten voortkomen uit de gedeeltelijke beursgang van de GIMV. Met dat geld moeten de steden en gemeenten gesteund worden met het oog op de uitbouw van die binnenstedelijke commerciële centra en de commerciële activiteiten moeten zoveel mogelijk binnen deze centra worden georganiseerd. Ik veronderstel dat dit kleinhandelszaken zijn. Verder moeten we het ontstaan van lintkleinhandelszones en de inname van open ruimten buiten de steden en de kerngemeenten. zoveel mogelijk vermijden.

Er zijn 59 steden en kerngemeenten aangeduid die zeer binnenkort een brief zullen ontvangen met de vraag om een strategisch plan op te maken vóór eind oktober van dit jaar. Dat moet voorgelegd worden aan een jury. Hierop volgt een hele procedure. Ik heb niet gelezen welke de criteria zijn of hoe men tot het concrete aantal van 59 steden en kerngemeenten komt. Als ik daarnaast pagina´s 55 en 56 van het ontwerp Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen lees, is er evenmin een concrete aanduiding terug te vinden over welke steden en gemeenten het gaat. Er is alleen een referentie aan de uitvoeringsplannen die we vandaag nog niet kennen.

Ik merk daarbij op dat het gaat om het ontwerp Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, en niet de definitieve versie. Mijn vraag is dan ook tweeërlei. Schept het ontwerp Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen een voldoende wettelijke basis om die 59 steden en gemeenten zomaar aan te duiden? Ik veronderstel dat hiertoe de vier soorten van stedelijke gebieden zijn samengeteld. Mijn tweede vraag luidt of er overleg is geweest tussen de initiatiefnemer minister Van Rompuy, uzelf, en ook de minister van Leefmilieu?

De voorzitter : Minister Baldewijns heeft het woord.

Minister Eddy Baldewijns (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, het zal zeker niet verrassend klinken dat ik met veel overtuiging het voorstel van minister Van Rompuy inzake de binnenstedelijke commerciële centra ten volle steun. Het sluit aan bij de globale visie die terzake verwoord werd in het ontwerp Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, en met een visie die wij consequent volgen inzake mobiliteit.

De vraag van de heer Lachaert heeft betrekking op de wijze waarop men deze stedelijke centra zal selecteren. Hij heeft correct gelezen en geteld. De opsomming van de diverse centra in het ontwerp Ruimtelijk Structuurplan is gelijklopend met het voorstel van minister Van Rompuy. Nochtans houdt dit geen exclusieve aanwijzing in van deze stedelijke centra in dit project. Ook andere centra die van oordeel zijn dat ze een regionale en commerciële uitstraling hebben, kunnen op eigen verzoek een strategisch commercieel plan opstellen en de nodige projecten indienen. Er moet dan beoordeeld worden welke projecten in aanmerking komen. Dit behoort niet tot mijn bevoegdheidsdomein.

Verscheidene andere ministers en departementen zijn hierbij intens betrokken zowel wat de uitwerking van dit fonds betreft als wat de voorbereiding van de oproep tot de diverse steden aangaat. U zult niet verrast zijn wanneer ik poneer dat ook de minister bevoegd voor binnenlandse aangelegenheden en stedelijk beleid hierbij betrokken is, evenals de minister-president, de minister vice-president, de minister bevoegd voor financiën en begroting en ikzelf.

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Ik heb een probleem, mijnheer de minister. Dat is ook de reden waarom ik de vraag gesteld heb. Ofwel kan ik niet tellen, ofwel ligt het aan degene die de 59 steden eruit heeft gepikt, maar er zijn er maar 58.

De voorzitter : Het incident is gesloten.