Actuele vraag van 19 februari 1997

 

  Actuele vraag van de heer Patrick Lachaert tot de heer Eddy Baldewijns, Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, over de kostprijsvergelijking tussen de privé-busmaatschappijen en De Lijn  
     
 

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega´s, op 7 december 1996 vond er een interessante hoorzitting plaats over de problematiek van het opzeggen van de pachtcontracten door De Lijn. Eénderde van die contracten wordt door privé-bedrijven uitgebaat, twee derde door de Vlaamse Vervoermaatschappij zelf.

Volgens de heer Van Wesemael, directeur-generaal van de Vlaamse Vervoermaatschappij, waren er twee belangrijke redenen voor deze pachtopzegging. De eerste reden betrof een Europese bepaling die al een aantal jaren oud is, en nu ineens te voorschijn is gekomen. Een tweede reden is de filosofie : wat we bij De Lijn doen, doen we beter. Ik heb hem gevraagd wat hij daarmee bedoelde. Hij heeft toen uitdrukkelijk gezegd dat een vergelijking van de prijzen per kilometer in de privé-sector met de prijzen per kilometer die worden aangerekend door De Lijn, duidelijk maakt dat De Lijn concurrentieel of zelfs goedkoper is. Daarop ontstond in de commissie een hele discussie over de situatie van de hoofdstad van Denemarken. Ik heb hem gevraagd of we zijn cijfers eens konden inkijken. Dat was mogelijk, maar omwille van het vertrouwelijk karakter van de gegevens konden deze niet aan iedereen kenbaar worden gemaakt. Een exemplaar zou op het secretariaat van de commissie worden neergelegd.

Dit exemplaar is op het Rekenhof beland, waar men het heeft doorgenomen. In een brief van 28 januari 1997 maakt het Rekenhof brandhout van de prijsberekening van De Lijn. Mijnheer de minister, ik weet niet of u die brief hebt gelezen. Er staat in dat De Lijn geen enkel inzicht heeft in de kostprijsberekening van haar lijnen, en dat zij allerlei hypothetische verdeelsleutels hanteert om tot die kostprijsberekening te komen.

Bovendien zegt het Rekenhof dat het al jaren om analytische kostprijsberekeningen vraagt, maar dat ze die nog altijd niet heeft gekregen. Ik vind het jammer dat de heer Van Wesemael als hoogste ambtenaar van de Vlaamse Vervoermaatschappij, de commissie in het ootje heeft genomen of zelfs heeft belogen. Als we het Rekenhof mogen geloven, bestaat die kostprijsberekening niet.

Daarom richt ik mij dan ook tot u. Op welke basis gaat De Lijn de nieuwe pachtcontracten toewijzen aan derden, als zij zelf over geen analytische kostprijsberekening beschikt? Gaat u De Lijn dwingen om gevolg te geven aan de brieven van het Rekenhof? Zo ja, binnen welke termijn en op welke wijze zult u dat dan doen?

De voorzitter : Minister Baldewijns heeft het woord.

Minister Eddy Baldewijns (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, ik weet dat deze problematiek de heer Lachaert nauw aan het hart ligt. Het is inderdaad zo dat er in het verleden al meer vragen werden gesteld over deze aangelegenheid, ook door het Rekenhof.

Het is verkeerd om te beweren dat De Lijn geen kostprijsberekeningssysteem heeft. Men heeft wel een systeem, waarvoor men parameters gebruikt die ook in het verleden werden gehanteerd. Dit systeem moet toelaten om te oordelen over de contracten die afgesloten werden met de huidige exploitanten.

De mogelijkheid om een vergelijking te maken met de marktprijs bestond niet, omdat men in deze sector de marktprijs nog niet kende. Deze vergelijking zal pas mogelijk zijn op het ogenblik dat de eerste offerteaanvragen binnen zijn, namelijk bij het verlopen van de huidige opzegperioden of bij het verbreken van de contracten die nu bestaan.

Het Rekenhof zal hiermee rekening houden. Dit blijkt overigens uit het schrijven waarnaar u verwijst. We moeten erop toezien dat men de kostprijsberekeningen op de meest geobjectiveerde manier maakt. In de beheersovereenkomst voor 1996 kreeg de Vlaamse Vervoermaatschappij dan ook de opdracht om voor het einde van het jaar een geautomatiseerd kostenberekeningssysteem te ontwikkelen. Hierbij moet men zich baseren op analytische gegevens.

Wanneer we de marktprijs kennen en we dus een vergelijking kunnen maken tussen de prijzen van de Vlaamse Vervoermaatschappij en die van de exploitanten, mogen we geen appelen met citroenen vergelijken. We moeten bijvoorbeeld een abstractie maken van de gegevens met betrekking tot de tram- en de busexploitatie en eveneens van de kosten voor de exploitatie- en de managementskosten die eigen zijn aan de vervoermaatschappij.

Met deze vergelijking zal men in de toekomst eveneens rekening kunnen houden. Zodra de gegevens van De Lijn beschikbaar zijn, zullen we vragen om die onverwijld ter beschikking te stellen van het Rekenhof.

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert : Mijnheer de minister, nu ik op mijn plaats zit, kan ik uit de brief van het Rekenhof citeren :... en heeft zij dus zelf nog geen zicht op de juiste kostprijs van het door haar uitgevoerde autobusvervoer. Voor de berekening werden tal van hypothetische verdeelsleutels gebruikt die niet door boekhoudkundige gegevens worden gestaafd en die voor discussie vatbaar zijn. Einde citaat.

Mijnheer de minister, indien ik u goed begrijp, zult u wachten op de kostprijsberekening van de particuliere sector, om te beslissen hoe de kostprijsberekening van De Lijn moet worden bepaald. Indien men dit criterium zal gebruiken, rijzen er vragen met betrekking tot de ernst van de gegeven opzegging en de verdere invulling van de nieuw af te sluiten overeenkomsten. Het adagium : wat de openbare sector doet, is steeds beter, kunnen we het best met een grote korrel zout nemen.

De voorzitter : Minister Baldewijns heeft het woord.

Minister Eddy Baldewijns : Mijnheer Lachaert, de citaten die u aanhaalt, zijn correct, maar u moet ze in de gehele context plaatsen. Hieruit blijkt namelijk duidelijk dat we alleen maar vergelijkbare aangelegenheden mogen vergelijken. Het Rekenhof maakt bijvoorbeeld een onderscheid tussen provincies waar er geen trambediening is en andere provinciale geledingen. Er worden een reeks verschillen aangegeven. We moeten dit dan ook relativeren.

Op het ogenblik dat de marktprijzen bekend zijn, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de exploitatiekosten van de VVM en die van de particuliere exploitanten. Bovendien moet de analytische kostprijsberekening die nu door de VVM wordt voorbereid, eveneens inzicht geven in de eigen prijsstructurering. Zodra deze gegevens bekend zijn, zullen we ze ter beschikking stellen van het Rekenhof.

De voorzitter : Het incident is gesloten.