Vraag om uitleg

 

 

Vraag om uitleg van de heer Patrick Lachaert tot mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur betreffende de stand van zaken inzake de overdracht van provinciewegen.

Nr. 1073 (2006-2007) behandeld op

 
 


De voorzitter: De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, er is al een aantal jaren sprake van de overheveling van de provinciewegen naar het Vlaamse Gewest. Die overheveling is besproken tijdens de regeringsonderhandelingen en is opgenomen in het regeerakkoord. Het gaat daarbij over alle provincies behalve de provincie Limburg. Vlaams-Brabant en Antwerpen zouden het verst gevorderd zijn. Oost- en West-Vlaanderen nemen nog een afwachtende houding aan. De vorige bestendige deputatie van Oost-Vlaanderen was daar niet echt voor te vinden, maar die inzichten zijn intussen gewijzigd.

In het kader van het kerntakendebat van 2003 is binnen de Vlaamse Regering een akkoord gesloten over de overheveling. In het regeerakkoord staat het principe voorop dat de provinciale wegen worden overgedragen aan het gewest.
De wegen zouden eerst worden overgedragen aan het gewest, daarna zou een evaluatie worden gehouden. De wegen met een regionale of subregionale bestemming zouden aan het gewest worden overgedragen. De andere wegen met een veeleer lokale functie zouden aan de gemeenten worden overgedragen. Die procedure bestaat al jaren. Zo was bijvoorbeeld de weg van Hulst naar Doornik in het verleden een heel belangrijke weg maar intussen is hij gedesaffecteerd naar een lokale functie. Het is nu een weg met een lokale functie.

Er is echter een probleem. Wanneer er aan de provinciale wegen werken moeten worden uitgevoerd, bijvoorbeeld rioleringswerken – een zaak van Aquafin omdat het bovengemeentelijk is – dan zijn de provinciesveeleer terughoudend om mee te stappen in die projecten.

De gemeenten willen samen met Aquafin die riolering aanleggen, maar de provincies zijn niet geneigd om daar nog veel geld aan uit te geven zolang zij geen uitsluitsel hebben.

Ik geef het voorbeeld van mijn eigen gemeente. Door mijn gemeente loopt een grote provinciale weg. We hebben heel wat moeite moeten doen om de provincie te overhalen daar mee in te investeren. Zij houdt immers rekening met een eventuele overdracht van die weg naar het gewest.

Ook voor het onderhoud leidt dit tot problemen. Wegen moeten onderhouden worden. Dat is een noodzaak. Er moet dan ook dringend uitsluitsel worden gegeven. De regelgeving ter zake bepaalt dat een weg die van het ene bestuur aan het andere wordt overgedragen, in degelijke staat van onderhoud moet zijn. En daar ligt het paard gebonden. Wanneer de provinciewegen worden overgedragen aan het gewest, dan zal de provincie eerst wat investeringen
moeten doen om die wegen in orde te maken.

Mevrouw de minister, wat is de huidige stand van zaken inzake de overdracht van de provinciewegen aan het gewest? Welke termijn is vastgelegd om de overname van deze wegen door het Vlaamse Gewest definitief af te ronden? Worden in de begroting van 2008 voldoende middelen uitgetrokken om deze overdracht mogelijk te maken? Kunnen de provincies niet op hun verplichtingen worden gewezen voor het onderhoud van de provinciale wegen en hun inbreng in openbare werken op deze wegen?

De voorzitter: De heer Decaluwe heeft het woord.

De heer Carl Decaluwe: Mijnheer de voorzitter, ik kan de vraag van de heer Lachaert volledig onderschrijven.

Ik verwijs ook naar het regeerakkoord dat op dit vlak vrij duidelijk is. Ik heb nog een bijkomende vraag. Minister Van Mechelen en minister Van Brempt hebben blijkbaar namens hun partijen mee onderhandeld over het bestuursakkoord in Antwerpen, of ze hebben het mee ondertekend. Klopt het dat ze zich hebben geëngageerd om de wegen over te nemen in de huidige staat? Dat zou natuurlijk haaks staan op de geplogenheden. Als dit gerucht klopt, dan zijn beide excellenties hun boekje te buiten gegaan en moet de Vlaamse overheid helemaal geen rekening houden met dit engagement. Het is een politiek bestuursakkoord. Kloppen de geruchten?

De voorzitter: Mevrouw Franssen heeft het woord.

Mevrouw Cindy Franssen: Mevrouw de minister, in Oost-Vlaanderen zijn er 14 provinciewegen die samen 194 kilometer lang zijn. Er zijn nog steeds een aantal missing links op het vlak van de fietspaden, zeker in het zuiden van Oost-Vlaanderen. Wordt bij de overname in de nodige middelen voorzien om die missing links weg te werken?

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel: Mijnheer de voorzitter, ik wil me graag aansluiten bij de vragen van de collega’s, want het gaat inderdaad niet om een probleem van Vlaams belang. Het is inderdaad niet zo dat 6 miljoen Vlamingen er wakker van liggen, maar toch zijn er een aantal mensen die in de buurt van de wegen wonen en die last ondervinden. In mijn provincie heeft het provinciebestuur een aantal van die mensen een brief gestuurd. De afzender was de toenmalige deputé voor openbare werken, en toevallig werd de brief vlak voor de provinciale verkiezingen verstuurd. In de brief
stond dat er grote investeringen op stapel stonden.

Mevrouw de minister, wat is er gebeurd? Wat is de status van de investeringsprojecten? Niet alleen voor mijn gemeente Puurs, maar ook voor Duffel werd al een investeringsproject door de provincie uitgewerkt.

Ook dat werd ‘on hold’ gezet. Het zijn toch lopende projecten? De buurtbewoners hebben verwachtingen. Wat zal er nu gebeuren? Wellicht komt dit niet alleen in mijn provincie, maar ook in de andere voor.

Uit de situatie in mijn regio blijkt dat drie vierde of vier vijfde van de provinciale wegen louter lokale wegen zijn. Ik vind dat ze niet onmiddellijk tot de opdrachten van het Vlaamse Gewest behoren. Wordt dit bekeken? Komt er een operatie provincie-Vlaamse Gewest en zal het Vlaamse Gewest de differentiatie maken? Zal het Vlaamse Gewest beslissen welke wegen het behoudt en welke wegen het afstoot? Lokale besturen en zeker vooruitstrevende lokale besturen staan open voor elk voorstel en willen de wegen wel rechtstreeks overnemen van de provincies, maar op voorwaarde natuurlijk dat ze in goede staat zijn. Het mogen geen wegen zijn die de voorbije jaren werden verwaarloosd.

De heer Jan Peumans: Dit sluit een beetje aan bij de discussie die we zopas voerden over het categoriseren van de wegen.

Mevrouw de minister, ook de omgekeerde beweging is mogelijk. Hoeveel gewestwegen zullen worden overgedragen aan de gemeenten?

De voorzitter: Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits: Mijnheer de voorzitter, dames en heren, ik geef u eerst het aantal kilometer provinciewegen per provincie: in Antwerpen 103 kilometer, in Oost-Vlaanderen 194 kilometer, in Vlaams-Brabant 129 kilometer en in West-Vlaanderen 182 kilometer. In Limburg zijn er geen provinciewegen. De overdracht van de provinciewegen naar het gewestelijke of gemeentelijke niveau werd inderdaad afgesproken in het bestuursakkoord met de lokale overheden en de provincies op 25 april 2003 – een hele tijd geleden dus. De overdracht van de provinciewegen werd dan ook expliciet opgenomen in het regeerakkoord. De overname van de wegen is nog niet gebeurd, voornamelijk omwille van de budgettaire implicaties. Een aanzienlijke uitbreiding van het patrimonium betekent immers ook een aanzienlijke uitbreiding van de kosten. De wegen moeten natuurlijk ook onderhouden worden.

De problematiek van de overname van de provinciewegen werd ook nu aangekaart bij de begrotingsbesprekingen. Die besprekingen moeten nog starten in het parlement, maar de regering heeft principieel beslist om in 2008 in 10 miljoen euro te voorzien voor de overname van een eerste reeks provinciewegen en in 2009 en 2010 in 20 miljoen euro. In drie jaar tijd zouden we dus tot een overname van de wegen kunnen komen, maar ik zal dat straks nog nuanceren.

Ik heb intussen aan mijn administratie Wegen en Verkeer gevraagd om een werkgroep op te starten om de modaliteiten en de fasering voor de overdracht voor te bereiden. Dit moet gebeuren in nauw overleg met de verschillende provincies. De Vereniging van de Vlaamse Provincies heeft in haar schoot een werkgroep Openbare Werken. Ik heb gevraagd dat de verschillende bestendig afgevaardigden het onderling proberen eens te worden over de wijze waarop dergelijke overdracht kan gebeuren.

Uiteraard zal mijn administratie daar zeer veel ondersteuning aan kunnen bieden. Ze heeft zelf de werkzaamheden ter zake opgestart. De provinciewegen kunnen niet allemaal tegelijk worden overgenomen. Het gebeurt dan ook gefaseerd. Het is van bijzonder groot belang dat de modaliteiten nauwkeurig worden vastgelegd. En daar, mijnheer Lachaert, ligt niet het paard maar het kalf gebonden: die modaliteiten hebben budgettaire gevolgen. De toestand van de weg is een groot item. Worden wegen overgenomen in goede staat? Moeten ze eerst worden heringericht of worden ze overgenomen in de staat waarin ze zich bevinden? Wat met het personeel dat vroeger werd ingezet voor deze wegen? Wat is de categorisering? Het lijkt me logisch dat we in eerste orde starten met de overname van wegen die nu al secundair gerangschikt zijn, maar ook dit moet nog worden doorgepraat. Het is van belang dat we een budgettair pad hebben uitgezet en dat de modaliteiten hopelijk op korte termijn soepel kunnen worden vastgelegd.

Wat betreft het Antwerpse bestuursakkoord, kan ik bevestigen dat ik daar geen uitspraken over heb gedaan. Ik ben geen betrokken partij. Het lijkt me beter dat u daar de betrokkenen mee confronteert. Het bindt in geen geval de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering heeft wat dat betreft ook geen uitspraken gedaan.

De voorzitter: De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert: Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Wat betreft het Antwerps bestuursakkoord weet ik niet of dit er al dan niet instaat. Ik weet, als voormalig schepen van Openbare Werken, wel dat er een omzendbrief is die zegt dat als er een overdracht is, die moet gebeuren in een ‘degelijke staat van onderhoud’. Ik veronderstel dat deze omzendbrief voor iedereen geldt.

Ik vraag me af of de tweetrapsbenadering nodig is. Het zou van een verstandige aanpak getuigen als het gewest de provinciewegen zou aanpakken of overnemen die een regionale of subregionale functie hebben, wat u secundair noemt. Is het nodig dat voor de andere provinciale wegen, die een zuiver lokale bestemming hebben, het gewest er nog eens wordt tussen geschoven?

Kunnen die niet rechtstreeks aan de gemeente worden overgedragen? Dat zal uw budgettaire verplichting ook wat verminderen. Ik reken 160 kilometer per provincie maal vier. Dat komt uit op 640 kilometer, waarvan ongeveer 150 kilometer zuiver lokaal is. Ik zou het dan ook niet moeilijker maken dan nodig voor het gewest. Dit zou een snelle oplossing zijn die de budgettaire verplichting wat beperkt. Ik heb gehoord dat in de fasering een bepaalde provincie de voorkeur krijgt. Ik hoop dat dit niet waar is en dat alle provincies op dezelfde manier en op dezelfde basis worden aangepakt. Ik reken op uw gezond verstand. Oost-Vlaanderen heeft daar zeven man personeel voor. U moet die problematiek ook niet overdrijven. Het statuut van het personeel van de het Vlaamse Gewest is trouwens beter dan dat van de provincie. Ik denk niet dat dit veel problemen met zich mee zal brengen.

Als de politieke wil en de centen er zijn, moet het mogelijk zijn om dit op een realistische, aanvaardbare en voor iedereen gelijke basis aan te pakken.

De voorzitter: De heer Decaluwe heeft het woord.

De heer Carl Decaluwe: Mevrouw de minister, uw antwoord was zeer duidelijk. Ik sluit me aan bij de heer Lachaert dat alle provincies op een gelijkaardige manier moeten worden behandeld. Voor de Antwerpenaars geldt hetzelfde. We zullen dit nauwlettend in het oog houden.

De heer Jan Peumans: Ik veronderstel dat u het over vier van de vijf provincies hebt. Ik kom nogmaals terug op de categorisering van de wegen. In Limburg beweegt er niets. Zolang dat niet gebeurt, zullen de problemen blijven bestaan.

De voorzitter: De heer Van den Heuvel heeft het woord. De heer Koen Van den Heuvel: Ik wil me voor 100 percent aansluiten bij de heer Lachaert. Ik vind het logisch dat het onmiddellijk van de provincie naar de gemeente gaat, met de garantie dat de provincies er zich niet snel van afmaken en dat de gemeentebesturen voor de financieringslast moeten opdraaien, zonder dat dat in de financiële meerjarenplanning is opgenomen. De gemeenten maken nu allemaal ernstige meerjarenplanningen op en dan komt dat cadeautje plots uit de lucht gevallen. Dat is een duidelijke randvoorwaarde.

Minister Hilde Crevits: De suggesties zijn zeer interessant. Er is in het budget voorzien en de wil is er. Ik hoop dat we erdoor geraken.

De voorzitter: Het incident is gesloten.