Voorstel van Decreet - MAP III

 

 

VLD zorgt voor realistisch bodemsaneringsdecreet

 
 

 

VLD parlementsleden Patrick Lachaert en Paul Wille liggen mee aan de basis van een nieuw bodemsaneringsdecreet dat het oude uit 1995 volledig zal vervangen. De commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement keurde het voorstel van decreet goed in haar laatste zitting voor het parlementair reces en bij het begin van het nieuw parlementaire jaar volgde al dadelijk de plenaire vergadering.

 

 
 
 
 

Het nieuwe decreet kwam tot stand na jaren voorbereidend parlementair werk en speelt in op de ervaring die werd opgedaan met het huidige bodemsaneringsdecreet. Rond het voorstel werd een ruime hoorzitting georganiseerd waaruit bleek dat het nieuwe decreet op heel wat bijval uit de sector kon rekenen. Tijdens deze hoorzitting werden nog een aantal opmerkingen gemaakt die werden omgezet in amendementen. Bijzonder veel
aandacht werd door de commissievoorzitter Patrick Lachaert geschonken aan het opmaken van het verslag dat als basisdocument kan dienen bij de latere interpretatie van het decreet.

De visie van waaruit dit decreet vertrek is er een waarbij milieuzorg, realisme en haalbaarheid aan mekaar worden gekoppeld. Het beleid moet er op gericht zijn een duurzaam bodembeheer te verkrijgen dat tegemoet komt aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Bedoeling is er voor te zorgen dat in de toekomst zoveel mogelijk functies op deze bodems kunnen worden uitgeoefend en er verschillende types landgebruik mogelijk blijven. Hiervoor moeten zo veel mogelijk de richtwaarden voor de bodemkwaliteit worden gerealiseerd. Deze richtwaarden moeten toelaten dat de bodem al zijn functies kan vervullen zonder dat enige beperking moet worden opgelegd. Daarom regelt het decreet niet alleen de sanering van vervuilde gronden maar werden ook bepalingen opgenomen die toelaten aan risicobeheer te doen.

Databank

Belangrijke inhoudelijke vernieuwingen zijn onder meer de uitbouw van een databank voor verontreinigde gronden. Het verlaten van de zogenaamde achtergrondwaarde als saneringsdoel maakthet mogelijk dat in de toekomst gebruik wordt gemaakt van de best beschikbare technieken die geen overmatige kosten met zich meebrengen. Het toepassenvan een richtwaarde voor nieuwe bodemvervuiling moet dan weer toelaten de bodem verder te gebruiken zonder beperkingen. Verder werden de saneringsplicht en de vrijstellingen ervoor verfijnd en werd er een getrapt systeem ingevoerd voor de saneringsplichtige waarbij eerst de exploitant aansprakelijk wordt gesteld, vervolgens de gebruiker en pas in laatste instantie de eigenaar.

Met het nieuwe decreet wordt het ook mogelijk om een regeling uit te werken voor onvermogenden via een draagkrachtregeling of een cofinanciering. Een gelijkaardige regeling kan worden toegepast in het geval van faillissementen of vereffeningen. Tot slot werd ook aandacht besteed aan het verkorten van de procedure voor de opmaak van een beschrijvend bodemonderzoek, het verminderen van het aantal handelingen dat als overdracht wordt beschouwd, het invoeren van risicobeheer, het inrichten van een gemeentelijke inventaris van risicogronden en de mogelijkheid om ambtshalve een waterbodemonderzoek. Eerder goedgekeurde bepalingen rond de bodemsaneringsprojecten en de bodemsaneringsorganisaties werden in het nieuwe decreet geïntegreerd.

Het parlementair werk is van een dusdanig hoge kwaliteit dat het voorstel bijna unaniem door het Vlaams parlement werd goedgekeurd en bovendien op de felicitaties van de oppositie en de Vlaamse minister voor Leefmilieu kon rekenen! Het decreet kan nu, samen met het verslag, voor een solide basis zorgen waarop de bodemsanering in Vlaanderen op een realistische wijze kan gebeuren.

Stephan Bogaert

 

De Liberale aandachtspunten in MAP 3

  • De afschaffing van de basisheffing voor iedere landbouwer, hetgeen een bedrag van 150 à 200 euro betekent over + 33.500 bedrijven in Vlaanderen. Waarom?
    Een landbouwer, die bij de exploitatie van zijn bedrijf aan de milieunormen beantwoordt, hoeft geen heffing te betalen. Het is slechts de vervuiler, die dient te betalen, of diegene, die zich niet aan de milieunormen houdt. Deze laatsten worden via het systeem van de administratieve boetes gesanctioneerd.
  • Alle nodige en realistische voorwaarden opdat de mestverwerking zou slagen, worden in het decreet gecreëerd. Thans zijn er ongeveer 114 in Vlaanderen die aan mestverwerking doen, doch heel wat initiatieven zitten in de pijp.
  • Er is een zeer belangrijke taak voor de Mestbank weggelegd, niet alleen als controlerend, doch vooral als adviserend en bijstandverlenend orgaan.
  • De slapende vergunningen werden afgeschaft. Deze bestonden slechts op papier, doch werden niet in het veld uitgevoerd. Deze slapende vergunningen betekende een onnodige handicap om de milieunorm, zoals neergelegd in de nitraatrichtlijn van 21/12/1991, te behalen.

    Algemeen: de strijd om de symbolen tussen landbouw en ecologie werd verlaten. De indieners trachten een functioneel, efficiënt en resultaatgericht decreet op te maken.

 

Lees hier het voorstel van decreet