Actuele vraag van 28 maart 2007

 

 


Actuele vraag van de heer Patrick Lachaert tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over de uitvoer van mogelijk vervuilde compost uit Vlaanderen naar Frankrijk en de controle op mestverwerking

Actuele vraag van de heer Stefaan Sintobin tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over controles bij industriële mestverwerkingsbedrijven

 
 
 
 
 

De voorzitter:
Het antwoord wordt gegeven door minister-president Leterme.


De heer Sintobin heeft het woord.

De heer Stefaan Sintobin:
Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, compostgesjoemel bedreigt mestexport. Het zal u ongetwijfeld niet ontgaan zijn dat sinds enkele weken beroering is ontstaan bij onze Vlaamse veehouders. Momenteel loopt bij een Franse rechtbank een klacht tegen een van de grootste mestverwerkingsbedrijven in Vlaanderen. Het bedrijf Compofert zou massaal bezoedelde compost uitgevoerd hebben naar Franse akkerbouwers.


De gevolgen zijn onbruikbare gronden, grote groeistoornissen en afgekeurde producten. Eén Franse akkerbouwer zag vorig jaar zijn potgrondproductie volledig verloren gaan en diverse expertises wezen op een mengeling van een tiental giftige producten. Ook elders in Frankrijk zouden zich gelijkaardige problemen voordoen. Daarom hebben de Franse akkerbouwers besloten om zich te verenigen en de juridische weg te bewandelen, waarbij ze torenhoge claims hebben ingesteld. Binnen enkele maanden mogen we hierover een uitspraak verwachten.


Het is natuurlijk niet aan ons om uitspraken te doen over een lopende rechtszaak in Frankrijk. Maar het gevolg is dat onze Vlaamse compost bakken kritiek krijgt. De Franse overheid denkt er zelfs aan om Vlaamse compost, inclusief de eindproducten van mestverwerking en kippenmest, radicaal te weigeren of op zijn minst strengere normen op te leggen. Erger nog, de gedachte leeft bij de Franse overheid dat bepaalde van onze producten door de mazen van het controlenet glippen. Daardoor denken ze het recht in eigen handen te mogen nemen.

Het is ook zo dat bij verschillende mestverwerkings- en compostbedrijven in Vlaanderen reeds controles werden aangekondigd en uitgevoerd. Daarbij werd gesteld - en dit is uitermate belangrijk - dat onregelmatigheden eventueel kunnen leiden tot een volledig exportverbod vanuit Vlaanderen. Wetende dat 70 percent van de eindproducten van de mestverwerking richting Frankrijk gaat, zou een dergelijk verbod onze mestverwerking compleet lamleggen. Dat zou nefaste gevolgen hebben voor de verdere uitvoering van ons Mestdecreet, want mestverwerking is een van de pijlers ervan.


Het is jammer dat de Vlaamse veehouder, die in dit dossier geen enkele schuld treft, opnieuw in een slecht daglicht komt te staan. De veehouders dreigen de dupe te worden van dergelijke zaken. Ik wil u niet onthouden wat een bepaalde landbouworganisatie daarover schreef in haar maandblad. Ik citeer: "En zoals steeds treft de Vlaamse veehouder geen enkele schuld, maar dreigt hij wel het slachtoffer te worden van oneerlijke industriële praktijken en daaraan gekoppeld frauduleus winstbejag." Ik laat deze uitspraak voor rekening van de landbouworganisatie en geef er geen verdere commentaar op.


Mijnheer de minister-president, wat me in dit dossier enorm verbaast is dat u en uw collega bevoegd voor Leefmilieu, die toch altijd zo goed zijn in communicatie, in het verspreiden van perscommuniqués en in het ondernemen van acties, inzake dit dossier oorverdovend stil blijven. Diverse actoren stellen dat ook het VCM, dat toch moet instaan voor de belangen van de mestverwerkers, nog steeds discreet op de achtergrond blijft. Er worden ter zake bepaalde insinuaties gemaakt in het geciteerde maandblad, maar daarop ga ik niet verder in.


Er worden heel wat vragen gesteld en bedenkingen gemaakt bij de efficiëntie van de controles van het FAVV bij industriële bedrijven. Ik herhaal dat het niet aan ons noch aan u is om uitspraken te doen over een lopende rechtszaak, maar gezien de actualiteitswaarde van het dossier en de enorm grote belangen die op het spel staan inzake de Vlaamse export naar Frankrijk, dringen enkele vragen zich op.


Mijnheer de minister-president, wat is de visie van de Vlaamse overheid op deze zaak?


Hoe zit het nu juist met het gehanteerde controlesysteem? Werd hierover contact opgenomen met het FAVV?


Werd er al overleg gepleegd met de Franse overheid in de hoop de schade te beperken? Los van het feit of Compofert al dan niet wordt veroordeeld, zal dit dossier opnieuw heel wat schade toebrengen aan de Vlaamse veehouderij. Welke impact denkt u dat dit dossier zal hebben op onze Vlaamse mestverwerking? Zullen er gevolgen zijn voor de verdere uitvoering van het Mestdecreet?


In welke mate kan de overheid maatregelen nemen om dergelijke incidenten in de toekomst te vermijden?

De voorzitter:
De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert:
Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, collega's, ik sluit me aan bij de vraag van de vorige spreker. De oplossing van de mestproblematiek steunt inderdaad op drie pijlers, en de mestverwerking is daar een van.


De mogelijkheid van de mestverwerking wordt erg in het gedrang gebracht door het voorval in Frankrijk. Daar werd compost opgevoerd op 41 hectare, wat niet gering is, bij de belangrijkste landbouwer van Noord-Frankrijk. De man heeft schade opgelopen en heeft een proces aangespannen bij de rechtbank van eerste aanleg, le tribunal de grande instance, van Compiègne. De rechtbank heeft bij tussenvonnis een expert aangesteld. Uit het verslag van die expert blijkt inderdaad dat de opgevoerde compost aangetast is door allerlei organische gifstoffen - en dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Het gevolg is dat de teelt en de nateelt om zeep zijn. Dat fenomeen blijkt niet eenmalig te zijn. Het doet zich ook voor bij andere landbouwers in Noord-Frankrijk. 70 percent van onze compost uit mestverwerking wordt uitgevoerd naar die belangrijke landbouwzone tussen Lille en Parijs in Frankrijk. Als dat in het gedrang komt en aanleiding geeft tot het verbieden van het uitvoeren van die compost, brengt dat onze mestverwerking en de realisatie van het nieuwe uitgevaardigde Mestdecreet dat ingang moest vinden op 1 januari 2007, in de problemen.


Mijnheer de minister-president, hoe moet het nu verder? Waar zijn we mee bezig? Welke zijn de controlemechanismen om het afgeleide product uit de mestverwerking aan de kwaliteitsnormen te laten beantwoorden? Als we daar weinig of geen controle over hebben, wat kunnen we dan doen om een certificeringssysteem op te zetten, zodat de mest en de afgeleide producten aan een aantal kwaliteitsnormen beantwoorden, en de afnemer niet in zijn vertrouwen wordt geschaad?

De voorzitter:
Minister-president Leterme heeft het woord.

Minister-president Yves Leterme:
Mevrouw de voorzitter, ik volg dit soort dossiers met heel veel aandacht. Ook in deze zaak kom ik ten volle op voor de Vlaamse landbouwers en veetelers, die het slachtoffer dreigen te worden van wat desgevallend verkeerd is gelopen met de verboden verbeteraar die in deze vragen aan bod komen.


Ik antwoord mede namens minister Peeters, die is verontschuldigd wegens een zending in het buitenland. We werden op de hoogte gebracht van dit probleem door persberichten, waaruit zou blijken dat de meststof of bodemverbeteraar afkomstig van Compofert in Frankrijk, een probleem vormt. We hebben onmiddellijk contact opgenomen met de VLM-mestbank, de Milieu-inspectie en OVAM. Ondertussen is er ook informatie bezorgd over de vergunnings- en erkenningstoestand van het bedrijf, de kwaliteitsopvolging die sinds september 2006 bij dit bedrijf is opgestart door de Vlaamse Compostorganisatie, de transporten en verwerking van mest, de controles enzovoort.


Minister Peeters is er samen met zijn administratie van overtuigd dat de eindproducten van de mestverwerkingsinstallatie waardevolle producten zijn, die normaal onderworpen zijn aan veelvuldige en strenge controles. Inzake het Franse gerechtelijk dossier moeten we de scheiding der machten strikt in acht nemen. Het onderzoek loopt. Er moet nog worden uitgemaakt of er een oorzakelijk verband is tussen de compost en de opgetreden schade, met het oog op de aquiliaanse aansprakelijkheid. Het spreekt voor zich dat ik daarover geen uitspraken wil doen.


Inzake de controles en de contacten met het FAVV voert de vzw VLACO in het kader van de afvalstoffenwetgeving systematisch kwaliteitscontroles uit bij bedrijven die organisch-biologisch afval op een biologische manier verwerken. Een aantal bedrijven verwerkt dierlijke mest samen met organisch-biologisch afval. OVAM ondersteunt en controleert de werking van de vzw VLACO. De federale overheidsdienst Volksgezondheid, het FAVV en Leefmilieu zijn betrokken bij de landbouwkundige waarde en de hygiënische aspecten.


De kwaliteitsopvolging van de vzw VLACO behelst zowel acceptatie, productieproces als het product zelf. Er wordt jaarlijks minstens één bedrijfsaudit uitgevoerd door de betrokken vzw. Verspreid over het jaar worden regelmatig staalnames uitgevoerd. De resultaten worden in een soort voortschrijdende reeks met elkaar vergeleken en totaal en individueel beoordeeld.


Analyses door de vzw VLACO moeten worden aangevuld door eigen analyses van de producent. Op die manier wordt een beeld van het proces en de productie over heel het jaar bekomen. Dat is een voordeel ten aanzien van een momentopname op basis van een staalname.


Indien voldaan wordt aan alle voorwaarden, dan wordt desgevallend een keuringsattest afgeleverd. Op basis van een eerste staalname en een pre-audit kan in voorkomend geval een voorlopig keuringsattest worden afgeleverd.


De acceptatie van stromen die zullen worden verwerkt, is een cruciale schakel in de hele kwaliteitsopvolging. Er kunnen enkel waardevolle, niet-verontreinigde afvalstoffen met een toegevoegde landbouwkundige waarde worden aanvaard. Belangrijk hierbij is het zogenaamde niet-verdunningsprincipe.

Bij Op de Beeck is de kwaliteitsopvolging van het biothermisch droogproces volgens het beschreven protocol sinds eind 2006 opgestart. In februari van dit jaar is een voorlopig keuringsattest voor zes maanden afgeleverd jaar, op basis van de pre-audit en de staalname. De laatste staalname dateert van begin februari. De resultaten zijn nog niet beschikbaar. Enkele dagen geleden, op 23 maart, is de opdracht gegeven voor een nieuwe staalname. Die werd uitgevoerd op 26 maart.


De VLM-Mestbank volgt de transporten van dierlijke mest en andere meststoffen op. Algemeen geldt de volgende procedure: transporten worden schriftelijk of elektronisch aangemeld bij de Mestbank. Na de administratieve controle en de goedkeuring door de Mestbank kunnen de transporten doorgaan, waarna ze schriftelijk of elektronisch worden bevestigd. Sinds kort worden de transporten bijkomend opgevolgd door een zogenaamd AGR-GPS-systeem.


Naar aanleiding van de persberichten is er op 19 maart en vandaag coördinatieoverleg geweest bij het het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid, het FAVV. Daarbij zaten behalve het FAVV zelf ook de mensen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, de milieu-inspectie en OVAM aan tafel, om te komen tot verdere afspraken, waarover ik vandaag niet zal en kan uitweiden. Uiteraard zal de VLM-Mestbank verder bij die afspraken betrokken worden.


Eerstdaags zullen er afspraken gemaakt worden tussen enerzijds de mestbanken en anderzijds de diensten van de betrokken Franse departementen en het Franse ministerie van Landbouw. Het doel daarvan is om de bestaande Vlaamse en Franse opvolgingssystemen nog beter op elkaar af te stemmen.


Wat zijn de gevolgen van dit dossier op de export van Vlaamse mest? Wij zullen er samen met de bevoegde administraties en met VCM aan werken om duidelijk te maken dat de Vlaamse eindproducten waardevol zijn en dat ze voldoen aan de vooropgestelde eisen. Het is de bedoeling van minister Peeters om de Franse afnemers hiervan te overtuigen via intensief overleg, gekoppeld aan terreinbezoeken en goede promotie. Het is uiteraard van essentieel belang dat we de exportmogelijkheden in dat verband behouden en zelfs uitbreiden, teneinde de slagkracht van het Mestdecreet op het terrein volop waar te maken.


Welke initiatieven neemt de minister om de efficiëntie van de controles te verhogen? Er wordt gepleit voor een gecoördineerde aanpak tussen alle betrokken regionale en federale overheidsinstanties, zoals dat momenteel gebeurt en verder zal gebeuren. Minister Peeters is ervan overtuigd dat naast de noodzakelijke overheidscontroles een geïntegreerde kwaliteitsopvolging, zoals momenteel voorzien is in VLAREA en uitgevoerd wordt door de vzw VLACO, wenselijk is voor het hele gamma van meststoffen of bodemverbeteraars waarin afvalstoffen en/of dierlijke mest zijn verwerkt. Deze aanpak is jarenlang succesvol geweest voor de gft- en de groencompost.


Als extra maatregelen zullen de afdelingen AMI en FAVV de reeds geplande controles versneld uitvoeren. Er zullen ook extra stalen genomen worden van de organische eindproducten door alle betrokken administraties en organisaties. De Vlaamse transportcontroles worden opgedreven. Minister Peeters plant bijkomende transportvereisten. Naast de uitbreiding van de verplichting van het AGR-GPS-systeem, zal ook een elektronische Europese transportopvolging worden uitgebouwd en geïmplementeerd. In 2003 is reeds, via een aanpassing van het Mestdecreet, voorzien in de mogelijkheid van een vrijwillige certificatie van eindproducten. De uitwerking ervan werd door het VCM opgestart in de periode 2003-2004, maar door onvoldoende interesse van de sector - wat samenhangt met onvoldoende baten ten aanzien van de te verrichten kosten - werd het project niet verder uitgewerkt.


U hebt terecht onderstreept dat de tijd wellicht rijp is om de certificatie van eindproducten verder te finaliseren. Minister Peeters kondigt aan dat hij spoedig de betrokken administratie en de sector hieromtrent zal consulteren.

De heer Stefaan Sintobin:
Mijnheer de minister-president, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. U hebt geschetst hoe het controlesysteem momenteel werkt. Ik ben ook verheugd dat u samen met de minister van Leefmilieu bereid bent om extra maatregelen te nemen om dergelijke incidenten in de toekomst te vermijden. Blijft natuurlijk de vraag waarom de Vlaamse overheid hierover niet publiekelijk heeft gecommuniceerd. Dat had de schade die de sector van de veehouderij opnieuw heeft opgelopen kunnen beperken.


In het geschetste geval is niet alleen sprake van mestverwerking maar ook van de verwerking van afvalproducten van diverse aard. Insiders en kenners vragen zich dan ook terecht af of daarmee de kat niet bij de melk wordt gezet, en of er voldoende controles zijn. Men verwijst ook naar de controles tijdens het weekend.

De heer Patrick Lachaert:
De datum van het schadegeval is 2005. Dat was dus vòòr het controlesysteem op de kwaliteit van de afgeleide producten. Het is dan ook meer dan ooit noodzakelijk om daartoe een andere procedure op te zetten. Ik hoop dat u daarin slaagt. Verder moeten de Franse boeren, die vrij grote boeren zijn en dus grote composteringsbehoeften hebben, opnieuw vertrouwen krijgen want dat is daar momenteel ver zoek.

Minister-president Yves Leterme:
Ik benadruk nogmaals dat het de bedoeling is van minister Peeters om via zijn diensten, terreinbezoeken en extra informatie-inspanningen, duidelijk te maken aan de Franse gebruikers welke certificatie- en controlemechanismen normaal gezien garanderen dat de afgeleverde compost van uitstekende hygiënische en andere kwaliteit is.

De heer Stefaan Sintobin:
Ik veronderstel dat u het artikel ook hebt gelezen. Ik ben dan ook verbaasd over het stilzwijgen van de landbouwdeskundige van CD&V, met name mevrouw Rombouts.

De voorzitter:
Het incident is gesloten.