Actuele vraag van 30 november 2005

 

 

Actuele vraag van de heer Frans Wymeersch tot de heer Yves Leterme, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, over de conclusies uit het onderhoud met de Europese commissaris voor Leefmilieu betreffende de toepassing van de nitraatrichtlijn


Actuele vraag van mevrouw Tinne Rombouts tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over de conclusies uit het onderhoud met de Europese commissaris voor Leefmilieu betreffende de toepassing van de nitraatrichtlijn


Actuele vraag van de heer Patrick Lachaert tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over de afbakening van kwetsbare gebieden in het kader van de Europese nitraatrichtlijn


Actuele vraag van mevrouw Vera Dua tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over de conclusies uit het onderhoud met de Europese commissaris voor Leefmilieu betreffende de toepassing van de nitraatrichtlijn

 
 
 
 
 
De voorzitter:
Minister Peeters zal tevens in naam van minister-president Leterme antwoorden.


De heer Wymeersch heeft het woord.

De heer Frans Wymeersch:
Mijnheer de voorzitter, geachte leden, mijnheer de minister, ik stel deze vraag vandaag omdat er meer dan dringend nood is aan opheldering. Zowel u als de minister-president, die bevoegd is voor Landbouw, hebben in de pers al verklaringen afgelegd en de betrokken partij, namelijk de landbouwsector, al geïnformeerd. Het is dan ook normaal dat dit parlement op de hoogte wordt gebracht.


Mijn vraag was eigenlijk voornamelijk gericht aan de minister van Landbouw, daar ik ervan uit ga dat het leefmilieuhoofdstuk vandaag afgesloten is. Vandaag ligt de bal in het kamp van de economie. Ik verklaar me straks nader.


Mijnheer de minister, u bent als minister van Leefmilieu, met ruggensteun van de minister-president, tevens minister van Landbouw, naar Canossa gegaan. U bent teruggekomen en het resultaat is wat het is. Bij sommigen heeft dat wat euforie teweeggebracht, bij anderen leedvermaak. Zo luidt de titel van een persmededeling van onze goede vrienden van Natuurpunt: 'De ministers komen van een kale reis terug.' Dat zegt genoeg.


U wordt vandaag geconfronteerd met bepaalde feiten. Ik heb vernomen dat u zich alsnog wilt neerleggen bij de richtlijnen van de Europese Commissie zoals die op tafel liggen. Dit wordt dus een economisch dossier, want nu moet er een keuze worden gemaakt. Hecht Vlaanderen nog belang aan een economisch rendabele en sterke landbouwsector? Als u daar nog belang aan hecht, dan moeten u en de Vlaamse Regering, los van het feit dat de milieuregels moeten worden toegepast, zoals Europa heeft aangegeven, maatregelen nemen om de Vlaamse landbouwsector duurzaam en economisch rendabel te laten voortleven. Dan zijn er niet veel mogelijkheden. Het is onmogelijk de boel de boel te laten. U moet immers beseffen dat heel wat landbouwers al jaren inspanningen leveren. De voorzitter weet perfect hoe lang dit dossier ons al achtervolgt. Die landbouwers moeten nu beseffen dat hun inspanningen in wezen zinloos zijn geweest. Ze worden bestraft omdat er nog een aantal andere elementen waren die hebben geleid tot de uitspraak van de Europese Commissie.


Er zijn een aantal mogelijkheden om onze landbouw alsnog geheel of deels uit de wind te zetten. Gisteren heb ik u horen verklaren dat u landbouwers wilt belonen als ze minder mest uitrijden. Dat ze dat doen, lijkt me evident, want ze zijn ertoe verplicht. Dan moet u me echter eens zeggen waar ze naartoe moeten met die mest. Ik neem immers aan dat de productie gelijk zal blijven. U zult de landbouwers toch niet gaan verplichten om hun eigen mest of die van hun varkens of andere dieren, op te eten - verontschuldig me voor de uitdrukking?


Als ze de mest niet mogen uitrijden, dan is de enige mogelijkheid het verwerken van de mest. U hebt er akte van genomen, op basis van onze visienota, dat wij daar hevige voorstanders van zijn. Tussen de regels meen ik te mogen lezen dat u toch wilt onderzoeken in welke mate de Vlaamse overheid daaraan kan participeren.

De derde mogelijkheid is dat u ijvert voor de derogatie. Bent u van plan om te ijveren voor een derogatie van 40 percent? Dat percentage komt perfect overeen met het percentage landbouwgronden die volgens uw visietekst niet kwetsbaar zijn. Als u dat wilt doen, dan wens ik u veel geluk, want dit denkspoor zal voor Europa iets te doorzichtig zijn.


We zitten nog altijd met ons meetpuntennet. U bent terecht fier dat Vlaanderen als enige regio in Europa zo'n fijnmazig net heeft opgezet, maar wat zult u ermee doen? Heeft het nog nut om 5 tot 10 keer per jaar een aantal stalen te nemen zonder te kunnen bewerkstelligen dat Vlaanderen via uw fameuze flexibele kaarten meer of minder kwetsbaar wordt?


Mijnheer de minister, u had het ook over stimulerende maatregelen, maar wat houden die in? Waarschijnlijk hebt u stimulerende maatregelen in uw hoofd. Ik neem aan dat u er ons vandaag meer over zult vertellen.


Mijnheer de minister-president, het is nu aan u, als minister van Landbouw om Vlaanderen dat van nature en historisch altijd een regio met een sterke plattelandstraditie en met een gezonde landbouwsector is geweest, te ondersteunen. We kunnen ons bijgevolg niet akkoord verklaren met het denkspoor van de minister van Leefmilieu om de warme sanering als mogelijkheid te onderzoeken. De warme sanering werd door de vorige regering op tafel gelegd en uitgevoerd, en heeft de sector ongeveer 3000 arbeidsplaatsen gekost. Als dat gebeurt in een economisch normaal werkend bedrijf, zou dit parlement moord en brand schreeuwen. De warme sanering staat dus lijnrecht tegenover een maatregel voor het behoud van een rendabele en leefbare landbouwsector.


Mijnheer de minister-president, toen u aantrad, deed u heel wat beloftes. Uw imago was gericht tot de landbouwsector. Er zou een frisse wind waaien, u zou heel veel bereiken en u zou een inhaalbeweging doen ten voordele van de landbouw. Vandaag merken we daar niet veel van. U kunt natuurlijk de schuld bij Europa leggen omdat we de Europese maatregelen moeten naleven. Ik stel echter vast dat deze regering, met u als minister-president en als minister van Landbouw, net zoals wij en de landbouwsector, wordt geconfronteerd met dossiers zoals dat over de suikerbieten, over de zeevisserij en over de mestproblematiek.

De voorzitter:
Mijnheer Wymeersch, mag ik u vragen om af te ronden, alstublieft?

De heer Frans Wymeersch:
Mijnheer de minister-president, als u zo voortdoet, dan wordt u niet de redder van de Vlaamse landbouw, maar zullen we over een paar jaar moeten zeggen dat u de man was die de laatste palliatieve zorgen aan de Vlaamse landbouwsector heeft toegediend. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter:
Een nieuwe, goede wind doen waaien is inzake de mestproblematiek natuurlijk nogal moeilijk. (Gelach)


Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Mevrouw Tinne Rombouts:
Mijnheer de voorzitter, beste ministers, collega's, de concrete invulling van de nitraatrichtlijn zorgt al jaren voor discussies. Onze landbouwers hebben inspanningen geleverd en hebben resultaten geboekt.

We waren van mening dat de fijnmazige aanpak de beste manier en eigenlijk ook de eerlijkste manier was om een concrete invulling te geven aan de richtlijn. Welnu, we hebben uiteindelijk ook resultaten behaald met die aanpak. Ik vind het dan ook zeer teleurstellend dat Europa uiteindelijk net die fijnmazige aanpak, ons meetnet, niet ondersteunt en zelfs onze goede resultaten niet honoreert.


Anderzijds betekent het, voornamelijk voor onze landbouwers, echt wel een klap voor hun geloof om samen met de overheid en met Europa te zoeken naar oplossingen. Ze voelen zich letterlijk en figuurlijk in de kou gezet. U moet weten dat we hen niet alleen in die kou kunnen laten staan. Het verheugt me dan ook dat ik van de minister heb vernomen dat hij ervan overtuigd is dat we er eigenlijk allemaal verantwoordelijk voor zijn en dat we allemaal naar oplossingen moeten zoeken. Vlaanderen en Europa zullen samen moeten bouwen aan oplossingen.


Europa heeft gesteld dat Vlaanderen voor 100 percent kwetsbaar moet zijn. Een van de belangrijke argumenten die naar voren wordt geschoven, is dat we ons moeten spiegelen aan de buurlanden: onze buurlanden zijn voor 100 percent kwetsbaar, dus moet ook Vlaanderen voor 100 percent kwetsbaar zijn. Anderzijds stel ik dan ook voor dat we even de lijn doortrekken en dat we ook de rest van ons mestbeleid spiegelen aan onze buurlanden: 3000 meetpunten of 60 meetpunten? Ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen met zijn mestbeleid strenger is dan onze buurlanden. Dit noopt ons tot een nieuwe kijk in het nieuwe mestbeleid: de rode draad, waaraan we altijd hebben vastgehouden, vervalt namelijk. Ons meetnet wordt niet gehonoreerd, en dus moeten we ons inderdaad de vraag stellen wat eigenlijk nog het fundament is van dat meetnet en of we daarin niet elders of anders in kunnen investeren.


Een ander punt is dat we nog altijd moeten denken in termen van een positief, stimulerend beleid. Onze flexibele kaart heeft het niet gehaald, wat dus wil zeggen dat we nieuwe instrumenten moeten vinden als we effectieve resultaten willen behalen. We kunnen enkel een resultaat behalen als we onze mensen motiveren en als we samenwerken aan één doelstelling, en die doelstelling is dan een beter leefmilieu en een toekomst voor onze landbouwers. Ik denk dat we dan, als we nagaan welke nieuwe oplossingen er allemaal naar voren komen, bij onze derogatie terechtkomen. We hebben een goed gefundeerd, wetenschappelijk onderbouwd derogatievoorstel. Europa heeft daar momenteel nog geen uitspraken over gedaan, maar ik meen begrepen te hebben dat ook de Europese Commissaris zich ten volle wil inzetten om mee te zoeken naar oplossingen en om toekomstperspectieven te bieden voor onze landbouwers.


Ik ga ervan uit dat die derogatievoorstellen ook gehoor krijgen. Als die derogatievoorstellen geen gehoor vinden, dan gaan de boeken dicht. Misschien zullen sommigen hier in dit parlement dan wel denken 'opgeruimd staat netjes', maar CD&V wil niet meebouwen aan dat slagveld op ons platteland. Ik wil de minister dan ook vragen of hij de mogelijkheid ziet om met de Europese Commissaris naar oplossingen te zoeken die effectief toekomstkansen bieden voor onze land- en tuinbouwers, want zij moeten meedraaien in een steeds groter wordend Europa en een mondialere economie. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter:
De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, heren ministers, waarde collega's, ik stel vast dat de twee eerste sprekers hier wel een betoog hebben gehouden, maar geen enkele vraag hebben gesteld. Ik weet niet of dat de nieuwe benaderingswijze is voor actuele vragen, maar goed, een betoog is een betoog. De vraag is natuurlijk of dat een oplossing is.

Het Hof van Justitie heeft in september 2005 vastgesteld dat Vlaanderen in 1999 de nitraatrichtlijn heeft overtreden. Nadien heeft de vorige regering een driesporenbeleid gevoerd en heeft ze getracht de nitraatrichtlijn zoveel mogelijk te benaderen.


Het standpunt van de Europese Commissie is dat Vlaanderen moet worden afgebakend als kwetsbaar gebied. Daardoor ligt de lat voor de te halen doelstellingen hoger. Wat was de juiste omschrijving van de vraag van de Vlaamse Regering aan Europees Commissaris, de heer Dimas? Wat was het antwoord van de heer Dimas? Die afbakening als kwetsbaar gebied zal er wellicht komen, maar hoe is een afwijking daarop mogelijk? In het verleden kon dat onder meer met belastingsgeld. Ik denk dat er nog andere mogelijkheden zijn binnen de ruimtelijke ordening.

De voorzitter:
Mevrouw Dua heeft het woord.

Mevrouw Vera Dua:
Mijnheer de voorzitter, heren ministers, collega's, als we nagaan wat er de voorbije maanden is gebeurd met MAP 3, dan krijg ik het gevoel dat het gaat om de kroniek van een aangekondigde dood. Mijnheer de minister, als beginnend minister stelde u met veel poeha een nieuw MAP voor, MAP 3, dat alle problemen zou oplossen. U hebt maandenlang overleg gepleegd met de landbouworganisaties en hen de indruk gegeven dat u alles zou oplossen. (Opmerkingen van de heer Carl Decaluwe)


Mijnheer Decaluwe, u hebt me op dat vlak niets te leren. Er zijn maanden geweest dat ik meer met de Boerenbond aan tafel zat dan met mijn eigen echtgenoot.


Mijnheer de minister, u hebt ook de milieubeweging maandenlang aan het lijntje gehouden, terwijl de situatie op het terrein alleen maar slechter werd. Ook het parlement hebt u beziggehouden. Uw MAP moest klaar zijn in juni, maar in juni verklaarde u dat het voor september zou zijn en in september zei u dat het voor december zou zijn. Gisteren verklaarde u dan weer dat het pas in het najaar van 2006 klaar zal zijn.


Volgens u beseft de Europese Commissie helemaal niet hoe goed u wel bezig bent. U verwachtte applaus van Europa voor de manier waarop u dit probleem wilt oplossen. Ik heb op de televisie gezien hoe u samen met minister-president Leterme wegging bij de Europees Commissaris. Het leken wel twee studenten die een examen hebben afgelegd en gebuisd zijn.


Mijnheer de minister, de zeepbel van uw wonder-MAP is uiteengespat. U mag van nul herbeginnen, en u hebt dus enorm veel tijd verloren. Nu weten we waar we staan. Dat wisten we ook voordien al, maar nu is het officieel. U zult nu eindelijk uw politieke verantwoordelijkheid moeten nemen om beslissingen te nemen.


Er moeten drie zaken gebeuren. Ten eerste, bent u bereid om Vlaanderen zo snel mogelijk aan te duiden als kwetsbaar gebied zodat ook de landbouwers weten waar ze staan? In uitvoering van het Mestdecreet kunt u Vlaanderen onmiddellijk als kwetsbaar gebied aanduiden.

Daarnaast moet u resoluut kiezen voor een ander soort landbouw. Dat is de enige oplossing voor Vlaanderen. Dat wil zeggen dat we opnieuw moeten overgaan tot een operatie warme sanering. Ik denk dat de Boerenbond me daarin zal steunen. Tijdens de vorige legislatuur hebben we inderdaad 100 miljoen euro ter beschikking gesteld om landbouwers financieel te helpen op het moment dat ze een vergunning willen inleveren. Deze operatie moet worden herhaald. We zullen trouwens een amendement indienen op de begroting om u te helpen de warme sanering terug in te voeren. Ik hoop dat u ons daarin zult steunen.


Daarnaast moet opnieuw de link worden gemaakt naar een andere landbouw. Tijdens de vorige jaren is dat voor een deel al gedaan. We moeten kiezen voor een landbouw die ook door Europa wordt gepropageerd. Dat moet gebeuren via plattelandsontwikkeling, andere diversificaties, andere manieren die minder belastend zijn voor het milieu.


Ten slotte is er ook nog de mestverwerking. Die verwerking kan inderdaad nog een optie zijn. Tijdens de vorige legislatuur werden ongeveer 300 vergunningen uitgereikt voor mestverwerking. Sinds u minister bent, is dat volledig stilgevallen. Dat is ook niet zo verwonderlijk. U gaf de landbouwers de hoop dat u het probleem wel zou oplossen en dat u via het 'wonder-MAP' de mest zou wegtoveren. Dat is duidelijk niet gelukt. Mestverwerking moet opnieuw worden gestimuleerd.


Mijnheer de minister, het is in ieder geval tijd om beslissingen te nemen. Er moet niet meer worden gewerkt met werkgroepen. Het is tijd om politieke lijnen uit te zetten en beslissingen te nemen, zodat er vooruitgang wordt geboekt. Als minister van Leefmilieu moet u ook resoluut kiezen voor de volksgezondheid en de leefkwaliteit. Als u dat niet doet, dan verdient u niet het predikaat van minister van Leefmilieu. (Applaus bij Groen!)

De voorzitter:
Minister Peeters heeft het woord.

Minister Kris Peeters:
Mijnheer de voorzitter, collega's, we hadden afgesproken dat de beslissing morgen in de Commissie voor Leefmilieu zouden worden toegelicht. Een aantal leden wilde hier echter toch actuele vragen over stellen. Ik zal daar dan ook op ingaan. Ik ga er echter van uit dat we morgen in de commissie een en ander uitgebreid kunnen bespreken.


Mevrouw Dua, maak u geen zorgen, we zullen de nodige maatregelen nemen. We zullen echter andere maatregelen nemen dan degene die u hier aanhaalt, maar die u tijdens de vorige legislatuur niet hebt doorgevoerd. (Applaus bij het Vlaams Belang)


Het is heel belangrijk dat de zes elementen die minister-president Leterme en ikzelf naar voren hebben geschoven in het onderhoud met de Europese Commissie worden toegelicht. Op 16 september hebben we de in het Engels vertaalde visienota overgemaakt aan de Europese Commissie, met daarin zes elementen om ervoor te pleiten in Vlaanderen de flexibele kaarten in te voeren. Mevrouw Dua, u moet niet nee knikken. Die flexibele kaarten werden op 15 mei 2003 door de vorige regering aangenomen.


We hebben zes elementen op tafel gelegd. Vlaanderen zal zich natuurlijk schikken naar het arrest van 22 september 2005. We hebben gezegd dat we 142.000 hectare zouden toevoegen als kwetsbaar gebied. Dat zou betekenen dat het percentage zou stijgen van 40 naar 60 percent. We hebben ook gesteld dat we op basis van het arrest de waterlopen die voor verontreiniging in aanmerking komen, zouden aflijnen.


Daarnaast, en dat is heel belangrijk, hebben we betoogd dat we in Europa een uniek netwerk hebben van 800 meetpunten voor het oppervlaktewater en 2107 meetpunten voor het grondwater. (Opmerkingen van de heer Jos Stassen)


Dat klopt.


Sinds 1999 hebben we vooruitgang geboekt, voornamelijk dankzij de veevoeders. We vonden dat dit ook in rekening moest worden genomen.


We vinden ook dat er nog bijkomende inspanningen moeten worden geleverd inzake mesttransport en dies meer. We zullen die ook leveren.


Zoals mevrouw Rombouts terecht heeft aangehaald, biedt de visienota een heel belangrijk uitgangspunt. De verantwoordelijkheid wordt gegeven aan de landbouwers. Ze biedt de nodige vrijheid. We zijn er immers van overtuigd dat dit de manier is om betere resultaten te boeken dan in het verleden.

De flexibele kaarten ten slotte sluiten daar volledig bij aan. Wanneer landbouwers inspanningen doen in hun zone om van kwetsbaar naar niet-kwetsbaar te gaan, dan wordt dat gehonoreerd en wordt het statuut van kwetsbaar gebied geschrapt.


Tot daar de zes punten waarmee we geprobeerd hebben commissaris Dimas te overtuigen van het feit dat we de visienota en de flexibele kaarten in Vlaanderen konden doorvoeren, zeker met zo'n fijnmazig meetnet. Ik zal dit morgen in de commissie nog verder toelichten.


Het antwoord van de commissaris was dat ze de visienota bestudeerd hebben, en dat die heel veel positieve punten bevat. Ze zullen het nu verder technisch uitklaren, met de experts van de commissie en met onze experts samen. Het uitgangspunt van de commissie was en is dat Vlaanderen 100 percent kwetsbaar gebied moet worden omdat die beslissing ook genomen is in Nederland, Denemarken, Luxemburg, Duitsland en nog enkele andere landen. Ondanks het fijnmazige netwerk meende de commissaris daar niet van te kunnen afwijken.


Ten slotte uitte de commissaris de zorg dat we ook in Vlaanderen een perspectief en een toekomst zouden kunnen geven aan de landbouw. We hebben nadrukkelijk het belang daarvan onderstreept, en hij gaf te kennen er alles aan te willen doen om daar constructief toe bij te dragen. Tot daar de argumenten en de reacties van commissaris Dimas.


Mevrouw Dua, u hebt gelijk en ik zal de komende dagen en weken dan ook hard werken aan dit dossier om zeker de volksgezondheid en de kwaliteit van het water te verbeteren en betere resultaten te bereiken dan in het verleden. Daarnaast is het echter ook essentieel dat de landbouw als economisch belangrijke sector toekomstkansen krijgt en zich verder kan ontwikkelen.


Zoals de commissaris zelf voorstelde, worden nu een aantal technische vergaderingen belegd met de Europese Commissie, met de bedoeling bepaalde zaken uit de visienota uit te klaren. Er zal ook worden gesproken over de derogaties, een niet onbelangrijk element. De eerste vergadering met de experts wordt al op 6 december gehouden.


We gaan ervan uit dat we de komende weken met de landbouworganisaties, maar ook met de milieuorganisaties stappen vooruit kunnen zetten. We willen het uitgangspunt van de commissaris dat Vlaanderen 100 percent kwetsbaar gebied moet zijn, concreet invullen. Daarbij moet ook onderzoek naar mestverwerking worden gedaan. Het probleem is het principe dat de vervuiler betaalt en het feit dat Europa beperkingen oplegt, vooral dan qua subsidie.


We komen dan zo snel mogelijk met een aangepast voorstel van MAP, dat goed is doorgesproken met de Europese Commissie. Dat wordt allesbehalve een zeepbel, maar het moet ook voor de landbouworganisaties aanvaardbaar zijn en een toekomst geven aan onze landbouw met respect voor de volksgezondheid en de waterkwaliteit. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Frans Wymeersch:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U blijft blijkbaar denken in dezelfde lijn als in het verleden. Met genoegen stel ik ook vast dat u in grote lijnen de visie deelt van de fractie van het Vlaams Belang.

U bent ervan overtuigd dat u snel, accuraat en doortastend een aantal maatregelen zult moeten nemen, en dat die er ook en vooral voor zullen moeten zorgen dat we een duurzame, maar economisch rendabele landbouw blijven behouden. Ik hoop dan ook dat u bereid bent om deze weg af te leggen met gelijkgestemden, met degenen die in dezelfde richting denken. Ik vraag u dan ook om uw verantwoordelijkheid op te nemen. U zult in ons een bondgenoot vinden om te komen tot een duurzame en economisch rendabele landbouw met respect voor de volksgezondheid en het leefmilieu. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Tinne Rombouts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor uw gedrevenheid om tot een goed MAP te komen. U krijgt daarvoor onze volle steun.


Degenen die stellen dat de ministers van Leefmilieu en Landbouw gebuisd zijn, moeten in eigen boezem kijken. Het is net dat beleid dat gebuisd is. We weten ondertussen dat het uw visie is dat het niet uitmaakt hoe het is, als het maar anders is. Laat ons hopen dat dit niet wordt toegepast in de landbouw en dat u op een volwassen manier naar landbouw kunt kijken. Een beleid moet verzoening brengen tussen beide partners, veeleer dan haat uit te drukken ten opzichte van de andere. (Applaus bij CD&V)

De heer Patrick Lachaert:
Mijnheer de voorzitter, het is misschien een pikant historisch detail dat de partij die in het verleden het meest met deze problematiek is geconfronteerd, nu de oplossing moet zoeken. (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)


Het probleem is niet in de periode 1999-2004 ontstaan, maar is gecreëerd in de 10 jaar daarvoor doordat de bevoegde ministers hebben stil gezeten. Dit behoort echter tot de geschiedenis.


Mijnheer de minister, we zullen alle hens aan dek roepen om samen met u tot een oplossing te komen die goed is voor het milieu, de volksgezondheid en de landbouw. Van de schreeuwers aan de kant die een MAP hebben beloofd tegen Pasen, moeten we nog steeds de eerste letter zien.


Mevrouw Vera Dua:
Mijnheer de voorzitter, de belangrijkste uitdaging bestaat erin de toekomst van de Vlaamse landbouw veilig te stellen. Dit moet de bezorgdheid van iedereen zijn. De cruciale vraag is of die toekomst ligt in een verdere uitbreiding van een zeer intensieve veeteelt in een regio met zeer weinig grond en waar bijkomende zware kosten moeten worden gedaan voor mestverwerking. Is dit een economisch verantwoorde toekomst? Ik vrees van niet. We zullen daar verder in de commissie over debatteren. Mensen die op langere termijn denken, moeten nagaan welk soort landbouw we in Vlaanderen willen laten overleven.


Mijnheer de minister, ik stel tot mijn ontgoocheling vast dat u geen uitspraak doet over een mogelijke warme sanering. Als u de Europese Commissaris gaat vertellen dat er voorbije jaren goed is gewerkt, dan is dat eerst en vooral te danken aan die warme sanering. Het heeft zo'n verschil gemaakt en gezorgd voor sociale opvang van landbouwers die bezig waren met reconversie. Ik raad u aan om na te denken om dit te herhalen voor een bepaalde categorie van veetelers.

De voorzitter:
Ik neem aan dat we hiermee het incident als gesloten kunnen beschouwen?

De heer Frans Wymeersch:
Mijnheer de voorzitter, ik heb nog recht op één minuut spreektijd.

De voorzitter:
U hebt hier alle ruimte gekregen om uw vraag te stellen.

De heer Frans Wymeersch:
Ik wil enkel de heer Lachaert nog zeggen dat hij zijn ingekomen stukken beter moet inkijken. Onze tekst over een nieuw MAP is al enkele weken geleden rondgedeeld. Dat heeft hij blijkbaar over het hoofd gezien. Wellicht is dat te wijten aan zijn drukke bezigheden.

De voorzitter:
Het incident is gesloten.