Actuele vraag van 14 maart 2001

 

  Actuele vraag van de heer Patrick Lachaert tot de heer Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, over de zonevreemde woningen  
     
 

De voorzitter : De heer Lachaert heeft het woord.

De heer Patrick Lachaert (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik stel deze vraag naar aanleiding van een interessante persconferentie die op het einde van vorige week door de VZW Natuurreservaten werd gehouden. Bij die persconferentie hoorde ook een juridisch goed onderbouwd persbericht met enkele bijlagen. Het onderwerp was : 'Zonevreemde woningen : naar een duurzame oplossing.' In de omvangrijke stellingname van de VZW Natuurreservaten worden twee zaken uitgewerkt. Ten eerste moet er volgens de mensen van de VZW een gebiedsgerichte aanpak komen voor de zonevreemde woningen, en ten tweede moet er volgens hen ook een generieke aanpak komen.

Ik vergelijk die stellingname met de beslissing van de Vlaamse regering van 6 oktober 2000. Inhoudelijk zijn er zeker een aantal overeenkomsten. De beslissing van de Vlaamse regering heeft betrekking op drie zaken. Ten eerste gaat het om het nemen van maatregelen inzake de bestemming, dus de beruchte woonkorrel. Ten tweede gaat het om het nemen van maatregelen inzake de stedenbouwkundige voorschriften die rechtszekerheid bieden voor de zonevreemde woningen. Ten derde gaat het om het op een verantwoorde wijze voeren van een uitdoofbeleid. Het standpunt van de Vlaamse regering sluit dus in feite naadloos aan bij het standpunt van de VZW Natuurreservaten.

De onrust wordt op dit moment echter nog steeds groter. De deadline van 1 mei 2005 nadert. Het kan niet dat er ondertussen geen duidelijke oplossingen worden geboden voor het probleem van de zonevreemde woningen. Daarom is het nodig dat er een blijvende oplossing komt, zodat de mensen de rechtszekerheid krijgen waarop ze recht hebben. Momenteel worden er gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen opgesteld. Dan moeten er uiteraard ook nog gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen komen. Een en ander zal dus nog wel iets langer duren dan 1 mei 2005.

Mijnheer de minister, wat is uw standpunt terzake? Welke initiatieven zult u nemen om een einde te maken aan de steeds maar groeiende onrust?

De voorzitter : Minister Van Mechelen heeft het woord.

Minister Dirk Van Mechelen (Op de tribune) : Mijnheer de voorzitter, collega's, de regeringsbeslissing van 6 oktober van vorig jaar had inderdaad duidelijk de bedoeling om het kader te scheppen waarbinnen we een oplossing zouden uitwerken voor deze problematiek.

Eén ding moet duidelijk zijn : zonevreemde woningen bestaan niet sinds gisteren. Ze bestaan sinds het KB van 1972 op het totstandkomen van de gewestplannen en op de feitelijke realisatie ervan, namelijk het opstellen en inkleuren van deze gewestplannen.

Het decreet dat door dit parlement op 18 mei 1999 werd goedgekeurd, voorzag in een planologische aanpak van de problematiek van de zonevreemde woningen. De Vlaamse regering kan zich vandaag nog steeds perfect inschrijven in de visie dat er een einde moet komen aan ad-hoc-oplossingen voor zonevreemde woningen. Er moet dus een planologische visie komen, die wordt verwoord in een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.

Het probleem is het volgende. Artikel 166 van het decreet van 18 mei 1999 bevat een overgangsbepaling met betrekking tot instandhoudingswerken, verbouwingswerken en herbouw, en bepaalt een overgangsperiode van vijf jaar. De periode verstrijkt op 18 juni 2004. Ingevolge de inwerkingtreding van het decreet op 1 mei 2000, moeten de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen klaar zijn tegen 1 mei 2005. We zitten dus met een leemte. Er is echter nog een tweede probleem. Naast het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan moet er ook een gemeentelijk uitvoeringsplan zonevreemde woningen komen, waarin de aanpak van de gemeente concreet wordt uitgewerkt.

Op de agenda van de Vlaamse regering van volgende vrijdag staat een voorstel, niet om de timing van de gemeentelijke structuurplannen uit te stellen, zoals verkeerdelijk door de media werd meegedeeld, maar om de termijn van vijf jaar uit de overgangsbepaling van artikel 166 te schrappen, en te vervangen door een vervaldag op de dag voorafgaand aan de goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan dat de problematiek van de zonevreemde woningen regelt. Op deze wijze bestaat er geen discrepantie meer tussen de duur bepaald in de overgangsregeling, en het in werking treden van de gemeentelijke uitvoeringsplannen.

Dit biedt een technisch volwaardige en maatschappelijk aanvaardbare oplossing aan alle eigenaars van zonevreemde woningen. Het voornaamste is dat we vasthouden aan onze planologische aanpak, en dat we ervoor zorgen dat er geen enkele overgangsperiode meer tussen komt.

Gelet op de verwarring van deze morgen, moeten we ook het volgende duidelijk stellen. Het decreet bepaalt dat de regering op 30 april 2004, vier jaar na de inwerkingtreding van het decreet, vastlegt welke gemeenten hun huiswerk hebben gemaakt met het opstellen van een ruimtelijk structuurplan, een vergunningenregister en een plannenregister, en met de aanwerving van een stedenbouwkundig ambtenaar. Daarbij moet een signaal worden gegeven aan de gemeenten die hun werk nog niet hebben gedaan.

Er wordt echter ook nadrukkelijk bepaald dat de gemeenten die op 30 april 2005, vijf jaar na de inwerkingtreding van het decreet, niet beschikken over een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, hun vergunningsbevoegdheid verliezen. Die bevoegdheid wordt overeenkomstig artikel 193 overgenomen door de bestendige deputatie van de provincie. De Vlaamse regering kan in de plaats treden van de gemeenten die hun werk niet gedaan hebben, om een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan op te stellen.

Uit onze contacten van de laatste weken blijkt evenwel dat meer dan 170 van de 308 gemeenten al effectief bezig zijn met het opstellen van de structuurplannen. We maken ons sterk dat het aantal tegen het eind van dit jaar zal oplopen tot 80 percent, dankzij de sensibilisatie die nu aan de gang is.

We voeren momenteel een brede campagne over de zonevreemdheid in kranten en tijdschriften. Bovendien zullen alle gemeentebesturen begin april een circulaire krijgen over de mogelijkheden die ze hebben om de problematiek aan te pakken en op te lossen.

De voorzitter : Het incident is gesloten.