Voorstel van Resolutie betreffende de gemeentelijke en gewestelijke saneringsplicht

 

DUIDELIJKE SCHEIDINGSLIJN TUSSEN GEMEENTELIJKE EN GEWESTELIJKE SANERINGSPLICHT

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) schreef na het zomerreces een aanbeveling over de kostenterugwinning van waterdiensten. In zijn aanbeveling vroeg de SERV aan de overheid zich dringend te buigen over de evolutie van de waterfactuur. Omdat het totaal onduidelijk is welke kosten in de waterfactuur verrekend mogen worden én omdat het evenmin duidelijk is welk gedeelte van de rekening verhaald zal worden op de gebruiker, stelde de SERV.

Omdat het de algemene verwachting was dat de Vlaamse gemeenten de komende jaren zwaar zouden moeten investeren in hun rioolsystemen (wat o.a. zijn invloed heeft op de gemeentelijke saneringsbijdragen en de waterfactuur), werden er in de commissie Leefmilieu verschillende hoorzittingen georganiseerd over de invulling van de richtlijn stedelijk afvalwater. Op 8 november 2007, 6 december 2007, 10 januari 2008 kwamen vertegenwoordigers van Samenwerking Vlaams Water (SVW), de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG), de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), de nv Aquafin, Vlario (Vlaamse Rioleringen), de Bond Beter Leefmilieu (BBL) en Infrax (Interelectra, Iveg en WVEM) hun visie op de thematiek verduidelijken.

Uit de hoorzittingen bleek dat bij het zoeken naar oplossingen voor de problematiek dient rekening gehouden met de beleidsprioriteiten in de gemeentelijke sanering van het water, de financiële draagkracht van de gemeenten, een daarbij aansluitend realistisch investeringsritme en de mogelijke herdefiniëring van de gewestelijke en de gemeentelijke taak, rekening houdende met de duur van de taak van Aquafin.

Dit resulteerde in een uitgebreide resolutie van de meerderheid, die op 17 januari werd neergelegd in het Vlaams Parlement. Daarin wordt o.a. gepleit om een duidelijke scheidingslijn tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsplicht vast te leggen.

Patrick Lachaert ijvert er in de resolutie voor om correct te werk gaan. Daarom stelt hij volgende uitgangspunten voorop:

De saneringsplicht moet in alle aspecten gelijk zijn

Deze saneringsplicht heeft verschillende aspecten, nl. de saneringsplichtige, de saneringswijze, de daartoe bevoegde instantie, de bijdrageplicht. Zowel privé-personen, openbare besturen als bedrijven moeten op dezelfde wijze aan deze sanering bijdragen. En vanzelfsprekend moeten ook de verschillende saneringswijzen gelijk behandeld worden.

Zowel de gemeenten als het gewest dienen gelijk behandeld te worden voor wat betreft de bevoegdheid over de saneringsplicht.


De saneringsplicht moet op een financieel realistische wijze uitgevoerd worden.

Omdat het niet alleen materieel onmogelijk is om tegen 2015 alle afvalwater te saneren, maar ook omdat deze saneringsplicht op een zo korte termijn niet gefinancierd kan worden, dringt zich een verlenging van de uitvoeringstermijn op.

Voor de gespecialiseerde firma’s, die in deze sector aan het werk zijn, is de werklast zeer hoog. Het is niet realistisch om voor 2015 alle rioleringsfaciliteiten in functie van de opgelegde normen her in te richten of er nieuwe te bouwen.

Het lijkt Patrick Lachaert aangewezen een realistischer tijdschema aan te houden, waarbij de werken gespreid worden over een ruimere tijd. 2027 lijkt een meer haalbare datum dan de nu vooropgestelde datum eind 2015.

Om de gemeentelijke saneringsplicht, die volgens een gedetailleerde berekening een financiering van 6,9 miljard EURO vereist, voor de gemeenten financieel realistisch te maken en ook de taakstelling vlugger uit te voeren is het aangewezen dat het Vlaams Gewest een groter deel van de saneringsplicht op zich neemt.

Patrick Lachaert stelt daarom voor om de gemeentelijke saneringsplicht te verminderen met 25 %. Dit betekent dat de gewestelijke saneringsplicht, waarvan de uitvoeringskosten momenteel nog 0,7 miljard EURO bedragen, wordt verhoogd met 1,7 miljard zodat de totale gewestelijke saneringsplicht neerkomt op een bedrag van 2,4 miljard EURO. Wanneer dit bedrag over een realistische investerings- en financieringstermijn wordt gespreid, nl. een periode van 20 jaar, kan het Gewest deze bijkomende last dragen.

 

Reeds geleverde inspanningen van bepaalde gemeenten dienen in rekening gebracht

Wanneer een financiële doorlichting wordt opgemaakt, mogen de gemeenten, die reeds heel wat financiële inspanningen op vlak van waterzuivering hebben geleverd, hiervoor niet benadeeld te worden in vergelijking met gemeenten, die nog quasi bij het begin staan om de Europese richtlijn stedelijk afvalwater in te vullen.

 

Het probleem van de gemeenten die geen inspanning op het vlak van de sanering wensen te doen, blijft jammer genoeg aanwezig. Patrick Lachaert is van oordeel dat de enige incentive, die deze gemeenten kan motiveren, is de subsidiëring. De hoogte van de subsidiëring dient afhankelijk gemaakt van de omvang van de gedane financiële inspanning.

Een duurzame en efficiënte oplossing voor de IBA's

Verder wordt voorgesteld om de plaatsing en de exploitatie van de IBA’s te incorporeren in de saneringsplicht van de drinkwatermaatschappijen met het oog op de kostenefficiënte bouw van gecertificeerde installaties en een efficiënte en duurzame exploitatie. De IBA-plichtigen zullen dan wel via een ééngemaakte waterfactuur een bijdrage moeten betalen, die overeenkomt met het bedrag dat betaald wordt door de rioollozers.

Bovendien wordt in de resolutie gevraagd om een handhavingskader te creëren voor de gemeentelijke saneringsplicht. Het lijkt aangewezen wettelijk te verplichten om de controle en de sanctionering op de uitvoering van de privé-riolering te laten vervullen door het Vlaams Gewest of een erkende instelling omdat de exploitatie van de IBA’s regelmatig en duurzaam dient te geschieden.

 

Hergebruik van hemelwaters

Er wordt ook voor geijverd om de maximale afkoppeling (waar technisch mogelijk) en het hergebruik van de hemelwaters, ook door infiltratie, te stimuleren. Daartoe moet invulling geven worden door o.m.

- een openbare dienstverplichting voor de drinkwatermaatschappijen
- de invoering van een eventuele regulerende en vermijdbare heffing op niet van de riool afgekoppelde verharde oppervlakten
- een handhaving van de afkoppelingsplicht
- de aanpassing van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening

Decretaal toezicht

Tot slot dient ook de mogelijk onderzocht om de kosten voor de zuivering van het afvalwater te internaliseren, dient er invulling gegeven aan het decretaal voorziene toezicht op de drinkwatermaatschappijen én erop toegezien dat de decretaal opgelegde en de commerciële taak van Aquafin duidelijk wordt onderscheiden om partij- en rechtersituaties te vermijden.

Lees hier het voorstel van resolutie