Plan
van aanpak bij het afleveren van bouwvergunningen in gebieden met hoog
risico op grondverschuivingen |
Marnic De Meulemeester en Patrick Lachaert informeren naar plan van aanpak inzake het afleveren van bouwvergunningen in gebieden met hoog risico op grondverschuivingen in de Vlaamse Ardennen.
Daarnaast is volgens het onderzoek de kans groot dat in gebieden met een matig risico de bodem gaat schuiven wanneer er nieuwe woningen op gebouwd worden. Aanvullend op de eerste opdracht werd de gevoeligheid voor grondverschuivingen ook voor de rest van de Vlaamse Ardennen in kaart gebracht. Het uitgebreide studiegebied omvat nu 17 gemeenten (Oudenaarde, Maarkedal, Ronse, Kluisbergen, Horebeke, Zwalm, Kruishoutem, Zingem, Gavere, Wortegem-Petegem, Oosterzele, Sint-Lievens-Houtem, Zottegem, Herzele, Brakel, Lierde en Geraardsbergen). Sommige gemeenten raden af om in de risicogebieden te bouwen, maar toch leveren ze nog vaak bouwvergunningen af. Volgens Vlaams Volksvertegenwoordigers Marnic De Meulemeester en Patrick Lachaert (Open VLD) lijkt het aangewezen hierover snel met de betrokken gemeenten te communiceren. In afwachting van een planologische oplossing dringen voorlopige maatregelen zich op, stellen de 2 Oost-Vlamingen. Daarom kaartten ze deze problematiek aan bij Minister Dirk van Mechelen, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening. De studie beveelt aan dat de overheid bevoegd voor ruimtelijke ordening rekening houdt met het risico op grondverschuivingen wanneer zij aan de grond een bestemming geeft. Zowel in de gewestelijke, provinciale als gemeentelijke structuurplannen kan men het vermijden van schade als gevolg van grondverschuivingen als beleidsdoelstelling opnemen. Wanneer de overheid Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP’s) opmaakt, kan ze de risicokaart gebruiken als toetsingskader gebruiken. De
vergunningverlenende overheid kan een bouwvergunning weigeren om reden
van de ‘goede plaatselijke ruimtelijke ordening’. Dit is
bijvoorbeeld het geval wanneer het risico op grondverschuiving groot
is en daarbij de kans op ernstige schade en/of gevaar voor de mensen
reëel is. De overheid die de vergunning aflevert doet er goed aan
er de aanvrager van de bouwvergunning steeds te wijzen op bestaande
risico’s. Het lijkt volgens de Minister noodzakelijk dat de betrokken overheid een sectorplan opmaakt met een aanduiding van de risicozones. Dat plan moet voldoen aan de plan-milieueffectenrapportering en de voorstellen moeten aan een openbaar onderzoek onderworpen worden. Op basis van deze gegevens kan dan een beleidsbeslissing genomen worden om een gewestelijk RUP op te maken voor de geselecteerde zones. Marnic De Meulemeester en Patrick Lachaert vernamen verder dat Minister Van Mechelen onderzoekt in hoeverre voor dergelijk sectoraal plan een nieuw decreet gecreëerd moet worden. Tenslotte zou in een uitvoeringsbesluit ook kunnen worden opgenomen dat de afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen van het departement LNE hun advies moeten geven over de voorontwerpen van RUP’s in de zones voor grondverschuivingen.
|