Veiligheid en gezondheid op school (laatst gewijzigd op 30/06/06)

Na een opleiding VCA gegeven door de praktijkleerkrachten en de coördinerend preventieadviseur werden de VCA-getuigschriften uitgereikt aan de geslaagde leerlingen van 5BSO nijverheid.  
Deze behaalden op het VCA-examen minstens 70%.
Proficiat!

Evaluatie fietscontroleactie
Donderdag 20 oktober: 7u30 tot 8u45

Uitgevoerd door de politie en de preventiedienst in samenwerking met de school.
147 fietsen zijn grondig gecontroleerd.
Ook kleine mankementen werden genoteerd.
58 fietsen waren niet in orde. Dit is 39,5 %.
1 fiets vertoonde een ernstig mankement : remmen die onvoldoende zijn.
De opvolging ( 2° controle ) zal in de week van 07 november gebeuren door de politie tijdens de speeltijden.
Indien de fiets dan nog niet in orde is moeten de eigenaars zich ter controle aanmelden op het politiekantoor.

Evaluatie brandevacuatieoefening
26 oktober
Na de evaluatie van de brandevacuatieoefening van vorig schooljaar werden de tekorten weggewerkt door het plaatsen van:

1. Brandalarminstallatie met drukknoppen en sirenes.
 

2. Een nieuwe nummering van de klaslokalen op de verzamelplaatsen.

3. Verloop:
Start van de oefening: 9u35.

Alarmsignaal: direct sirene, 05 seconden later de bel.

Alarmcentrale geeft aan dat het alarm gegeven is in lokaal 218:
DK218B ( drukknop in lokaal 218 )
GSM verwittiging door alarmcentrale: H. Van Steendam:
                                                         P. De Roissart: 9u37
                                                                                9u39
e-mailverwittiging door alarmcentrale: H. Van Steendam
Aankomst eerste klasgroep op de verzamelplaats G2: 9u36
Aankomst laatste klasgroep op de verzamelplaats G2: 9u37
Einde oefening op 9u44
Aankomst eerste klasgroep op de verzamelplaats G1: 9u36
Aankomst laatste klasgroep op de verzamelplaats G1: 9u40
Einde oefening om 9u48
Gas G1 is afgeschakeld om 9u37
Gas G2 is afgeschakeld om 9u38
Elektriciteit is uitgeschakeld om 9u36
2 ontbrekende leerlingen werden ontdekt.
3 ontbrekende leerlingen die op het secretariaat waren werden ontdekt.

Uitreiking veiligheidscertificaat VCA
De leerlingen van 5H, 5EI en 6H behaalden dit veiligheidscertificaat.
De uitreiking gebeurde door Dhr. Lannau van het schoolbestuur.
Dit attest is een meerwaarde voor de leerlingen.
Het examen ging op school door en werd afgenomen door het Provinciaal
Veiligheidsinstituut van Antwerpen.
De lessen werden verzorgd door de praktijkleerkrachten en Dhr. Pascal De
Roissart – Coördinerend Preventieadviseur van het Vrij Onderwijs te Ronse.

Proficiat aan alle deelnemers.


Preventieplan 

Binnen het Vrij Onderwijs Ronse bestaat het globaal preventieplan uit 5 items die om de 5 jaar, geëvalueerd en aangevuld worden. Deze items zijn BRAND, EHBO, HYGIENE, VERKEER en MILIEU.  In de jaarplannen komen ook acties voor rond psychosociale aspecten.
Het preventieplan wordt uitgewerkt via de jaarplannen.

Jaaractieplan 2004-2005:Verkeer

1. Verkeer en vervoer: weer naar school
Hoe zorgen we ervoor dat onze kinderen veilig over straat naar school komen?
Dat is het onderwerp van het onderstaande artikel, naar aanleiding van het begin van het nieuwe schooljaar.
Hieronder vindt u actuele aandachtspunten, plus een oproep om me discussiëren over oplossingen.

2. Hoe kan uw kind veilig naar school?
Freek de Jonge zei het al: "De ouders komen hun kinderen in hun auto’s van school halen, omdat het voor de kinderen veel te druk is om alleen in het verkeer naar buis te lopen. En waarom is het veel te druk? Omdat de ouders hun kinderen in hun auto’s van school komen halen!"
Herkent u het beeld dat Freek de Jonge hier schetst? Uit onderzoek in Nederland blijkt dat ruim een kwart van de 10-jarigen nog met de auto wordt gebracht en gehaald. De belangrijkste reden daarvoor is de onveiligheid van het verkeer. In de afgelopen 25 jaar is de gemiddelde leeftijd waarop kinderen zelfstandig naar school gr gestegen van 6jaar naar 8,5 jaar. En dat is jammer. Want zelfstandige mobiliteit, zoals zelf naar school kunnen gaan, is belangrijk voor de gezonde ontwikkeling van kinderen. Kinderen die hierin worden belemmerd, kunnen enkele jaren achterstand oplopen in hun ontwikkeling.
Verkeer is de belangrijkste doodsoorzaak onder kinderen, en h aantal. slachtoffers nam vorige jaar sterk toe.
In 2003 overleden kinderen van jonger dan 15 jaar in het verkeer.

3.
Wat kunt u doen?
Om de vicieuze cirkel waar Freek de Jonge op doelde te doorbreken kunt u uw kinderen het beste te voet of per fiets naar school lat gaan. Al of niet onder begeleiding van uzelf. Voorwaarde is natuurlijk wel de route naar school veilig genoeg is.
Als ouders kunt u bijvoorbeeld het volgende doen:
• veilige schoolroutes en oversteekplaatsen creëren;
• het autoverkeer in de schoolomgeving terugdringen;
• de snelheid van het autoverkeer verlagen;
• het haal-. en breng-.gedrag van uzelf en uw collega-ouders
veranderen.

4. Verkeer en vervoer: weer naar school.
Hoe zorgen we ervoor dat onze kinderen veilig over straat naar school
komen?
Daarvoor zijn 10 Gouden regels.

5. Tien Gouden regels voor een veilige schoolomgeving.
5.1. De route naar school is veilig
Kinderen moeten veilig van huis
naar school kunnen lopen of fietsen.
Met behulp van een schoolroutekaart kunnen scholen, ouders en kinderen inventariseren welke verkeersknelpunten zich onderweg voordoen.

5.2. De straat voor de school is veilig
De straat voor de school is bij voorkeur geheel autovrij. Dat is minder radicaal dan het lijkt; in een stad als New York is het heel gewoon dat schoolstraten voor auto’s worden afgesloten.
Als alternatief kan ter hoogte van de schoolingang een ‘knip’ wordt aangebracht, zodat een doodlopende straat ontstaat. Doorgaand autoverkeer moet dan in elk geval een andere route kiezen.
Is ook dat niet mogelijk, dan moet de straat voor de school in elk geval worden ingericht als verblijfsgebied, met een maximumsnelheid van 30 km per uur.

5.3.Er is een veilige oversteekplaats...
Als de straat voor school niet autovrij is, zorg dan voor een veilige oversteekplaats Liefst een zebra op een plateau, zo nodig met vluchtheuvel.
Uiteraard is het van belang dat kinderen bij het oversteken voldoende uitzicht hebben.
Geparkeerde auto’s in de buurt van oversteekplaats zijn dan ook uit den boze.

5.4.En er is een veilige schooluitgang
Als kinderen na een dag stilzitten uit school komen, hebben zij de neiging om pardoes de straat op te rennen.
Waar nodig zijn 'hekjes' op de stoep om dat te voorkomen.

5.5. Kinderen hebben onbelemmerd uitzicht
Geparkeerde auto’s maken de straat voor kinderen erg onoverzichtelijk. Daarom is een parkeer- en stopverbod, ongeveer 25 meter links en rechts van de schoolingang, een vereiste.
Het parkeer- en stopverbod moet worden gehandhaafd door consequent verkeerstoezicht.
Parkeren op de stoep moet bij voorkeur onmogelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld door paaltjes of verhoogde stoepranden.

5.6. Voor ouders is er voldoende wachtruimte
Er moet voldoende ruimte zijn voor wachtende ouders op de stoep of op het schoolplein, met een mogelijkheid om te schuilen.
Dit is een vriendelijke geste naar ouders die hun kinderen lopend of met de fiets ophalen.

5.7. Er zijn fietsenrekken voor de kinderen en de ouders.
Er moeten voldoende goed geplaatste fietsenrekken of -hekjes zijn voor ouders die hun kind komen brengen of halen.

5.8. en voor de kinderen is er een goede fietsenstalling
Er moeten voldoende stallingsmogelijkheden zijn voor fietsen leerlingen. De fietsenrekken moeten stevig zijn en voldoende n bieden, zodat de fietsen niet in elkaar haken. De stalling is hij voorkeur overdekt.
Het is prettig als fietsende leerlingen hun natte kleding op school
ergens te drogen kunnen hangen.
Scholen met onvoldoende stallingsruimte stellen wel eens de n in dat kinderen die dichtbij school wonen, niet op de fiets mogen komen. Op zich is dat een praktische regel, maar niet als deze kinderen daardoor met de auto gebracht en gehaald moeten worden.

5.9. De schoolbus krijgt de beste parkeerplek
Sommige scholen hebben een schoolbus(je) voor de naschoolse opvang. Deze bus moet een gereserveerde parkeerplek hebben, dicht mogelijk bij de schooluitgang. Deze parkeerplek moet bereikbaar zijn zonder over te hoeven steken.

5.10. Elke school heeft een verkeerscommissie 
Het is belangrijk dat een groepje 'verkeersouders' zich speciaal bezighoudt met de verkeersveiligheid rond de school,
Zo’n verkeerscommissie kan bijvoorbeeld afspraken maken met ‘afhaalouders’ over verkeersveilig gedrag ( gedragscode),
Er zijn speciale afspraken nodig met ouders die hun kind met d auto brengen en halen. Bijvoorbeeld: alleen aan de schoolzijde de straat stoppen, geen keer-manoeuvres uitvoeren, niet achten rijden en niet op de stoep parkeren.

6. Feiten over snelheid
Snelheid heeft een rechtstreeks verband met onveiligheid, leefbaarheid en milieuschade, Enkele feiten:
• Jaarlijks 250 verkeersdoden en 3000 zwaargewonden door te snel rijden
• Hoe hoger de snelheid, hoe langer de remweg:
bij 30 km/u: 15 m
hij 50 km/u: 30 rn
bij 60 km/u: 45 m
bij 80 km/u: 80 m
• Elke km/uur sneller verhoogt de kans op een dodelijk ongeval met 5%
• Een aanrijding mei 50 km/uur is voor driekwart van de aangereden voetgangers fataal; bij 30 km/uur voor één op de tien
• De gevolgen ven een aanrijding met 50km/uur zijn vergelijkbaar met een val van ongeveer 10 meter hoogte
• Hoe lager de snelheid, hoe meer aandacht er is voor de weg en zijn omgeving. Bij hogere snelheid neemt de aandacht voor de omgeving af
• De helft van alle kinderen is bang in het verkeer
• Een meerderheid van de bevolking is voor een lagere limiet binnen de bebouwde kom,
• Hogere snelheid betekent meer geluidhinder
• Bij lagere snelheid neemt de anonimiteit van de autobestuurders af Oogcontact tussen bestuurder en personen buiten de auto neemt hierdoor toe
• Slechts 15% van de automobilisten rijdt stelselmatig te snel.
• De belangrijkste redenen om te snel te rijden zijn:
* aanpassen aan het overige verkeer
* haast
* limiet is te laag (op 50 km-wegen)
* het gaat ongemerkt (op 80 km-wegen)
* snel rijden is leuk (op snelwegen)
• invoering van de 50 km-limiet in 1957 leidde tot 17% minder verkeersdoden binnen de bebouwde kom
• Ruim 2 miljoen Nederlanders ondervinden ernstige geluidhinder door het wegverkeer
• Verlaging van de snelheid op stadsautosnelwegen van 100 naar 80 km/uur verlicht de overlast voor bewoners (ernstige geluidshinder en luchtvervuiling door verkeer) met 15 tot 20%

7. Fietscontrole op 18/10/04
Op 18/10/04 werd samen met de politie en de preventiedienst van Ronse een gerichte fietscontroleactie gedaan. Deze actie was preventief en niet verbaliserend. Volgende conclusies werden getrokken:
Grote mankementen zoals het ontbreken of slecht werken van de remmen komen niet meer voor. De meeste tekorten zijn : reflectoren( op de wielen ) en in mindere mate de verlichting.
Deze actie wordt opgevolgd door de preventiedienst, die na twee weken een nieuwe check-up van de fietsen doet.

Foto’s van de actie:

Globaal preventieplan

1. Brand : Evacuatieoefening schooljaar 2004–2005
Naar jaarlijkse gewoonte wordt een evacuatieoefening gehouden.
Dit schooljaar ging deze oefening door op 27/10/04
In G1 waren alle leerlingen geëvacueerd op 6 minuten en in G2 was dit op 3 minuten.
Uitzondering: De muziekklas en de sportzaal hoorden het alarmsignaal niet zodat hier moet uitgekeken worden naar een bijkomend visueel zichtbaar signaal
( vb. flitser )

Foto’s van de verzamelplaatsen:

2. Hygiëne
Ter verbetering van de hygiëne in de toiletten werd een reinigingsplan opgesteld en werden volgende hulpmiddelen:
In de toiletten werden papieren handdoekdispensers + papierbakken, zeepdispensers en hygiënische zakjes aangebracht.

Foto’s:

Tijdens de zomervakantie werden in G2 een deel van de slaapkamers van het vroegere internaat opgeruimd:

3. Valgevaar
Het sportveld in de tuin was onbruikbaar geworden omwille van het valgevaar tijdens het sporten daarom werd het grondig gereinigd:

voor de reiniging na de reiniging

Op verschillende plaatsen van de speelplaats werd de betegeling vernieuwd om valgevaar te voorkomen:

 Pascal De Roissart
Preventieadviseur en veiligheidscoördinator

Schooljaar 2003-2004

1.Verkeersveiligheid
Actie fietscontrole bij de schoolingang KSO Glorieux aan de Glorieuxlaan.

De preventieve controle.

Deze had plaats in het eerste trimester. 131 fietsen werden gecontroleerd. Daarvan werden er 67 ( 51 % ) niet in orde bevonden. Na een tweede controle boden er zich van deze 67 leerlingen uiteindelijk 40 terug aan. Op deze tweede controle bleken er 33 fietsen in orde te zijn. Het resultaat was dus na dat na de actie 76 % van de fietsen in orde waren. De ouders van de leerlingen waarvan hun fiets niet in orde was werden aangeschreven door de politie om aandacht te schenken aan het vervoermiddel van hun kinderen. De fietscontrolekaart waarmee je kan nagaan of je fiets in orde is te verkrijgen via www.bivv.be.

2. Brandveiligheid
2.1 Snelblussers: 
Ter voorkoming van brand werden een aantal nieuwe snelblussers bijgeplaatst in onze schoolgebouwen:

- In het labo elektriciteit/elektronica 2de graad en in computerlokaal 2: CO2-snelblusser

- In de klasgang van gebouw 2

2.3 Evacuatie
Er werden vernieuwde evacuatieplannen opgemaakt voor de gebouwen 1 en 2.
Belangrijk hierbij te weten is dat de verzamelplaats voor gebouw 1, de tuin is en voor gebouw 2 de speelplaats voor de sportzaal.

2.3. Noodverlichting
De noodverlichtingen in de sportzalen werden in de paasvakantie aangepast.

3. Algemene veiligheid
Thans is de speelplaats van gebouw 2 uitgerust met een vernieuwde verlichting hetgeen de algemene veiligheid ten goede komt.

 Pascal De Roissart
Preventieadviseur en veiligheidscoördinator

Globaal Preventieplan EHBO

1 Organisatie
1.1. Op school is een bevoegd persoon aangeduid om de eerstehulpaangelegenheden - organisatie, vorming, uitrusting - te behartigen.
1.2. We winnen het advies in van een arts, bevoegd en ervaren inzake noodgevallengeneeskunde (Artsen van het Belgische Rode Kruis! Vlaams Kruis of  Instituut voor Dringende Medische Hulpverlening, arbeidsgeneesheer of schoolarts).
1.3. Het Comité Preventie en Bescherming op het Werk ( PBW ) houdt zich bezig met vragen rond eerstehulp en noodprocedures.
1.4. Bij analyse van ongevallen wordt ook aandacht besteed aan de doeltreffendheid van 
hulp- en noodmaatregelen.
1.5. Er zijn voldoende eerstehulpverleners aangeduid.
1.6. Er kan steeds op een eerstehulpverlener een beroep gedaan worden.
1.7. Elke werknemer is op een gepaste manier geïnformeerd over de namen van de eerstehulpverleners en de mogelijkheden om op eerstehulp een beroep te doen.
1.8. De werknemers zijn ingelicht over het noodzakelijke optreden bij ongevallen en noodgevallen en over de maatregelen voor de eerstehulpverlening.
1.9. De informatieborden over eerstehulpverlening met externe en interne noodoproepnummers, EHBO-posten, eerstehulpverleners, arts en ziekenhuis zijn op voldoende plaatsen opgehangen. 
1.10. Alle EHBO-voorzieningen zijn aangeduid met de voorgeschreven pictogrammen.
1.11. Binnen de school bestaat een intern meldingsysteem voor noodgevallen 
(telefoon; radio, alarmsignalen, e.d. )
1.12. In de nabijheid van de arbeidsplaats is een telefoon beschikbaar,
waarmee de hulpdiensten altijd kunnen worden opgeroepen.
1.13. Er bestaat een intern systeem om noodgevallen te melden.
1.14. De telefoonnummers van de hulpdiensten zijn bekend en hangen uit.
1.15 De eerstehulpverleners zijn geïnformeerd over de speciale voorzieningen voor
zwaarverbranden, voor gevallen van vergiftiging en over het bestaan van 
gespecialiseerde ziekenhuizen.
1.17. De school maakt gebruik van de ervaring die medewerkers van de
school hebben als vrjjwilliger binnen een eerstehulporganisatie.
1.18. De evacuatie- en reddingswegen zijn aangeduid (uitgangen en
nooduitgangen).
1.19. De toegangswegen en de standplaatsen voor voertuigen van de
hulpdiensten zijn aangeduid, gemakkelijk toegankelijk en worden vrijgehouden.
1.20. Er werd (zo mogelijk) een landingsplaats voor reddingshelikopters
aangelegd en  aangeduid (daar is vaak niet meer voor nodig dan een aanduiding
op de speelplaats); anders is er in de buurt landingsmogelijkheid.
1.21. Er werd - indien verplicht - een rampenplan opgesteld.
1.22. Regelmatig - desgevallend ook s’ nachts - worden evacuatie en
rampenoefeningen georganiseerd in samenwerking met de gemeente.
1.23. Er worden oefeningen georganiseerd voor de hulpdiensten binnen de
school samen met de openbare hulpdiensten.

2. Vorming
2.1. Eerstehulpverleners krijgen de noodzakelijke vorming.
2.2. Voldoende eerstehulpverleners zijn getraind in de CPR-technieken (Cardio-pulmonaire resuscitatie = kunstmatige ademhaling en hartmassage).
2.3. Eerstehulpverleners worden opgeleid als de grootte van de school dit vereist of als de school- of arbeidsgeneesheer dit aanbevelen.
2.4. De eerstehulpverleners en de nijverheidshelpers worden opgeleid met het oog op de risico’s die specifiek zijn voor de school of de afdelingen ervan (b.v. eerste hulp bij vergiftigingen, elektrische ongevallen, chemische besmetting, e.d.).
2.5. Leerkrachten worden ingelicht over wat zij moeten doen bij ongevallen die specifiek zijn voor hun afdeling (bewegingsopvoeding, chemie, houtbewerking e.d.
2.6. Er wordt gezorgd voor de noodzakelijke herhalingscursussen en bijscholing van eerstehulpverleners en nijverheidshelpers.
2.7. Medewerkers kunnen op vrijwillige basis grondiger EHBO-opleidingen volgen.
2.8. De opleidingen van de eerstehulpverleners en van de nijverheidshelpers worden bijgehouden in een register; het register biedt een overzicht van het aanwezige
opleidingsniveau.


3. Uitrusting
3.1. Een aangepast EHBO-lokaal is aanwezig.
3.2. Verbandmateriaal en andere hulpmiddelen - medische apparaten en
medicamenten - zijn voldoende aanwezig.
3.3. Het verbandmateriaal wordt behoorlijk bewaard (b.v. in verbandkisten).
3.4. De aanwezigheid van verbandkoffers wordt aangegeven volgens de beschikkingen van het ARAB.
3.5. De verbandkoffers zijn samengesteld volgens het ARAB.
3.6. Het verbandmateriaal is steeds gemakkelijk bereikbaar.
3.7. Alle betrokkenen weten waar zij het EHBO-materiaal kunnen vinden.
3.8. Het EHBO-materiaal wordt regelmatig gecontroleerd, vernieuwd en
aangevuld.
3.9. Bij het EHBO-materiaal bevindt zich de door het ARAB voorgeschreven instructie.
3.10. EHBO wordt in regel verstrekt door een gevormd eerstehulpverlener
3.11. Elke verzorging, ook lichte, wordt opgetekend in het verzorgingsboekje.
3.12. Specifiek er gespecialiseerd reddingsmateriaal is zo nodig voorhanden.
3.13. Voldoende personeelsleden kunnen het in item 12 vermeld materiaal gebruiken.
3.14. Er is voldoende materiaal om zieken en gewonden te vervoeren.


Jaaractieplan EHBO schooljaar 03-04 KSO Glorieux
Eerste hulpverleners : Monique Cousaert & Anne-Marie Martens
EHBO-lokaal aanwezig.
EHBO-koffers op volgende plaatsen: 
Uitgebreide koffer: onthaal , EHBO-lokaal
Basiskoffer: vaklokalen chemie, werkplaats hout, werkplaats elektriciteit, mobiele koffer ( uitstappen ).
Veldbed: vast : EHBO-lokaal.
mobiel ( sportdagen ): EHBO-lokaal.
EHBO invuldocument: in werkplaatsreglement en in .
EHBO-instructies + procedure: elke leerkracht.
Nazicht op volledigheid EHBO-koffers:
dient minstens 2 x per schooljaar
te gebeuren ( vb. augustus en maart ).
Ziekenhuis: Zusters Van Barmhartigheid – Glorieuxlaan – Ronse : gelegen
in de omgeving van de school.
Schoolarts: Dr. Ch. Vermast: te bereiken via CLB.
Arbeidsgeneesheer: Dr. Bevernage: te bereiken via IDEWE- Gent. 

Een vermeden probleem, is een opgelost probleem.
Preventie op school, en zeker ongevalspreventie is een prioriteit in het beleid van de directie en het schoolbestuur.

1.1 De leerlingen

1.2 Het personeel

1.3 Ouders

1.4. De preventieadviseur van de Interne dienst

Voor de samenwerking is de preventieadviseur de belangrijkste tussenpersoon.

Zijn specifieke taken zijn o.a.:

 Pascal De Roissart
Preventieadviseur en veiligheidscoördinator