Medische Commissie 

 SPORT VOOR KINDEREN

 

Met onze huidige kennis over de ontwikkeling van het kind is iedereen het er over eens dat er voor een goede sportieve vorming moet uitgegaan worden van de natuurlijke drang van het kind om te bewegen. Deze aangeboren behoefte is trouwens een fundamentele noodzaak voor de ontwikkeling van het bewegingsapparaat. Wil men de motorische vaardigheden optimaal tot ontplooiing laten komen, moet men de jongeren de kans geven om zoveel mogelijk bewegingservaring op te doen door hun te laten deelnemen aan een zo breed mogelijke waaier van sportieve activiteiten, dus "omnisport" in de letterlijke betekenis van het woord. Aan een meer specifieke sportkeuze kan pas gedacht worden vanaf de leeftijd van 8 à 10 jaar. Een te vroege keuze zal op lange termijn de sportieve mogelijkheden en prestaties eerder beperken dan gunstig beïnvloeden. Het is trouwens bekend dat de meeste kampioenen en medaillewinnaars slechts na hun puberteit hun definitieve sportkeuze bepaalden.

Een veel voorkomende fout is te wijten aan de prestatiedrang van de volwassene. Hierdoor worden de jongeren vroegtijdig in een competitief oefen- en trainingsproces gedreven, hoewel dit helemaal niet beantwoordt aan de eigen behoeften van het kind. De spontane behoefte tot competitie manifesteert zich immers pas rond het einde van de puberteit. Als men weet dat van alle jongeren die reeds zeer vroegtijdig in de competitie werden opgenomen slechts 5% zich uiteindelijk zullen plaatsen in de top tien bij senioren, betekent dit dat 95% van deze kinderen, tijdens een gevoelige periode in hun ontwikkeling, uitgeblust geraken, verstoten worden of gewoon door de trainer worden "gedumpt" omdat ze de beoogde resultaten niet bereikt hebben. De psychologische weerslag hiervan is ethisch moeilijk te verantwoorden. Ook gebeurt het dat ouders hun kinderen in een bepaalde richting duwen om hun eigen niet vervulde droom via zoon of dochter te verwezelijken. Zonder zich te bekommeren om de wensen of de mogelijkheden van hun kind, zetten ze het zwaar onder druk om dat te presteren wat zij zelf nooit bereikt hebben. Tenslotte wag men ook niet vergeten dat de zware training waaraan "competitiekinderen" onderworpen worden moet afgehandeld worden buiten de (verplichte!) uren op school. Hun programma laat geen tijd over voor spel, ontspanning of een sociaal leven aangepast aan hun leeftijd. Daardoor gaat een heel stuk van hun jeugd onherroepelijk verloren. Is dit geen kindermishandeling in naam van de sport?

Hoe moet het dan wel? Volwassenen moeten leren respect op te brengen voor de eigenheid van het kind. Ze moeten geduld hebben en zich niet opdringen als betweters. Voor alle jongeren, getalenteerd of niet, moeten bewegingskansen gecreëerd worden om al spelend en sportend veel ervaring op te doen. Pas later, als het kind er rijp voor is en er zelf naar vraagt, kunnen ouders en begeleiders helpen de juiste sportkeuze te bepalen, rekening houdend met de wensen en de mogelijkheden van het kind.

Alleen deze "kindvriendelijke" benadering is de juiste.

Dr.Francis Bruyninckx