![]()
|
De naam "dojo" geeft men aan de oefenzaal waar de
tai-jitsuka's trainen. De dojo wordt gekenmerkt door zuiverheid, rust,
eenvoud en concentratie. De vloer is er bedekt met een mat (tatami).
Men bereikt slechts de juiste atmosfeer indien de etiquette stipt wordt
nageleefd. Dagelijkse beslommeringen worden verbannen. Men
denkt nog uitsluitend aan tai-jitsu. Gezien het groot gamma aan potentieel
gevaarlijke technieken is dat nogal vrij evident. Traditioneel vervolgen dan de gebruikelijke
opwarmings-
en versoepelingsoefeningen. Daarna komt het valbreken of ukemi aan bod.
Hierop volgen de basisstoten en/of traptechnieken. En dan vangt de
eigenlijke training aan. En weerom groet men de tegenpartij.
Ongeacht de leeftijd of graad. Respect en vertrouwen
zijn sleutelwoorden. Aanwijzingen van leraar of meerdere in graad
worden zonder discussie opgevolgd. De les wordt beeindigd in meditatie
(het tot rust komen, het onder controle brengen van de ademhaling). Het zal wel duidelijk zijn dat kortgeknipte nagels van vingers en tenen, een propere oefenkledij, en het niet-dragen van sieraden of andere scherpe voorwerpen, getuigen van de nodige eerbied voor de partner. Goed geknoopte gordels, het achterwege laten van onnodige gesprekken, het dragen van gepast schoeisel, gereserveerdheid tegenover hogere - en hulpvaardigheid ten opzichte van lagere gordels : het maakt allemaal deel uit van de etiquette voor beoefenaars van Japanse krijgskunsten. Nonchalante houdingen leiden naar spel. Dat resulteert dan weer in kwetsuren. Het moet duidelijk zijn dat er in de dojo geen plaats is voor ongedisciplineerden.
|