DE DUITSE DOG


Inleiding

De Duitse Dog, ook wel eens (fout) Deense Dog genoemd, is één van de allergrootste hondenrassen ter wereld. Ze vallen niet alleen op door hun enorme grootte, hun hele voorkomen maakt indruk. Daarom wordt de Dog ook wel de 'Apollo' onder de honden genoemd.
Vroeger behoorden de Duitse Doggen tot de jachthonden (gebruikt bij o.a. de berenjacht). Nu valt de Dog onder het kopje 'waak- en verdedigingshond'. Omdat de Dog imponeert als je hem ziet zal hij of zij deze taak als verdedigingshond ook meestal goed volbrengen. Maar meestal is de Dog een gezellige huishond, die door zijn eeuwige trouw en aanhankelijkheid zich bij menig gezin goed thuis voelt.
Voorkomen

De algemene verschijning van de Dog is er een van waardigheid, kracht en elegantie. Het lichaam is zichtbaar gespierd, solide en bijna vierkant. Maar het lichaam moet zo goed in balans zijn dat ze niet onhandig over mogen komen. Ze bewegen zich voort met lange, soepele, krachtige lichtverende passen. De reu is robuster dan het de teef. De reu is groter en heeft zwaardere botten. Bij de reu moet de verhouding hoogte en lengte hetzelfde zijn. De teef daarentegen, mag een iets langer lichaam hebben. Wel moet haar lengte in goede verhouding zijn met haar hoogte. De schofthoogte mag bij reuen niet lager zijn dan 80 cm., bij teven minimaal 72 cm. Het hoofd van de dog is markant en uitsdrukkingsvol. De oren zijn hangend, hoog aangezet en middelgroot. De ogen zijn middelgroot, rond en zo donker mogelijk. De kaak is goed ontwikkeld en breed. De Dog heeft een schaargebit.
Karakter

Vriendelijk, liefdevol (vooral voor kinderen) en aanhankelijk. De Dog is terughoudend tegenover vreemden. De dog is zelfverzekerd, niet zenuwachtig en leergierig. Hij wordt niet snel van zijn stuk gebracht en is niet agressief. De Dog moet in harmonie worden opgevoed. Stem intonatie doet veel meer dan met strenge hand regeren. Omdat de Dog houdt van rechtvaardigheid zal hij of zij ook op deze manier behandeld willen worden.