Breeding Working and Sporting German Shepherd Dogs
 

 

Belgische toppers aan het woord

Artikel gepubliceerd in VDH maandblad, geschreven door Wim Severijnen en Andy van Dijk.

In gesprek met twee gedreven hondensporters

Ons africhtingsland heeft een aantal uitstekende africhters. Wie kent ze niet? Soms van de uitslagen, foto’s en interviews in het VDH blad of op het veld genietend van hun prestaties, stiekem dromend om ooit ook zo te schitteren met een eigen hond. Vorig jaar waren in Eindhoven toppers van over de gehele wereld, inclusief Nederland te bewonderen. En ook dit jaar, eigenlijk niet zo heel ver weg, in Noord-Frankrijk (Haguenau) was er weer een wereldkampioenschap voor Duitse herders. Weer een mogelijkheid om in levenden lijve prestaties op hoog niveau van hond en baas te zien. Een super topper was op beide evenementen aanwezig. En op beide WK’s pakte deze topper de eerste plaats. Niet afkomstig van de bakermat Duitsland maar uit ons kleine buurland België. Dat kleine land dat al zo vaak een wereldkampioen heeft geleverd. En let wel, ook deze man spreekt gewoon Vlaams…

Hoe doet een dergelijk iemand dat, wat drijft hem?

Ons dreef het in ieder geval naar België om samen met hem en Jef Nuyens (Hoofdcommissaris Africhting VVDH) het een en ander te bekijken.

 

Naam: Ronny van den Berghe

Leeftijd: 39 jaar

Getrouwd

Geen kinderen

Beroep: lasser fulltime roestvrij staal

Hobby: vanaf 1978 werken met honden, waarvan de laatste 13 jaar met Duitse Herders

Andere rassen

Ronny’s eerste hond was een Boxer. Hiermee is hij G&G gaan trainen. Nadat hij zijn diploma’s had behaald is Ronny het toenmalige G&G wedstrijd circuit ingedoken. De boxer was toen 4 jaar en heeft tot zijn 7e gewerkt: zo’n 50 wedstrijden per jaar. Zijn 2e Boxer was agressief naar alle andere honden en Ronny is om zijn agressie te reguleren het IPO programma gaan volgen. Nadat hij met deze Boxer IPO 3 had gehaald heeft hij de hond ook op wedstrijden uitgebracht. De derde hond was een Beauceron, Buck genaamd. Nog steeds is Ronny vol lof over de band die hij met deze hond had. De aanhankelijkheid van dit ras en in het bijzonder deze hond spraken hem enorm aan. Buck werd met Ronny tweemaal vice kampioen van alle rassen België en hij is driemaal uitgebracht op het EK (tegenwoordige WK-FCI). Zijn opvolger werd weer een ander ras: Een Doberman die hij over kon nemen van iemand van zijn club. Hoewel wisselvallig in het pakwerk, is Ronny nog steeds zeer te spreken over het appèl dat deze hond kon draaien. En ook met deze hond ging hij de wedstrijden in.

Inmiddels al trainend bij een Duitse Herder club, kon hij zijn eerste Duitse Herder, Marco van Gilliannes, kopen van een echtpaar die stopte met de sport. Deze hond was 2.5 jaar en klaar voor de wedstrijden. En ook hier weer succes: WK–FCI selectie en 3e plaats alle rassen België, het jaar daarna: WUSV en 1e plaats DH België. Drie Maanden later is de hond overleden ten gevolge van een vergiftiging.

De volgende DH was een pup, Tom van ‘t Leefdaalhof. Met deze hond selecteerde hij zich vier keer voor de WUSV. Hij behaalde achtereenvolgens de 3e plaats, 1e plaats en de 15e plaats. Bij de 4e WUSV moest hij zich terugtrekken wegens een blessure van de hond. Deze blessure maakte een eind aan de sportcarrière van de hond.

Zijn opvolger is Tom’s zoon Eros vd Mohnwiese. Ook met deze hond heeft hij inmiddels vier maal op de WUSV gestaan (32e plaats, 9e plaats, 1e plaats, 1e plaats).

De eventuele opvolger staat alweer klaar: Gringo vd Mohnwiese.

 

Naam: Jef Nuyens

Leeftijd: 59

Getrouwd

2 kinderen en twee kleinkinderen

Beroep: (eindelijk) Vutter

Hobby: Fokken en africhten van DH 

Africhting in vogelvlucht

Sinds 1976 als fokker (kennel van Oostweg) en africhter bezig in de DH wereld. Hij fokt maximaal twee nesten per jaar. Jef heeft in zijn kennel kynologie gefokt. Met zijn eigen fok heeft hij veel landelijke successen geboekt. Met daarnaast topklasseringen op de Hauptzuchtschau. Later is hij overgestapt naar de africhtingfok. Momenteel heeft hij een Troll Haus Milinda zoon. Zijn zoon Bart is ook actief in de hondensport en loopt met een eigen fokproduct: een Tom van ‘t Leefdaalhof zoon. Met deze hond deed hij mee aan de interland 2005.

Jef heeft tijdens zijn lange hondensportcarrière ongeveer 15 honden naar VH 3 gebracht en met een aantal daarvan ook wedstrijden gelopen.

De afgelopen jaren is Jef hoofdcommissaris Africhting van het VVDH en is zeker bekend als coach van het interland team.

   

Waarom een Duitse Herder

Opvallend is dat Ronny via verschillende rassen bij de Duitse Herder is uitgekomen. Zelf verklaart hij het als volgt: Elke rashond die hij in bezit had, bracht iets specifieks. De een vanwege de lust en het enthousiasme om te werken, de ander vanwege de band die het met hem als baas aan ging, of het geweldige appél vermogen. De Duitse Herder blinkt eigenlijk nergens in uit: hij heeft op alle fronten kwaliteiten gepaard met stabiliteit, waardoor dit ras in zijn ogen toch de beste werkhond is. Ook Jef sluit zich hier volledig bij aan. Wel stelt hij dat dit de werklijnen betreft. Beide mannen zijn het weer roerend eens dat wat hen betreft de kloof tussen africhtingfok en kynologische fok zo groot is dat het bijna onmogelijk is deze weer bij elkaar te krijgen. In het begin van zijn fok gebruikte Jef de top kynologische honden niet alleen voor type verbetering maar ook voor karakter verbetering. Nu is dat naar zijn mening onmogelijk geworden.

Pup keuze

Voor Jef is de teef de belangrijkste partner in de fok. Hij stelt het voor als een optelsom. Beide honden leveren gemiddeld 50 % van de genen van de pup. De eerste 8 weken verzorgt de teef hun nest en brengt daardoor haar gedrag en karakter over op de jonge honden. Hierdoor is haar inbreng veel belangrijker dan die van de reu. Ook Ronny kijkt als eerste naar de teef, haar gedrag, doen en laten, om te bepalen of hij uit een bepaalde combinatie een pup wil hebben. Beiden hebben op zich geen voorkeur om uit Belgische fok een hond te kiezen. Wel vinden ze het belangrijk om de ouders te kennen. Of zoals Jef zegt; “We willen de honden zien, hè”.

De opbouw in training

Jef is huiverig om met een jonge hond te beginnen. Te vaak is het hem al gebeurd dat hij voortijdig afscheid moest nemen terwijl de hond zijn hart al had gestolen. Hij begint daarom met 6-7 maanden de basis aan te leren. Daarna stopt hij met trainen. Bij 9 maanden begint Jef met speuren. Pas na het afröntgen pakt hij de draad weer op met het veldwerk (pakwerk en appél). Ronny daar in tegen begint op jonge leeftijd met de hond. Met 4 maanden speuren en vanaf pup is hij spelenderwijs bezig met diverse oefeningen. Het grote voordeel vindt Ronny dat het dan weinig moeite kost de hond bij te sturen; alles voor de hond een spel is. Wel is het voor hem essentieel dat hij bepaalt wat wanneer er gebeurt. Dat betekent voor hem bijvoorbeeld ook korte oefeningen en stoppen op het hoogtepunt van een spel(-oefening). Na de gebitswisseling start Ronny met het pakwerk.

Zelf heeft hij in 13 jaar Duitse Herder sport nog maar één hond weg hoeven te doen omdat deze niet geschikt was voor het werk of anders.

De methode?

Voor Ronny is het van essentieel belang dat zijn honden voor hém werken en niet voor de bal of een andere beloning. Maar hij maakt wel gebruik van de bal of van een voerbeloning. Elke keer benut hij om de hond aan te leren dat het spel pas leuk is als dat met de baas gebeurt. En de baas bepaalt wanneer en hoelang. Hoewel de klikkertraining succesvol is, zeker bij het aanleren, gebruikt Ronny het niet. In tegendeel: iemand die de klikkertraining toe past kan volgens hem zelf het verschil tussen beloning en straf niet goed maken.

De basis van zijn manier van honden trainen is ontstaan tijdens een bezoek aan de dierentuin. Ronny mocht een kijkje achter de schermen nemen. Hier zag hij dat in plaats van de ijsberen direct te voeren met vis, deze vis eerst werd ingevroren in een emmer met water. Pas daarna kregen de beren hun voer. Het principe hier achter was dat de beren zich zo niet verveelden en dat ze moesten werken voor hun eten. Dit laatste intrigeerde hem en besloot dit met succes toe te passen in zijn trainingen. Voortaan moeten zijn honden werken voor hun eten. Pas als Ronny tevreden is over hun arbeid krijgen ze hun eten, dan wel een voerbeloning. Door middel van een korte tijdsspanne tussen oefening en de eetbeloning conditioneert hij de hond hierop. Als voorbeeld van hoever hij dit door gevoerd heeft: Tijdens de WUSV Eindhoven is op de foto’s van de zitoefening te zien dat bij Eros de kwijl uit de mond loopt……

Hoofdzaak

Naast deze manier, maar volgens hem zijn er veel meer africhtingmethoden, zijn er wat Ronny betreft twee essentiële dingen om zijn honden goed af te richten. Als eerste vind hij het “lezen” van de hond zeer belangrijk. Jezelf kunnen verplaatsen in de hond. Hierdoor kun je de juiste handeling op het juiste tijdstip doen. En dat is dan ook direct het tweede belangrijke: het moment van kiezen, wanneer geef je de beloning, wanneer stop je het spel, de oefening.

Nog steeds is bovenstaande geen garantie voor de genoemde topsuccessen.

Zelf ben je geneigd om te denken; vasthouden en doorgaan met wat je goed doet. Ronny dus niet: “ik zie alleen de slechte dingen van mijn honden. Daar concentreer ik mij op; om dat te verbeteren. Eigenlijk gaat er altijd wel iets fout. Soms had ik prachtige punten op wedstrijden en was ik toch niet tevreden. Andersom heb ik dit ook gehad. De hond kon dan niet beter, gaf zich helemaal. Dan ben ik meer vergenoegd dan met die gewonnen bokaal”. De toegekende punten van een keurmeester zijn voor Ronnie geen leidraad, maar hij gaat op zijn eigen oordeel af.

Over trainen en vrije tijd 

Jef traint regelmatig en veel: zo’n 3 maal per week staat hij op het veld, begeleidt anderen en geeft instructie. Samen met clubleden begeleidt hij anderen in de opbouw van hun honden. Daarnaast heeft Jef nog een actief gezinsleven, zeker ook als trotse grootvader. Herkenbaar, ook voor ons: het thuisfront wil je ook wel eens thuis hebben.  

Ronny traint veel, heel veel. Zeven dagen per week is hij met training bezig. Zijn vrouw staat hierin volledig achter hem.

Elke werkdag staat Ronny rondom vijf uur naast zijn bed. Honden uitlaten, daarna kort trainen op een veld naast zijn huis (denk nog maar aan die conditionering), hun eten verzorgen en door naar zijn werk. ‘s Middags thuis gekomen, honden kort uitlaten, daarna met de honden een half uur fietsen, weer trainen om dan ’s avonds naar de club te gaan of ergens in den lande te trainen. Is hij niet tevreden, dan wordt er thuis gekomen weer getraind tot 23.00 uur of middernacht. Beroemd of berucht is het verhaal van de WUSV Eindhoven. Ronny was ontevreden over de zitoefening en begint ’s avonds laat de training weer op te pakken tot middernacht, Ronny tevreden, Eros kreeg zijn voer. De volgende dag draaide Eros ondermeer een perfecte zitoefening. Je zou zeggen dat zijn honden het hele gebeuren inclusief Ronny snel beu zijn. Niets is minder waar: op de WUSV hebben wij de baas zelf zien rondlopen tussen het publiek met twee dartelende honden die glanzen van vitaliteit en gezondheid naast hem en alleen maar oog voor Ronny.

Ronny heeft zijn training verder zo gepland dat hij elke dag een onderdeel van het programma doet, ook met wedstrijden tussendoor, werkt hij zo altijd het volledige programma af.

Jef Nuyens: “Tja, hij is de Eddie Merkx van de hondensport”. Wij zijn meer geneigd om hem te vergelijken met Lance Armstrong. Talent, gevoel en visie voor honden en verder ongelooflijk veel trainingsarbeid met een ijzeren discipline. En hij deelt zijn kennis met anderen. Hij is zeker niet zelfzuchtig.

Op de club en geheime trainingsmethoden

Ronny traint bij kringgroep Veerle. Ook hier zie je een ongelooflijk gedreven honden- en clubman. Hij staat als eerste op het veld en gaat er als laatste af. Niet voor zichzelf maar als instructeur van zijn clubleden en voor iedereen die zijn hulp in roept. Veerle is dan ook uitgegroeid tot een grote club die continu successen heeft. Vanaf 1990 heeft elk jaar een of meer van zijn clubleden op de WUSV gestaan. Zelf vindt hij het niet meer dan normaal: “Ik heb geen geheimen en wil graag mijn kennis met anderen delen. Niet voor geld, of het snelle gewin maar voor de sport en plezier.” Zelf ben ik ook afhankelijk van anderen; alleen kun je het niet. Er zijn dan ook veel mensen op mijn club waar ik baat bij heb. Wel is het soms een probleem dat ze de instructie niet durven overnemen van mij. Ook hier geldt voor Ronny dat onopzettelijk fouten maken geen probleem is: men mag en moet leren. Uiteindelijk wordt je er beter van. 

De toekomst

Beide hondenmensen, elk gedreven op hun eigen manier, maken zich, ondanks de successen zorgen om de toekomst. De hondensport wordt kleiner, clubs verdwijnen. Niet alleen in België maar ook in Nederland en Duitsland, over de gehele wereld. Er komen te weinig jonge mensen, de sport vergrijst. De hondensport vergt veel qua tijd en geld. De snelle mentaliteit van tegenwoordig zorgt er voor dat de stap om samen met je hond te werken een heel grote stap is geworden. Het oogt prachtig in België: elk jaar weer dingen Belgische sporters naar de hoofdprijzen. Echter, het is een smalle top die qua personen nauwelijks veranderd. Daar achter wordt het deelnemersveld steeds kleiner en anoniemer. Ronny stelt het zeer zwart: “Over tien jaar is de huidige hondensport verdwenen”. De problemen zijn duidelijk zichtbaar maar beiden hebben geen oplossing. Wellicht kan na verloop van tijd Ronny ook hier zijn instelling en kwaliteiten in dienst stellen van de hondensport. Vooralsnog is Ronny, zoals hij dat zegt “nog lang niet uitgespeeld”. En ook het volgende tekent deze gedreven hondensporter ten voeten uit:

Er is alweer een opvolger van Eros: Gringo vd Mohnwiese. Opgevoed en afgericht door Ronny. De Noorse Christine Soneberg, inderdaad lid van Veerle, heeft Gringo dit jaar op de WUSV gebracht (9e plts), omdat je nu eenmaal maar met een hond op de WUSV mag staan. Toch brengt Ronny in 2006 wederom Eros uit op de WUSV. Waarom? Eergevoel en …..  België mag dan een extra hond leveren.

Dat wordt weer genieten voor ons, ga alvast maar boeken! WUSV 2006: Randers in Denemarken. Keurmeesters: R. van Eck (Nederland), Daecon (Canada), Ritzi (Duitsland)

 

Wim Severijnen/Andy van Dijk