Breeding Working and Sporting German Shepherd Dogs
 
 

 

...................................

"A dog, especially a young dog, can never be praised too much."  

 Captain von Stephanitz

..................................

 
 
 
 
 

 

 

ZOEK

 

Floh vom Banholz

 

 

 

Speuren, stap na stap

GHPspeuren aanleren, methode ontworpen en uitgedacht door Roger Van den Abeele

geschreven door Jan Galant

In onze hondensport wordt het meest gesproken over manwerk, vaak wordt het karakter van de hond en de africhterwijsheid van de geleider beoordeelt in deze discipline, maar is dit wel terecht? Het speurwerk van onze hond oogt misschien op eerste zicht minder indrukwekkend, maar als men zich verdiept in deze materie dan opent zich een wereld, die voor ons mensen bijna onvoorstelbaar is.

Zoals vele heb ik verschillende honden het speuren bijgebracht met wisselende resultaten, als mijn hond de voorwerpen mooi verwees en de hoeken vlotjes nam  was ik een gelukkig man, als het verkeerd liep werd de oorzaak gezocht in het  weinig trainen van de  hond, het terrein, de speurlegger en in uiterste geval bij de hond zelf. Wist ik veel dat ertussen de neus van mijn hond en de grond zich een wereld van geuren en geurpatronen afspeelde. Door deze onwetendheid leerde ik mijn hond maar een fractie van zijn reukzintuig te gebruiken.

Dat het anders moest stond als een paal boven water, maar hoe?

Ondertussen ben ik terug gestart met een nieuwe hond, dit Duitse herderteefje genaamd Zentl is  een tweetal jaar, en ik heb mij voorgenomen  haar afterichten op een positieve manier (minimum aan correcties),  met de clickleermethode als uitgangsprincipe.

In de disciplines gehoorzaamheid en pakwerk lukt dit al aardig maar voor het speuren bleef ik zoeken naar een leermethode (clicker) om haar temperament en werklust te behouden.

 

Aan wie  beter deze vraag stellen dan aan Roger Van Den Abeele?

Roger is voor velen bekend als keurmeester, maar ook als africhter heeft hij reeds zijn sporen verdient (deelnemer W.K. + 3maal 1ste reserve alle rassen)en is geroemd voor zijn onnoemelijke kennis en ervaring in het speuren.

Diverse malen heb ik Roger aan het speuren gezien, en dit met verschillende honden, steeds weer zag ik een hond die werkelijk iedere vierkante centimeter van het spoor met evenveel zorg en intensiviteit onderzocht,  dit ging gepaard met het perfect verwijzen van ieder voorwerp, en de onnoemelijk mooie drang van de hond om het spoor verder te mogen zetten na ieder voorwerp.

Groot was dan ook mijn vreugde, als ik vernam dat zijn eigen ontworpen methode enorm aanleunde tot de positieve africhtingmethode, beter nog Roger was ervan overtuigd dat in zijn speurmethode de clicker toegepast kon worden.

 

Aan de slag dan maar..
 

Met de goedkeuring en begeleiding van Roger  poog ik een dagboek bij te houden over het leerproces die Zentl de komende weken en maanden zal doorlopen.

Ik ben ervan bewust dat niet ieder detail of finesse zal ter sprake komen, want vaak gebeuren er handelingen tijdens het speuren vb. lijnsturingen, die gewoon een gevolg zijn van de enorme feeling die Roger heeft, en waar geen uitleg kan bijgegeven worden.

Ook moet men er rekening mee houden dat de methode verschillend is van hond tot hond, de hier na volgende ervaringen die Zentl en ik hebben opgedaan moet men dan ook aanzien als een rode leidraad.

Roger geeft ook grif toe dat zijn methode door hem constant herdacht en aangepast word, en dit door de ervaringen die hij elke dag opdoet met zijn eigen honden alsook met honden zoals Zentl.    

 

Als we het speuren van onze hond wensen serieus te nemen, dan is het onoverkomelijk dat men enkele theorieën kent en onthoudt.

Er zijn veel theorieën en proeven gepubliceerd betreffende het reukvermogen van de hond. De experimenten van de onderzoeker Konrad Most zijn heden ten dage nog van een enorm belang. Uit de proeven van K. Most, in combinatie met die van andere, zijn volgende conclusies te trekken.

Spoorsamenstelling:

·         Geur (= een gasvormige stof) ontstaan door bodembeschadiging en kapotgetrapte planten en insecten, veroorzaakt door de spoorlegger tijdens het leggen van het spoor? Zijn de geuren waarop de hond zich hoofdzakelijk oriënteert.

·         De persoonlijke geur (huidschilfers, monogulen) van de spoorlegger voegt weinig toe aan het totale geurencomplex dat door de spoorlegger wordt veroorzaakt. Deze persoonlijke geur zou dan ook in verhouding tot de andere geuren tamelijk snel verdwenen zijn. Ondanks dit feit zijn echter goed opgeleide honden prima in staat deze persoonlijke geur in het spoor vast te stellen.

·         Verleidingssporen kunnen door de hond onderscheiden worden van het oorspronkelijke zoekspoor als de sporen verschillen in leeftijd.  Zijn de sporen exact even oud dan moet de hond dus de sporen uit elkaar houden op de persoonlijke geur. Niet goed opgeleide honden kunnen dan dus in de problemen komen. Indien er in dergelijke gevallen gebruik is gemaakt van een goede aanzet (plaats  aan het begin van het spoor) dan zijn er betere resultaten te bereiken.   

 

Een les kan getrokken worden uit deze theorie met betrekking tot voer op het spoor.

Grotendeels de meeste geleiders gebruiken bij het aanleren van het speuren voedsel. Echter leert voorgaande theorie ons het volgende feit over gebruik van voer op het spoor en iets waarmee we wel degelijk rekening mee moeten houden! Gebruik van voer op het spoor is van grote invloed op de spoorsamenstelling. Immers de geur van voer is zonder twijfel sterker dan die van bodembeschadiging, kapotgetrapte planten, impregneermiddel (schoeisel) of de nog geringere menselijke geur. Het maakt daarbij niet uit of men een (onderbroken) sleepspoor maakt of met brokjes op het spoor legt. De hond zal in eerste instantie gaan richten op de overheersende geur van voer, en wat later (bij een onderbroken voer-spoor) ook op bodembeschadiging. De hond leert echter op deze wijze niet om de zwakke individuele menselijke geur van de spoorlegger uit het geurencomplex van het spoor te halen. Men leert de hond aas zoeken!

De gevolgen zijn deze:

De op deze wijze opgebouwde hond zal als gevolg van het niet kunnen waarnemen van de individuele menselijke geur in zijn spoor zonder bedenkingen overgaan op verleidingssporen(vb. Bandensporen van tractoren).

Daar de hond aangeleerd heeft voedingsgeur te zoeken op zijn spoor, zal de kans tot het volgen van een (ziek)wildspoor ook aanzienlijk groter worden (aas zoeken).

Bovendien ontbreekt de verbinding tussen geur van het spoor (geur van het voer en bodem beschadiging) en de voorwerpen (met de geur van de spoorlegger). De voorwerpen hebben dus voor de hond geen betekenis en worden gemakkelijker overlopen.

 

De conditie waarin de hond verkeert.

Speuren eist conditioneel veel van de hond. Iets wat vaak over het hoofd wordt gezien. Het aanleren van het speuren is niet alleen het aanleren wat wij van de hond verlangen maar ook geleidelijke opbouw van “speurconditie”. Daarbij behoort het dus zo te zijn dat de hond lichamelijk geen gebreken mag hebben.  Hier volgen enkele gebreken die van invloed zijn op de speur – prestaties van onze hond.

·         Beschadigt slijmvlies achter de neus veroorzaakt door een onsteking of het opsnuiven van agressieve stoffen (vb. ammoniak)

·         Onsteking in het bovengebit van de hond verstoren het reukvermogen van de hond.

·         Neusspiegel behoort glad en vochtig te zijn. Scheuren en sneden zijn pijnlijk en zullen een invloed hebben tijdens het speuren. De hond zijn neus goed schoon en nat maken met zuiver water alvorens te speuren.

·         Honden kunnen een allergie hebben voor bijvoorbeeld graspollen. Je krijgt dan een hooikoorts effect van veel niezen, veel helder vocht uit de neusgaten en rode jeukende ogen.

·         Onstekingen van de neusholte hebben uiteraard ook invloed op het reukvermogen.

 

Waarneembaarheid van het geurspoor door de hond.  

 

PLAATS

 

 

WEERSGESTELDHEID

 

WIND

 

TEMPERATUUR

 

WAARNEEMBAARHEID

Gras

zonnig

zwak

+20°

18 – 24 uur

regen

sterk

+10°

2 – 4 uur

sneeuw

stil

-1° tot-4°

6 – 8 uur

sneeuw

sterk

-8°

max. 1 uur

 

 

Akker

zonnig

zwak

+ 20°

16 – 19 uur

bewolkt

sterk

+ 20°

5 – 7 uur

zonnig

stil

+ 20°

8 – 15 uur

regen

zwak

+ 25°

2 – 3 uur

zonnig

zwak

- 4°

10 – 12 uur

sneeuw

zwak

- 8°

1 – 2 uur

 

Zandweg

zonnig

zwak

+ 20°

5 – 8 uur

regen

sterk

+ 20°

max. 2 uur

bewolkt

zwak

- 8°

7 – 12 uur

Houten vloer

 

zonnig

zwak

+ 20°

2 – 5 uur

regen

sterk

+ 20°

minimaal

 

 Opgelet:

Indien men de hond laat speuren bij een temperatuur die lager is dan –5°(grondtemperatuur is dan stukken kouder) dan loopt men het risico dat de hond zijn geurlamellen*(neus) bevriest.

Dit kan leiden tot een onherroepelijke schade aan het reukorgaan van de hond, het is dan ook aanbevolen niet meer te speuren als de temperatuur lager is dan –3°.

·         Geurlamellen  zijn zenuwstrengen die 2/3 van het hoofdoppervlak lateraal innemen, waarvan het begin bij de neusspiegel en eindigt bij de hersenen. Hoe groter het hoofdoppervlak des te meer speurvermogen.

 

Type van hond  

Binnen de verschillende rassen bestaan er in geaardheid van de honden grote verschillen. Deze geaardheid, ook wel karakter genoemd is niet toevallig ontstaan, maar door jarenlang fokken en uitselecteren is men gekomen tot die eigenschap welke men voor dat ras wilde.

Het is dan ook van groot belang dat je als africhter, je hond op een eerlijke en doordachte manier zijn karakter beoordeelt, om hieruit een juiste africhtingmethode toe te passen.

Tekstvak: Het geheim van alle opvoeding en africhting berust in het goed herkennen en gebruiken van de voorhanden zijnde aanleg.
                                              V. Stefanitz
 

Van theorie naar praktijk.


 

Zoals velen dacht ik dat de eerste les om Zentl het speuren bij te brengen op een speurveld zou afspelen, maar niets was minder waar. Zentl moest eerst en vooral een driftopbouw ondergaan naar een einddoel. Het einddoel moet een zo getrouwe mogelijke kopie worden van een prooi die men in de natuur zou aantreffen, dit wil zeggen dat de prooi in beweging gebracht kan worden, de hond er zich kan in vast bijten en uiteindelijk zijn honger kan stillen. Als men dit analyseert dan ziet men dat we drie verschillende driften aanspreken namelijk jachtdrift, buitdrift en eetdrift, we kunnen dan ook stellen dat iedere hond wel minimum één van die drie driften bezit.

Deze drift opbouw benadrukte Roger is het fundament tot het welslagen van het speuren, hoe hoger de hond in drift kan gebracht worden des te beter het eindresultaat!

Het einddoel moest aan het volgende voldoen, de hond zijn rantsoen kunnen in opbergen en de hond moet er in kunnen bijten, een hand of heuptas kan geschikt zijn, maar beter nog is een enveloppe maken van een versleten bijtovertrek (mouw), dit is een veel sterker materiaal en men heeft een verband naar het pakwerk.

                                      

Eenmaal het einddoel gemaakt, kwam het werkelijke werk, de driftopbouw, maar hoe te werk gaan?  De eerste mogelijkheid die Roger mij gaf was alle rantsoenen voor de hond uit het zakje te geven, maar ook bijtspelletjes en apportspelletjes kunnen bijdragen tot een goede driftopbouw, zolang er maar geen enkele vorm van dwang gebruikt wordt(bevelen van los, vast enz..), de hond moet het zakje aanzien alsof het een konijn of iets dergelijks is waar hij naar op jaagt en verorbert( zelfs het doodschudden van de prooi moet men aanmoedigen).

Zentl werd dus van nu af aan gevoederd met het zakje, maar na enkele malen had ze snel door dat het zakje iets lekkers opbracht, en nu bracht ik eerst het zakje in beweging (lange touw) en liet Zentl jagen op het bewegend doel, éénmaal vast gebeten werd het zakje geopend en kwam haar avond rantsoen te voorschijn. Geleidelijk aan bracht ik meer en meer variëteit in het spel,

het zakje werd verstopt in de tuin, of werd op een zichtbare plaats gelegd maar onbereikbaar voor de hond enz., niets is te gek, en  met een beetje creativiteit kan je iedere hond knettergek maken van het “zakje”.

Na enkele weken was Zentls drift naar het zakje hoog genoeg om haar eerste speursessie te ondergaan.

.........................................................................................................................................................................................................

WEEK 1

Op een zomerse zondagmorgen ergens tussen de maïsvelden en grasweiden werd een afspraak gemaakt met Roger. De steeds luidkeelse humorvolle man was hier op de speurvelden een geconcentreerde en strenge onderrichter, die met een grote vorm van rust en zelfvertrouwen elke hond en geleider begeleide, iets wat ik met mijn “zotte” Zentl  best kon gebruiken.

Na enkele honden was het aan mijn beurt om van start te gaan.

Roger maakt mij eerst en vooral enkele zaken duidelijk, draag bij onervaren honden nooit rubberen laarzen om een speur te leggen, leg het spoor altijd met de wind in de rug, bevochtig de neus van de hond steeds alvorens te speuren, belet de hond zijn neus te gebruiken tot je het bevel van zoek geeft(auto tot speurpaaltje), en de speurcapaciteit verhoogt als de hond een honger gevoel heeft, na dit gezegd zijnde werd nagekeken of ik alles bij had om het speuren aan te vatten, zakje, speurpaaltje en voldoende voeding(iets waar de hond verlekkerd op is, worst, kaas).

Na de raadgevingen van Roger werd Zentl opgehaald bij de auto, iet wat onwennig onderging zij het natmaken van haar neus, éénmaal op het speurveld aangekomen, en deze was zeker geen mooie ingezaaide grasweide maar een grillige veeweide, moest het “zakje” klaargemaakt worden.

Zentl werd aan de lijn gehouden door een vriend, terwijl ik op enkele passen voor haar het “zakje” klaarmaakte (voedsel in het zakje stoppen), met een aanmoedigende stem werd Zentl in drift gebracht. Wanneer Zentl in haar hoogste driftpunt gebracht was, werd mij gevraagd het speur te trekken. Met zeer korte pasjes moest ik een speuraanzet van ongeveer twee meter aanleggen, en aan het einde van de spooraanzet plaatse ik aan mijn linkerzijde het speurpaaltje.

De spooraanzet wordt tweemaal aangelopen, het speur zelf gebeurt met dezelfde kleine pasjes, en deze pasjes zeker niet te hard aandrukken, na ongeveer een tien à vijftien meter moest ik met veel vertoon het zakje verstoppen in het gras(hond moet dit zien gebeuren), en nu gebeurt er iets erg ongewoon, ik werd gevraagd terug te keren op mijn eigenspoor. Het terug keren op eigen spoor gebeurt altijd zelfs voor een hond met ervaring, ook al liggen er veertig hoeken, dit maakt dat men erg geconcentreerd moet zijn speur aanleggen.

Wat ik niet gezien had was dat Roger tijdens mijn speuraanleg verschillende malen Zentl haar spoor dwarste met een zwaar aangedrukte voetstap, zodoende werd er onmiddellijk verschillende verleidingssporen getrokken, en mijn terugkeer op eigen aangelegd speur werd ook een verleidingspoor.

Vele onder u zullen nu met verwonderde ogen deze laatste paragraaf gelezen hebben, maar als men weet dat een hond van oud naar nieuw speurt dan begrijpt men onmiddellijk de bedoeling van dit gebeuren. Een hond kan namelijk een geurverschil waarnemen van  voetstappen die een luttele tijd later geplaatst  werden (tot 1/100 sec.).

Intussen  werd Zentl uitzinnig bij het zien van gans dit gebeuren, en volgens Roger was ze in perfecte stemming om het speuren aan te vangen, met een getrek en gesleur kwam ik eindelijk toe aan de aanzet van het speur en gaf de speurlijn over aan Roger. Na mijn bevel van zoek liet Roger de hond het spoor aanvatten, voor velen was dit geen speuren, en eerlijk voor mij eigenlijk ook niet, het was meer getrek en een gesleur om finaal bij het zakje aan te komen. Toen Zentl het “zakje” besprong, werd mij gevraagd haar tot rust te brengen en voorzichtig de beloning te openen zodat zij het verborgen rantsoen kon verorberen, en honger had ze, want Roger had gevraagd mijn hond vierentwintig uur voor het speuren geen voeding meer te geven.

Dit ritueel werd die dag een viertal maal herhaald met een speurlengte tussen vijf en twintig meter.

Op het einde van de speursessie gaf Roger mij de opdracht de daar op volgende week Zentl haar avond rantsoen op deze manier te verstrekken, met de bijkomende opmerking dat na een speursessie geen andere aanleeroefeningen meer mogen gedaan worden (vb. pakwerk of gehoorzaamheid), dit omdat hij van overtuiging is dat de hond tijd nodig heeft om het laatst aangeleerde te laten inwerken, belangrijk om te weten is dat de laatste oefening gaat en zal inwerken, dus sluit nooit af met een slechte speursessie.

.........................................................................................................................................................................................................

 

WEEK 2

Een week verder, en Zentl was één en al gekte bij het betreden van een speurweide, iets was mij opgevallen de afgelopen week, tijdens een speursessie volgde Zentl een vorig spoor die meer dan 24uur oud was, en deze was zeker niet zichtbaar met het menselijk oog, het speurveld was immers een dor en weinig begroeid braakland. Hieruit kon ik concluderen dat zij in al dat getrek toch haar speurzin (neus) gebruikte, enkel wist ze nog niet juiste geurpatroon te volgen.

Zondagmorgen en tweede speursessie onder begeleiding van Roger, volgens hem was het speurterrein van vorige week qua moeilijkheidsgraad te gemakkelijk, en werd een ander terrein gekozen.

Terug was het een veeweide, maar ditmaal was de begroeiing enorm grillig, van zeer kort tot  lange grasdotten, en met de gebruikelijke uitwerpselen die een koe achterlaat.

Ditmaal werd het spoor aangelegd zonder de aanwezigheid van Zentl, de manier van aanleggen was ook anders.

Eerst en vooral werden de pasjes iets groter, en op aangeduide plaatsen werden er kleine plasticzakjes geplaatst met een weinig voeding erin en op het einde terug het “zakje”.

Het spoor had een lengte van ongeveer twintig meter, en met een drietal plasticzakjes, deze werden geplaatst na een speurmoeilijkheid, bijvoorbeeld een verleidingspoor of moeilijke begroeiing. Onmiddellijk na  het aanleggen van het spoor werd Zentl opgehaald, en terug zoals de afgelopen dagen kwam zij met een getrek en gehijg op het speurveld, aan de spooraanzet werd de lijn aan Roger overgegeven en gaf ik het bevel zoek, met veel moeite hield Roger de hond in een aanvaardbaar tempo op het spoor(voor velen is dit nog veel te snel). Indien Zentl een plasticzakje verwees dan werd dit beloond met een click signaal, in vele gevallen neemt de hond de voeding tot zich en hervat deze het speur, maar voor Zentl was er maar één iets belangrijk en dit was het “zakje”(einddoel), éénmaal aangekomen bij het einddoel werd zij tot rust gebracht, maar doordat haar drift hoger was naar het einddoel dan naar de klaar gelegde plasticzakjes in het spoor, werd Zentl niet beloond met het verborgen rantsoen maar het “zakje” werd met een mopperende stem afgenomen(niet corrigeren!).

Gans deze speurhandeling werd nog eens overgedaan, maar met hetzelfde eindresultaat, conclusie, Zentl was klaar om met meer appel het speuren aan te vangen.

Om de speursessie af te sluiten werd haar spoor terug op een iets makkelijkere weide gelegd.

Het spoor was een tiental meter met op het einde een plasticzakje, het einddoel”zakje” werd door Roger enkele meters van het spoor weggestopt(rekeninghoudend met de windrichting).

Terug werd Zentl naar haar spoor gebracht maar ditmaal moest ik op een rustige manier haar de af positie laten aan  nemen, en dit een meter voor het speurpaaltje. Als Zentl rustig werd en een mooi oogcontact met mij had mocht ze het speur aanvatten, als een gekke trok ze Roger verder die ondertussen de lijn overgenomen had, bij het vinden van het plasticzakje werd het clicksignaal gegeven en op een rustige manier haar tot liggen aangemaand om nadien de beloning te geven(plasticzakje openscheuren). Op een haastige manier slokte ze haar beloning binnen want voor Zentl was het einddoel nog steeds het ultieme doel, nu werd de hond op een rustige manier aan de voet gevraagd, en moest ze onder appél (aan de voet) meegenomen worden tot een kleine meter voor het “zakje”, nadat ze rustig aan de voet zat en een mooi oogcontact aannam  werd de click gegeven, Zentl stormde op het einddoel af en werd door mij uitbundig beloond, nadien werd het zakje opengemaakt en haar rantsoen gegeven.

Ik wil er wel de nadruk op leggen dat in gans deze speursessie geen enkele correctie werd gegeven! Als tweede belangrijk feit is, als de hond éénmaal het “zakje” bemachtigd heeft, we er dan moeten van uitgaan nooit en te nimmer het met druk af te nemen, het “zakje” is de hond zijn prooi en bezitting waar niet om getwist wordt.

.........................................................................................................................................................................................................

 

WEEK 3

Omdat tijdens de laatste speursessies Zentl een zeer hoge drift naar het einddoel had, besloot Roger dat ik haar een bijkomend driftdoel aan moest leren, namelijk naar kleine plasticpotjes (filmrolletjes) die opgevuld zijn met lekkers(kaas, worst enz.). 

Deze potjes zullen een beloningsfunctie hebben tijdens het speuren, en worden geplaatst na een speurmoeilijkheid, daarom is het van cruciaal belang dat de hond deze filmrolletjes als een grote beloning ervaart.

Om de hond gek te maken van deze potjes, heb ik van Roger de raad meegekregen ongeveer dezelfde manier van driftopwekking toe te passen als voor het “zakje”.

Eén van die manieren is enkele potjes in groep(stuk of 10)te verstoppen, terwijl de hond het ziet, bij het vinden wordt elk potje voorzichtig met een aanmoedigende stem opengemaakt en het lekkers aan de hond gegeven. Wees creatief, alles kan en mag zolang er geen enkele druk of correctie wordt toegepast.

De verdere dagelijkse speursessie bleven dezelfde als het laatste spoor die uitgewerkt werd vorige zondagmorgen bij Roger(onder controle en met een plasticzakje op het einde).

Door op deze manier verder te werken zou het einddoel minder gestimuleerd worden, en de hond meer rust geven tijdens het speuren, maar blijkbaar niet  bij Zentl, want na iedere controle en het terug aanzetten op het spoor was het een getrek en gesleur om toch maar zo snel mogelijk bij het einddoel te kunnen komen.

Om deze onstuimigheid af te remmen probeerde ik haar een  spoor uit te laten werken op een zéér moeilijk veld (pas gemaaid en dor braakland), maar jammer genoeg was de reactie hetzelfde, verstand op nul en voorwaarts trekken.

Het daarop volgend spoor werd  op een meer begroeid braakland gelegd, en met bijkomend  verschil, dat een drietal plasticzakjes (met worst en dichtgemaakt) netjes werden verstopt op een willekeurige afstand van elkaar, en het einddoel werd terug enkele meters van het spoor gelegd.  

Met het uitwerken van dit spoor zag ik duidelijk een verbetering, alhoewel de controle en speuraanzet van Zentl even onstuimig was gebruikte zij de daarop volgende meters terug haar reukzintuig, positief was ook dat ze bijna zelfstandig ging afliggen bij deze plasticzakjes, hierdoor werd de rust in haar gemakkelijker teruggevonden, en werd de verwijzing naar een voorwerp op een natuurlijke (positieve) wijze aangeleerd.

Na iedere speursessie probeerde ik haar gek te maken van de zogenaamde filmrolletjes, en dit door enkele potjes op een hoopje te verstoppen terwijl ze het zag.

Haar eerste reactie was eerder lauw want voor haar is een stuk jutte véél interessanter, dan een met worst opgevuld potje, maar de aanhouder wint, en ik zal wat creatiever uit de hoek moeten komen om haar tot op een zeker driftpunt te brengen ten opzicht van een plasticpotje.

Na een lang nadenken heb ik de ideale manier gevonden om Zentls interesse naar deze plasticpotjes te verhogen, en dit door deze potjes ook te verbergen in haar einddoel “zakje”.

Zentl had dan ook vlug door dat deze potjes haar op de juiste weg brachten om het zo gegeerd einddoel te bereiken.

De twee daaropvolgende speursessies  heb ik de plasticzakjes vervangen door afgesloten filmrolletjes(potjes), en deze potjes heb ik op een willekeurig afstand neergelegd, het spoor was ongeveer 30 à 40 meter lang, het “zakje” werd op een tiental meter van het spoor verstopt.

Door het herhaaldelijk vinden van deze potjes werd Zentls getrek tijdens het speuren op een natuurlijke wijze afgebroken, en door deze haltes zag je dat Zentl minder haar visuele maar veeleer haar reukzintuig(neus)ging gebruiken.

.........................................................................................................................................................................................................   

WEEK 4

Met een positief gevoel ging ik dan ook terug naar onze wekelijkse speursessie bij Roger.

Na het uitvoerig bespreken van mijn opgedane bevindingen, besloot Roger dat Zentl klaar was om met nog meer discipline het speuren aan te leren.

Die dag werden er twee sporen uitgewerkt van telkens een veertigtal meter, en op die sporen lagen er een tiental potjes verspreid, op een variabele afstand van 1 meter tot 6 meter.

De bedoeling van deze potjes zijn nu tweeërlei ten eerste als beloning na moeilijk spoorstuk en als laatste een afremming van de hond zijn speursnelheid. Door de potjes op een zeer korte afstand te leggen onderbreken wij het einddoeldrift, en kunnen wij de hond op een rustige manier een geconcentreerd speuren aanleren.

Het tweede kenmerk van deze sporen was dat het aanleggen van het spoor(voetstappen), op een gestadige manier moeilijker werd, namelijk na ieder potje moest ik mijn voetstappen van zeer dicht geleidelijk opvoeren naar gewone stap en weinig aangedrukt, en op het moeilijkste punt werd terug een potje neergelegd.

Het einddoel”zakje” werd door Roger een tiental meter van het spoor verstopt.

Het speuren zelf moest nu onder een volledige controle gebeuren, bij het betreden van het speurveld moest Zentl correct aan de voet volgen(oogcontact), éénmaal aan het spoor werd zij op een kalme manier in de af positie gebracht, telkenmale zij oogcontact met mij had clickte ik en werd ze beloond met een snoepje, als Zentl volledig tot rust kwam (staart roerloos en adem stil en zacht,oogcontact) werd het zoekcomando gegeven met een bemoedigende stem.

Haar aanzet was nog steeds hevig maar doordat zij een geruime tijd onder controle werd gehouden bij de spooraanzet, zag je duidelijk dat zij haar oriëntatie kwijt was en dat ze zodoende aangewezen was op haar neus, luttele meters verder kwam zij haar eerste potje tegen, met een enthousiaste stem werd het potje geopend en het verborgen snoepje gegeven.

Eenmaal dat Zentl haar snoepje had verorberd werd ze terug op een rustige manier in af positie gebracht, en werd hetzelfde ritueel opgevoerd als bij de spooraanzet(oogcontact en rust bijbrengen), alle volgende potjes werden op een identieke manier afgehandeld, alleen bij het laatste werd Zentl aan de voet gevraagd, en moest zij perfect aan de voet volgend tot op een meter van het verborgen einddoel gebracht worden,  nadat ze enkele seconden oogcontact met mij had stimuleerde ik haar om het einddoel te zoeken, bij het vinden van het zakje werd zij uitbundig beloont en het verborgen rantsoen gegeven.

Het tweede spoor die dag verliep op een identieke wijze, met enig verschil dat bij het vinden van een potje Zentl op een rustige manier(zonder bevel)in af positie gebracht werd vooraleer te clicken en het potje te openen.

Alle handelingen moeten op een rustige manier en zonder correcties bij de hond aangeleerd worden!   

Als de hond het spoor verlaat wordt hij op een rustige en stille manier (zonder stem) herplaatst op de plaats waar hij het spoor verlaten heeft en terug in speuren gebracht.

Een zin die Roger vele malen per speursessie herhaald is “blijf rustig en laat de hond zelf het speurprobleem oplossen”, en met mijn weinige speurervaring denk ik dat dit het belangrijkste gegeven is om tot een goed eindresultaat te komen.

De volgende dagen werd het speuren op een zelfde wijze verder aangeleerd.

Enkele gedragingen kwamen steeds meer en meer aan het licht, namelijk Zentl had de neiging de niet verstopte potjes te willen overlopen, enkel het laatste die wel verstopt was bleek wel haar te interesseren. Het tweede opvallend gedrag was dat Zentl niet op de juiste manier haar beloning inschatte bij het clicken aan het voorwerp, ze kwam in speeldrift en verwachte dan ook haar balletje.

Om op een juiste manier verder te kunnen werken heb ik aan Roger uitleg gevraagd over het gedrag van zentl. Over het niet verwijzen van haar potjes gaf hij mij de raad deze van nu af aan allemaal te verstoppen, met als bijkomende geruststelling dat het negeren van deze filmrolletjes een gedrag is die veel honden vertonen(einddoel).

De daarop volgende speuren werden dan ook op deze manier aan gelegd, en werden door Zentl met wisselend succes uitgewerkt.

Ik had er vertrouwen in dat het onstuimig en ongeconcentreerd speurwerk van Zentl na lang oefenen weg zou deinen maar niets was minder waar.

Op een speursessie werd het Zentl allemaal te veel, en trok zich weg van het spoor om het “zakje” die verstopt was in de weideberm op te zoeken, telkenmale ik haar terug op het spoor bracht herhaalde zij hetzelfde gedrag.

Totaal ontmoedigd heb ik haar zonder enige beloning (zakje) terug in haar kennel geplaatst, en de vele gespendeerde uren aan speursessies bleken op dat moment mijns inziens totaal verloren geweest te zijn. 

Gedemotiveerd door Zentls laatste speur nam ik contact op met Roger, en bracht hem op de hoogte van het voor mij onoverkomelijk probleem. Roger had als verklaring dat Zentls speeldrift en drift naar het einddoel de bovenhand had genomen, bijkomend vertelde hij mij dat dit niet de eerste maal is dat hij geconfronteerd wordt met een dergelijk gedrag tijdens het speuren, kortom het was een natuurlijk gegeven in Zentls leerproces. Hij vroeg mij dan ook om de verdere week niet meer te speuren, en vierentwintig uur voor de volgende speursessie de hond geen voeding meer te verschaffen.

......................................................................................................................................................................................................... 

 

WEEK 5

Met de moed op peil nul en een hongerige hond begaf ik mij terug naar de zoveelste speursessie bij Roger.

Het was de bedoeling om zo snel mogelijk Zentls interesse ten opzichte van de potjes te verhogen, en om dit te verkrijgen werd op de volgende manier gewerkt.

Een spoor van ongeveer 15 meter (wind steeds in de rug) werd aangelegd in een goed begroeide weide, met op het einde twee verstopte potjes. En om de hond niet de kans te geven in een speeldrift te komen werd zij onder controle (appél) gehouden en dit vanaf het verlaten van de auto tot aan het speurpaaltje.

Daar het spoor zelf relatief gemakkelijk was kwam Zentl redelijk snel tot bij de verstopte filmrolletjes, en met enig ongeloof zag ik dat zij met krabbende poten de potjes probeerde te openen. Op en rustige manier beloonde ik haar en opende de filmrolletjes met de verstopte voeding, eenmaal zij dit verorberd had werd van haar terug appél gevraagd en deze controle moest blijven tot bij de auto, tijdens deze verplaatsing werd Zentl beloond met een vriendelijke en zachte stem. Eenmaal in de kennel gestopt werd zij nogmaals beloont met een handvol rantsoen(uit de hand laten eten).

Deze manier van speuren werd die dag nogmaals herhaald en met een zelfde resultaat.

Door  de eetdrift (honger) te verhogen en de speeldrift te vermijden, verkreeg ik  een hond die met een grotere interesse het spoor onderzocht en uitwerkte.

Roger vroeg mij om de hond geen voeding te geven tot de volgende speursessie die een vierentwintig uur later zou plaats hebben.

De volgende speursessies werden steeds aangevat met een hongerige hond (min 24 uur geen voeding, afhankelijk van het resultaat laatste speursessie).

Van bij aanvang tot einde van het speuren wordt een complete gehoorzaamheid gevraagd, en dit zonder druk, telkenmale  Zentl mooi oplette of een goede oefening deed werd zij beloont met een snoepje uit de hand en vriendelijke stem.

Een nieuw element werd echter wel toegepast namelijk de prikketting, ik wil hier direct de nadruk op leggen dat de manier van werken met dit hulpmiddel van cruciaal belang is, er wordt namelijk nooit gerukt. Met een uiterste voorzichtigheid en inzicht, van waar en wanneer, wordt een  correctie gegeven, en dit enkel en alleen om onrustigheid te voorkomen.

De prikketting wordt constant verwisselt naar gewone ketting tijdens het speuren, en dit volgens het gedrag van de hond (onstuimig = prikketting, rust =  gewone ketting).

Corrigeer de hond nooit bij een speurfout, prikketting wordt enkel en alleen voor onstuimig gedrag aangewend!

.........................................................................................................................................................................................................

 

WEEK 6

De zesde week is voor Zentl de aanvang van een inprentingfase, een periode waar ze dagelijks om haar rantsoen(voedsel) moet speuren.

Bij slecht, onstuimig of doelloos speuren wordt het einddoel niet verschaft, en  met een mopperende stem van het spoor genomen, met als bijkomend gevolg zij haar dagrantsoen niet krijgt(wel voldoende water geven). De volgende dag krijgt zij een nieuwe kans om haar dagrantsoen te verdienen. Het al dan niet verschaffen van het einddoel moet goed overwogen worden, indien de hond enige progressie maakt ten opzichte van uw vooropgesteld doel, dan  moet men de hond  belonen(dagrantsoen), verlang niet onmiddellijk het perfecte speurbeeld!

Het spoor zelf is een rechte lijn van ongeveer dertig meter, aangelegd met wind in de rug en op een relatief  gemakkelijk veld (goed begroeid), om de twee drie meter verstoppen we een met voeding goed opgevuld potje, en op het einde wordt terug het “zakje” gelegd.

Na een week van dagelijks speuren is Zentl bewuster beginnen werken, de noodzaak om haar voedsel te vinden kwam duidelijk naar boven, het is dan ook van groot belang om de moeilijkheidsgraad  geleidelijk en niet te snel te verhogen, dit om nodeloze druk te vermijden.

Wat vroeger voor de hond oninteressant was bleek nu van levensbelang te worden, het verwijzen van de  potjes werd naarmate de speursessies verstreken beter en beter, wat meebracht dat het getrek en gesleur op het spoor minder werd.

Het is nu mijn betrachting om dit laatste gedrag de komende weken te conditioneren, zodoende zal ook de druk op de hond tijdens het speuren verdwijnen.

.........................................................................................................................................................................................................

 

WEEK 7

Door omstandigheden kan ik een tweetal weken niet meer met Zentl gaan speuren, hopelijk vergeet ze niet al het aangeleerde! Volgens Roger kan het stilleggen van de speursessies een positief gevolg hebben, namelijk de hond zal tijdens deze rustpauze het aangeleerde verwerken, het is wel van cruciaal belang dat men eindigt met een heel goede speursessie! 

.........................................................................................................................................................................................................

 

WEEK 9

Na 10 dagen verlof, ben ik met volle moed terug begonnen aan mijn dagelijkse speursessies met Zentl. Op een makkelijk(dicht begroeide weide) veld legde ik een spoor van een 40 tal meter met een 10 tal potjes en het zakje op het einde. Met wat Roger mij nagaf namelijk dat de hond soms een rustpauze positief verwerkt, vatte ik met Zentl het spoor aan, en  met groot plezier zag ik dat mijn hond het spoor intensief en rustig uitwerkte, eenmaal op het einde beloonde ik haar dan ook uitbundig, want voor mij was dit een teken dat alle afgelopen trainingen en speursessies eindelijk tot resultaat leidde.

De opdracht die nu voor mij stond is het aanleren van het correct uitwerken van hoeken in het spoor.

Het spreekt voor zich dat het aanleren van hoeken op een relatief gemakkelijk speurveld moet geschieden, het aanleggen van de hoeken zelf moet met een iets zwaardere voetstap gebeuren (grondbeschadiging) en op een zodanige manier dat men de wind nooit frontaal voor zich heeft, na iedere hoek legt men op ongeveer 1 meter een opgevuld potje(voeding) dit zal als beloning dienen indien de hoek correct uitgewerkt wordt.

In het begin is het beter maar 1 hoek in het spoor te leggen, totdat de hond met vertrouwen een hoek  oplost, wissel af eens links en dan weer rechts, ook variëren van terreinen enz, probeer wel zoveel mogelijk rekening te houden met de wind! Nooit op kop!

Laat de hond zelfstandig de hoek oplossen, bij onstuimig gedrag wordt de beloning (potje) niet gegeven, en  brengt men de hond terug een meter voor de hoek zodanig dat hij een nieuwe kans krijgt om de hoek op een rustige en correcte manier uit te werken. Corrigeer nooit tijdens het uitwerken van een hoek, blijf als geleider rustig, en herplaats de hond een meter voor de hoek, zodanig dat de hond de hoek terug kan uitwerken, en ja dit ritueel kan zich verschillende malen herhalen op 1 hoek, wees gerust na enkele malen zal de hond snel snappen wat er van hem verlangd wordt, maar ik herhaal nogmaals “corrigeer nooit tijdens het uitwerken van de hoek”, eens de hond correct de hoek genomen heeft beloont men hem met het potje die juist na de hoek ligt.  Indien de hond problemen heeft bij het uitwerken van de hoek, dan kan men verschillende potjes in een hoek leggen, tijdens het speuren zelf lijkt dit misschien  een gekke vertoning, want de hond zal de hoek bijna liggend uitwerken, maar op deze manier zal hij op een rustig en correcte manier zijn hoek leren oplossen.

Dit alles moet met de nodige rust en feeling bijgebracht worden bij de hond, het is logisch dat men niet na enkele malen oefenen het perfecte eindresultaat heeft, het eerste wat de hond moet snappen is als de hoek onstuimig of niet correct genomen wordt hij geen beloning krijgt en deze hoek terug zal moeten uitwerken.

Hoe Zentl zou reageren op een hoek was voor mij nog een vraagteken, wetende dat zij voor een niets vlug opwind en onstuimig wordt, maar mijn ongerustheid was onterecht, doordat ze rustig was op het rechte stuk nam zij dan ook met veel overtuiging haar eerste hoek, mijn beloning was dan ook zeer uitbundig en gelukkig had ik op enkele meters verder haar zakje verstopt, zodanig dat haar eerste ervaring van het uitwerken van een hoek een heel positieve was.

Let wel dat haar eerste hoek gelegd werd op een heel dicht begroeid veld en met goed aangedrukte voetstappen, het is nu aan mij om geleidelijk de moeilijkheidsgraad op te voeren volgens de ervaring van Zentl.   

Na  enkele speursessies legde ik al meerdere hoeken op 1 spoor, die zij met wisselend succes uitwerkte, steeds werd zij bij een foutief uitgewerkte hoek terug voor de hoek geplaatst om deze opnieuw en correcter te laten oplossen, dat Zentl snapte waarom zij terug voor de hoek geplaatst werd bleek uit de daaropvolgende reactie van haar, zij werd rustig en speurde met een nog grotere concentratie, het is wel van cruciaal belang dat je met het nodig inzicht van situatie en manier van aanleg hoek,  weersomstandigheid, wind moet rekening houden of je al dan niet de hoek terug laat uitwerken, bij ongeconcentreerd of onstuimig gedrag daarentegen mag men nooit belonen en moet de hoek opnieuw uitgewerkt worden.

Om Zentl een maximale concentratie bij te brengen werden de hoeken op een erg variabele afstand gelegd soms op tien meter en daarna bijvoorbeeld op een tweetal meter, de moeilijkheidsgraad werd aangepast volgens het resultaat van de vorige speursessie, soms moest ik bij een minder resultaat een stap terug zetten en een iets makkelijker patroon of hoek leggen.  

 

Voorbeeld van spoor met hoeken:

De windrichting alsook windkracht speelt een enorme rol als wij hoeken leggen in een spoor, de geuren worden danig in de war gebracht dat men met zogenaamde “speurverwaaiing” geconfronteerd wordt, indien wij hier geen rekening mee houden tijdens het uitwerken van het spoor, en de hond zonder inzicht terugplaatst voor de hoek of erger nog corrigeert, dan maakt men de hond onzeker en leert hij dit probleem niet goed en zelfzeker op te lossen.

Indien de hond intensief speurt, met de neus dicht bij de grond, dan is er ook weinig kans dat de hond een grote afstand naast het spoor zoekt, en wordt de hoek logischerwijze correcter genomen.

 
Enkele voorbeelden van geurverplaatsing:

Dit zij enkele voorbeelden volgens windrichting, weliswaar zijn er in praktijk meerdere varianten op, maar de afstand geurverplaatsing is in functie van de heersende windkracht.

.........................................................................................................................................................................................................

 

WEEK 10

Met een zeker ongeloof vernam ik dat Roger afgelopen weekend opgenomen was in het ziekenhuis. Na verschillende onderzoeken bleek dat Roger het in de toekomst véél rustiger aan moet doen, hij zal  dan ook de komende weken niet meer op de speurvelden zijn om ons met raad en daad bij te staan.  Om Roger de nodige rust te gunnen heb ik mij  voorgenomen hem op geen enkele manier aan te spreken over mij verdere speursessies, want speuren is zijn passie waar hij zelfs zijn gezondheid zou voor verwaarlozen.

Het komt er nu op aan om Zentls  speuropleiding af te werken, en dit zonder de begeleiding van Roger, bijkomend probleem is dat binnen een 14 tal dagen onze wedstrijd(examen) plaats vindt, het wordt dan ook hoog tijd dat ik Zentl het verwijzen van voorwerpen aanleer.

Hoe Roger een hond leert voorwerpen verwijzen is voor mij totaal onbekend, het wordt dan ook gissen en zoeken om een methode te vinden die aansluit bij het speursysteem van Roger.

Het leek voor mij logisch dat eens de hond de potjes opgevuld met voeding goed verwees, en je daar de voorwerpen bij legt, de hond automatisch ook deze voorwerpen als beloning zal aanzien, zodoende zal hopelijk de hond ook de voorwerpen waar geen potje bij ligt verwijzen, de beloning (potje)zal dan weliswaar uit de hand moeten gegeven worden.

Na deze denkoefening gemaakt te hebben begaf ik mij op het speurveld, en die dag heb ik een spoor getrokken van ongeveer 200 meter met 6 hoeken en een 13 tal potjes verstopt op cruciale plaatsen, bij vier potjes heb ik een houten blokje gelegd, en als laatste werd een blokje gelegd zonder bijhorend opgevuld potje en dit een vijftal meter voor het zakje(einddoel).

Bij het uitwerken van het spoor en de verwijzingen van de potjes bleek Zentl enorm nieuwsgierig te zijn ten opzichte van de houten blokjes, ze snuffelde en betaste deze rijkelijk, ik was dan ook redelijk overtuigd dat zij het laatste blokje (zonder opgevuld potje) zonder enige inwerking mijnentwege zou verwijzen, en mijn vermoeden bleek bevestigd te worden, met overtuiging nam ze de afpositie in, ik beloonde haar dan ook met een groot enthousiasme en een snoepje, haar tweede beloning was dat haar zakje enkele meters verder op het spoor verstopt was.

Met een groot genoegen verliet ik het speurveld en achter mij volgend een uitgelaten en met haar zakje spelende Zentl.

De hier opvolgende speursessies heb ik geen houtenblokjes meer gelegd, dit om te vermijden dat Zentl het spoor terug minder geconcentreerd zou uitwerken, immers een voorwerp is vaak groter dan een klein filmpotje en is ook beter visueel waarneembaar, en uit mijn voorgaande speurervaring met Zentl heb ik vaak geconstateerd dat zij vlug verleid was om visueel een probleem op te lossen. Een goed voorbeeld hiervan was dat er op één bepaald spoor zich een grote paddestoel bevond (30 cm) en zij dit als een gekke besprong alsof het haar “zakje” was, hiervoor heb ik haar niet gecorrigeerd maar terug op het spoor geplaatst, gelukkig lag haar werkelijk zakje (einddoel) een viertal meter verder de andere kant op, met tegenzin werkte zij het verdere spoor uit en totaal verrast en met een zeker ongeloof ontdekte Zentl dan ook haar einddoel.

Uit dit voorval hebben zowel Zentl als ikzelf veel bijgeleerd, met als belangrijkste het nooit ontlopen van mogelijke problemen op het spoor, maar juist door deze situaties positief te benutten, en  beloningen te plaatsen onmiddellijk na de moeilijkheid leert de hond  met steeds meer zekerheid het spoor op te lossen.  

.........................................................................................................................................................................................................

  WEEK 11

Dit is de laatste week voor onze wedstrijd(examen)dag, en ik heb mij voorgenomen geen extra moeilijkheid op te zoeken tijdens het speuren, ingewikkelde spoorfiguren of slecht begroeide terreinen zijn dus te vermijden.

Maar uit voorgaande ervaringen wist ik, om Zentls onstuimigheid te bedwingen en haar concentratie tijdens het speuren op peil te houden, het ook niet te gemakkelijk mocht zijn, daarom werd er steeds gewerkt op kort maar dicht begroeide grasweide, de spoorlengte alsook aantal hoeken werd dagelijks afgewisseld, eenmaal kort met 3à4 hoeken en de volgende dag een groter spoor met 1 hoek.

Morgen is het de dag waar alles staat te gebeuren, en om geen onnodige fouten te maken is het voor Zentl vandaag een speur rustdag, gewoon gezellig samen wandelen en wat ravotten met een balletje. Want al had ik het niet verwacht, naarmate de wedstrijd nadert hoe zwaarder mijn hart klopt en des te klammer mijn handen worden, dit zijn emoties die men moeilijk kan controleren. Maar één iets weet ik zeker, al valt misschien  morgen alles tegen, Zentl heeft de afgelopen weken aangetoond dat zij weldegelijk haar neus kan gebruiken, en dat het mogelijk is op een positieve manier een hond het speuren bij te brengen.

 

.........................................................................................................................................................................................................

Zaterdagmorgen 6 uur, en de klokradio probeert mij met een vrolijk liedje in een goed ochtendhumeur te brengen, na een douche en een kopje koffie wordt alles in gereedheid gebracht om te vertrekken.

Met luid geblaf begroete Zentl mij vluchtig om daarna met groot geweld naar de klaar staande auto te stormen, ze had er dus duidelijk zin in, en na een klein halfuurtje rijden kwamen uiteindelijk aan waar de wedstrijd plaats vond.

De gebruikelijke lange zenuwslopende minuten verstreken tot het signaal werd gegeven voor het vertrek naar de speurvelden, éénmaal daar aangekomen vloeide mijn ongerustheid volledig weg, de velden waren mijn inziens van uitstekende kwaliteit, dicht begroeid en een goede voet hoog, het enige wat een belangrijke negatieve invloed kan hebben bij het speuren is de sterke wind, deze windstoten zijn nog het venijnig staartje van een storm die gisternacht over ons heeft geraasd.

Op teken van de keurmeester begaf ik mij op de speurweide, na enkele afspraken van hoe het spoor aangelegd en waar de voorwerpen geplaatst moesten worden, begon ik uiteindelijk het spoor zelf te trekken en dit op een manier die zo getrouw mogelijk was aan die van mijn  dagelijkse speursessies, goede spooraanzet, vloeiende hoeken en geen te grote beschadiging bij de voorwerpen.

Daar ik de tweede aan de beurt was had ik dan ook voldoende tijd om Zentl klaar te maken voor het speuren, haar neus nat maken en op een rustige en gecontroleerde manier naar het speurveld wandelen, bij het naderen van de speurvelden zag ik dat mijn voorganger enorm veel problemen had bij het uitwerken van zijn spoor en dit gaf mij zeker geen geruststellend gemoed.

“Ja” werd er geroepen, dit was het teken dat het mijn beurt was, met Zentl aan de voet stapte ik naar de klaarstaande keurmeester, waar ik mij op een reglementaire manier aan melde, met geruststellende worden begroete de keurmeester mij en gaf een teken om het speuren te beginnen.

Op een kalme en gecontroleerde manier nam Zentl voor het speurpaaltje de af positie aan, en na enkele seconden oogcontact gaf ik Zentl het bevel zoek, onmiddellijk en geconcentreerd vatte zij het spoor aan enkel het tempo lag mijn inziens véél te hoog, met een diepe neus speurde zij meter na meter, en ja zelfs de hoek werd met hetzelfde overtuigende tempo uitgewerkt, éénmaal aan haar eerste voorwerp aangekomen plofte zij zich neer, waarna zij mij met een vragende blik als het ware mij vroeg te spoeden om haar te belonen voor het geleverde werk, nadat ik de keurmeester het voorwerp getoond had keek ik Zentl terug aan, en na enkele seconden oogcontact werd voor haar het bevrijdend woordje “zoek” gegeven, met veel enthousiasme nam zij terug geur op, geconcentreerd onderzocht zij iedere stap, en na enkele meters speuren nam zij vloeiend de tweede hoek, haar laatste rechte spoor lag evenwel pal met wind op kop, maar ook nu bleef Zentl met een diepe neus aan een gelijkmatig tempo verder werken, totdat zij met een grote overtuiging haar laatste voorwerp verwees, met een zekere trots stapte ik naar Zentl toe, en nam het houtenblokje dat mooi tussen haar voorpoten lag op, en bracht de keurmeester op de hoogte van het gevonden voorwerp.

Met een vriendelijke stem vroeg ik Zentl aan de voet en begaf mij tot de man die met een goedkeurende blik mij aankeek, hij was vol lof over de inzet en speurvreugde alsook de concentratie en afwerking die mijn hond getoond had, en hoopte dat zij bij haar toekomstige wedstrijden dezelfde speurdrift en plezier zou tonen.

Hij beloonde ons dan ook met een uitmuntend, 99 punten, 1 punt verlies wegens een iets te snelle speuraanzet van de hond. Vol trots begaf ik mij naar de kant van de speurweide waar een vriend reeds het “zakje” verstopt had en beloonde Zentl met haar o zo gekoesterd einddoel.

 

.........................................................................................................................................................................................................

 

CONCLUSIE

Vanaf die dag ben ik er nog meer dan voorheen van overtuigd dat “iedere” hond genoeg speurtalent in zich heeft om met succes een IWRIII spoor uit te werken, en indien je als geleider de nodige inzet en geduld kan opbrengen, dan is de speurcapaciteit van onze hond voor ons menselijk waarnemen bijna grensloos. 

 

Bij deze wil ik mijn onnoemelijke dank betuigen aan Roger Van den Abeele, zonder zijn speurkennis en ervaring alsook de wil om deze kennis te willen delen, was het volgens mij onmogelijk om Zentl op een hondvriendelijke manier het speuren bij te brengen.

Ik hoop dan ook dat ik via dit artikeltje, deze ingesteldheid om onze vergaarde africhtingervaringen te delen met elkaar verder kan laten uit deinen, zodat wij met zijn allen een  maximaal plezier beleven aan onze hobby, en dit zowel voor onze geliefde viervoeter als voor onszelf.

Verder mag ik zeker mijn speurvriendin Peggy Pelfrene niet vergeten te bedanken, want al spreek ik in dit artikeltje nergens over haar toch was zij op al mijn dagelijkse speursessies, zij leerde samen met mij haar hond Zilke speuren, vaak was zij het die voorkwam dat ik Zentl onnodig corrigeerde en mij motiveerde om door te zetten als mijn hond een mindere speurprestatie afleverde.

                                                         

                Roger Van Den Abeele, Jan Galant & Zentl vom Banholz     

                       

                           Speurzakje (einddoel) & filmrolletje