Breeding Working and Sporting German Shepherd Dogs
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

VOLHARD KARAKTER PUPPYTEST (PAT)

 

TEST

DOEL

SCORE

Sociale binding:

Plaats de puppy midden de test zone. De tester verwijdert zich enkele passen van de pup, en trekt de pup aan door handgeklap, en door de knieën te buigen.

 

De graad van sociale binding, zelfzekerheid, aanhankelijkheid en of zelfstandigheid.

1.       Komt direct, staart hoog, springt op, bijt handen.

2.       Komt direct, staart hoog, klimt op, likt handen.

3.       Komt direct, staart hoog.

4.       Komt direct, staart neer.

5.       Komt aarzelend, staart neer.

6.       Komt niet.

Volgzaamheid:

Tester staat op en wandelt op een normale manier weg van de pup. Tester moet zorgen dat pup hem weg ziet gaan.

De graad van volgzaamheid, het niet volgen betekent zelfstandigheid.

1.       Volgt onmiddellijk, staart hoog, loopt tussen voeten, bijt in voeten.

2.       Volgt onmiddellijk, staart hoog, loopt tussen voeten.

3.       Volgt onmiddellijk, staart hoog.

4.       Volgt onmiddellijk, staart laag.

5.       Volgt aarzelend, staart neer

6.       Volgt niet, gaat andere kant op.

Onderwerping:

Pup wordt voorzichtig op zijn rug gerold, en wordt met 1 hand voor een volle 30 seconden in deze positie gehouden.

Graad van dominantie en of onderwerping. Stress bestendigheid bij sociale of fysieke overheersing.

1.       Verzet zich hevig,  bijt.

2.       Verzet zich hevig.

3.       Laat begaan, verzet zich, geeft zich over met enig oogcontact.

4.       Verzet zich, geeft zich over.

5.       Geen verzet.

6.       Geen verzet, mijd alle oogcontact.

Sociale dominantie:

Plaats de pup terug rechtop en streel hem van kop tot staart, dit blijven herhalen tot pup enige reactie vertoond.

Graad van sociale dominantie, een sociaal dominante pup probeert op te springen, een zelfstandige probeert weg te gaan.

1.       springt op, heft poot, gromt.

2.       Springt op, heft poot.

3.       Klimt op en probeert tester te likken.

4.       piept, likt handen.

5.       Rolt op rug en likt handen.

6.       Gaat en blijft weg.

Situatie dominantie:

Tester buigt zich en plaatst pup onder zijn buik, pup wordt opgenomen met beiden handen, en wordt voor 30 seconden van de grond gehouden.

Graad van dominantie aanvaarding  tijdens ongecontroleerde positie.

1.       Verzet zich hevig, bijt gromt.

2.       Verzet zich hevig

3.       Geen verzet, relax.

4.       Verzet, geeft op, likt handen.

5.       Geen verzet, likt handen.

6.       Geen verzet, bevriest.

 

Apporteerdrift:

Tester plaatst zich naast pup, hij probeert bij de pup interesse op te wekken tot een papieren prop, kijkt de pup prop aan dan wordt deze 1 à 2 meter van hem weggerold.

Graad van werkwilligheid met de mens.

1.       Jaagt op prop, neemt op en loopt er mee weg.

2.       Jaagt op prop, staat over prop komt niet terug.

3.       Jaagt op prop, en komt met prop tot tester.

4.       Jaagt op prop en komt zonder terug bij tester.

5.       Loopt in richting van prop maar verliest interesse.

6.       Toont geen interesse

Pijn prikkel:

Neem puppy’s voorpoot en druk met wisvinger en duim tussen twee tenen in, voer geleidelijk de druk op tot enige reactie, tel ondertussen tot 10. Onmiddellijk stoppen als pup enige pijn reactie vertoont.

Graad van pijngevoeligheid

1.       8-10 sec. Tot enig reactie

2.       6-7 sec. Tot enig reactie

3.       5-6 sec. Tot enig reactie

4.       3-4 sec. Tot enig reactie

5.       1-2 sec tot enig reactie

Geluidsprikkel:

Pup wordt midden testgebied geplaatst, tester of helper maakt een scherp geluid met metalen voorwerp (lepel en pan) op enkel meters afstand van pup.

Graad van geluidsgevoeligheid

1.       Luistert, lokaliseert het geluid en komt blaffend dichter.

2.       Luistert, lokaliseert geluid en blaft.

3.       Luistert, lokaliseert geluid en komt geïnteresseerd dichterbij.

4.       Luistert en lokaliseert geluid

5.       Krimpt inelkaar, vlucht en verstopt zich.

6.       Negeert geluid, toont geen interesse.

Visuele prikkel (stabiliteit):

Plaats pup midden in testgebied. Bevestig een lange koord aan een handdoek en sleep deze op de vloer op enkele passen van de pup heen en weer.

Graad van interesse tot een bewegend vreemd voorwerp.

1.       Kijkt, valt aan en bijt.

2.       Kijkt, blaft met staart hoog

3.       Kijkt geïnteresseerd, en onderzoekt voorzichtig.

4.       Kijkt, blaft met staart onder.

5.       Loopt weg, verstopt zich.

   

Evaluatietabel puppytest  

 

Sociale binding

volgzaamheid

onderwerping

Sociale dominantie

Situatie dominantie

1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

4

 

 

 

 

 

5

 

 

 

 

 

6

 

 

 

 

 

 

 

apporteerdrift

pijnprikkels

geluidsprikkels

visuele prikkels

1

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

 

 

 

 

4

 

 

 

 

5

 

 

 

 

6

 

 

 

 

   

Interpretatie score uitslag  

Meestal 1:  

Dit is een dominante pup met een zeer lage agressie drempel. Hond zal vlug tot agressie over gaan (bijten) is niet geschikt voor kinderen en oudere personen.

In combinatie met 1à2 in pijngevoeligheid, wordt dit een zeer moeilijke hond om af te richten. Hond vraagt een ervaren geleider.

Meestal 2

Dit is een dominante hond die makkelijk tot agressie kan aangezet worden. Hond vraagt een ervaren  geleider, en is vaak enkel loyaal tot 1 persoon. Heeft vaak een teveel van temperament die hem minder geschikt maakt voor kinderen en oudere personen.

Meestal 3:

Deze hond aanvaardt gemakkelijk menselijk leiderschap. Is de meest geschikte hond voor een normaal gezin,  past zich makkelijk aan tot nieuwe situaties, en heeft voldoende temperament stabiliteit om een goede en werkwillige hond te worden.

Meestal 4:

Deze hond is eerder van onderdanige aard en past bijna in ieder gezin, is misschien iets minder actief dan hond met meestal 3.

Hond is gemakkelijk af te richten en is zeer geschikt voor gezin met kinderen.

Meestal 5:

Deze hond is erg onderdanig en vraagt bijzondere zorg om meer zelfvertrouwen bij te brengen. Het is een moeilijke hond om mee te werken, past zich niet gemakkelijk aan tot nieuwe situaties, heeft daarom nood aan regelmaat. Uitzonderlijk zachtaardig tegenover kinderen. Niet geschikt voor beginners daar hij veel zorg en begeleiding nodig heeft om zelfvertrouwen te verkrijgen.

Meestal 6:

Dit is een zelfstandige hond. Hond vraagt geen affectie en wordt niet graag betast en gestreeld. Het is dan ook moeilijk een goede relatie met hem op te bouwen of mee te werken. Is niet geschikt voor kinderen of beginnende geleiders. 

a)      gecombineerd met 1 (zeker bij onderwerping) gaat de hond gemakkelijk over tot agressie bij stress situatie.

b)      Gecombineerd met 5 zal de zelfstandige hond zich eerder verstoppen voor mensen, en bevriezen bij het naderen van een vreemd persoon.  

Geen duidelijk patroon:

Deze hond voelt zich waarschijnlijk tijdens test niet goed, misschien pas ontwormd.

Wacht 2 dagen en doe test opnieuw. Als de test terug een grote variatie toont (veel 1 en 5), dan zal deze pup heel waarschijnlijk een wispelturig type worden die moeilijk af te richten is.

 

Score 3  bij  sociale binding en dominantie:   De sociaal gebonden hond is makkelijker aantrekbaar, en hierdoor  ook beter af te richten.

Score 1 bij onderwerping en pijngevoeligheid: Dit is een erg dominante hond, die harde correctie makkelijk verwerkt, er zal dan ook een zeer competente en ervaren geleider nodig zijn om hem af te richten.

Score 5 in visuele prikkel (stabiliteit): Hond vertoont  vlug schrikreacties, hij vraagt dan ook extra begeleiding om de hond meer zekerheid bij te brengen, en hem aan nieuwe situatie te laten aanpassen.  

Score 5 in pijn en geluidsgevoeligheid: Hond vertoondt vlug schrikreacties, en vraagt een erg zachtaardige begeleiding om te voorkomen dat hij een angstige hond wordt.


 

 

PAWS© working dog evaluation 

Dit is een aansluitende test bij de Volhard (PAT) test om het selecteren van een goede werkhond. PAWS staat voor  Possessiveness, Attention, Willingness, Strength.  

De test is verdeeld in zeven stukken, en kan uitgevoerd worden op zowel pups als volwassen honden. 

 

1. Jachtdrift

Gebruik volgens leeftijd een aangepast speeltje, tester probeert de aandacht van hond op speeltje te krijgen, toont de hond interesse dan wordt de buit weggeworpen (bij pups weggerold)

 Zeer goed: Hond loopt onmiddellijk tot speeltje en neemt het direct op, schudt het eventueel (doodschudden).

Goed: Hond loopt tot bij speeltje en onderzoekt het, neemt het op na herhaaldelijk wegwerpen.

Onvoldoende: Hond loopt niet tot speeltje, toont geen interesse. 

 

 

 

2. Apporteerdrift

Als de hond speeltje opneemt moedigt de tester door achteruit te lopen en op te roepen het speeltje bij hem te brengen.

Zeer goed: Komt onmiddellijk terug en laat speeltje vallen om deze terug weg te werpen.

Goed: Komt onmiddellijk terug maar geeft speeltje niet af.

Onvoldoende: Brengt speeltje niet terug. 

 

 

 

3. Bezitsdrang(doorzetting)

Verberg speeltje onder voet of hand (laat een klein deel zichtbaar) en moedig pup aan tot het vinden van de buit. 

Zeer goed: Krabt, bijt en piept om buit te verkrijgen.

Goed: Zoekt en gebruikt poten tot vinden van buit.

Onvoldoende: Toont weinig of geen interesse.

 

 

 

 

4. Vechtdrift:

Gebruik een handdoek of jutezak en hits pup op en laat hem toe bijten.

 Zeer goed: Bijt onmiddellijk vast en trekt(schud) overtuigend.

Goed: Bijt verschillende malen toe na gehitst of aangemoedigd te zijn, laat los.

Onvoldoende: Bijt enkel na verschillende malen geplaagd te zijn, houd niet vast. 

   

 

 

 

5. Bezitsdrang:

Tester laat vod (handdoek, jute) los als hond vast bijt.

Zeer goed: Schudt prooi dood, lokt tester uit tot nieuw spel.

Goed: Schudt prooi dood, loopt er mee weg.

Onvoldoende: Laat prooi los.

 

 

 

6. Oproepen:

(Pup minder dan 3 maanden) tester roept pup op terwijl hij achteruit loopt en in zijn handen klapt. (Hond ouder dan 3 maanden) helper houd hond vast en laat los terwijl tester achterwaarts wegloopt en éénmaal de hond zijn naam roept.

Zeer goed: Loopt tot bij tester, springt op of loopt tegen hem aan.

Zeer goed: Loopt tot bij tester en vraagt aandacht.

Goed: Komt tot bij tester, vraagt aandacht.

Onvoldoende: Wandelt tot bij tester en verlaat hem, of komt helemaal niet.

 

 

 

7. Aandacht:

Gebruik voor de hond een gekend speeltje, probeer de aandacht van de pup te verkrijgen, breng het speeltje ter hoogte van gezicht(tester), gebruik speeltje zonodig om oogcontact te blijven houden(30 sec.).

Zeer goed: Kijkt tester en speeltje gewillig aan, draait kop af en toe om te luisteren.

Zeer goed: Kijkt tester en speeltje gewillig aan, kijkt terug na gestoord te zijn door achtergrondgeluid.

Goed: Kijkt tester en speeltje aan, maar moet regelmatig aangemoedigd worden.

Onvoldoende: Gemakkelijk afgeleid, of kijkt speeltje en tester niet aan.