Breeding Working and Sporting German Shepherd Dogs
 
 
 
 

 

 

 

OUDERE HOND

 

Vox vom Banholz

 

Oudere honden hebben reeds de nodige ervaringen gemaakt en het is alsof ze nadenken over wat ze doen. 

Ze zijn door de jaren heen met hun eigenaar vergroeid en baas en hond kennen elkaars gewoontes. 

De rangorde is reeds lang vastgelegd, hopelijk ten gunste van de baas, en niemand hoeft zich meer te bewijzen.

Met de oudere hond heeft men zijn doelen reeds bereikt en kan men genieten van de vruchten, die het gemeenschappelijk werken, afgeworpen heeft. 

Men heeft samen reeds een lange weg afgelegd, vele vaste gewoontes zijn vanzelfsprekend geworden. 

Deze levensfase van de hond is voor sommigen de meest waardevolle tijd, die we met onze beste vriend doorbrengen. 

Daarom is het zeer belangrijk om met een oudere hond correct om te gaan.

 

 Wat is oud?

 Het is niet eenvoudig om aan te geven, wanneer uw hond tot de categorie 'oudere honden' behoort. 

Daarbij komt dat de hond niet van de één op de andere dag oud is.

In het algemeen zijn grote honden "eerder" oud dan kleintjes. 

Kleine rassen halen regelmatig een leeftijd van 14 jaar, terwijl een groot ras met een leeftijd van 10 jaar al erg oud is.
Het ouder worden is een langzaam verlopend proces en de snelheid ervan is afhankelijk van erfelijke aanleg, voeding, conditie, leefomstandigheden enz.

Het is zeer wel mogelijk, dat uw hond tot het einde toe vitaal blijft, maar het kan ook zijn dat hij een redelijk lange oude dag heeft. 

 

 

Ziektes?  
Honden lopen bij het ouder worden vaak al langer met afwijkingen rond, zonder dat wij het in de gaten hebben.

Ouderdomscontroles zijn nog niet altijd zo gebruikelijk bij de dierenartsen, maar als u erom vraagt, zal iedere dierenarts bereid zijn om uw oudere hond eens aan een algehele inspectie te onderwerpen.

Veel van de kwalen zijn eenvoudig het gevolg van slijtage of veroudering van het weefsel.
Op hogere leeftijd neemt de kans op infectieziektes toe, omdat het afweerstelsel minder actief wordt. 

Voor een oudere hond is het dan ook van extra belang dat de vaccinaties tijdig worden gegeven.
Doofheid bij oudere honden is eigenlijk altijd gevolg van het verminderd functioneren van het gehoororgaan en is dan ook niet behandelbaar. 

Oorsmeer ophoping als oorzaak komt vrijwel niet voor, dus uitspuiten van oren kan de situatie niet verbeteren.
Zolang het gezichtsvermogen goed is lukt het baas en hond vaak goed om via gebarentaal van de baas te communiceren. 

Een dove hond is uiteraard niet meer onaangelijnd te vertrouwd in het verkeer.
Een verminderd gezichtsvermogen kan verschillende oorzaken hebben. Bij alle oudere honden ontwikkelt zich geleidelijk staar, een grijswitte verkleuring van de lens (de zwarte pupil wordt steeds witter).
De meeste honden passen zich prima aan bij het verminderende gezichtsvermogen en kunnen langdurig voldoende zien om een normaal hondenleven te leiden.

 

Volledige blindheid door staar ontstaat eigenlijk alleen op een zo hoge leeftijd, dat tegen die tijd andere ouderdomskwalen belangrijker zijn.
Staar is operatief te verhelpen, maar bij ouderdomsstaar is daar vrijwel nooit een reden voor.

Bij vermindering van de nierfunctie gaat een hond meer drinken en kunnen er verschillende andere klachten ontstaan. 

Lusteloosheid, een minder goed eetlust en conditie, een doffere vacht.
Alleen met bloedonderzoek kan worden vastgesteld dat het om een nierfunctiestoornis gaat. De belangrijkste behandelingsmogelijkheid is dieetvoer.
Meer gaan drinken en plassen kunnen ook andere oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld suikerziekte. Bij de oudere hond zijn hartklachten meestal het gevolg van lekkende hartkleppen. Hoesten is hierbij een veel voorkomend verschijnsel. Veel dieren kunnen goed met medicijnen worden geholpen.
Gebitsproblemen in de vorm van tandsteen, tandvleesontsteking en slechte kiezen komen veel voor. Dit gaat natuurlijk vaak samen met een slechte adem.

Voor oudere honden is een regelmatige controle en zonodig een onderhoud aan het gebit door de dierenarts geen overbodige luxe.

Bij (niet gesteriliseerde) teven vormen baarmoederontstekingen en melkkliergezwellen belangrijke risico's.
Typisch voor een baarmoederontsteking zijn ziekteverschijnselen enkele weken na de loopsheid, lusteloosheid, slecht eten, veel drinken en mogelijk uitvloeiing uit de vagina. Een snelle behandeling, vaak operatief, is noodzakelijk.
Bij oudere (niet gecastreerde) reuen komen nogal eens prostaatklachten voor. Dit uit zich in het verlies van druppeltjes bloed of urine en persen op urine en/of ontlasting. Het gaat vrijwel altijd om een goedaardige prostaatvergroting.
Behandeling met medicijnen is goed mogelijk, als de klachten te snel weer terugkomen is castratie soms noodzakelijk.

Bij honden wordt soms een beeld gezien dat vergelijkbaar is met dementie bij de mens. 

Ook een hond kan dan van gedrag veranderen en zelfs vergeetachtig worden.

 

 

Verzorging?

 Wij kunnen voor de ouder wordende honden veel doen. 

De dagelijkse voeding is van groot belang, ook aangepaste beweging, bepaalde diëten en verzorging van de huid.

Zolang een hond gezond is, is het niet altijd nodig iets in de voeding aan te passen.

Voor wat het dieet betreft: dit is natuurlijk vooral van belang als een hond te zwaar is of te zwaar dreigt te worden, het voedsel moet makkelijk verteerbaar zijn (tragere stofwisseling). Het 'normale voer' bevat voor de oudere hond vaak teveel eiwitten, dit geldt overigens ook voor rood vlees. Er zijn tegenwoordig speciale voeders in de handel, die geheel zijn aangepast aan de behoeften van de senior hond.

De huid van de oudere hond vraagt veel aandacht  (wekelijks borstelen voor een goede doorbloeding van de huid. Als de hond wat ouder is geworden, kan de huid vaak een onwelriekende geur verspreiden. Dit kan worden tegengegaan door de hond eens te wassen en regelmatig te borstelen.  

 

Lichaamsbeweging?

 Ook het "bewegingsapparaat" ontsnapt niet aan de veroudering. Gewrichten worden stijver en de spierkracht wordt minder.
Als oudere hond na een wandeling die langer is dan gebruikelijk een poosje gelegen heeft, is te zien dat het wat moeite kost om weer in de benen komen.
De wandelingen zullen dus wat korter moeten worden en regelmaat in de hoeveelheid beweging is belangrijk.
Denk er vooral aan dat de normale hoeveelheid lichaamsbeweging niet ineens veranderd kan worden. 

Als de hond de hele winter met u kleine blokjes om heeft gelopen, mag hij in geen geval bij de eerste mooie voorjaarsdag worden meegenomen voor een lange wandeling. Daardoor kunnen er, door teveel beweging ineens bij een relatief warme dag, allerlei klachten bij de hond ontstaan, zoals hartklachten, zonnesteek etc. Geleidelijk de bewegingshoeveelheid per dag opvoeren is daarom ook het advies.

Ook een vakantie in de bergen kan een aanslag plegen op de algehele lichamelijke conditie van de ouder wordende hond.

Als laatste punt nog de omgevingstemperatuur. Een grote overgang van kou naar warmte of omgekeerd is slecht voor de ouder wordende hond. Hoe ouder de hond wordt, hoe groter zijn behoefte aan warmte zal worden.

 

 

Tot slot.

U zult, door uw hond goed te observeren, ontdekken dat u de hond op een juiste wijze kunt begeleiden in het verouderingsproces. En de hond, waar we zo trots op waren toen hij jong was en die altijd in was voor een partijtje ravotten, heeft het verdiend, dat we hem ook bij het verouderingsproces helpen. En daarmee bedoelen we met alles wat in ons vermogen ligt om de hond in goede gezondheid en met waardigheid oud te laten worden!