Breeding Working and Sporting German Shepherd Dogs
 

 

 

 

..................................

 

"Play is a preparation for the work of life: 

it is a picture of reality without its extreme consequences"

 

Captain von Stephanitz

..................................

 

 
 
 

 

 

 

 

HOE HAAL IK HET BESTE UIT MIJN HOND

Geschreven door Galant Jan (12/12/2007)

 

Floh vom Banholz

 

 

 

Waarom zijn sommige honden in staat uitzonderlijke prestaties te leveren, of komen sommige na een mentale belasting/frustratie er vlugger bovenop en willen zij het beter doen. Wanneer is een hond gemotiveerd? 

Of een hond gemotiveerd bezig is met zijn werk/oefening, kun je meestal aan de buitenkant wel zien. Maar wat gaat er dan van binnen in een hond om? Wat maakt hem zo gedreven of juist lusteloos? Als africhter/hondengeleider ontkom je er niet aan je te verdiepen in de motivatie van een hond. Hoe haal ik het beste uit mijn hond?

 

Wat is motivatie?

 

 Motivatie is het gevoel dat de hond aanzet tot het beginnen en afmaken van een oefening. Of nog ruimer, de aanzet tot een bepaald gedrag. Met dat gedrag denkt hij iets te krijgen dat hij nodig heeft.

Meer bepaald verklaart motivatie welk type van gedrag de hond stelt, hoe graag hij het doet, waaraan hij aandacht schenkt, waarmee hij bezig is, welke doelen hij nastreeft, hoeveel tijd hij besteedt aan dat gedrag, met hoeveel inzet hij dat gedrag stelt, hoe efficiënt hij gebruik maakt van zijn ware capaciteiten en dus ook voor hoe goed hij presteert. Motivatie verwijst dus naar de grootte en richting van het gedrag. Het heeft betrekking op de keuzes van doelen die de hond wil bereiken en op de mate van inzet die hij hiervoor wil leveren. 

 

 

 

Hoe motivatie werkt

 

Motivatie is de hond zijn gedrevenheid om energie te stoppen in een actie waarvan hij denkt dat dit de vervulling van zijn eigen behoefte zal bevredigen. Die gedrevenheid kunnen we dus van buiten wel herkennen, maar hoe ontstaat die motivatie van binnen dan? Dit proces verloopt voor alle honden in gelijke stappen. Het maakt niet uit of je kijkt naar de motivatie om een apport blok op te halen of de motivatie om te starten met een appeloefening van een tiental minuten. 

Over gedrag & motivatie bestaan talrijke theorieën, die naar inhoud, draagwijdte en fundering sterk uiteenlopen, elk van deze heeft zijn waarde en beperkingen. 

 Toch weten we dat een groot gedeelte van de hond zijn gedrag wordt bepaald door instincten, driften en behoeften.

Het is als het ware de centrale kracht achter het activeren van zijn gedrag. Een drift is een innerlijke prikkelingstoestand, ontstaan door een tekort of een teveel van bepaalde stoffen. De hond komt in actie om zich van deze prikkeling te ontdoen.

Driften zetten aan tot actie, ze bepalen echter niet welke actie zal uitgevoerd worden. De actie hangt af van gewoontevorming of leergedrag. Na de actie zijn de driften bevredigd. 

Honden worden dus gedreven door erfelijke, onbewuste driften, die ertoe leiden dat zij zich gedragen op een instinctieve manier

 We moeten veronderstellen dat 

·         Behoeften/driften doelgericht gedrag starten en instant houden, 

·         Deze gedragingen tot stand komen, wanneer er sprake is van een gevoel van onevenwichtigheid of verlies 

·         Wanneer aan de behoefte/drift is voldaan, deze niet langer motiveert. 

 

Ervaringen 

Positief -negatieve ervaring

Het is een gegeven dat iedere hond streeft naar positieve ervaringen (lust), en negatieve ervaringen (onlust) probeert te vermijden,

 Negatieve (vermijdingsgedrag)

 vb. hond stopt met speuren omdat je hij denkt het einddoel niet te halen

= passief vermijdingsgedrag (vermijden van speuren).

 vb. de hond blijft speuren, hij wil de mogelijke aankomende correcties vermijden.

= actief vermijdingsgedrag (ontsnappen) (vermijden van correcties)

 Functie van dit gedrag is dat de hond onlustvolle ervaringen wil voorkomen

 Positieve (toenaderingsgedrag)

 vb. de hond blijft intensief speuren want hij wil zijn einddoel/beloning krijgen.

= de hond streeft naar iets wat hij niet heeft.

 vb. de hond speurt verder want de geleider spreekt hem bemoedigend toe.

= de hond tracht te behouden wat hij heeft, namelijk een aangename toestand of een positieve ervaring.

 Functie: positieve, aangename doelen bereiken (lust ervaringen) 

Zekerheid ervaring:

Honden zijn (super)gemotiveerd wanneer ze kunnen werken in een toestand van " zekerheid". Deze stemmingstoestand doet zich voor wanneer de hond het gevoel heeft dat de uitdaging die hij aangaat in evenwicht is met zijn kunnen. Door oefenen/trainen verhoog je zijn vaardigheid en kan je zijn einddoel(beloning) steeds wat moeilijker bereikbaar maken. Dit leidt tot een constant groeiproces, te verklaren via operante conditionering. Stress, frustratie en angst doen zich voor wanneer de uitdaging als te groot wordt aangevoeld. Verveling doet zich voor wanneer je een tekort aan uitdaging creëert. 

 Gerichte ervaring 

Het komt erop neer dat gedrag dat lonend is wordt herhaald door de hond en dat niet lonend gedrag wordt vermeden. Verder weten we dat variabele bekrachtiging (beloning) het krachtigste werkt. Dus niet altijd na een oefening een beloning geven maar dat doen in 50% van de gevallen. De prikkel is namelijk sterker als er een redelijke kans op succes is. Is die kans te klein of te groot dan verliest de hond zijn aandacht. Want de beloning komt toch nooit of komt toch altijd. Dat maakt dat het leren plaats vindt door belonen en straffen en dat ook de bevelen in die termen worden gezien. 

 Einddoel ervaring

Het werken met een einddoel is een methode die bij weinige africhters nog ter discussie staat. Het gaat in de eerste plaats om het creëren van een einddoel(beloning), dit doel moet voor de hond begerenswaardig zijn. De hond zet zich in voor iets omdat hij weet dat hij zich prettig zal voelen wanneer hij zijn doel bereikt.

De hond zet door bij moeilijkheden op basis van zijn verwachting omdat het bereiken van zijn doel voor hem interessant is. Deze verwachting is gebaseerd op vroegere ervaringen. 

·         De hond moet duidelijk weten hoe hij zijn doel(beloning) kan bereiken.

·         De hond moet duidelijk ervaren dat hij zijn doel(beloning) bereikt heeft. 

·         Het doel moet uitnodigen tot actie. 

·         Het doel moet haalbaar zijn. 

 

Karakter 

 Motivatie hangt ook voor een groot stuk af van de hond zelf. Wat voor de ene hond een uitdaging is kan voor de andere een bron van stress en onbehagen zijn. Karakter en temperament bepalen voor een stuk de motivatie voor een bepaald gedrag. Bij het africhten van onze hond moeten we dus rekening houden met zijn natuurlijke talenten en de toepasbaarheid ervan. Werken met wat de hond onbewust nastreeft, waarbij de natuurlijke voorkeur, drift, behoeften het uitgangspunt zijn. 

 

Natuurlijke en opgewekte motivatie.

 De africhting - en ook de opvoedingmethodes van veel hondenliefhebbers leren ons dat men vaak te pas en te onpas allerlei vormen van beloningen (voeding, bal) en correcties (ruk; TT,) gebruikt wordt om de honden te motiveren.

 We stellen vast dat africhters hun honden trachten te motiveren door ze frequent veel beloningen te geven, of veel opdrachten te geven, veel oefeningen aan te leren, kortom door veel van hen te eisen. Samen met het voorgaande is het ook traditie om aan de oefeningen beloningen en of correcties toe te voegen. Voor een aantal africhters zijn dit de noodzakelijke "stokken achter de deur". Het is bijgevolg belangrijk te weten wat het effect is van onze trainingsmethode op de motivatie en gedrag van de hond. 

De oorzaak voor een gedrag (bv. lang blijven zoeken en volhouden bij het speuren) kan bij de hond zelf liggen (aangeboren, innerlijk) of buiten hem (opgewekt, extern). Als een gedrag wordt gesteld vanuit een aangeboren motivatie, zal de hond zijn interesse als een natuurlijke oorzaak aanvoelen. Als men daarna regelmatig bijkomende beloningen gaat geven voor dat gedrag (bv. extra voeding), zal de hond vooral deze beloningen als de reden of de oorzaak van zijn gedrag zien. M.a.w. de reden om gedreven te speuren is veel voeding terug vinden. Er treedt in de oorspronkelijke gedragsoorzaak verschuiving op van intern naar extern; en het gedrag komt dan vooral onder de invloed te staan van de externe motivatie (extra beloning). 

Honden die van nature (intern) gemotiveerd zijn bv. om te speuren, gaan bij negatieve ervaringen (correcties) tijdens het speuren ook hun natuurlijke motivatie verliezen. Andersom kan door extra veel bijkomenden beloningen te geven, honden het gevoel krijgen iets te doen omdat zij moeten of omdat zij anders de beloning niet krijgen en niet zozeer omdat zij het zelf willen, de reden van hun gedrag wordt dan aan externe factoren toegeschreven. De invloed van opgewekte motivatie/beloning op het stellen van een gedrag, vindt zijn basis in de theorie van de operante conditionering. 

Verder heeft de wisselwerking tussen de natuurlijke en opgewekte motivatie een invloed op de toekomstige motiveringsprikkels. Dit heeft dan weer invloed op de mate van werkdrift die de hond in de verdere toekomst zal tonen. Extra bekrachtigers zorgen dus niet altijd voor een toename van een gedrag.

Het vele belonen van een oorspronkelijk sterk aangeboren gedrag kan immers tot gevolg hebben dat de natuurlijke (interne) motivatie vermindert of verdwijnt.

 

Motivatieproblemen begrijpen

 Er is geen actie zonder behoefte, want dan is er ook geen doel/wens. 

 Het loopt verkeerd als de hond geen positieve verwachtingen heeft op het gevolg van zijn eigen handelen, de hond komt dan onder negatieve spanning. 

Er is een vorige keer iets misgegaan waardoor de hond negatieve verwachtingen heeft gekregen. De hond heeft eerder een groot spoor gehad en daar werd gecorrigeerd of hij kon niets meer vinden. De hond heeft het effect van zijn actie dus behoorlijk negatief ervaren en verwerkt.

De prikkel is niet groot genoeg. De hond heeft wel behoefte aan zijn snoepje en hij wil ook wel met zijn geleider samenwerken, maar zijn behoefte om naar die andere hond op het oefenveld toe te lopen is veel groter, dus spant hij zich niet in voor zijn snoepje en/of samenwerking met zijn geleider. 

Waar het dus op neer komt is dat:

De hond een doel nodig heeft, dat de hond het doel belangrijk vindt omdat het aansluit bij zijn behoefte, en dat de hond er vertrouwen in heeft dat hij dat doel kan bereiken via zijn inspanningen. 

Dit is de basis van motivatie. Dit geldt voor de hond, maar net zo goed voor jou als geleider.

 

Hoe motivatie verbeteren. 

(De)motiverende doelen

De ene hond vindt het fijn om de hele dag achter een balletje aan te holen en de ander vind er maar niks aan! Zo is het ook met doelen(beloningen). Voor de ene hond is een bepaald doel(beloning) enorm belangrijk, terwijl de ander hond kwaliteiten heeft die hij niet kan inzetten voor dat doel(beloning). Als geleider moet je al die verschillen kennen en kunnen waarderen.  

Hieronder is een kleine samenvatting met de belangrijkste (de)motiverende doelen.

·         Gepaste moeilijkheid. Breng de moeilijkheidsgraad van de gevraagde oefeningen in een stijgende graad: het moet steeds een ‘overwinbare uitdaging’ blijven. 

·         De hond moet duidelijk weten hoe hij zijn doel(beloning) kan bereiken.

·         De hond moet duidelijk ervaren dat hij zijn doel(beloning) bereikt heeft. 

·         Het doel(beloning) moet uitnodigen tot actie

·         Zelfvertrouwen bevorderen - leer nieuwe oefeningen aan onder condities/omgeving waar het risico van aandachtverlies enz. minimaal is. 

·         Oefen gekende en door de hond beheerste oefeningen onder realistische condities. 

·         Las tijdens een trainingssessie voldoende succeservaringen in (beloningen, ontspanningtijd)

·         Een betekenisvolle succeservaring bij een bepaalde oefening zal de verwachting op succes bij een andere oefening tijdens dezelfde trainingssessie doen toenemen. 

·         Moedig de hond aan dat hij zich goed voelt wanneer hij zijn doel(beloning) bereikt heeft, of oefening correct uitgevoerd heeft.

(De)motiverende omstandigheden

 Toch zijn er nog allerlei omstandigheden die de motivatie van de hond kunnen versterken of belemmeren. De hond kan immers nog zo gemotiveerd zijn door zijn doel(beloning), maar als er de hele tijd herrie is op oefenterrein, of de hond heeft een moeizame relatie met zijn geleider, of hij mag niet volgens zijn eigen natuurlijk temperament of karakter werken, dan kan de hond alsnog gedemotiveerd raken. En wat (de)motiverend is, is voor alle honden anders. Het karakter is mede bepalend.

Hieronder is een samenvatting met de belangrijkste (de)motiverende omstandigheden. 

·         Zorg voor goede leefvoorwaarden (verzorging, huisvesting) 

·         Geef de hond uitdagend werk waarin hij zich kan ontwikkelen en dit volgens zijn aangeboren capaciteiten en karakter. 

·         Neem je hond serieus, geef hem persoonlijke aandacht en behandel hem eerlijk en met respect. 

·         Laat de hond verbonden zijn met uw/zijn gezin(roedel) . 

·         Laat de hond enkel dit werk uitvoeren dat bij zijn natuurlijke talenten past

·         Biologische factoren kunnen inwerken op de motivatie van onze hond, honger, pijn, gebrek aan iets 

·         Er zijn grote verschillen tussen honden in wat ze nastrevenswaardig vinden. Ook zijn er verschillen in de moeilijkheidsgraad van taken die ze aan kunnen. 

·         De opvoeding (inprenting, opvoedingsmethode) heeft een grote invloed. 

·         De roedelrangorde (alfa – beta ) bepaalt ook wat een hond wel of niet doet. 

·         Roedels hebben normen, vaste rituelen, honden passen zich aan aan wat de roedel wil en doen mee. (bv.samen jagen). 

·         Ook emoties kunnen aanzetten tot handelen. Honden rennen/vluchten weg uit een angstige situatie, en een hond kan ook rennen uit vreugde omdat hij beloond werd. 

 Al deze factoren werken niet afzonderlijk maar beïnvloeden soms tegelijkertijd het gedrag/motivatie van de hond.