Breeding Working and Sporting German Shepherd Dogs
 
 
 
 

 

 

 

DRIVE

 

 

Ero vom Banholz

 

 

Driftopbouw

Tijdens het pakwerk hebben we allemaal graag dat onze hond een actieve agressie naar de helper vertoond, drift en drang wordt opgewekt en aangemoedigd, we leren hem automatisch in drift te komen als hij enkel maar de helper ziet.

Jammer genoeg zien we vaak dat diezelfde hond tijdens het appél deze ongedwongen ‘drive’ niet vertoont, waarom?

Hoe vaak zien we niet op wedstrijden dat honden enkel nog enige werkwilligheid vertonen na een stimulans of motivatie, zij hebben geleerd te wachten op een teken van hun geleider voor er iets interessant gebeurt.

Hierdoor zien we vaak stress of verstrooidheid optreden bij deze honden, daar de geleider niet de mogelijkheid heeft hem op wedstrijd in drift te stimuleren, want iedere hulp of stimulans leidt tot puntenverlies.

Het is dan ook noodzakelijk dat de hond geleerd heeft zichzelf in drift te brengen zonder enige inwerking, hij moet als het ware de geleider stimuleren tot enige actie. Dit is een fundamenteel gedrag die de hond moet aangeleerd hebben alvorens we met appéloefeningen beginnen.

Een jonge hond kan aangeleerd worden dat er enkel iets gebeurt als hij zelfstandig in drift komt.

Er zijn verschillende manieren om dit gedrag op te wekken, één ervan is de jonge hond vastbinden aan een paal of boom, van hem weggaan en pas terugkeren als hij begint te blaffen, hierdoor leert de hond controle over de situatie te verkrijgen door actief te zijn.

De hond zal steeds vroeger en vlugger beginnen blaffen, eerst na vastbinden boom en verlaten, nadien enkel door vastbinden, uiteindelijk zal hij reeds beginnen blaffen als men de lijn of ketting om doet.

Eens de hond dit fundamenteel gedrag vertoont, wordt de tweede opgave appéloefeningen in deze actieve driftvorm toe te voegen.

Dit kan er als volgt uitzien, hond activeert zichzelf in drift en geleider probeert en/of vraagt de hond in een start of zitpositie, dit moet op een zodanige manier gebeuren dat de er geen driftonderdrukking plaatsvindt, neemt de hond de zit of starpositie in dan wordt hij beloond (bal), na enige tijd wordt de beloning(bal) weggenomen en moet de hond zelfstandig terug in drift komen, eens dit gebeurt volgt er beloning (bal) of zit positie, enz.

Als de hond eenmaal de startpositie correct en stil leert aanvatten terwijl hij zich innerlijk in drift oplaadt, dan zal zijn daarop volgende oefening gebeuren met een grote ontlading van opgekropte drift, iets wat we allemaal zo graag zien bij een apport of volgwerk.

Zoals ik al eerder aangaf kan deze driftopwekking op verschillende manieren verkregen worden, bij mijn laatste hond werd dit zelfs verkregen door haar te borstelen. 

Dit klinkt gek, maar telkens ik haar wou borstelen begon zij spontaan te blaffen, hierop heb ik haar beloont met een balletje, stelsigmatig werd het borstelen vermindert totdat de hond uiteindelijk automatisch in blaf kwam en vanuit deze drift werd de volgoefening aangeleerd, enz. Zo zie je dat met enige creativiteit iedere hond in een driftvorm gebracht kan worden, en als je geduld kan opbrengen bij het aanleren van de appéloefeningen, dit wil zeggen geen driftonderdrukking, dan heb je als eindresultaat een werklustige en driftvolle hond.  

Driftcontrole

De hond leren om zelfstandig in actie te komen gaat doorgaans snel, maar het behouden van die drift tijdens de volledige gehoorzaamheid is een veel moeilijker opgave.

Om de hond een lange tijd in drift te houden vergt veel geduld, inzicht en timing van de geleider.

Als we de hond het appél willen aanleren met driftbehouding, dan is het noodzakelijk dat negatieve correcties tot een minimum beperkt worden, want negatieve prikkelingen werken drift beperkend, bij zware correctie vermindert zelfs het leervermogen van de hond (conflict, stress).

Zoals een puzzel bestaat iedere appéloefening uit verschillende delen, die elk afzonderlijk aangeleerd moeten worden, om uiteindelijk in elkaar gelegd te worden.

Indien we de vlakke apporteeroefening als voorbeeld nemen dan hebben we de volgende aanleeroefeningen, blokafhaling, naar startpositie gaan, grondstelling innemen, voet controle bij wegwerpen, snelheid naar blok, manier van opname blok, manier van keren na blokopname, snelheid van terugkomen met blok, zitvoor met blok,  manier van blok vasthouden(knabbel), lossen, voorzit controle, snelheid aan voet komen, correct aan voet zitten, zich verplaatsen met blok en hond aan voet, blok terug plaatsen, het verlaten van de blok, dit zijn in totaal 17 onderdelen! 

Door het verdelen verkrijgt men korte en gemakkelijke aanleerbare oefeningen, zo voorkomt men dat de hond niet begrijpt wat van hem verlangd wordt, de beloning kan dan ook sneller gegeven worden, en hierdoor wordt de hond steeds zekerder van zijn gedrag,  wat de snelheid van uitvoering zal begunstigen.

Eens de hond een tussenonderdeel beheerst moet men het tijdstip van beloning zo variabel mogelijk maken, dit zal de hond zijn gedrag enkel maar versterken en komt hij positief gefrustreerd.

Deze positieve frustratie is de sleutel tot het behouden van de zo gezegde ‘drive’ in appél, timing van beloning is dus cruciaal, we moeten als geleider de beloning zodanig uitstellen totdat de hond op het hoogste punt van positieve frustratie komt, en juist net voor deze omslaat naar een negatieve frustratie(stress, conflict).

Indien de hond te vaak in een negatieve frustratie komt, bestaat de kans dat de kwaliteit van uitvoering oefening vermindert, driftvolle honden kunnen in een conflictsituatie komen tot en met agressie, minder drangvolle honden vertonen een onzeker gedrag (likken, geeuwen of snuffelen op de grond).

Het samenvoegen van deze tussenoefeningen moet met hetzelfde principe gebeuren, als de hond in hoogste positieve drift verkeert wordt de beloning vervangen door een bevel tot nieuwe oefening, na uitvoering hiervan volgt de beloning onmiddellijk, en zo verder totdat men een volledige oefening heeft.

Toch is het niet aangewezen steeds de oefening volledig te laten uitvoeren, maar laat de hond  een aaneenschakeling van enkele tussenoefeningen uitvoeren.  

 

Driftbehoud

Om gedurende de gehele gehoorzaamheidsdiscipline drift te behouden, ben ik van mening dat we enkele ankerpunten aanleren waar onze hond naar toe werkt. 

Deze punten zijn situaties die de hond als beloning ervaart, persoonlijk oefen ik steeds de apport en vooruitoefening in spelvorm en zodoende worden zij dan ook mijn ankerpunten, buitdrift wordt gestimuleerd en bevestigd, druk tijdens deze oefeningen wordt tot het uiterste minimum beperkt.

Eens de hond zijn ankerpunten kent,  kunnen we onze training zodanig samenstellen dat de hond steeds in drift blijft.

In praktijk kan een oefensessie er als volgt uitzien, volgwerk, zit oefening, apport(ankerpunt) alsook einde trainingsessie. De volgende oefensessie wordt afliggen met afleiding, zitoefening, afoefening, vooruit (ankerpunt) einde sessie, zoals je ziet kan je hierop verschillende varianten bedenken, toch is het wenselijk om volgorde van oefeningen te respecteren volgens het wedstrijdreglement, om verwarring bij de hond te voorkomen, dus eerst zit dan af en als laatste sta. Maak uw oefensessie liever kort en intens dan langdurig en vervelend.

Indien de hond een oefening niet correct uitvoert wordt deze alsnog éénmaal herhaald, indien hij nog steeds deze oefening niet correct uitvoert, negeert men dit gedrag en gaat men zonder beloning over naar een oefening waar de hond geen probleem mee heeft,  zodoende voorkomt men negatieve stress die de drift bij onze hond doet wegdeinen.

Evalueer de gemiste oefening zodat de volgende oefensessie gestart kan worden met de tussenoefening die de hond nog niet volledig onder de knie heeft.

Een praktijkvoorbeeld, de hond heeft een erg trage afoefening in looppas uitgevoerd, als we nu deze oefening verdelen in tussendelen, dan kunnen we onmiddellijk concluderen dat de manier van hoe de hond neergaat wellicht het probleem is.

Het is dan ook onlogisch de afoefening in looppas verder uit te voeren, beter is de afoefening terug in stilstand  te laten uitvoeren, totdat de hond een afoefening in één beweging doet, dus beide voorpoten moeten simultaan en snel voorwaarts gestrekt worden, een af in twee of meerdere bewegingen leidt onherroepelijk terug naar een trage afoefening.  

 

Tot slot

Om goed appél over onze hond te hebben, en om correcties tot een minimum te beperken, is het noodzakelijk dat de rangorde tussen geleider en hond vaststaat en onbetwistbaar is!

Buitdrift, apporteerdrift, werk of grondsnelheid zijn erfelijk vastgelegde eigenschappen, die iedere hond in meer of mindere mate bezit, het is aan de geleider om deze driften te activeren en stimuleren, om deze uiteindelijk te kanaliseren in ons wedstrijdprogramma.   

Onze hondensport is danig geëvolueerd dat de oude africhtersleuze ‘hij moet het doen, omdat ik het zeg’ volledig voorbij gestreefd is, appél is een samenwerking geworden tussen hond en geleider, waar het alfadier(geleider) met respect en rechtlijnigheid zijn mede dier(hond) leidt.

Indien er rust en vertrouwen heerst tussen hond en geleider kan de gehoorzaamheidsdiscipline uitgroeien tot een spektakel die we allemaal zo graag zien, één vol  ‘drive’ (drift).  

Jan Galant.