Inleiding
Als men wolven of honden met
elkaar bezig ziet, valt rust en balans in de roedel op; Er
heerst geen vijandige, ruzieachtige of onderdrukte sfeer.
Integendeel, het genoegen waarmee na een slaapje,
jachtpartij of spel de posities opnieuw bevestigd worden
geven meer behoefte aan balans, harmonie en rust weer.
Conflicten zijn er nimmer op gericht elkaar (blijvend)
schade toe te brengen; ze zijn er op gericht de orde te
bewaren of herstellen. Het is vooral prettig en
gerustellend om in een groep te verkeren, omdat de
overlevingskansen aanzienlijk vergroten.
Wolven en honden gebruiken geen woorden; oogcontact in
combinatie met een aantal factoren (status, situatie,
gebeurtenis, omgeving) zorgt voor een gecompliceerd spel
van actie en reactie.
Het 'lezen' van elkaar - kijken naar het gedrag in al zijn
facetten is daarin zeer belangrijk; alle signalen en
boodschappen die de hond geeft zijn te zien in de mimiek,
de houding en het gedrag.
Door het interpreteren en vertalen van deze
hondengedragingen naar lichaamstaal en technieken voor
geleider, is de stapcontact-methode ontstaan, een
non-verbale communicatie tussen hond en geleider.
De reactie van de hond is er meestal één van verbazing.
Er ontstaat interesse in die baas op twee benen;
klaarblijkelijk spreekt die wel (een beetje) hondentaal.
De natuurlijke manier van communiceren smeedt een sterke
emotionele band tussen u en uw hond.
Zoals die hoort te zijn.
Er zijn verschillende nieuwe
'positieve' methoden ontwikkeld om uw hond af te richten,
de 'stapcontact-methode' is er één van, en maar naar
mijn mening zou deze methode het fundament moeten zijn van
alle verschillende africhtingmethoden
Omschakelen naar een nieuwe methode is nooit gemakkelijk.
Ten eerste omdat je niet weet of er (en wat) de resultaten
zullen zijn, en ten tweede omdat het nu eenmaal prettiger
is om vast te houden aan wat je kunt.
Indien je er in slaagt deze twee drempels te nemen, dan
heeft u inmiddels een ander contact met uw hond of bent op
weg daarnaartoe, en heeft u een andere visie op de hond.
Deze stapcontact - methode (STAP)is ontworpen door Klaas
Wijnberg, en hij heeft desbetreffend een mooi boekje over
deze materie geschreven namelijk ' de hondenfluisteraar',
ik raad dan ook aan dit boek eens ter hand te nemen en
aandachtig door te lezen.
Het hier op volgende geschrevene is een handgreep uit dit
werkje, hopelijk is dit een stimulans om het toch zo mooie
hondenziel verder te ontdekken.
Jan.
In balans
zijn.
Het boven op een berg zitten,
het overwinnen van een wildwaterrivier, het trekken door
onherbergzaam gebied: het geeft rust en kalmte.
Alle dagelijkse beslommeringen vallen weg en lijken
onbelangrijk, het gevoel één te zijn met de omgeving is
fantastisch. Opeens lijkt alles te kloppen; er is balans.
Dat geeft een tevreden gevoel.
Die balans is een belangrijk
onderdeel bij het africhten van onze hond.
Als er balans is, kan er een gevoel van vertrouwen
ontstaan tussen mens en hond. Dat is belangrijk, de hond
moet er op kunnen vertrouwen dat u (als ranghogere) altijd
de belangen van de roedel, en dus de zijne, zult dienen.
Dat gaat vaak mis. Door ongeduld, verkeerde reacties,
onredelijke eisen, onduidelijke instructies en training,
afreageren(!), onstaat er een 'reserve' bij de hond. Op
bepaalde essentiële momenten vertrouwt de hond u niet.
Net zoals een mens heeft een hond een bepaald karakter.
Naast rasgroep en ras wordt ook het individu gevormd. Wat
voor gevoel geeft de hond u? Hoe gedraagt hij zich? Is hij
zeker of onzeker? Is hij bazig of onderdanig? Is hij
ondernemend of lui? Pienter of moeilijk lerend? Wat zegt
de uitdrukking op zijn gezicht u?
Al die vragen kunt u beantwoorden door naar u hond te
kijken en er een gevoel bij te ontwikkelen. Vooral als u
met een eerste hond gaat beginnen is het geen gemakkelijke
opgave om aan te voelen wat de hond u verteld, omdat er
nog geen referentie is.
Bij sommige mensen, en ik
hoop dat u zulke mensen kent, kun je heerlijk op je gemak
zijn. Zelfs bij vreemden kan het aanvoelen alsof je elkaar
al jaren kent. Jezelf kunnen zijn. Een gevoel van balans.
Sommige mensen zeggen dat ook van hun vrienden: 'ik hoef
hem alleen maar aan te kijken en dan weet hij wat ik
bedoel'. Nou valt dat in praktijk nog weleens tegen, maar
het gaat om het gevoel wat de één bij de ander heeft.
Uw levenshouding en geluk
bepalen de balans en rust in uw leven. En die stralen af
op uw omgeving en uw hond.
Verstandhouding en balans
zijn veel belangrijker dan training. Training is secundair
- primair is de verstandhouding met uw hond.
Anders leren
kijken.
Traditionele training gaat
van deze doelstelling uit: het resultaat. Dat wil zeggen
dat de oefening door de trainer aan de eigenaar geleerd
wordt, en die leert ze aan de hond. Het is daarbij niet
van belang een verstandhouding te hebben met de hond.
Er zijn honderden voorbeelden te bedenken waarbij het niet
nodig is om te weten hoe iets werkt, maar het voldoende is
te weten dat het werkt. Misschien is dat wel de reden
waarom we ook zo met honden omgaan. U hoeft niet te weten
hoe een auto 'werkt' om er toch mee te kunnen rijden. Of
te weten hoe een computer geprogrammeerd wordt om die te
bedienen.
Dat is ook meteen het argument dat vastgeroeste trainers
gebruiken om nieuwe ontwikkelingen in training af te
kunnen doen als 'een trend', je hoeft de hond niet te
begrijpen om hem gehoorzaam te maken.
Maar in de voorbeelden van de auto en de computer hebben
we het over dingen. Een hond is geen ding. Het is een
levend wezen met gevoel (hoe anders ook dan mensen) en
gevoelens.
De eigenaren leren bij traditionele training de hond
'bedienen' zonder te begrijpen wat het wezen van het dier
is en(te proberen) de connectie hiermee te maken. Soms
zelfs zonder te begrijpen op welke manier de hond leert.
Gelukkig zijn we, uitzonderingen daargelaten, al af van de
zeer agressieve lesvorm ' hij heeft het maar te doen!'.
Ook de straf - forcerende training (training waarbij de
hond geprovoceerd wordt een 'fout te maken en vervolgens
gecorrigeerd wordt), behoort (binnenkort) eveneens tot het
verleden.
Beide voorbeelden gaan uit van 'het bedienen' van de hond
en worden daarom terecht vervangen door nieuwe
methodieken.
In onze africhting zijn alle
oefeningen met elkander verbonden als een grote legpuzzel.
Een oefening als 'oproepen naar geleider' of 'afliggen'
kun je niet los zien van de rangordeverhouding. Het
apporteren staat in relatie tot de passie die de hond
daarvoor heeft, de wijze waarop de stof wordt aangeboden
en de verstandhouding met de geleider.
Band.
Dit betekent dat u anders
moet kijken naar het dier dat u besloten heeft mee te
trainen. U heeft tijd en geduld nodig om met uw hond te
werken. En inzicht om in het hondenoerwoud zin en onzin
van elkaar te kunnen onderscheiden.
Klaarblijkelijk stelt de hond ook eisen -naast goede
socialisatie- aan u: de wijze waarop u hem benadert, de
tijd die heeft (of vrijmaakt), dat u 'natuurlijk' bent,
dat u een roedel en geborgenheid biedt, de plaats waar u
woont, zelfs uw levenshouding en -geluk.
Het loslaten van wat u weet
is (in aanvang) vaak het moeilijkste. Het is immers
verleidelijk vast te houden aan (verouderde) zekerheden.
Zolang u openstaat voor vernieuwing komt het echt goed,
ook als u later overstapt op een positieve
trainingsmethode. U zult verbaasd zijn hoe snel uw hond de
verandering doorheeft.
Met een open instelling en deze methode u een hoop plezier
beleven aan uw hond, en een sterke band met hem krijgen.
Een band die sterker zal worden dan op de traditionele
manier.
Verstand en
emotie.
Voor de toepassing van een
positieve trainingsmethode is het belangrijk dat u in
staat bent zelf een mening te vormen, en op basis van
weten in plaats van veronderstellen. Dat betekent kritisch
zijn ten aanzien van wat men leest, hoort en ziet. Zo
leert u zelf zin en onzin onderscheiden. U vormt met uw
hond een unieke combinatie, daar is er maar één van. Die
combinatie zal u op een bepaalde manier leren samenwerken:
met contact, een verstandhouding en harmonie. En die
manier gaat u bepalen, en niemand anders. Want wat voor
een andere combinatie geldt, hoeft niet voor uw combinatie
te gelden, maak uw eigen regels.
En vanzelfsprekend zullen er momenten komen waarop u denkt
dat het niet gaat en u wanhoopt. Er komt evenwel altijd
een oplossing als u geduldig blijft zoeken en doorzet.
Bij die zoektocht heeft u beslist intuïtie nodig. Het
(leren) aanvoelen van de situatie. Wat bedoelt de hond?
Wat wil de hond? Hoe lost u het probleem os impasse op?
Leer uw hond aanvoelen en sta open voor wat de hond u
teruggeeft.
Niet domweg de hond 'bedienen', maar interactie met uw
hond. Daarvoor heeft u verstand en emotie nodig.
Oogcontact.
Honden communiceren met
elkaar met behulp van ogen, oren, neus en aanraking. Ze
hebben immers geen woordelijke communicatie.
Kijken is een essentieel onderdeel van communiceren
tussen honden.
Normaal doen wij niets met dat oogcontact. We wandelen en
praten over het weer of genieten van de omgeving. Dat een
hond gemiddeld elke 50 meter een keer oogcontact aanbiedt
gaat aan mensen voorbij. Dit oogcontact zou de basis
moeten vormen voor een goede verstandhouding met de hond.
Voor de goede orde: met oogcontact bedoel ik het
geconcentreerd met de baas bezig zijn. Dat kan zijn door
letterlijk oogcontact te maken, maar ook andere vormen van
contact. Want sommige honden kijken recht in uw ogen
andere kijken bijvoorbeeld naar oorlel, schouder of heup.
Daarmee maken ze contact met u. hier komt het meteen al op
uw intuïtie aan. Wanneer heeft de hond oogcontact met u?
Instinctief zal de hond de
'roedel' in de gaten houden en tijdens een wandeling
regelmatig naar u kijken. Pups en jonge honden doen dat
heel sterk. U kunt zich voorstellen dat een oudere die een
jaar lang oogcontact heeft aangeboden, ermee stopt omdat
reactie uitblijft. Zo ontstaan er honden die nergens meer
naar kijken. Ze gaan hun eigen gang, en als de baas wat
wil dan hoor ik het wel. Het gevoel contact te houden met
de groep raakt op de achtergrond. Sterker nog, er zijn
honden die, als je ze loskoppelt, gewoon weglopen. Weg bij
de roedel, weg bij de baas.
Eigenlijk zijn honden die
geen enkele aandacht hebben voor hun geleider een
merkwaardig fenomeen. De hond wordt in een gezin (de
roedel) geplaatst en verliest na verloop van tijd de
interesse in die roedel? En dat terwijl de roedel de spil
van het bestaan van de hond is. Buiten de roedel zijn er
immers alleen vijanden.
Kennelijk raakt de familieband zo verstoord dat de hond de
roedel niet meer als roedel beschouwt.
Reden hiervoor is mijns inziens dat we de taal van de hond
niet spreken. De hond beschouwt ons als onvolwaardig. En
als we wat willen, dan zeggen we het wel (door het geven
van een commando). Deze honden raken onthecht. Dat kun je
goed zien als er een andere hond aankomt. Wat u ook aan
het doen bent, welk spelletje u ook speelt: uw hond gaat
of wil graag naar de andere hond toe. Eindelijk 'iemand'
die het honds wel spreekt. Dat is prettig en
geruststellend.
Wij zullen nooit een hond
begrijpen zoals honden elkaar begrijpen.
Sommige geleiders hebben een
zeer gehoorzame hond maar hebben er geen enkele
verstandhouding mee. Zij hebben de hond leren 'bedienen'.
Maar die gehoorzaamheid hoeft niets met die geleider te
maken hebben, deze honden volgen iedereen die ze goed
bedient. Het maakt niet uit wie met de hond gaat lopen,
het gehoorzaamheidsniveau blijft hetzelfde. De hond heeft
geleerd zich op een bepaalde manier te gedragen om te
(kunnen) overleven, en doet dat bij iedereen. Zijn
geleider is een vervangbare uitzendbaas. Uit deze
onthechting kunnen allerlei gedragsklachten voortvloeien,
zoals ongehoorzaamheid, dominantie-agressie enz.
Binding met, en aandacht voor, de roedel en roedelleider
hoort sterk te zijn.
Training
secundair.
Het voorgaande leidt tot de
conclusie dat training in het begin van een goede methode
niet zo belangrijk is. Alles draait om contact,
verstandhouding en harmonie. Daarmee legt u de basis voor
latere training. Ik maak de volgende vergelijking: als u
mijn familie niet bent mag u zich niet bemoeien met mijn
familiezaken. Dat recht heeft alleen familie. U en de hond
moeten eerst 'familie' van elkaar worden, alleen dan heeft
u de positie en het recht zich met 'familiezaken'
(training) te bemoeien.
U zult ervaren dat als er eenmaal contact, verstandhouding
en harmonie zijn, training erg eenvoudig wordt. Met goede
begeleiding kunt u veel, heel veel leren. Tot die tijd
spreken we van opvoeden als verzamelnaam voor alle
handelingen die ertoe leiden dat de hond met u samenwerken
wil. Dat is primair.
Training.
Voordat u gaat werken is
contact met de hond noodzakelijk.
De training starten zonder contact met uw hond te hebben
heeft geen enkel zin, het is als een huis bouwen op en
moeras, dus zonder fundament.
U heeft reeds contact (gemaakt) met uw hond. De hond kijkt
niet alleen in huis naar u, maar ook regelmatig op straat
en tijdens wandelingen, en u beloont dat kijken met een
grote variatie aan handelingen (vriendelijk kijken, handen
klappen, booghouding om te komen, hard weglopen enzovoort)
kortom er gebeurt altijd wel wat tussen u en uw hond.
De hond heeft inmiddels de bereidheid met u samen te
werken en vertrouwd u als roedelleider en initiatiefnemer.
Dan is het tijd om aan de oefeningen (trainen) te starten.
Gaat u eenmaal aan de slag, dan is het van belang dat uw
gemoedstoestand goed is. Als er teveel spanning in u zit,
voelt de hond dat en reageert daarop. Ook als u vermoeid
of gehaast bent gaat het niet lukken.
Alles wat u in de hond stopt, krijgt u terug! In die zin
zult u regelmatig in de spiegel kijken…
Geloof in uzelf en geloof in
de hond!
U gaat niet domweg een
trainingsoefening aanleren of de hond bedienen, u gaat
samenwerken.
En in samenwerking zijn geen grenzen. Concentreer u op een
oefening. Wil niet teveel (tegelijk) en te snel. Denk aan
de beperkingen die een hondengeest heeft, meerdere keren
kort oefenen heeft meer zin dan één keer lang, en hou
het zo simpel mogelijk.
Kijk en observeer. U weet inmiddels dat alles wat tussen u
en de hond afspeelt als een puzzel aan elkaar verbonden
is. Dat u niet het 'komen' kan oefenen als u geen contact
en verstandhouding heeft met de hond, of het 'liggen' niet
als de rangorde niet duidelijk is.
Raakt u op enig moment gefrustreerd omdat het niet wil
lukken, stop dan. Ga even lekker wandelen in de vrije
natuur en geniet van de omgeving. Of kies een andere vorm
van ontspanning. Wek die spanning weg! Want de hond
begrijpt er niets van.
Verleiding.
Verleiding (of afleiding) is
de meest voorkomende oorzaak van dat een oefening niet, of
niet goed, wordt uitgevoerd. Verleiding - ongecontroleerd
en onverwacht - zorgt voor een gebrek aan aandacht en
concentratie. Het is dan ook belangrijk verleiding
zorgvuldig op te bouwen. In dit kader is er nog een
belangrijk aspect: de wijze waarop u werkt.
Als u iets nieuws leert, heeft u daarbij alle aandacht
nodig. Neem het autorijden als voorbeeld; in het begin
begrijpt u niet dat iemand tijd heeft om te sturen,
schakelen, pedalen intrappen, en richting aangeven en ook
nog eens naar het verkeer te letten. Een jaar later rijdt
uzelf met het grootste gemak en heeft naast alle
handelingen van autorijden tijd genoeg om naar de omgeving
te kijken.
Zo gaat het met een oefening ook: als u de hond steeds op
dezelfde manier (en op dezelfde plek) een oefening
aanleert, zal hij snel weten wat er komen gaat en wat u
van hem verwacht.
Kijk wat de hond doet en hoe
hij reageert. Begin in een goede stemming en sluit
positief af; als een oefening niet lukt, eindig dan met
een oefening die de hond altijd goed doet. Wanner het goed
gaat, wees dan blij (en trots op uzelf en de hond). Laat
dit zien aan de hond door een juichgebaar of klappen in de
handen. Uw blijdschap en vreugde komen echt aan bij de
hond, geloof me. Bezig zijn met uw hond moet een feestje
zijn.
Spanning en ontspanning.
Wissel de spanning van het
oefenen af met ontspanning. Dat is niet alleen nodig voor
de hond, maar zeker ook voor u. ontspanning kan bestaan
uit gewoon lekker doorwandelen, even spelen, even
hardlopen, enz.
Belangrijk is dat u de spanning meet bij de hond. Maar
houd ook bij uzelf steeds de vinger aan de
'spanningspols'. Wordt de druk te hoog, verlies u de
controle over de hond en zijn reacties? Voor een pup /
jonge hond is een minuut geconcentreerd werken al heel
wat. Bouw dat op. Maak vooral gebruik van het contact dat
uw hond spontaan aanbiedt.
Bij oudere honden geldt juist dat als ze u in het begin
vijf seconden (!) oogcontact aanbieden dat al prachtig is.
Ze zijn zo gewend met hun oren te werken ('als de baas wat
wil, geeft hij wel een commando') dat de omschakeling naar
oogcontact langzaam gaat. Hoe meer u werkt op contact in
huis, des te sneller zal het gaan.
Maar ook hier geldt de regel van spanning en ontspanning.
Uit balans.
Een verhouding is nooit van
de ene op de andere dag uit balans. Dat gaat geleidelijk.
Maar ook hier geeft de hond weer (eerlijk) aan dat dit zo
is. U kunt dit merken aan een aantal zaken. De
belangrijkste is dat oefeningen, tegen het einde van de
aanleerfase of in de beheersfase 'opeens' in kwaliteit
achteruitgaan. Oefeningen die de hond (zo goed) beheerst
en altijd goed uitgevoerd werden, worden slecht, half of
niet uitgevoerd. Met dit zogenaamde 'uithollen van de
oefening' ontrekt de hond zich aan uw gezag. Er is bij de
hond op dat momenttwijfel ontstaan of u wel in de positie
bent commando's te geven. Meestal is er een aanleiding een
conflict, een traumatische gebeurtenis, u bent boos
geworden op de hond, of iets dergelijks.
Probeer deze signalen zo snel mogelijk op te pakken en er
iets aan te doen. Dus niet door corrigeren, maar door het
contact te herstellen en een paar stappen terug et doen
met de training.
Probeer het vertrouwen en de balans weer op het oude
niveau terug te brengen. Uiteraard is het nog beter het
niet zover te laten komen.
Tot op
het oefenveld,
Jan.