Breeding Working and Sporting German Shepherd Dogs
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

       

 

        APPORT

 

 
          

 

 

 

 

De apport is de belangrijkste gehoorzaamheidsoefening in het GHP en Schutzhund programma. Op een totaal van 100 punten zijn er maar liefst 40 te verdienen bij het apporteren, dit toont duidelijk de belangrijkheid aan van een correcte apporteeroefening.

Er zijn verschillende manieren om een hond het apporteren aan te leren. De hieronder beschreven methode is toepasbaar voor elke hond, ongeacht zijn temperament, type of ras. Weliswaar moet men met een grote omzichtigheid deze methode uitvoeren, het is dan ook aan te raden, indien men weinig of geen ervaring heeft om het apporteren op een dergelijke manier aan te leren, je laat bijstaan door iemand die deze ervaring wel heeft.

Het is heel moeilijk om deze methode voldoende gedetailleerd en begrijpbaar te beschrijven, hiermee leg ik nogmaals de nadruk, als dit de eerste maal is dat je het apporteren op deze manier wilt aanleren, vraag hulp van een ervaren geleider (instructeur)!

 

Wat moet de hond kennen vooraleer we apporteren? 

  • De hond is reeds gehitst geweest en bijt goed (waarom? Het gevaar bestaat dat de hond een verband (mentale druk) legt tussen apport en pakwerk, wat zeker niet ten goede komt van zijn bijtwerk).

  • De hond kent het bevel ‘voet’.

  • De hond kent het bevel ‘hier’ (of eventueel, ‘voor’).

  • Om een goed afgewerkte apport te krijgen is het goed de hond reeds bij jonge leeftijd (puppy) te leren spelen met een apportblok, net zoals met een balletje of bijtworstje. 

 

Doel:

Creëren van 2 veilige zones.

1.     Blok in bek

2.     Blok in bek tijdens zitvoor positie.

 

Voorbeelden van mogelijke startpositie volgens geaardheid van de hond.

Gevoelige hond: gewone halsband en bevestigd aan paal en gewone halsband voor geleider.

Medium sterke hond: gewone halsband en bevestigd aan paal en prikketting voor geleider.

Sterke hond: prikketting en bevestigd aan paal en prikketting voor geleider. 

   

 

 

 

STAP 1

 

Start:

De start is steeds het moeilijkste daar er veel (praktisch altijd) druk op de hond en een goede coördinatie van de geleider vraagt. Bij de start verkrijgt men steeds de meest weerspannigheid, gevecht, vlucht, ontwijking en negeringsgedrag.

Het is de bedoeling dat enkel en alleen de druk verdwijnt als de hond de blok in de bek heeft, de hond moet het verband leren dat door rustig de blok vast te houden de druk verdwijnt en hij hierdoor zich in een ‘veilige zone’ bevindt.

De eerste malen moet men de blok in de bek duwen, eens de hond begrijpt dat door de blok vast te houden hij zich in een veilige zone bevindt, moet hij zelfstandig de blok toebijten. Hij moet de apportblok toebijten alsof zijn leven er van afhangt.

Wat is ‘veel druk’, voor sommigen geleiders is veel reeds al bij het zeggen van ‘foei stoute hond’. De juiste hoeveelheid druk is deze dat de hond de apportblok stevig wil en blijft vasthouden.

De beginpositie kan er als volgt uitzien: de hond wordt vastgemaakt aan een stevige paal met een lijn van ongeveer een halve meter, een tweede lijn van een anderhalve meter wordt vastgehouden door de geleider.

De geleiderlijn wordt vastgehouden met de linkerhand, de apportblok in de rechterhand. De hond kan zitten of rechtstaan, maar het wenselijker dat hij zit.

Zorg dat je de lijn ver genoeg van de hond verwijdert vasthoud, dit om eventuele bijtaccidenten te voorkomen.

 

Voorbeeld van de beginpositie:  

 

Fig.1  

 

Herhaal het woord breng, apport of vast terwijl je gelijktijdig de lijn op spanning houd of geef kleine rukken totdat de hond voor welke reden ook zijn bek opdoet, plaats dan onmiddellijk de blok in de bek. Hierop wordt de lijn ogenblikkelijk ontlast.

Heel waarschijnlijk zal de hond de blok terug loslaten als de lijnspanning verdwijnt. Wees voorbereid, en indien de hond de blok laat vallen moet de lijn hierop direct terug op spanning komen simultaan wordt het bevel breng bijgevoegd, plaats zo snel mogelijk de blok terug in de hond zijn bek, en ontlast de lijn. Soms helpt het door je rechterhand te plaatsen onder de hond zijn kin, om de blok blijvend vast te houden.

Herhaal deze handelingen totdat de hond snapt dat de druk verdwijnt als hij de blok vasthoudt, en beloond wordt met lovende woorden en aanraking.

Als de hond de blok enkele seconde vast blijft houden wordt het bevel ‘los gegeven en neemt men de apportblok terug uit de bek van de hond.

Als je alle voorgaande correct uitvoert is het mogelijk dat de hond moeilijk lost, dit is niet erg, dit betekent veeleer dat de hond begrijpt dat hij in een veilige zone is door de blok vast te houden.  

 

Probeer de hond te doen lossen door met je vingers de hem een tik te geven, of door zijn tong aan te raken.

Deze starthandelingen kunnen occasioneel toegepast worden op een hond die reeds apportoefening beheerst, maar nog steeds een knabbel op de blok vertoond of de apport traag uitvoert.      

 

Fig.2  

 

De hond mag de apportblok nimmer vastnemen uit speeldrift of vanwege zelfverdediging, hierop wordt onmiddellijk lijnspanning toegevoegd. Hij mag enkel en alleen de blok toebijten als de geleider daarvoor een bevel gegeven heeft.

Elk gedrag dat niet gewenst is leidt onvermijdelijk tot een gespannen lijn, knabbelen, blaffen, gaan liggen terwijl hij de blok vast heeft. Toch zijn er enkele uitzonderingen en dit volgens de capaciteiten van de geleider, indien men reeds een geruime tijd bezig is en de hond neemt de blok zwakjes vast, dan kan dit één tot tweemaal getolereerd worden, hierdoor krijgt de hond de kans te winnen, om uit de drukfase te komen, maar onthoud goed als je teveel tolereert wordt dit foutief gedrag een continuïteit die steeds erger wordt.

Als de hond de blok enkele seconden stevig vasthoudt wordt het bevel los gegeven.

Neem de blok af en beloon hem uitbundig. Herhaal deze handeling 2 tot 5 maal per sessie. Het is beter 10 sessies te houden van 1 minuut dan 1 van 10 minuten.

Herhaal deze oefeningen totdat de hond op zijn minst zijn bek zelfstandig opendoet voor de apportblok. Verleng de tijdsduur van vasthouding blok, zorg ervoor dat de blok stevig vastgehouden wordt en zonder knabbel.

Dit is de enige oefening waar de geleider de blok zelf in de hond zijn bek stopt.

Deze manier van werken moet van korte duur zijn, maximaal enkele sessies of één dag.

De volgende stap is de hond leren de blok vastnemen vanop een afstand. Hou de blok enkele centimeters van hem verwijdert, en geef het bevel ‘breng’(vast), indien de hond niet onmiddellijk de blok vast neemt, wordt er druk op de lijn gezet totdat hij de blok vast neemt. Het is belangrijk dat de druk zo snel mogelijk toegepast wordt, hierdoor zal de hond sneller reageren om deze correcties te vermijden, ontlast de lijn als de hond eenmaal de blok vast heeft, want hij bevindt zich nu in een veilige zone. 

   

 

Enkele veel voorkomende problemen:

  • Sommige honden schudden of  gaan liggen met de blok, dit mag niet getolereerd worden, hierop wordt ogenblikkelijk lijnspanning(druk) op de hond gebracht tot dit gedrag verdwijnt, indien nodig start men terug met de beginsessies.

  • Als de hond blaft naar de blok of probeert hem vast te nemen alsof het een speelvoorwerp is, dan is het nodig dat deze drift weggenomen wordt in het begin. De drift wordt in een later stadium terug opgewekt, als de hond de apportoefening beheerst.

  • Indien de hond op de blok knabbelt of in bek laat rollen, dan moet dit door lichte druk(lijnspanning) weggenomen worden, we kunnen enige hulp geven door de rechterhand onder de kin van de hond te plaatsen met gelijktijdig het woord ‘vast’. De eerste malen kan men dit gedrag toelaten zodat de hond toch in een veilige zone kan verkeren.

  • Bij verzet(vechten), grommen, vluchten, ontwijken of negeren volgen steeds correcties en lijnspanning.

 

Wanneer de hond de blok steeds vast neemt als deze enkele centimeters van hem verwijderd is, en deze al een geruime tijd rustig (zonder knabbel) blijft vasthouden, dan is de periode aangebroken om de hond de zitvoor met blok aan te leren.

Pas wanneer de hond goed begrijpt dat door de blok stevig vast te houden hij in een veilige zone bevindt, dan is de volgende stap de blok in de bek brengen in zitvoor positie.

Als de hond na het bevel ‘breng’(apport) de blok vast neemt, ga dan een stap vooruit zodanig dat de hond met zijn kin op uw schoot kan plaatsen. Door je benen te openenen en lichtjes door de knieën te buigen, kan men een situatie creëren waarin de hond zich in perfecte zitvoor positie begeeft. Beloon de hond met rustige lovende woorden als hij kalm in de zitvoorpositie blijft.  

 

Fig.3  

 

Breng de lijn onmiddellijk op spanning (druk) als de hond de blok laat vallen of erop knabbelt. Enkel en alleen belonen met lovende woorden en strelingen over de hond zijn kop als hij kalm in de positie blijft. Vaak kan men afleiden aan de manier van opkijken of de hond zich goed voelt in deze positie. We moeten ijveren dat de hond zich relaxt en goed voelt in de zitvoor positie met blok. Als je de hond kan aanleren dat wanneer er druk uitgeoefend wordt, hij dit kan voorkomen door zich snel met de blok in de zitvoorpositie te begeven (veilige zone), dan heb je bijna de volledige apport. Tijdens een wedstrijd bevindt de hond zich vaak in stress, om dit onaangenaam gevoel te doen verdwijnen weet hij dat door snel de apport blok op te nemen (éérste veilige zone) en zich vlug in zitvoor positie te begeven (tweede veilige zone) dit onaangenaam gevoel verdwijnt.

Oefen deze zitpositie tot in de perfectie, want deze oefening is bepalend voor de snelheid van terugbrengen, de hond moet doordrongen zijn dat de zitvoorpositie de enige veilige zone is, die hem een aangenaam gevoel geeft. De ganse apporteer oefening valt of staat bij deze oefening.

 

Wanneer ben je klaar met deze oefening?

Als de hond de blok die enkele centimeters van hem verwijderd is op bevel ‘breng’ vast neemt, en wanneer we nadien een stap voorwaarts doen de hond zich opduwt in de zitvoor.

   

 

 

 

STAP 2

fig.4  

 

In stap 2 moet de hond zich verplaatsen, zorg dat hij nu aan een paal bevestigd is met een lijn van een tweetal meter.

Hou de blok een kleine afstand van de hond, laat de hond de blok vastnemen op bevel ‘breng’(apport), en ga nadien een stap achteruit zodanig dat de hond zich in zitvoor positie moet begeven.

Indien de hond de blok laat vallen, of helemaal niet beweegt volgt er onmiddellijk druk(lijnspanning), wanneer hij uiteindelijk toch bij u in zitvoor komt beloon hem  dan  door te strelen over zijn kop.

De hond moet wanneer je een stapje achteruit gaat als het ware in zitvoor aan u kleven.

Langzamerhand verwijdert men de apportblok verder van de hond, uiteindelijk gaan we naast de hond staan(hond aan voet) en houden de blok op een armlengte van hem vandaan.

Herhaal deze oefening tot de hond deze voor 100% correct uitvoert.  

Mocht de drift en/of de wil tot het vastbijten van de blok op gelijk wel moment verminderen, dan kan men als volgt gepast reageren.

Geef het bevel ‘breng en hou de apportblok op een zodanige afstand dat de hond er net niet bijkan, dit doordat de lijn bevestigd aan de paal te kort is, hierdoor kan men druk (lijnspanning) op de hond plaatsen aangezien hij deze niet in bek heeft.

Herhaal het bevel ‘breng’, ‘breng’ alsof je zeggen wilt dat hij dit beter doet als hij uit deze onveilige situatie wenst te komen, wanneer de hond gefrustreerd geraakt plaats dan de blok in zijn bereik. Je kan deze handelswijze telkens herhalen als de hond zijn motivatie naar de blok verliest, dit creëert ook drift ten opzichte van de blok. 

   

 

 

STAP 3

 

De volgende moeilijk stap is de hond leren de blok opnemen die op de grond ligt.

Doe dit in verschillende stappen:

De hond leren de blok vastnemen dichter en dichter bij de grond.  

Fig 5


Leren opnemen wanneer de blok met één kant op de grond ligt (blok wordt schuin gehouden).  

Fig6

 

De blok wordt nog steeds door geleider vastgehouden maar ligt volledig (plat)op de grond.  

Fig.7

 

De blok ligt op de grond en geleider wijst de blok aan of raakt hem licht met een vinger.  

Fig.8

 

Breng vinger verder en verder van de blok, totdat je de blok kan laten vallen en hem niet meer moet aanwijzen.  

Fig.9

   

 

Enkele opmerkingen:

  • Om de overgang makkelijker te maken, kunnen we de blok met één zijde op onze voet te leggen.

  • Blijf steeds het ‘breng’ bevel geven als je wilt dat de hond de blok opneemt. Als je naar de blok wijst mag je lichaam of hand niet bewegen.

  • De perfecte situatie is, dat de hond moeite heeft zich te beheersen wanneer je de blok op de grond legt of laat vallen, en op het bevel ‘breng’ zonder enige inwerking zich spoed om in de zitvoorpositie te komen met apportblok.

   

 

 

STAP 4

 

Als de hond éénmaal de opneemt op het bevel ‘breng’ zonder dat je enige inwerking hoeft te doen, dan kan men de afstand tussen hond en blok opvoeren.

De lijn die bevestigd is aan de paal moet derhalve ook verlengt worden, zodat de hond in staat is de blok te bereiken.

Werp de blok steeds binnen het bereik van de hond(lijnlengte paal). Enkele  voorbeelden waar we de apportblok kunnen plaatsen of werpen:  

 

Fig.10  


Als de hond drift of snelheid verliest naar de blok, kan men de blok buiten de hond zijn bereik werpen, zodoende kan de hond de blok niet opnemen en kunnen we druk (lijnspanning) uitoefenen, stap tot bij de hond terwijl je druk blijft geven, en duw met je voet de blok in de hond zijn bereik. Stap hierna onmiddellijk achteruit zodat de hond de zitvoor kan aannemen.  

 

Fig.11

   

 

 

 

STAP 5

 

Nu wordt de lijn niet meer aan de paal bevestigd maar wordt vastgehouden door de instructeur. Dus de hond is vastgemaakt met twee lange lijnen één vastgehouden door geleider en de andere door de instructeur.   

 

Fig.12  

 

Men mag nimmer druk uitoefenen bij het terug brengen van de apportblok. Als de hond zijn zitvoor positie minder goed wordt, koppel dit probleem volledig los van deze oefening. Je kan dit doen door de hond aan de voet te laten wandelen met de apportblok in zijn bek, nadien vraagt men aan de hond de zitvoor met blok. Als hij tijdens deze handelingen de blok laat vallen wordt er druk uitgevoerd. Zelfs al stoot men met de knie tegen de blok, en de hond laat hierdoor de blok vallen moet er druk uitgevoerd worden, hij moet de blok stevig vasthouden. Telkenmale als men vanuit de voetwandeling de hond in zitvoor (blok in bek) vraagt moet hij dit perfect uitvoeren of druk wordt opgelegd. Op deze manier wordt er enkel druk gegeven voor de zitvoor en niet voor het apporteren.

Indien de hond nog steeds niet begrijpt wat van hem verlangd wordt, plaats dan de hond in zit enkele passen van u verwijdert, en roep hem hierop in zitvoor, voeg druk toe om de hond dit bevel snel te laten uitvoeren.

Door dit te doen leert de hond terug dat de zitvoor de enige veilige zone is.  

 

 

 

 

STAP 6 (laatste stap)

Breng snelheid en enthousiasme terug door de hond te bevestigen aan een paal en hem met pakwerkersbewegingen stok/zweep op te hitsen, de apportblok is de prooi.

Je kan de apportblok aan een lange lijn bevestigen zodat je deze snelle bewegingen kan laten maken. Door de hond terug in drift te brengen bestaat de kans dat er eventueel terug kleine apportfoutjes optreden, zoals bijvoorbeeld knabbelen, indien zo ga dan terug naar stap 1, om dit probleem op te lossen.

Zorg ervoor dat de hond zich nimmer pijn kan doen aan de apportblok als je hem ophitst.

Desondanks de hond vastgemaakt is met een lange lijn aan een paal moet met toch een kort lijntje bij bevestigen om de hond de blok te doen lossen.

Als de hond de apportblok bemachtigd heeft neemt men het kort lijntje en beveelt men de hond in zitvoor, waarop het lossen kan volgen. De blok kan en mag enkel maar in deze situatie gelost worden.

Heeft de hond de apportblok afgegeven, dan wordt hij terug opgehitst door achteruit te springen en hem de blok net te laten missen, speel met de apportblok, creëer drift bij de hond, door hem bijvoorbeeld  te laten aanblaffen voor de blok.  

 

Probleem oplossingen:

  • Bij enig probleem ga steeds terug naar de paal.

  • Gebruik een apporteerblok die uit evenwicht is als de knabel niet verdwijnt (blok waar één kant heel zwaar is)

  • Als de hond blok zwak vast houd kan men de apportblok met een duw dieper in zijn bek duwen(doe dit enkel en alleen maar als de hond werkelijk de zitvoor kent en als veilige zone beschouwt, indien niet kan het gevaar ontstaan dat de hond de zitvoorpositie zal ontwijken)

 

Veel voorkomende fouten:

  • Niet snel genoeg druk uitvoeren waardoor hond minder snel wordt.

  • Niet snel genoeg de druk wegnemen zodat de hond niet goed begrijpt wat van hem verlangt wordt en wat zijn veilige zone is.

  • Men moet de lijn los houden (geen spanning) als de hond de oefening correct uitvoert.

  • Je doet iets fout als deze apportmethode weken blijft aanslepen. Alles moet aangeleerd worden in 2,3,4 of 5 korte sessies per dag, en de hond moet de blok opnemen van de grond en terugkomen na tweetal dagen tot een week.

   

Kort gezegd: wanneer je met een probleem geconfronteerd wordt, heb je twee keuzes:

1.      Gebruik druk als de hond niet correct is.

2.      Ontlast druk en beloon de hond als hij correct is.

 

                                                      Veel succes, Jan