Belgische F16's toch naar
Afghanistan.
Tijdens de voorbereiding van het bezoek van president Bush aan België van 20
tot 22 februari 2005 kondigde onze minister van buitenlandse zaken Karel De
Gucht op 9 februari ondermeer een bijzondere Belgische militaire inspanning aan.
Vier F16's zouden tegen de komende wetgevende verkiezingen in Afghanistan met een
beschermingsopdracht worden belast. De vraag om F16's te sturen werd sedert begin
2002 door de NAVO al bij herhaling gesteld maar viel steeds in dovemansoren. Er
is blijkbaar recent dan toch iets veranderd in de Belgische houding tegenover
het sturen van gevechtsvliegtuigen naar oorden van mogelijke onrust en geweld.
België heeft weliswaar al bijgedragen tot de
internationale inspanning in de strijd tegen de Taliban-eenheden en Al-Qaida in
Afghanistan. We kunnen hierbij moeilijk superlatieven hanteren want België
vertoeft niet echt in het peloton van diegenen die naar best vermogen een duit
in het zakje doen. Na enkele punctuele opdrachten voor hulpverlening op vraag
van UNICEF,Toch vertrekt op 9 april 2002 al een Belgisch-Portugees
luchtmachtdetachement met twee C-130 transporttoestellen naar het Pakistaanse
Karachi. Vanuit deze havenstad zullen zij samen bevoorradingsvluchten uitvoeren
voor de International Security Assistance Force of ISAF, een aanvankelijk
4700 sterke strijdmacht die instaat voor de veiligheid rond de Afghaanse
hoofdstad Kaboel. Het in totaal 40 militairen sterk detachement werkt onder het
protocol van de Deployable Air Task Force of DATF en staat onder Belgisch
bevel. Het bilaterale DATF-akkoord met Portugal werd afgesloten in 1999. Het was
de eerste maal dat het akkoord met Portugal aanleiding gaf tot een werkelijke
ontplooiing. Een soortgelijke DATF-overeenkomst werd ook in 1996 met Nederland
afgesloten en gaf aanleiding tot de succesvolle geïntegreerde luchtoperaties
boven de Balkan.
De vluchten tussen Karachi en Kaboel worden midden augustus 2002 opgeschort. De
eerste Belgische inspanning was dus eerder bescheiden en van korte duur.
Op hetzelfde ogenblik geven verschillende NAVO-landen blijk van heel wat meer
engagement in Afghanistan. Zo beslissen ondermeer Nederland, Denemarken en
Noorwegen vanaf 1 oktober 2002 elk 6 F16's beschikbaar te stellen voor de
Operatie Enduring Freedom of OEF, de door de Verenigde Staten (VS) geleide
strijd tegen het terrorisme op Afghaanse bodem. Het volledig geïntegreerd detachement van
achttien vliegtuigen, met nog een KDC-10 tankvliegtuig van Nederland, zal worden ingezet van op de vliegbasis van Manas in
Kirgizië. Ze nemen er de fakkel over van de Franse luchtmacht, die met 6 Mirages
2000 terugkeren en van 12 Amerikaanse F18's. De afwezigheid van België in Manas
lokt heel wat ongenoegen uit en niet in het minst bij de collega's van de
European Participating Air Forces of EPAF, die allen
dezelfde F16 gebruiken en die bovendien al sedert enkele decennia hun technisch
en ondersteunend personeel en hun piloten samen trainen. Na een eerste
gecombineerde transatlantische ontplooiing en deelname aan de oefening Red Flag
in de Verenigde Staten in 1984, volgen nog talrijke oefeningen waar dit
werkelijk plug-and-play concept wordt verfijnd. Door een hechte
coöperatie en een familiariteit tussen de vier nationale luchtmachten, die uniek
is te noemen binnen de NAVO, zorgt deze strategie voor een interoperabiliteit en een integratie
die de verschillende landen toelaat als één geheel te functioneren. Hierbij
zorgt de tactische samenwerking tijdens de vliegoperaties niet alleen voor een
belangrijke operationele meerwaarde maar zorgt het samenbundelen van de logistieke
ondersteuning voor een erg voordelige logistieke factuur.

Na zes maanden beslissen Nederland en Denemarken hun aanwezigheid met nog eens
een semester te verlengen. Noorwegen besluit de 6 F16's terug te trekken. Een
verzoek aan België om de terugkerende Noorse F16's te vervangen vindt geen
gehoor. Het volledige overblijvende EPAF-detachement zal Kirgizië verlaten begin
oktober 2003.
De inzet van de F16's van de EPAF boven Afghanistan is in zekere mate te
vergelijken met de operaties boven het voormalige Joegoslavië en Kosovo alhoewel
er toch ook fundamentele verschillen zijn. De luchtsteun aan de grondoperaties
van OEF was de opdracht. Hierbij werden dus mogelijke al-Aeda- of
Taliban-strijders door de F16's gebombardeerd. De daadwerkelijke luchtsteun vond
steeds plaats vanuit wachtomlopen boven Afghanistan, die na een uurtje vliegen
vanaf Manas werden bereikt. De toestellen verbleven er nagenoeg een viertal uur,
waarna de terugvlucht werd aangevat. Deze lange missies van gemiddeld zes uur
waren mogelijk door de brandstofbevoorrading in vlucht van vooral het
Nederlandse KDC-10 tankvliegtuig. Waar men boven de Balkan vooral vooraf
geplande missies vloog tegen hoofdzakelijk statische strategische doelen had met
in OEF te maken met een vrij korte tijd tussen doelaanwijzing en uiteindelijke
aanval. Er moesten immers beweeglijke tactische doelen worden aangevallen. Heel
vaak waren de doelen bijgevolg niet gekend voor het opstijgen en werden ze
toegewezen vanuit de wachtomloop. Hieruit volgt dan weer een fundamenteel
verschil met de inzet van F16's boven de Balkan. Er is in Afghanistan geen
overleg mogelijk met de nationale hoofdkwartieren over de doelkeuze. De EPAF-liaisonofficieren in het Amerikaanse operatiecentrum van Bagram in
Afghanistan hebben bijgevolg een duidelijk beslissingsmandaat om al of niet een
doel aan te vallen. Uiteindelijk wordt de beslissing toch genomen door de piloot
in de cockpit. Hij vergelijkt of het hem toegewezen doel ook effectief het aan
te vallen doel is en of het beantwoordt aan de nationale richtlijnen aangaande
een legitiem doel. Uitgerust met een zogenaamde targeting pod, voorzien
van een camera, kan de piloot het doel verifiëren en op video vastleggen. Bij de
minste twijfel over de legitimiteit en/of de identiteit van het doel zullen geen
wapens worden afgeworpen. Men wil immers kost wat kost het risico van
nevenschade of collateral damage beperken. Dergelijke
risico's zijn echter door technische beperkingen, weer- en terreininvloeden en
menselijke inschattingsfouten echter nooit geheel uit te sluiten.
Ondertussen levert België een meer omvangrijke bijdrage ter ondersteuning van
ISAF. Vanaf 3 maart 2003 levert ons land een detachement van 160 militairen dat
zal bijdragen tot de beveiliging en de in werking stelling van Kabul
Afghanistan International Airport of KAIA. Sedert 2003 heeft België
onafgebroken de KAIA-opdracht ingevuld. Van de in totaal 600 militairen
afkomstig uit de 26 NAVO-landen, neemt België met zijn detachement van nu 250
militairen een belangrijke plaats in om KAIA draaiende te houden. Om volledig te
zijn moeten we ook vermelden dat vanaf augustus 2004 tot midden februari 2005 in
totaal een 600-tal Belgische militairen in Kaboel werden ingezet. Onze para's
stonden er ondermeer in voor beveiligingspatrouilles in de wijde omgeving van
Kaboel dus buiten de perimeter van de vlieghaven . Sedert een zestal maanden is
bovendien de Portugees-Belgische opdracht met C-130s ten voordele van ISAF
vanuit Kaboel hervat. Deze opdracht zal tot in augustus 2005 worden verder
gezet. Buiten Kaboel maken een vijftal Belgische militairen deel uit van het
detachement, onder Duitse leiding, dat te Kunduz als Provincial
Reconstruction Team of PRT is te werk gesteld.
Maar nu terug naar de kern van ons verhaal. België wordt midden 2004 nogmaals
uitgenodigd om met Nederland F16's ter beschikking te stellen om samen te helpen
bij het waarborgen van de veiligheid tijdens de presidentsverkiezingen van 9
oktober in Afghanistan. Er volgt nogmaals een Belgische njet. Vanaf 8 september
2004 tot einde november vliegen 6 Nederlandse F16's, gesteund door een KDC-10
tankvliegtuig en een detachement van 180 militairen, ruim 800 vlieguren van op
de vertrouwde vliegbasis van Manas in Kirgizië.
Tijdens het charme offensief van de VS, ingeluid door het bezoek van de
kersverse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice aan haar Belgische
ambtgenoot Karel De Gucht, kan men dan ook terecht van een blijde verrassing
spreken indien deze laatste aankondigt dat 4 F16's naar Afghanistan zullen
vertrekken met een beschermingsopdracht tijdens de komende wetgevende
verkiezingen. Of deze opdracht samen met Nederland zal worden opgezet is
voorlopig nog niet duidelijk. Wel wordt tijdens de Nederlandse ministerraad van
4 februari het verzoek van de NAVO besproken om een aantal F16's ter beschikking
te stellen van ISAF. Er wordt nader onderzocht wat de duur van de uitzending, de
locatie en de mogelijke samenwerking met andere landen zal zijn.
De mededeling van Karel De Gucht op 9 februari, als zouden wij met Nederland één
detachement ontplooien, is bijgevolg voorbarig. Dat België met een type
detachement van 4 F16's en een 60-tal militairen zal worden ingezet, klinkt ons
vertrouwd in te oren. Dit was ook de inspanning die België in 1996 leverde aan
het DATF-detachement dat de operaties startte boven de Balkan van op het
Italiaanse Villafranca.
Er kunnen nog enkele randopmerkingen geformuleerd worden in verband met de op
stapel staande F16-opdracht. Het is niet onwaarschijnlijk dat de mogelijke inzet
van de F16's ten voordele van ISAF in een ruimer kader moet worden geplaatst. De
sedert oktober 2003 aangekondigde uitbreiding van de actieradius van ISAF, om
Afghanistan te helpen bij de uitbouw van een stabiele, welvarende en
democratische toekomst, werd tijdens de NAVO-top van 22 februari uitdrukkelijk
bevestigd. Door een verdere integratie van ISAF met OEF is de steun aan de
grondtroepen vanuit de lucht dan ook meer dan noodzakelijk.
Ten slotte moet de grootste twijfel geuit worden over de mededeling van de
minister van Defensie André Flahaut aan het agentschap Belga, als zou het
Belgisch-Nederlands detachement ontplooid worden naar Kaboel of naar Bagram. De
voorkeur van Nederland gaat ongetwijfeld naar Manas in Kirgizië, van waaruit ze
al maandenlang werden ingezet boven Afghanistan. De infrastructuur, de omgeving,
de logistieke ondersteuning, de inzet van hun KDC-10 en het tentenkamp op de
vliegbasis zijn voor hen vertrouwd terrein. Kaboel daarentegen is weliswaar van
vitaal belang voor ISAF als levensader van bevoorradingen en
troepenverplaatsingen en -aflossingen waar vooral transportvliegtuigen af- en
aanvliegen onder uitsluitend visuele vliegomstandigheden. De luchthaven beschikt
immers niet over naderingslichten of over een degelijke startbaanverlichting.
Landingshulpmiddelen zoals radar of ILS (Instrument Landing System)
ontbreken eveneens. De startbaan is aan dringend herstel toe en krijgt een
afwerkingslaag in principe in maart 2005. Bovendien moet alle brandstof, nodig
voor de bevoorrading van alle vliegtuigen en helikopters (6 Nederlandse Apaches,
3 Turkse Black Hawks, 4 Spaanse Cougars), over de baan worden aangevoerd en is
er dus permanent 400.000 liter brandstof onderweg tussen Pakistan en KAIA.
Bagram is weliswaar het logistieke knooppunt en het operatiecentrum van de VS in
het kader van OEF, maar de uitgestrekte vliegbasis is slechts in zeer beperkte
mate beschikbaar voor helikopters en tactisch luchttransport. Het verwijderen
van de mijnen zal nog jaren in beslag nemen waarna men pas echt van een
bruikbare vliegbasis voor gevechtsvliegtuigen zoals F16s zal kunnen spreken.
Al bij al staat de luchtcomponent voor een nieuwe belangrijke uitdaging. De
inzet van F16's in DATF-verband met Nederland boven Afghanistan is nochtans niet
meer of niet minder een operatie, die volledig past binnen het trainingspatroon
van een moderne luchtmacht. Onze F16's zijn ervoor uitgerust, onze piloten zijn
ervoor getraind, ons onderhouds- en steunpersoneel is ervoor bekwaam en
gemotiveerd, dat hebben ze allen in het verleden al bij herhaling bewezen en dat
zullen ze ook in de toekomst aan iedereen die het wil horen of zien duidelijk
maken. Wat een bezoek van president Bush al niet in petto heeft, of was het dan
toch de charme van Condoleezza Rice die het deed?