De Grote Markt

Schepenhuis

De Grote Markt wordt gedomineerd door het oudste Schepenhuis der Nederlanden. In feite gaat het om een geheel van drie gebouwen, nl. Het Schepenhuis, de belforttoren en het gebiedshuisje.

Schepenhuis en belforttoren

Het Schepenhuis, opgericht in 1225, werd opgetrokken in Ledische zandsteen met op de voorgevel twee beelden die de Graaf van Vlaanderen en het Kind van Aalst voorstellen. De zonnewijzer tussen de beelden was aanvankelijk zo oud als de belforttoren zelf, in 1600 werd echter een nieuwe zonnewijzer gemaakt. Het gebouw heeft een speciale vorm, met hoog zadeldak en flankeertorens op de vier hoeken. De oudste delen zijn de achtergevel en de gevel aan de Kattestraat, beide vroeggotisch met nog Romaanse sporen. De voorgevel bevat het opschrift "NEC SPE, NEC METU" ("door hoop, noch vrees"), een herinnering aan de inhuldiging van Philips II. De voor- en zijgevel aan de Grote Markt werden in 1407, na de brand, herbouwd. Het belfort zelf kwam er pas in 1460 en herbergt sindsdien de hogergenoemde beiaard.

De beiaard

De eerste beiaard werd in 1461 vervaardigd door meester Vranck uit Mechelen, Jan Zeeltman goot de klokken. In 1714 werd het klokkenspel helemaal vernieuwd door Jan Pauwels en Jacob Page. Na de brand van 1879 werden de klokken hergoten en hun aantal werd van 38 naar 52 gebracht.

belfortgrote markt

Belfort

De kelders

Onder het gebiedshuisje bereikt men de crypte die een lange tijd gebruikt werden als folterkamers of die verhuurd werden aan kooplieden. Nu worden deze kelders gebruikt als tentoonstellingsruimte.

Het uurwerk

Het uurwerk van Zwitserse makelij met Romeinse cijfers werd in 1964 vervangen door een model met halve bollen (Hiervan komt het Aalsters begrip: "den Tettentoeren").

Het gebiedshuisje

Ook wel "bretesque" genoemd. Ontleent zijn naam aan het oude gebruik waarbij de stadshouder de wetten afkondigde voor het volk. Het oorspronkelijk klein gebouw werd in 1543 afgebroken, nu is het gebouw een fraaie aanbouw van de laatgotische periode.