SYMBOLEN
EN TEKENS
Symbool,
van het Griekse "symbolon" hetgeen "teken" wil zeggen, is
een wezen of een voorwerp dat een abstract begrip voorstelt of verbeeldt.
De benedictijn Bruno Van Havere geeft in zijn boek: "Het Zinnebeeld in de
Kristelijke Kunst" volgende definitie voor symbolen: ‘Symbolen
zijn voorstellingen van het onvergankelijke in zinnelijk waarneembare vormen;
het één en het ander is in een <samengeworpen> met elkander, door
gedachte-eenheid versmolten. Symbolen zijn feitelijk omgezette vergelijkingen.
Ze ontstaan door overdracht van zinnelijke, concrete voorstellingen op het
abstracte door het brengen van uitwendige vergelijkingspunten tot inwendige
abstracte identiteit. De symboliek is een beeldschrift, een tekentaal.’
Prof.
Dr. J. M. Timmers geeft in zijn boek "Symboliek en Iconografie" volgende
definitie: ‘...
een symbool is een begrip,
of de voorstelling daarvan, dat, een ander begrip vervangende, voor de
waarnemende geest dit vervangend begrip samenvat.’
Zo
is de hond bijvoorbeeld een symbool van trouw, de balans een symbool van de
rechtvaardigheid, het kruis een symbool van de christenen, toren en palmtak het
symbool van de heilige Barbara, het hakenkruis een symbool van het Derde Rijk en
ga zo maar verder. De oorsprong waarom juist een bepaald voorwerp, dier of mens
voor symbool staan is dikwijls onduidelijk en heeft vaak diepere gronden.
Zo heeft bvb. het hakenkruis in oorsprong niets met het Derde Rijk te
maken. Het is daarom nuttig enkele voorname symbolen van nabij te gaan bekijken
om zo de waarde en oorsprong ervan beter te begrijpen.
Symbolen
zijn tekens waaronder wij iets verstaan. Het schrift is een geëvolueerde vorm
van symboliek, weinigen staan echter nog stil bij de oorsprong van het schrift
of zijn op de hoogte van de evolutie ervan.
Ook attributen vormen een belangrijk deel van datgene wat wij onder symbolen
verstaan. Het attribuut is een
voorwerp, aan een door de kunst voorgestelde persoon toegevoegd, waardoor die
persoon van alle andere personen onderscheiden wordt. Maar ook de personificatie
is een symbool waarbij een persoon een niet stoffelijk begrip vervangt. Zo kan bvb. Maria de personificatie zijn van de Kerk. De allegorie is nauw verwant met
symbolen, het is de symbolische voorstelling van een ideeën of een ander
abstract begrip door middel van personen, zaken en handelingen. Een grijsaard met
een zandloper en een zeis is een allegorie van de tijd. En verder is er nog de
metafoor, een overdrachtelijke of figuurlijke uitdrukking die berust op een
vergelijking. bvb.: het schip der woestijn, de kameel.
Symbolen
zijn zo oud als de mens. Vooraleer de mens kon schrijven richtte hij reeds
bouwwerken op. Deze bouwwerken waren
in oorsprong dikwijls symbolen. Later zullen voornamelijk religies symbolen gaan
gebruiken. Symbolen kunnen daarom, al naar gelang de religie, verschillende
betekenissen hebben. Voor ons,
Westerse mens, zijn de symbolen uit de bijbel en later uit het christendom de
meest herkenbare.
De
aarde is van oudsher het symbool van "moeder" (personificatie). De
eerste bouwwerken waren heuvels, kunstmatige heuvels, die de buik van de
zwangere vrouw symboliseerden. De vrouw en de aarde werden gezien als beginsel
van vruchtbaarheid.
Deze symboliek vinden we terug bij de megalietenbouwers en bij de bouwers van de
dolmen.
De dolmen symboliseren de baarmoeder. De priester trad de dolmen binnen, hij
trad binnen in "moeder aarde". Deze kunstmatige heuvels, megalieten of
dolmen werden gebouwd op plaatsen waar de thallurische energie het sterkst was,
waar de aarde het meest genezend, dwz. het meest "moeder" was.
Getallen zijn symbolen waarmee we
dagelijks geconfronteerd worden.
In de oudheid was het getal de uitdrukking van de kosmische wetmatigheid. De mens zag fenomenen zoals zon, maan, sterren, seizoenen, enz...
Hij legde verbanden en drukte ze uit in getallen. De mens zag de
wetmatigheid van de kosmos en interpreteerde dit niet wetenschappelijk maar
sacraal. Zo drukte elk bouwwerk,
hetzij tempel of piramide, deze kosmische wetmatigheid uit en dienden de
bouwwerken tevens om deze kosmische wetmatigheid te versterken. De bouwwerken
werden opgericht volgens strikte geometrische patronen. Op zichzelf zijn deze geometrische figuren symbolen. De Kabbalah, het belangrijkste compendium van de joodse filisofie, is
gebaseerd op getallensymboliek.
De
cirkel is het symbool van oneindigheid, van perfectie en bijgevolg van God.
Het is het natuurlijke symbool van zon en maan.
Voor de primitieve mens was zon en maan gelijkwaardig. Visueel zijn ze ook even
groot. De eerste woningen waren cirkelvormige tenten. De eerste dansen waren
cirkeldansen, zij brachten de mens in trance en gaven een gevoel van heelheid.
De voorstelling van de steen der wijzen, de ridders van de ronde tafel, de slang
in de vorm van een cirkel die in haar eigen staart bijt was bij de gnostici het
symbool van de wijsheid en van de onsterfelijkheid. God wordt beschreven als een cirkel waar de omtrek nergens en het
middelpunt overal is. Het ei, dat in doorsnede overal rond is en als geheel
gezien wordt als ovaal houdt in zich de "vesica piscis" gevangen. Het is
het oersymbool van de schepping en de uitdrukking van de scheppingskracht.
De driehoek is het symbool van moeder
en vrouw (Moeder en vrouw als symbool van het collectief onbewuste zegt Carl
Gustav Jung). De driehoek is een oersymbool dat overeenkomt met de fysische vorm
van het vrouwelijk geslachtsorgaan. De
drie hoeken zijn de drie aspecten van de vrouw.
1. de vrouw als maagd (sacraal: als priesteres)
2. de vrouw als moeder (het levengevend beginsel)
3. de vrouw als minnares (minnares van god, brengster van tederheid, de bezorgde en
de verleidster)
Deze drie aspekten, deze drie godinnen zijn één, de driehoek is dan ook het
symbool van de drie-eenheid. Over het woord "maagd" zijn heel wat
misvattingen. De orthodoxe opvatting over het woord maagd is zeker niet de
oorspronkelijke betekenis zoals die door de evangelisten bedoeld werd.
Het gaat niet over het biologisch feit maagd te zijn maar over de kwaliteit van
het bewustzijn. Christus werd geboren uit een maagd wil zeggen: Hij werd geboren
uit het onbevlekte bewustzijn. Het maagd zijn van O.L.Vrouw dienen we te
interpreteren niet als een biologisch feit maar in de zin van een vrouw van
zuiver en onbevlekt bewustzijn.
De Indische naam voor moeder-godin is "Ma". De Griekse godin voor moeder
aarde is Demeter. Demeter komt van "delta-mater". De griekse letter
d(elta) heeft ook de vorm van een driehoek. Demeter wil zeggen: moeder aarde. Zo
ook is de Nijldelta een driehoek die bij de Egyptenaren het symbool van de
vruchtbaarheid was. Egypte noemt in het oud-Egyptisch "msr", hetgeen
driehoek betekent. Eén van de grootste busmaatschappijen in Egypte noemt zich
vandaag "MSR". De driehoek is ook het symbool van God en van Satan. In de
gnostiek, het dualisme, zijn God en Satan niet los van elkaar te koppelen.
De
"vesica piscis"(blaas/kruik-vis) is het symbool van het
geslachtsorgaan van de vrouw, Delphi en vis.
De twee cirkels die elkaar voor een stukje overlappen creëren een biologische
symboliek.
De vesica piscis is eveneens het symbool van de moeder godin die de wereld
baart.
Het gemeenschappelijk deel van de vesica piscis heeft de vorm van een vis.
Uit de combinatie van vrouw en vis ontstaat in de mythologie de meermin. De
meermin is een archetypisch symbool. De
vesica piscis wordt gebruikt bij rituelen in de zwarte magie.
Het
punt is het perfecte symbool. Het is in de astrologie het symbool voor de
zon.
Een cirkel met in het middelpunt een punt is het symbool van de mens. De mens is
het punt- de cirkel symboliseert de begrenzing van zijn wereld. In de slaap is
het bewustzijn een punt, een lichtpunt.
De
spiraal is het symbool van de spirituele groei. De spiraal drukt het
cyclisch karakter uit van alles. Alles komt terug. "Panta rei". De wereld is
cycliscH. Het menselijk bestaan is cyclisch, het komt steeds terug, maar niet
zoals bij een cirkel, wel op een steeds hoger of lager niveau. De mens zoekt
zijn weg in een spiraal. Het labyrint symboliseert deze spiraal. Sedert de
oudheid diende men door een labyrint te gaan om een belangrijke plaats te
bereiken (cfr. de roman van Umberto Eco: de naam van de Roos)
De
mandala (Sanskriet voor cirkel) is een cirkel in 64 delen opgedeeld en is
het symbool van energie en kracht.
De mandala drukt een hogere waarneming uit van een bepaald aspect van het
universum.
De mandala symboliseert kracht en energie en is er een abstracte voorstelling
van.
C.G.Jung zag de mandala als sleutel tot het collectief bewustzijn.
Familie van de mandala is de jantra (betekent: werktuig). Het voornaamste element
in de jantra is het punt.
De jantra is een werktuig om goddelijke krachten in uzelf op te wekken.
Het
medicijnwiel (soort indiaanse mandala) is eveneens het symbool van kracht.
Alles wat kracht geeft is cirkelvormig. Een draaiende beweging van het rad geeft
ons het beeld van een spiegel. Door de spiegel doorziet men het leven (zie
symboliek van de cirkel). Het is ook
een verzameling van kruisen die in een cirkel gevat zijn.
Het
pentagram
De
vijfster gevormd door een in één lijn doorgetrokken vijfpuntige ster. Een
andere benaming is de Druïdenster of Druïdenvoet. Het pentagram is de
symbolische weergave van de weg die de mens volgt in zijn streven naar
volmaaktheid. Het pentagram bekleed in vele religies een voorname en mystieke
plaats en was ook in Mytrascultus reeds bekend. Wie het pentagram goed bekijkt
merkt een gelijkenis op met het menselijk lichaam. Het hoofd, de armen en de
benen. Deze houding is de uitdrukking van een harmonieus mens met een wakker
denkvermogen, een ruim gevoelsleven en een stevige fysieke basis (Leonardo Da
Vinci). Het pentagram straalt een grote dynamische kracht uit. Het is de bron van
mystiek licht dat in alle richtingen verspreid wordt. Bij het dragen van een
pentagram dient men dan ook te weten met welke energieën men omgaat. Het is
volkomen misplaatst van dit symbool gebruik te maken als men de betekenis er
niet van kent. Het kan nare gevolgen hebben.
In de gnostiek symboliseert het pentagram de vijf elementen: licht, vuur, lucht,
wind en water. De Bogomielen gebruikten het als herkenningsteken.
In de christelijke iconografie wordt het pentagram als symbool voor de vijf
wonden van Christus gebruikt en analoog met de cirkel als symbool voor het
verknopen van begin en einde in Christus (alfa en omega).
In de vrijmetselarij speelt het pentagram een zeer belangrijke rol en noemt men
het "vlammende ster". De vijf punten symboliseren de stralen van de
zon en het midden staat een G geschreven die staat voor God, Gnossis en
Geometrie.
Het
hexagram, Davidster, Salomonszegel of
zespuntige ster
Dit
symbool bestaat uit twee in elkaar geschoven driehoeken en wordt de laatse
decennia helaas geassocieerd met de Jodenster uit het Derde Rijk. Een symbool
dat afkeer, schuldgevoelens en haat oproept. Dit oeroude en wijdverbreide
symbool dat we tot in de verre oudheid terugvinden betekent echter heel wat
anders. Wanneer we het hexagram goed bekijken onderscheiden we twee in elkaar
geschoven driehoeken. De driehoek met de punt naar onder symboliseert de vrouw
en het vrouwelijke. De driehoek met de punt naar boven symboliseert de man en
het mannelijke. De vrouwelijke driehoek staat voor water, de delta. De
mannelijke driehoek voor het vuur en het vurige.
Waarom werd dit symbool dan voor de Joden gebruikt? De zeshoekige ster werd door
koning Salomon, zoon van David, vandaar Davidster of Salomonszegel, gebruikt om
God te symboliseren. Zoals we weten kent het Judaïsme geen afbeeldingen of
voorstellingen van God. De ster symboliseert Jahwe en werd gedragen door de
koningen van Juda (door de koninklijke messiassen, niet door de profetische of
de priesterlijke).
In de alchemie is de zes-ster het symbool van vuur water, lucht en aarde: zijnde
de oermaterie. De tekens voor deze
vier symbolen zijn dus als volgt: vuur is de driehoek met de punt omhoog, water
met de punt omlaag, lucht met de punt omhoog en een horizontale streep door de
punt, aarde met de punt omlaag en een horizontale streep door de punt. In de
heksenreligie vinden we het aardteken als dusdanig of als omgekeerd kruis.
In de vrijmetselarij wordt het hexagram gebruikt als logezegel en symboliseert
de totaliteit.
De
swastika (Sanskriet: "het is goed") is het symbool van welzijn en
geluk.
Het symboliseert de wentelgang van de vier seizoenen van het ronddraaiend jaar
en van oneindigheid. De swastika is
bij de Boedhisten het symbool voor de zon. In
het oude China staat het hakenkruis symbool voor de oriëntering naar de vier
windstreken en wordt het gebruikt om het getal tienduizend (oneindig) aan te
duiden.
In
de oud-Indische cultuur geldt het als zegel op het hart van een avatar (bvb.
Boedha) en vertegenwoordigen de vier armen de levensruimte van godenwereld,
mensenwereld, dierenwereld en onderwereld. Bij
de Tau-priesters van Tibet is de swastika het symbool van leven en overwinning.
De richting van het rad is dan wel in tegenovergestelde zin van het symbool van
welzijn van het Derde Rijk overgenomen. Dit teken, ook het "duivelswiel"
genoemd, wordt voortbewogen door vier andere symbolen: de arend, de mens, de os
en de leeuw. Deze vier symbolen staan dan weer voor de vier Evangelisten. De Albigenzen, ook Katharen genoemd, gebruikten de swastica met in het
midden een rooster met vijf latijnse woorden die hoe men die ook draait en keert
steeds dezelfde woorden vormen: nl
sator-arepo-tenet-opera-rotas (de zaaier,
de duivel houdt en draait het wiel). Dit "palindroom" (Grieks woord
voor teruglopen) was erg populair en werd in de vroege Middeleeuwen over heel
Europa verspreid, vooral in de hermetische traditie die graag gebruik maakt van
dit soort raadselachtige symbolen. In de christelijke interpretatie is de zaaier
God die eeuwig (rotas, de raderen van het Lot) zijn schepping (opera) blijft
besturen.
|
S
A T
E R |
|
A
R E
P O |
|
T
E N
E T |
|
O
P E
R A |
|
R
O T
A S |
De oorsprong van de kruisvorm (het Grieks kruis met de gelijke balken) kan een
combinatie zijn van vertikale en horizontale balken (geest en materie) of van
een orientatie-situatie N-O en Z-W. Het kan refereren naar de rechtopstaande
mens met gespreide armen. In de Islam is het kruis het symbool van de universele
mens. Het kruis is ook het symbool van de antichaos, het symbool van de ordening
en voor het evenwicht in de mens, in het leven, in de natuur en in de kosmos.
Het
kruis verdeelt een vlak in vier delen, wat visueel een sterke indruk maakt en
vaak als schending van een oppervlak ervaren wordt. Het is dus niet
verwonderlijk dat het kruis aandacht opeist.
Het kruis is ook het symbool van de
levensboom en van de zon (bij Assyriers, Hindoes, Kelten en Grieken), de boom
waaruit het leven voortkomt. Het kruis is een symbool van energie (zie
medicijnwiel). Daar waar de twee
delen elkaar "kruisen" ontstaat een energieveld en is er een
concentratie van materie waarin veelal een kracht schuilt. Dit snijpunt is het
"heilige paleis" van de Kabbalah en de symbolische plaats waar
tegenstellingen worden opgeheven. Dit punt is de harmonie, de rust, de orde,
het geluk en het evenwicht. Het kruispunt is ook het symbool van het
"ego" (centrum van de kosmos), van de ontmoeting van het hemelse en
het aardse, de vereniging van de tegengestelden, het aktieve en het passieve
principe, van het positieve en het negatieve, voor het leven en de dood en voor
de suprematie van het geestelijke op het materiële. In de voor-christelijke
geschiedenis gebruikte men ook reeds kruisen bij de dodensymboliek. Het kruis
symboliseert de overwinning van het leven op de dood: de vrouw (horizontaal)
ontvangt de man (vertikaal): een vereniging waaruit nieuw leven ontstaat.
In het begin van het christendom was het symbool van Christus niet het kruis
maar de herder met het lam en ook de vis. (Gnostici en Katharen wezen de
verering voor het kruis af, wie vereert er nu een marteltuig, men vereert toch
ook de koord niet waarmee een gehangene verhangen werd). Op plaatsen waar
christenen samenkwamen toen het christendom nog verboden was en ze door het
Romeinse Rijk vervolgd werden vinden we als merkteken voor hun aanwezigheid een
soort medicijnwiel. Dit teken is afkomstig van het Griekse woord
"IXTVS" hetgeen vis betekent.
Uit
dit teken is het Ephesekruis waaruit later het Maltezerkruis ontstaan is. Pas
later (na de val van Constantinopel) wordt het kruis het symbool van het
Christendom. Men moet sterven om een nieuw leven te creëren. (cfr. Osiriscultus
en Egyptische mythologie)
Bij de Maya's verwijst het kruis naar
de kosmische indeling in vier windstreken met als vijfde deel het centrum: de
mens zelf.
Bij de oud-Egyptenaren gebruikte men
het kruis in de hiërogliefen om vernietiging en wraak uit te drukken. Het anch-teken daarentegen is het teken van het leven, de levensboom, de fallus en
het teken of symbool van de vruchtbaarheid.
Bij de Indianen van Noord-Amerika en Canada is het kruis een antropomorf oriëntatiebeeld (antropomorf is de menselijke godsvoorstelling).
De top van het kruis wijst naar de richting van de koude noorderwind, de
linkerkruisarm of oostelijke symboliseert het hart en de liefde, de rechterarm
is de richting van de vriendelijke westenwind de plaats van de longen waarvan de
adem uitgaat en de voet van het kruis symboliseert de brandende zuidenwind en is
het symbool voor de vurige passie.
In de symboliek van vele Afrikaanse stammen
verwijst het kruis naar de kosmos, naar de sterren of naar hemellichamen.
Keltisch kruis:
voor-christelijk symbool. Het zonnekruis, symboliseert de zon die bron is van
alle leven, en wederopstanding in een beter hiernamaals. Veel grafzerken van
gesneuvelde soldaten uit de eerste wereldoorlog hebben de vorm van een Keltisch
kruis.
Petruskruis (omgekeerd kruis) is het
symbool van de terugkeer naar de aarde. Het Petruskruis is ook het symbool van
de heksen. De terugkeer naar de
aarde, de heksenreligie is de religie die de oude moederaarde-verering terug in
ere wou herstellen.
Rozenkruis is het symbool van eenheid
tussen man en vrouw. Tussen Jesus en Maria. Eenheid tussen Jezus en Maria van
Magdala, die zijn vrouw zou geweest zijn en bij wie Jezus kinderen had volgens
het geheim van de Prieuré de Sion die in Jeruzalem ontstond in de 12de eeuw en
die nauw in verband staat met de tempelorde, het Katharisme en de
vrijmetselarij.
De broederschap der Rozenkruisers was een esotherische genootschap die streefde
naar een humanistisch-ethische wereldhervorming. Ze beloofden de wereld en de
menselijke kennis te veranderen in overeenstemming met de hermetische principes.
De Isis en Osiriscultus komt hier ook weer naar boven: moeder baart zoon, zoon
heeft gemeenschap met de moeder en hieruit wordt nieuw leven geboren.Bij de
vrijmetselaars vinden we veel Egyptische symboliek weer. Rozenkruisers is ook de
benaming in de Vrijmetselarij voor de 18de graad van de Aloude Schotse
Ritus.
In
de matematika wordt het Grieks kruis
als symbool van de optelling gebruikt en het Andrieskruis van het
vermenigvuldigen. X staat ook voor het onbekende.
Het X-teken is in onze symboliek ook het teken om iets te vernietigen en in de
Romeinse nummering staat X voor tien. Dit is afkomstig van twee maal V (vijf:
zie de "V" van de hand die vijf vingers telt)
Legende kruisen
1.
Grieks kruis
2. Latijns kruis
3.
Petruskruis
4. Philippuskruis
5. Andreaskruis: Bourgondisch kruis in de heraldiek (St.Andries was de
patroonheilige van de Bourgondische hertogen)
6. Cruxmonogrammatica: vereenvoudiging van het chrismon
7. idem als 6 maar gekanteld waarbij de x bewaard blijft
8. Patriarchale kruis
9. Dubbelkruis
10. Pauselijk kruis
11. Taukruis of Antoniuskruis
12. Taukruis van de Antonieten
13. Gaffelkruis, is ook een runeteken
14. Vereenvoudigde gaffelkruis
15. Krukkenkruis, ook Bourgondisch kruis (zie ook 5)
16. Hakenkruis of swastica
17. Ankerkruis of muurkruis.
18. Maltezerkruis: embleem ‘Orde van Malta’
19. Vroeg-christelijk ankerkruis.
20. Hengselkruis of anchkruis. Soms ook koptisch kruis genoemd. Oud-Egyptisch
teken voor leven.
21. Rozenkruis
22. Jeruzalemkruis: embleem ‘Orde van het Heilig Graf’ en wapenschild van de
stad Jeruzalem.
23. Herkruiste kruis
24. Russisch kruis
25. Kruisnimbus: wordt enkel gebruikt als nimbus voor Jezus.
26. Prefatiekruis: gevormd door twee letters van Vere Dignum (V=menselijke natuur
van Chistus en D=Goddellijke natuur). Veelal gebruikt op missaals en
communieprentjes.
Petrus: wordt afgebeeld met als attributen een sleutel, haan
en omgekeerd kruis. Soms gekleed in pauselijk ornaat. Johannes: zonder baard,
kelk waaruit draak of slang die wegvlucht
Paulus: zwaard
Andreas: Andreaskruis en zwaard, soms
met schaap aan de voeten
Jacobus de Meerdere: zwaard en pelgrimskledij:
Jacobschelpen, staf, hoed, veldvles, knapzak
Jacobus de Mindere: lijkt zeer goed op Jezus:
afgebeeld met knots en vollerstang[1]
Philippus: zwaard en lans
Bartholomeus: mes en afgestroopte huid
Mathheus: zwaard en soms met schaap aan
de voeten
Simon: zaag en (soms) schaap
Judas Thaddeus: knots en (soms) schaap
Thomas: zwaard en winkelhaak
Matthias: bijl
Judas Iskarioth: meestal zwartharig en in het
geel gekleed (kleur van de afgunst) en met geld, geldbeugel of strop in de hand
Agatha: afgebeeld met schotel waarop één of twee borsten
liggen en met tang. Agatha stierf de marteldood nadat men haar de borsten had
afgeknepen. Patrones van de bakkers, die verkeerdelijk de borsten voor broodjes
namen. Ze wordt aanroepen tegen de borstziekten.
Agnes: (Agnus=lam) wordt afgebeeld met lam, zwaard en
palmtak. Soms ook met zwaard door de hals.
Alexius: afgebeeld als bedelaar
zittend onder een trap met in de hand een brief en een pelgrimsstaf.
Ambrosius: (kerkvader) afgebeeld als
bisschop met boek in de hand en bijenkorf naast zicH. Zijn woorden waren zoet
als honig. Ook afgebeeld met geselroede en kruisdbeeld in de hand. Soms ook
toren op de hand dragend.
.
Amelberga:
Gekleed als kloosterlinge staand of zittend op een vis (steur). Soms ook
omringd van ganzen en het beeld van Karel de Grote vertrappend. Wordt vereerd te
Temse.
Anastasia: afgebeeld als brandende
toorts aan een staak gebonden op een brandstapel. Wordt aanroepen tegen de
brandwonden.
Anna: afgebeeld staande achter O.L.Vrouw met het kind,
als vrouw met twee kinderen waarvan het kind Jezus een scepter draagt, als vrouw
die O.L.Vrouw leert lezen of als moeder met kind met driedubbele kroon in
linkerhand en boek in rechterhand. Wordt aanroepen tegen onvruchtbaarheid. De
Antwerpenaren gingen te zegenen naar St.Anneke als ze een kind wilden: “ze
gingen naar Sint-Anneke om een manneke”.
Anna ten Drieën: beeldengroep met de
afbeelding van Anna, Maria en het kind Jezus.
St.Anna
ten Drieën, houtsnede 15de eeuw.
Antonius: (abt) wordt afgebeeld met
varken, tau-staf, bel, vlammen of duiveltje.
Antonius van Padua: (Toontje van de verloren voorwerpen) afgebeeld in
Franciscaanse pij met kruisbeeld of lelie in de linkerhand en kind Jezus op de
arm. Soms op wolk of met ezel naast zicH. Volksheilige die aanroepen wordt tegen
verloren voorwerpen. Men bad tot hem tijdens het zoeken en op sommige plaatsen
keerde men zijn beeld zolang naar de muur tot datgene wat men zocht
teruggevonden was.
Apollonia: afgebeeld met tang in de
hand. Soms liggen tanden op een boek. Tijdens haar marteling werden al haar
tanden uitgetrokken. Wordt aanroepen tegen tandpijn.
Augustinus:
(kerkvader) wordt
voorgesteld als bisschop met als attribuut een hart dat soms met pijlen
doorboord is, of waaruit vlammen slaan. Soms zit aan zijn voeten een kind dat
water schept of een arend.
Bavo: afgebeeld als edelman met zwaard en valk.
Barbara: afgebeeld met toren, kelk en
palmtak. Palmtak staat voor haar maagdelijkheid. Wordt aanroepen tegen de plotse
dood. Patrones van de gevangenen en van de metselaars (cfr.toren).
Heilige
Barbara
Begga: afgebeeld als vorstin of abdis met kerkje als
attribuut.
Benedictus: afgebeeld als abt met
regelboek, kruis en roede van doorntakken. Soms aan zijn voeten een raaf met
brood in de snavel.
Berlindis: afgebeeld met koe naast haar.
Bernardus van Clairvaux: afgebeeld in
cistercienserhabijt met wit hondje en straalende schijf waar M of Maria in
staat. Meestal ook afgebeeld met de lijdenswerktuigen. Soms ook geknield met het
beeld van O.L.Vrouw die melk uit haar borst knijpt in de richting van Bernardus.
Deze legende noemt men de "lactatia".
Blasius: afgebeeld als bisschop met
twee gekruiste kaarsen en hekel of kam naast zicH.
Catherina van
Alexandrië: afgebeeld met palmtak, zwaard en met gebroken rad naast zicH.
Patrones van de filosofen.
Heilige Catherina van Alexandrië
Catherina van Siëna: afgebeeld met hert.
Cecilia: afgebeeld met orgel of harp,
palmtak, boek en kroon. Patrones van de muziek. Ook partones van de
brandweerlieden. Wordt aanroepen om het vuur te weren en brand te voorkomen. In
Catania (Sicilië= eiland van het geslacht van de Caeciliae) veranderde een
lavastroom van richting als men haar sluier voor de vuurzee legde. Zo werd de
stad gered.
Christina: afgebeeld met palmtak,
molensteen en pijlen. Ze werd met een molensteen aan de hals in het meer van
Bolsena geworpen maar bleef drijven, daarna werd ze met pijlen doorboord.
Christoffel: afgebeeld als zeer grote
manspersoon met kindje op de schouder en staf in de hand. Hij draagt een kindje
over een water. Patroon van reizigers en destijds ook van de kolveniersgilde[2]
van Antwerpen waar P.P.Rubens lid van was.
Cornelis: afgebeeld in pauselijk ornaat
(tiara) met de hoorn van een rund. Partoon van het hoornvee. Wordt aanroepen
tegen vallende ziekte en jicht.
Carolus Borromeus: jezuïet. Wordt afgebeeld in
kardinaalsgewaad met kruisbeeld in zijn hand, ietwat voorovergebogen en
pestlijders verzorgend.
Clara: afgebeeld als Franciscanesse met boek, lelietak en
monstrans of ciborie in de hand.
Crispinus: afgebeeld met molensteen en
schoenmakersalaam.
David: als herder met steen in de hand en slinger, soms
Goliath vertrappend; als koning met kroon, scepter en harp.
Dionysus: bisschoppelijk ornaat en
hoofd in de handen dragend. Wordt aanroepen tegen hoofdpijn.
Heilige
Dionysius
Dorothea: afgebeeld als jong meisje met
palmtak en een korfje met bloemen of fruit.
Eligius of Elooi: afgebeeld als bisschop met
hamer en tang, soms met paardenpoot. Patroon van de smeden en metaalbewerkers.
Engelen met banderollen: aankondiging van
Jezus’ geboorte.
Franciscus van Assisi: wordt afgebeeld als
ascetische boeteling met doornenkroon en stigmata; als minderbroeder met
kruisbeeld (al dan niet gevleugeld) in de hand en/of brandende lamp. Vertrapt
slang die in appel bijt.
Gangulphus: Trok zich in eenzaamheid
terug wegens de ontrouw van zijn echtgenote en werd vermoord. Afgebeeld als
edelman met schild waarop de afbeelding van Christus’ kruis staat, met zwaard
of met valk op de arm. Wordt aanroepen tegen de "kwade echtgenoten". Hij
wordt vereerd in het kerkje te Paulatem in de Zwalmstreek.
Gertrudis: wordt afgebeeld als abdis
met beker in de hand. Op haar staf kruipen muizen en ratten omhoog. Ze wordt
aanroepen tegen ratten- en muizenplagen.
God de Vader: als oude man met baard
meestal in een driehoek afgebeeld, als wolk waar hand uit komt, op een wolk
zittend of als alziend oog in een driehoek (bvb. God ziet mij, hier vloekt men
niet).
God de Heilige Geest: als duif, als vlam, als
vurige tong, als arend met nimbus.
Godelieve: werd gewurgd en wordt
afgebeeld met doek om de hals en vier kronen in de hand.
Gregorius: (kerkvader) afgebeeld als
paus (tiara) met duif op de schouder, boek in de linkerhand en staf of pluim in
de rechterhand.
Helena: moeder van keizer Constantinus. Afgebeeld als
keizerin met kroon en op hoofd en met een groot kruis als attribuut (vinding
van het kruis wordt aan haar toegeschreven).
Heilge
Helena
Henricus: afgebeeld als keizer met
naast zich een kerkmodel en met in zijn hand een wereldbol waarop een duif zit.
Hij bouwde de dom van Bamberg waar hij ligt begraven naast zijn gemalin
Kunegonde.
Hiëronymus: (kerkvader) kardinaalshoed
en leeuw. Soms ook als schamel geklede kluizenaar met kruisbeeld en boek in de
hand en doodshoofd aan de voeten.
Heilige
Hiëronymus
Hippolytus: afgebeeld met harnas, lans en
palmtak. Soms met vier paarden of door paarden voortgesleurd. Hippolytus werd gevierendeeld, zie schilderij Dirk Bouts. Partoon van de
paardenfokkers.
Hubertus: patroon van de jagers wordt
voorgesteld met hert met kruis tussen het gewei. Soms met sleutels en
jachthoorn. Wordt aanroepen tegen hondsdolheid.
Ivo: patroon van de juristen wordt afgebeeld met toga
en baret. Soms met weegschaal.
Johannes: (als evangelist) afgebeeld
met baard, schrijvend, met arend naast zicH.
Johannes Berchmans: afgebeeld als Jezuïet met
kruisbeeld, boek en rozenkrans in de hand. Baret van de Jezuïeten is
gevierendeeld, tov. de driedelige van de andere geestelijken.
Johannes de Doper: afgebeeld in dierenvel met
banier in de hand en lam met nimbus over de schouder, naast zich of in de armen.
Vertrapt soms een serpent of een vos. Ook afgebeeld zijn hoofd op een schotel in
zijn handen dragend met naast zich zwaard of bijl.
Johannes Nepomucenus: afgebeeld als kannunik
met kruisbeeld en palmtak en rond het hoofd een krans van sterren. Soms met
vinger op de lippen. Zijn beeld staat dikwijls op bruggen. Wordt aanroepen tegen
laster en kwaadsprekerij.
Joris: afgebeeld als ridder in wapenuitrusting (meestal
te paard) die een lans door een draak steekt. Patroon van krijgslieden en
schutters. Aanroepen tegen de onvruchtbaarheid.
Jozef: bruidegom van Maria, wordt afgebeeld met staf
waaraan lelies bloeien. Soms met winkelhaak en timmermansgerief, soms met Jezus
op de arm en lelietak in de hand.
Justus: afgebeeld zoals ook Dionysius met zijn hoofd in
zijn handen. Stierf als 9-jarige knaap door onthoofding de marteldood. Aanroepen
tegen hoofdpijn. Staat achteraan in Carolus Borromeuskerk te Antwerpen.
Justus: afgebeeld als knaap of jongeling met hoofd in de
handen.
Laurentius: rooster of grill. Laurentius
stierf de marteldood. Hij stierf de vuurdood liggend op een rooster. Patroon van
de koks. Wordt aanroepen tegen brandwonden en rugklachten.
Livinus: afgebeeld als bisschop met
tang in de hand met uitgerukte tong.
Lucas: (evangelist) afgebeeld met rund, os. Soms
gevleugeld rund. Patroon van geneesheren en schilders.
Lucia: afgebeeld als jong meisje met ogen op een schotel
en dolk door de hals.
Margaretha Alacoque is een Bourgondische heilige
die de verering voor het Heilig Hart op gang bracht. Ze wordt afgebeeld knielend
voor een altaar waar Jezus zijn hart toont of biddend in extase opziend naar een
hart in een aureool.
Maria als
Moeder van Smarten: afgebeeld met hart doorboord
met één of meerdere pijlen.
Maria als Moeder van Smarten
Maria-Magdalena: afgebeeld als voorname dame
met zalfpot als attribuut of als zondares in boetekleed met doodshoofd en
kruisbeeld.
Heilige
Maria Magdalena
Maria Onbevlekt Ontvangen: afgebeeld met wit
kleed, bauwe gordel, rozenkrans met gouden rozen en op blote voeten.
Marcus: (evangelist) afgebeeld met leeuw die soms
gevleugeld is. Ook afgebeeld gezeten tegen vijgenboom met kardinaalshoed en rol
in de hand.
Heilge
Marcus, Evangelist
Marcellus: in pauselijk gewaad met ezel
en kribbe naast zicH.
Mattheus: (evangelist) afgebeeld met
engel of mens.
Martha: wordt voorgesteld als vrouw met emmer met wijwater
en kwast in de hand terwijl aan haar voeten een overwonnen draak ligt. Patrones
van huisvrouwen en koks. Zij is de ijverige en zorgzame zuster van Lazarus en
Maria. Volgens de legende trok zij met hen naar de Provence en vestigde zich in
Tarascon. Zij doodde er de draak "la Tarasque" die de streek tussen Avignon en Arles onveilig maakte door hem
met gewijd water te besprenkelen. Op het feest van Martha wordt te Tarascon
jaarlijks, op 29 juli, de draak door de stad gedragen en vindt er een groot
feest plaats (zie schilderij van de
Meister der H. Sippe, museum Berlijn).
Martinus van Tours: afgebeeld als Romeins soldaat te paard met bedelaar naast zich,
terwijl hij zijn mantel deelt. Soms ook als bisschop met bisschopsstaf waar in
de krul de mantelscène is afgebeeld. Soms ook afgebeeld met gans aan zijn
voeten.
Mozes: afgebeeld met twee stenen tafelen in de hand en op
het hoofd twee stralenbundels. Soms knielend voor brandend braambos of slaande
op een rots met zijn staf.
Nicolaas van Myra: wordt voorgesteld in bisschoppelijk ornaat, met anker of scheepje,
kuip met drie kinderen aan zijn voeten, met drie gouden ballen op een boek of
met geldbeurs in de hand. Was in oorsprong patroon van de zeevaarders en
geliefden. Later patroon van de kinderen en van de bakkers.
Norbertus: voorgesteld als bisschop met
monstrans in de hand en onder de voet de ketter Tanchelm vertrappend.
Oda: afgebeeld als koningin met ekster als attribuut.
Petrus Canisius: jezuïet, afgebeeld met pen en
boek en kinderen welke hij onderwijst.
Pharaïldis: afgebeeld met neerhofdieren,
gans en kippen en schotel met eieren. Soms broden in de hand.
Piëta: voorstelling van O.L.Vrouw met de dode Christus op
haar schoot.
Pieta
Profeten met banderollen:
aankondigingen van Jezus’ geboorte. (zie ook Engelen)
Remaclus: afgebeeld als bisschop met
wolf naast zicH.
Rochus: afgebeeld als pelgrim met ontbloot been en hond.
Wordt aanroepen tegen de pest en cholera.
Rosa van Lima: wordt afgebeeld als Dominicanes met een
rozenkroon op het hoofd, een kruisbeeld in de hand en het kind Jezus op de
arm.
Sebastiaan: afgebeeld aan boom gebonden
en met pijlen doorboord. Patroon van de schuttersgilden.


Sint
Johannes de Doper met St. Johannes de Evangelist, St. Sebastiaan, St. Antonius
Abt
Servatius: afgebeeld in bisschopsornaat
met sleutel in de hand en onder zijn voeten een draak. Een minder voorkomend
attribuut bij Servaas is de adelaar. De draak herinnert aan de strijd tegen de
Arianen.
Stephanus: afgebeeld als diaken met palm
in de hand, stenen op het hoofd of naast zich of met stenen op een boek. Eerste
martelaar.
Theresia van Avilla: afgebeeld als Carmelites in biddende houding, een pijl
doorboort haar hart, soms afgebeeld met de H. Geest (duif) boven haar hoofd.
Theresia van Lisieux: (gekend als het heilig Treezeken) afgebeeld als Carmilites
met kruisbeeld en rozen in de hand.
Ursula: maagd en martelares afgebeeld met pijl en/of
palmtak in de hand soms ook met witte vlag met rood kruis. Meestal naakt tot aan
de lenden met vijf pijlen doorschoten. Ook met opengespreide mantel waaronder
haar gezellingen, met een schip naast haar, duif op haar schouder of gekroond
met driedubbele kroon.
Wivina: voorgesteld als kloosterlinge met palmtak en
brandende kaars in de hand. Aanroepen tegen keelziekten.
Anker: symbool van de hoop (ook bijenkorf, spade en
sikkel).
Appel: symbool van
verlokking en zonde, maar ook het attribuut van Venus en het symbool van
liefde en vruchtbaarheid en, in afgeleide zin, van de huwelijksgemeenschap. Ook
symbool van de heerschappij (rijksappel).
Arend: vinden we terug op vele lezenaars in onze kerken.
De arend is de koning der vogels. Hij symboliseert kracht en macht. Hij staat op
de lezenaars in functie van boodschapper tussen de aarde en de hemel.
Aureool of mandorla: ovale stralenkrans rond
het lichaam.
Aureool
Balk:
dunne rode lijn op wapenschild
van de rechterboven- naar de linkeronderhoek (=heraldisch van links naar
rechts): bastaardbalk. Hier ontspruit de uitdrukking: "Hij
draagt een balk in zijn schild."
wat wil zeggen dat hij een bastaard is.
schild van Antoon van Bourgondie
Banderollen: profeten, aankondiging van de
geboorte van Jezus
Basilisk: Half haan, half serpent.
Symbool van duivel en wreedheid
Bazuinen: laatste oordeel
Bedelaar: armoede,
zonde (meestal afgebeeld met verschillend schoeisel aan de voeten)
Bij: werkzaamheid, rechtvaardigheid, gehoorzaamheid
Bijenkorf: welsprekendheid (attribuut van
Ambrosius), ook hoop
Blinddoek: geblinddoekte vrouw met
weegschaal staat voor de gerechtigheid
Beer: gramschap, wreedheid, luiheid en gemor
Bok: symbool van de verworpenen en de hel. (MattH.
XXV,33). Ook van wellust, ontucht en vrekkigheid
Boterbloem: celibaat
Bron: genade en leven
Cypres: bestendigheid
Distel: symbool van boosaardigheid en heidenen
Doodshoofd: vanitassymbool:
vergankelijkheid. Ook "memento mori" de kortstondigheid van het leven
aantonende
Duif: symbool van de H. Geest, de H. Maagd, de zielen der
uitverkorenen. Zeven duiven: zeven gaven van de H. Geest.
Draak: symbool van de duivel, de lagere driften, aardse
geneugten en zonde
Viervoetige
draak
Duiventil: bordeel (schilderij J.Bosch)
Eenhoorn: zuiverheid, maagdelijkheid
Eenhoornjacht: annunciatie van de Maagd
Maria
Egel: toorn
Eieren: een korf met eieren wijst op potentie
Ezel: luiheid, dwaasheid
Gans: symbool waakzaamheid en praatzucht en ook van de
winter. Symbool van Martinus van Tours. Martinus verstopte zich in een ganzenhok
om te ontkomen aan zijn bisschopskroning, doch de ganzen verraadden hem met hun
gesnater.
Gesloten beurs: maagdelijkheid
Gier: symbool van demonen, roofzucht en gulzigheid
Griffioen: half arend, half leeuw
symboliseert de macht over hemel (arend) en aarde (leeuw). Hij komt veelvuldig
voor bij koningsgraven. Ook Christus’ koningsschap wordt gesymboliseerd door de
griffioen, zo is hij het beeld van Christus, de Koning van hemel en aarde.
Groene boom of tak: leven en verlossing
Groene weide: hemel (zie Van Eyck’s Lam
Gods)
Haan: symbool van waakzaamheid, toorn, vreugde en
verstand, ook het symbool van de overwinning op de duisternis. We vinden de haan
terug op kerktorens en in de heraldiek. De haan is in staat te kraaien voor
zonsopgang en werd sedert de oudheid aangezien als meerdere onder de vogels.
Hij was bij machte de duisternis te verdrijven. Hij is het symbool van het licht
ook in de christelijke leer is Christus het symbool van het licht. Het was dan
ook maar een kleine stap om de haan als symbool op de tempels van
het licht te zetten. Als windwijzer wordt de haan eveneens gebruikt. Hij wijst
de weg, hij geeft de richting aan. Anderzijds is de haan is ook het symbool van
ontucht en onreinheid.
Haas: lafheid
Hermelijn: rijkdom, matigheid,
zuiverheid
Heremietkreeft: kluizenaar.
Hert: symbool van waardigheid en vrees, heilbegeerte en
godsvrucht. Ook het symbool van Christus en van de "geestelijke mens".
Worden ermee afgebeeld: Eustachius, Hubertus, Julianus, Felix, Ida en Catherina
van Siëna.
Hinde: goedertierenheid
Hooiwagen: symboliseert rijkdom, oogst
(zie schilderij Jeroen Bosch)
IJsvogeltje: zuiverheid
Ivoor: reinheid (veelvuldig gebruikt metafoor voor
O.L.Vrouw: Ivoren Toren)
Jachthonden: symbool van de jacht, ook van
rechtvaardigheid en waarheid
Janushoofd: symbool van de tijd en tevens van de onoprechtheid en leugen. Wordt
ook als symbool van de alertheid gebruikt: "Janus is nog thuis " wil zeggen:
hij is nog goed bij zinnen.
Juk: volgzaamheid, gehoorzaamheid
Kat: behaagzucht. Een zwarte kat is het symbool voor
heks, hekserij en ongeluk. Bij de Tempeliers symboliseert ze de duivel.
Kikker: hoogmoed (blaast zichzelf op)
Knots: symbool sterkte, ook van de marteldood de
vechtlust (zie "wildeman" wapenschild Antwerpen)
Koffer: symbool van een schat, een geheim. Gesloten koffer
staat ook voor de maagdelijkheid.
Kool: staat voor de moederschoot en wordt geassocieerd
met de geboorte
Korenaren: symbool van de Eucharistie,
ook overvloed en welvaart
Korenschoven: symbool van zomer, oogst en
overvloed
Kreeft: zonde
Ladder: verbinding tussen het hogere en het lagere, tussen
hemel en aarde
Lam: symbool van onschuld, nederigheid, geduld,
apostolaat, zuiverheid, hoop en zachtmoedigheid. Symbool van Christus (JoH.
I,
29), van de apostelen (mozaïek te Rome) en van Abel, Daniël, Joachim,
Johannes de Doper en Agnes.
Leeuw: is het symbool van macht en kracht. Hij werd
meegebracht als symbool door de kruisvaarders die de leeuw zagen op de schilden
van de Turken en de Moren. De heraldiek, gebaseerd op tekens en symbolen is van
oorsprong Arabisch en werd met de kruisvaarders naar onze landen meegebracht. De
leeuw bewaakt domeinen en poorten. Hij
houdt de wacht en dient om de onwetenden te imponeren. De heilige met een leeuw
afgebeeld is de kerkvader Hiëronymus. Hiëronymus kwam tijdens zijn
kluizenaarsbestaan in de woestijn een leeuw tegen met een doorn in de poot.
Hiëronymus verwijderde de doorn en zo bleef de leeuw hem volgen als
trouwe gezel. De leeuw is ook het symbool van de evangelist Marcus. Ook als
symbool voor Christus, dit berust op Apoc.5,5. “Ecce
vicit leo de tribu Juda. Zie overwonnen heeft de leeuw uit de stam van
Juda.”
Lelie: symbool
van de zuiverheid en de waardigheid. Vele vorstenhuizen, waaronder ook het
Franse hof voerden de lelie in hun schild. Als
zuiverheidssymbool zien we de heilige Jozef, de maagd Maria en vele maagden met
de lelie als attribuut.
Mier: werklust
Nachtegaal: symbool van de onwetendheid
en het avond- of nachtgebed
Nimbus: cirkel rond het hoofd van een heilige. Soms ook
stralenkrans.
Olijftak: vrede en eendracht
Op de grond zitten: nederigheid (zie:
annunciatie Maria - Vlaamse Primitieven)
Paard: symbool van de levensloop en de fierheid. Maar ook
van de hoogmoed en de waanzin.
Pad: duivel of boze geest
Palm: onsterfelijkheid, maagdelijkheid, zuiverheid,
martelaarschap
Patrijs: wellust
Pauw: symbool van Christus, van de onsterfelijkheid en
de alwetendheid, maar ook van de pronkzucht en de ijdelheid.
Pauwenveren: eeuwigheidssymbool. In de
negatieve zin symbool van de ijdelheid.
Pelikaan:
zou het vermogen hebben met zijn bloed zijn jongen tot leven te wekken.
De pelikaan voedt zijn jongen niet met zijn bloed maar besproeit hen ermee.
Zodoende is hij het symbool voor de Lijdende Christus en de Eucharistie. De
voornaamste oorzaak van de verspreiding van het symbool van de zijn jongen tot
leven wekkende pelikaan en van zijn overgang op de Eucharistieis te zoeken in de
bekende strofe van Thomas van Aquino’s sacramantshymne Adoro Te: Pie
Pelicane, Jesu Domini. Me immundum mundum tuo sanguine. Liefderijke Pelikaan,
Heer Jesus, zuiver mij, onzuivere, door Uw bloed.
Putti: naakte gevleugelde kinderen, soms met pijl en boog.
Amor= liefde. In de christelijke symboliek Amor Divinus, het symbool van
de Goddelijke Liefde, veelvuldig gebruikt ten tijde van de contra-reformatie.
Raaf: symbool van de duivel en de onvoorzichtigheid.
Staat ook voor diefstal en droefenis.
Rat: symbool van verderf, duivel, vraatzucht,
hebberigheid
Regenboog: genade Gods, het verbond
tussen hemel en aarde, ook vergeving.
Reptiel: symbool van duivel en
ketterij
Rijksappel: macht en heerschappij. In
christelijke symboliek met kruisje.
Roos: is zoals de arend en de leeuw een machtssymbool. Ze
is de koningin van de bloemen. De roos is ook het symbool voor dapperheid en
liefde. We vinden de roos eveneens terug als veelvuldig gebruikt heraldisch
teken op de wapenschilden. De roos
is ook het symbool voor de vergankelijkheid en in deze hoedanigheid vinden we
haar dan ook terug op grafstenen en zerken.
Schaap:
symbool van apostelen en christenen, staat ook voor onschuld en liefdadigheid
Schild of vaandel: strijder of militair
Schorpioen: ketterij
Slak: traagheid
Slang: symbool van de onderwereld en het dodenrijk. De
bijbel associeert de slang met het kwaad en met de duivel. Symbool van nijd en
tweedracht. Maar ook eeuwig en vernieuwd leven wordt aan de slang toegeschreven.
De slang die in haar eigen staart bijt, de orobouros, verwijst naar de
eeuwigheid en het vervellen van de slang duidt op een vernieuwd leven. Zo zien
we dat de context waarin een symbool voorkomt zeer belangrijk is om het symbool
te duiden.
.
Sleutel: attribuut van Petrus. Symbool
van openbaring, kennis en bezit. Een man met een sleutel die een koffertje wil
openen, vastgehouden door een meisje: is een allegorie van de
geslachtsgemeenschap.
"allegorie van de geslachtsgemeenschap" - Sleutel en
koffer
Slot: geheime, verborgene, ontoegankelijke
Spiegel: ijdelheid (vanitassymbool)
maar ook zelfkennis en waarheid. Ook Mariasymbool omdat God zich in de maagd
Maria door zijn evenbeeld spiegelde en uitbeeldde.
Spin en Spinneweb: ketterij, hel (Jeroen Bosch)
Tepel: vrouw die een andere vrouw de tepel vasthoudt
tussen duim en vinger wijst op zwangerschap
Tortel: zuiverheid, zachtmoedigheid
Troon: symbool van macht, ook van Maria
Uil: attribuut van Godin Pallas Athena, staat voor
wijsheid. Uilen waken ‘s nachts en
worden als symbool gezien van de waakzame soldaten en van hen die moeten
studeren. In het volksgeloof speelt
de uil echter een negatieve rol. Jeroen Bosch vereenzelvigde de uil met
verlokking en misleiding. De uil is
lichtschuwend en houdt van de duisternis. Zo wordt de uil een metafoor voor
alles wat het licht niet mag zien zoals zonde en duistere praktijken.
Vaas met bloemen: symbool voor de lente (zie
Annunciatieschilderijen van de Vlaamse Primitieven)
Valk: symbool van de adel, de scherpzichtigheid en de
jacht
Verdorde boom of tak: dood, impotentie
Veldbloemen: symbool voor de Maagd Maria
( zie Hooglied: Ego flos campi...)
Vleermuis: symbool van dood en
duisternis, van de gevleugelde boze geest van gierigheid en nijd
Vlieg: kwaadsprekerij en bedref
Vis: symbool van het onbewuste, het is de belichaming
van de levende entiteiten uit de diepere laag van de peroonlijkheid die
samenhangen met de vruchtbaarheid en de levensschenkende krachten. In veel oude
religies worden vissen in verband gebracht met de godinnen van de liefde.
Volgens de Egyptische mythologie zouden de vissen de fallus van Osiris, die in
de Nijl gevallen was opgegeten hebben. In de psycho-analyse is de vis als
droomsymbool het verkapt beeld van de penis
die in de Turkse omgangstaal ook wel eens als "eenogige vis"
wordt aangeduid. De vis is ook koudbloedig en symboliseert het "niet beheerst zijn door vurige hartstochten" en is daarom voorwerp van offers en
gewijde maaltijden. In de oerchristendom wordt de vis gebruikt als symbool voor
Christus. "IXTOS" = IESOUS CHRISTOS THEOU HUIOS SOTER (Jezus Christus Gods
Zoon en Redder), beginletters die
"vis" willen zeggen.
Vis wil in het latijn PISCIS zeggen. Het woord PISCINA wat nu in onze tijd
zwembad betekent was in oorsprong een visrijk water of visrijke vijver.
Bij de Germanen was de vis het symbool voor de godin Freia, de moeder-godin.
Onze "vrijdag" is genoemd naar Freia.
In de astrologie staat de vis symbool voor vrede, harmonie, opmerkingsgave
geduld en gezonde vruchtbaarheid.
Vlinder: symbool van Adam en van de
ziel, ook symbool voor de onstandvastigheid en de lichtzinnigheid
Vogels: symbool van de lucht, vogels
op een boom gezeten: onderlinge liefde, omhooggehouden
twijg waaraan zangvogels geritst zijn maakt het verlangen naar gemeenschap
kenbaar (Joachim Beuckelaer)
Vos: symbool van de sluwheid, het bedrog en ook van de
duivel
Vuur: loutering, bezieling, hellevuur
Water: reinheid en genade
Wierook: gebed
Wolf: symbool van de duivel
Waterput: symbool voor genade en leven
(zie: bron). Een put waarrond man en vrouw staan wil zeggen: verlangen naar
gemeenschap. De put is ook een metafoor voor vagina (Joachim Beuckelaer)
Zandloper: symbool van de tijd, ook
Janushoofd met twee of drie gezichten (zie Janushoofd)
Zwaard: gerechtigheid, martelaarschap
Zwaan: symbool van de eenzaamheid en goedertierenheid,
ook het zinnebeeld van water, van Leda, een rode vlag met witte zwaan
(eenzaamheid) wijst op een bordeel (J.Bosch)

Zwijn: onreinheid, gulzigheid, vraatzucht en
hebberigheid. Jeroen Bosch beeldt in zijn schilderijen de nonnen af als varkens
met een nonnenkap. De kloosters dreven handel zonder belasting te moeten
betalen.

Fundamenten: het geloof dat rotsvast en
aanneemt zonder te zien
Dak: de liefde die een zonden bedekt
Vloer: nederigheid want zij laat zich met de voeten
treden
Stenen: zijn de gelovigen die samen de Kerk uitmaken
Mortel: die de stenen samenhoudt is het Woord Gods en de
samenhorigheid
Pilaren zijn de heiligen die de kerk schragen
Klokken zijn de stem van God die Zijn woord verkondigen en
de gelovigen naar de kerk roepen
Toren: opperste gezag. God die boven de mensen staat
De gotische kerk is in kruisvorm gebouwd, het koor symboliseert de hemel, het
schip de wereld. Het koor is naar het Oosten gericht waar de uiterst oostelijke
kapel een knik geeft. Dit gebruik symboliseert het op de schouder liggend hoofd
van Jezus na zijn kruisdood.
Er
is geen enkele plaats waar je vandaag de dag meer symbolen tegenkomt dan op een
kerkhof. Wij zijn er zo vertrouwd mee dat we er geen aandacht aan geven, maar er
zit meer achter dan een louter estetische functie. Helaas is de betekenis voor
de meesten van ons in de mist opgegaan.
R.I.P.: Requiescat in pace=
hij ruste in
vrede
D.O.M.: Dominus omnium Magister=
God is Heer over alles. Ook "Deo optimo maximo"
wat wil zeggen: "God, de Opperste en de Grootste".
PX: de eerste twee letters van het woord
"Christus" in het Grieks: de Chi(X)
en de Rho(P)
B.V.O.: bid voor ons
A.V.V.V.V.K.: Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus (meestal in kruisvorm)
NASCENTES MORIMUR: vanaf onze geboorte sterven wij. Wijst ons op de kortstondigheid van het leven. Veelal als tekst onder de
afbeelding van een kindje dat slaapt op een doodshoofd.
Acacia:
onsterfelijkheid of onbederfelijkheid
Akelei:
symbool van het lijden van Christus
Afgebroken zuil: Vindt men op graven
van personen die de dood vonden door ongeluk of moord. Symboliseert
de afgebroken levenszuil, de
afgebroken boomstam.
Anchteken of hengselkruis: (tutter) zeer oud Egyptisch symbool
voor het leven. (In de zonnecultus van Achnaton stelde het anchteken de
overleving van de lichamelijke dood voor).
De
vroeg-christelijke Koptische kerk nam het over en gebruikte het als symbool van
eeuwig leven en offerdood van Jezus. Komt voor op graven van mystiekers,
gnostici en esoterici. Ook vrijmetselaars en spirituelen gebruiken dit teken op
hun graven.
Anjelier of anjer: werd vroeger ook de nagelbloem genoemd en verwijst naar het lijden
van Christus. Fungeert bij de dodenverering als bloem van smart en lijden en
wordt veelvuldig gebruikt als versiering naast het opgebaarde dode lichaam. In
de Renaissance wordt ze als liefdespand op verlovingsscènes afgebeeld en staat
ze symbool voor het liefdesverdriet. In de Turkse cultuur fungeert de anjer als
gelukssymbool. Na het Ancien Régime wordt de anjer het symbool van de
royalisten en later ook van sociaal democratische bewegingen.
Anker:
symbool voor standvastigheid en vastberadenheid. Symboliseert ook de drieëenheid
van geloof, hoop en liefde.
Boek:
levensboek waarin alles staat opgeschreven. Dichtgeslagen symboliseert het de
dood.
Boek, openliggend: met de letters Alfa en Omega verwijst
naar de wijsheid van de alles omvattende God en symboliseert de berusting en het
geloof aan de inhoud van de Heilige Schrift. Openliggende boeken worden
momenteel ook gebruikt om gevoelens van nabestaanden mede te delen aan
kerkhofgangers. (banale teksten verdringen dikwijls de diepgaande en
oorspronkelijke symboliek van het boek). In de Joodse symboliek betekent een graf
waarop een boek staat afgebeeld dat er een rabijn begraven ligt.
Boot of schip: meestal een bark waar middenin een kruis staat opgericht ;
oorspronkelijk de Oud-Egyptische bark waarmee de ziel de overtocht naar het
hiernamaals maakte. De bark van Osiris. Het oude symbool van het dodenschip
wordt later gekristianiseerd en wordt een "kerkschip" met anker en kruis als
mast die de dode naar het paradijs begeleidt. Deze symboliek komt veelvuldig
voor op doodsprentjes. Ook symbool van hoop.
Chrysant:
werd in de vorige eeuw vanuit Japan ingevoerd, waar ze omwille van haar
stervormige blaadjes symbool staat voor de zon en het licht, voor kracht en
onsterfelijkheid. Omdat chrysanten rond november bloeien werden ze in onze
streken populair bij de
dodenherdenking. Ook andere bloemen en planten komen voor op kerkhoven en hebben
evenzeer een symbolische betekenis.
Cypressen, hulst en klimop: staan voor de eeuwigheid omdat ze
eeuwig groen blijven en hun bladeren niet verliezen.Verwijzen ook naar droefheid
en rouw.
Davidster:
zespuntige ster bestaande uit twee in elkaar vallende driehoeken is het symbool
van het Judaïsme. Ze werd gedragen door de koningen van Juda. Ze wordt ook "salomonszegel" genoemd en symboliseert
"Jahwe"omdat het gebruik van
menselijke voorstelling van het godswezen door het Judaïsme verboden is. Bij de
vrijmetselaars gebruikt men de zeshoekige ster als logezegel en symboliseert de
totaliteit. Komt voor op graven van joden. De vrijmetselaars gebruiken op hun
graven de vijfpuntige ster.
Den:
staat symbool voor muze, poëzie en minnezang. (asociatie met Tannhauser
??)
Doodshoofd:
symbool van vergankelijkheid en "memento mori" dat de voorbijganger aan zijn eigen dood moet
herinneren.
Druiventros:
zeer geladen symbool dat naar vruchtbaarheid en lust verwijst. Op grafzerken
komt de druiventros regelmatig voor en symboliseert er het geduldig wachten op
de verrijzenis. Het beeld dat hierachter schuilt is de druiventros die wacht op
de persing om te transformeren naar wijn. Wijn staat voor het bloed van Christus
waarmee Hij de wereld verlost heeft van de zonde.
Duiven:
verwijzen naar liefde en vrede. Worden ook afgebeeld met takje in de bek.
Engel:
Hij bewaakt het graf van de overledene. Symboliseert de doodsengel die de ziel
van de overledene begeleidt naar het hiernamaals en die hem zal bijstaan bij het
oordeel. Engelenkopje(s) met vleugels zijn het symbool van de hemelse sferen. De
vleugels staan voor de goddelijke opdracht. Ze komen vaak voor op kindergraven.
Engel met bazuin is het symbool voor het laatste oordeel. In de escatologie is
de engel met bazuin een zeer veel voorkomend symbool.
Es:
symbool van de voorzichtigheid.
Gaffelkruis:
sterk beladen symbool dat zowel door Grieken, Kelten en Germanen gebruikt werd.
Hermes daalt af in de onderwereld met het gaffelkruis in de hand. Bij de
Romeinen zien we dat Vergilius zijn held Aeneas met een gouden gaffel in de hand
naar het dodenrijk laat vertrekken. Bij de Germanen geloofde men dat de levenden
via het gaffelkruis met de doden kontakt konden krijgen. In de christelijke
symboliek zien we het gaffelkruis als begeleidingssymbool en komt het veel voor
op kazuivels. Het gaffelkruis vormt ook de krachtlijnen in de vijfster, het
pentagram (zie pentagram).
Granaatappel:
staat in de Christelijke symboliek voor Gods zegen en hemelse liefde. In de
barok komt hij veelvuldig voor en staat hij voor liefdadigheid en caritas. Bij Feniciërs, Grieken en Romeinen gold de granaatappel als symbool voor
vruchtbaarheid en rijk nakomelingsschap. Dit door de vele zaadjes die in het
sappige en vuurrode vruchtvlees zitten. Dennenappels:
worden in onze steken al eens met granaatappels verwisseld
Guirlandes:
slingers van bloemen en bladeren. Dikwijls in gekleurd porcelein op zerken of
rond zuilen. In de oudheid dienden ze als (zoenoffer voor de goden). Ze
symboliseren ook de levensloop en de eindigheid ervan.
Handen gevouwen: symboliseren de ootmoedigheid, de onderdanigheid en het smeken om
vergeving en verlangen naar het eeuwig leven.
Handen in elkaar: symboliseren het afscheid en tevens de verbondenheid over de dood
heen.
Hart: gestileerd met boezemvormige bovenrand is het hart het symbool voor
liefde en hartstocht. In de Christelijke iconografie uit de baroktijd wordt het
dikwijls voorgesteld met een vlam erboven. Het symboliseert het mystieke altaar
waarop het vuur van de Heilige Geest brandt.
(De Heilig Hartverering is ontstaan in de zeventiende eeuw onder impuls van de
later heilig verklaarde salesianerin Maria-Margartha Alacoque). Harten vindt men
veelal op zerken van leden van de "Bond van het Heilig Hart". Gevleugeld
hart: gebed.
Hond:
symbool van trouw en waakzaamheid. Bij de Egyptenaren werd de doodsgod Anubis als
een hond voorgesteld. In de Christelijke iconografie betekent een hond op een
grafsteen van een vrouw dat de vrouw getrouwd was. (trouw = getrouwd), bvb.: graf van Isabella van Bourbon, tweede vrouw van Karel de Stoute, in
de kathedraal van Antwerpen.
Kaarsen:
zie olielamp
Kelk:
op graven van priesters.
Keltisch kruis: zonnekruis, symboliseert de zon die bron is van alle leven, en
wederopstanding in een beter hiernamaals.
Veel grafzerken van gesneuvelde soldaten uit de eerste wereldoorlag zijn in de
vorm van een Keltisch kruis ( o.a. groot kruis op kerkhof Glazenleeuwstraat en
vorm van de Eerste IJzertoren).
Kerkhofbloemen:
Bloemen symboliseren de kringloop van leven en dood. De bloem is het hoogtepunt
van schoonheid, ze moet verwelken en sterven om zaad voort te brengen en vrucht
te dragen. De grafkrans staat voor de ontmoeting van deze wereld met de volgende
of symboliseert de beloning van een vroom leven in de hemel. De krans is tevens
de ouroboros, dit is de cirkelvormige
slang die haar eigen staart opeet. Dit symbool staat dan weer
voor de eeuwige terugkeer en duidt aan dat elk einde een nieuw begin
betekent. De slang vervelt om de zeven jaar en symboliseert daardoor eveneens de
kringloop van het leven. Op niet
christelijke graven komt de ouroboros veelvuldig voor. De lauwerkrans van laurierbladeren is door zijn groenblijvende bladeren het symbool van
onvergankelijkheid en eeuwig leven.
Kettingen rond de graven: afbakening van het domein van de
doden en dat van de levenden
Kever:
scarabee. Teken van wederopstanding in de vroeg-Christelijke kerk.
Oorspronkelijk Egyptisch symbool dat de kringloop van het leven symboliseerde.
De
magie van de metamorfose van larve naar pop en van pop naar kever, en terug en
terug en terug, steeds opnieuw. De god Chepre, symbool van de opgaande zon, werd
in Oud-Egypte als een scarabee voorgesteld.
Klaproos:
deze slaapverwekkende bloem verbeeldt de eeuwige slaap en wordt veelvuldig op
graven geplant. Ze verwelkt ook snel en verwijst naar de kortstondigheid van het
leven. In de Griekse mythologie is de papaver of klaproos het symbool van Hypnos,
de god van de slaap (vandaar het woord hypnose) en ook van zijn zoon Morpheus,
de god van de droom (met morfine droom je weg en voel je geen pijn).
Korenaren:
symbool van het Brood des Levens of van Christus. Gedorste korenaren of gedorste
korenschoven zijn ook doodssymbolen ( zie Dodenwake).
Kruiken en vazen: symboliseren niet alleen de urne (komt van het Latijnse ‘urna’ van het werkwoord ‘urere’ dat
verbranden betekent) waar de asse in bewaard werd maar ze hebben ook een
zuiverende functie. Ze verwijzen naar reinigingsrituelen waarbij kruiken
gebruikt werden die water of oliën bevatten.
Lammetje met kruis: Agnus Dei, symbool van zuiverheid en argeloosheid. Tevens
symbool voor de offerdood van Christus. Komt voor op graven van kinderen en
jongelingen.
Lelie:
symbool van de zuiverheid en maagdelijkheid. Komt voor op graven van maagden en
kloosterlingen. Lelies plantte men ook op graven van personen die ten onrechte
terechtgesteld waren.
Linde: Germaanse dorpsboom aan de godin Freya gewijd. Symbool van de verbondenheid van een gemeenschap. Werd daarom ook
veel als vrijheidsboom geplant. Staat ook symbool voor de verbondenheid van een
echtpaar.
Maansikkel:
komt voor op graven van Islamieten
Maltezer kruis: symbool van de gnostiekers, Tempeliers, Katharen en vroege
Christenen. Men vindt het dikwijls aan de binnenzijde van grafkelders en
sarcofagen waar het fungeerde als beschermingsteken tegen het kwade (stonden ook
op de binnenkant van de graftombe in de Sint Martinuskerk van Beveren).
Mandala:
cirkel met daarin andere cirkels en geometrische figuren. Indo-Tibetaansymbool
voor verdieping en verinnerlijking.
Olielamp:
symbool van het goddelijk licht dat de overledene de weg wijst doorheen de duisternis van het dodenrijk naar het eeuwig leven.
Symboliseert ook het licht van Christus: "Lumen Christi". In de
vuursymboliek zien we ook dat vuur de boze geesten verdrijft en als dusdanig
blijft ook de dode gevrijwaard van invloeden van boze geesten.
Olijftakken:
symbool voor vrede en rust. Wordt ook afgebeeld als duif met olijftak in bek.
Omgekeerde fakkel: attribuut van de dood in de oudheid. Symboliseert het uitgedoofde
leven.
Palmtakken:
overwinningssymbool. Symboliseren het opstijgen van de ziel en de
triomfgang naar het hiernamaals.
Passer en winkelhaak: de passer staat voor een
cosmopolitische geest terwijl de winkelhaak de geest symboliseert die overwint
op de materie. Dit symbool vinden we veelal op graven van vrijmetselaars terug.
Passiekruis:
kruis dat ipv. de Gekruisigde Christus de passiewerktuigen afbeeldt
(Geselkoord, doornenkroon, lans, spijkers en spons). Symboliseert het lijden van
Christus en de lijdensweg van de mens op aarde. Het passiekruis werd meegedragen
tijdens de kruiswegviering.
Pauw:
symbool van de onsterfelijkheid
Pelikaan:
symbool van Christus. De pelikaan opende zijn borst om zijn jongen met zijn
bloed te voeden bij voedselschaarste. Zo geloofde men. Vandaar de associatie met
Christus die zijn bloed gaf voor de mensheid. Veel voorkomend symbool.
Ringen (2) in elkaar: symboliseren
de huwelijkstrouw en verbondenheid over de dood heen van gehuwden of van klagen
en jammeren
Romeins kruis: al dan niet met de Gekruisigde is het symbool van de christen mens
en wederopstanding
Roos:
symbool van de trouw en liefde en tegelijk vergankelijkheid. In de christelijke
funeraire symboliek verwijst de roos naar Maria en het lijden van Christus. De
vijf blaadjes van de roos staan voor de vijf wonden van Christus. De witte roos
symboliseert de tranen van Maria Magdalena, en daar de witte roos ook het
symbool is van de maagdelijkheid wordt een struik van deze rozen op graven van
jonge meisjes geplant. Rode rozen kan men aantreffen op graven van personen die
bekend staan voor het verrichten van goede werken tijdens hun leven en op graven
van overleden geliefden. De overblijvende, die rode rozen verzorgt op het graf
van zijn partner, wordt verondersteld niet te hertrouwen zolang hij dit gebruik
in ere houdt. Het planten van rozen
op graven dateert uit de romeinse tijd omdat die tijd de roos geassocieerd werd
met de dood. Een kerkhof wordt in sommige streken (oa. Zwitserland) vandaag de
dag nog "rozenhof" genoemd.
Sarcofaag: een graf in de vorm van een sarcofaag verwijst naar een belangrijk en
invloedrijk persoon
Sepulture: graf, begraafplaats
Slak met huisje: symboliseert de dodenslaap. De slak slaapt in haar huisje tot de
heropstandig.
Spiegel:
Vanitassymbool. Symboliseert de menselijke ijdelheid en vergankelijkheid. Wordt
vaak voorgesteld als een mens die zich spiegelt en als spiegelbeeld zijn eigen
een doodshoofd ziet. De spiegel is
ook een Mariasymbool (cfr. Litanie van O.L.Vrouw) omdat God zich in de Maagd
Maria door zijn evenbeeld Jezus spiegelde en uitbeeldde.
Strobloem:
in het Frans “l’ immortelle”
staat voor onsterfelijkheid
Taxus:
zelfde symboliek als andere groenblijvenden. Taxus werd echter veelvuldig
gebruikt als omheining van kerkhoven en boerenerven. De plant zou een
geestenwerende kracht hebben die de boze geesten buiten (of binnen)
houdt. Taxus is een zeer giftige plant.
Toorts, fakkel of kaars: symboliseert
de bezieling en de Heilige Geest. Ook de reinigende vlam en de drager van het
Geestelijk Licht. Ook verdrijver van de boze geesten. Brandende fakkels
verwijzen naar de wederopstanding.
Treurbomen: treurwilg en treurberk: hangende takken en bladeren
symboliseren het verdriet, overgave en gelatenheid
Uil:
uilen hebben steeds een bijzondere betekenis gehad, zowel in positieve als
negatieve betekenis. Zij zijn o.a. het symbool van waakzaamheid en kennis omdat
zij de duisternis kunnen doorvorsen. Zij staan op de grafstenen afgebeeld en
fungeren er als wakers tot de dag der heropstanding. Anderzijds geloofde men dat
als de uil roept er een dode zou volgen.
Veer of pluim: symboliseert de lichtheid van de ziel de opstijgt naar het
hiernamaals. Vleugeltjes of pijlen hebben dezelfde betekenis.
Vijfster of pentagram: wordt gevormd door een
in één lijn doorgetrokken vijfpuntig ster. Ze wordt ook druïdenster of
druïdenvoet genoemd. Het is de symbolische weergave van de weg die de mens
volgt in zijn streven naar volmaaktheid. De vijfster vinden we terug in alle
culturen en duikt reeds op bij de Perzen in de Mithrascultus. Het is een sterk
energiegeladen teken en was het symbool voor de alchemisten.
Viooltje:
in het Frans "la pensée" staat omwille van de kelkvormige blaajes voor
vruchtbaarheid en onsterfelijkheid.
Vis:
symbool van het leven en herkenningsteken van de vroege christenen (zie hoger).
Vlierboom:
vlierstruiken of vliertakken werden in de nabijheid van graven geplaatst
om heksen van de overledenen
verwijderd te houden
Wiel:
cirkel met vier diagonalen: symbool van eerste christenen en verwant aan het
Maltezer kruis
Wijnruit:
Ruta graveolens, werd in vroegere eeuwen op graven geplaatst van personen die
van de pest gestorven waren. Een takje van deze geneeskrachtige (middel tegen de
vallende ziekte) en geestverdrijvende plant werd door de dragers van de kist
tussen de tanden geklemd als voorbeheoedsmiddel tegen de zwarte dood als zij een
pestlijder ten grave droegen.
Zandloper:
vanitassymbool dat de mens eraan herinnert dat ijdelheid en vergankelijkheid
dicht bij elkaar liggen.
Zeis:
doodsattribuut.Het was ook het attribuut van de romeinse god Saturnus.
Symboliseert de onverbiddelijkheid. Iemand die een plotse dood stierf
kreeg vaak een zeis op de grafsteen. Hij werd als het ware “weggemaaid” uit
het leven (zie ook afgebroken
zuil).
Chronogram
Op oude grafstenen ziet men vaak dat sommige letters groter geschreven staan dan
andere.
Wanneer we de optelsom maken van de groter geschreven letters die als romeinse
cijfers moeten geinterpreteerd worden bekomen we een getal. (W= 2 maal V). Dit
getal verwijst meestal naar het stervensjaar van de overledene.
Ruitvormig schild dat na het overlijden van een adellijk persoon werd opgehangen
in de kerk.
In het koor van de Sint-Martinuskerk in Beveren hangen tientallen obiits van
verschillende adellijke families. De laatst bijgehangen obiit is deze van gravin
Josephine Cornet d’Elzius de Peissant, echtgenote van graaf Charles de
Brouchoven de Bergeyck. Ze overleed in 1960 op Cortewalle.
RICHARD WILLEMS
Bibliografie
AMARANT vzw., notities lezingen ter voorbereiding tentoonstelling “Heerlijke
Primitieven” Antwerpen, 2002
BAIGENT,LEICH
& LINCOLN, “Het H.
Bloed en de H. Graal” Tirion, Baarn, 1982
BAIGENT,LEICH & LINCOLN, “De Geheime
Kracht van de Prieuré de Sion”, Tirion, 1991
Jan BAPTIST BEDAUX,”Kinderen op hun
mooist” Ludion, Gent, 2001
Jean-Pierre BAYARD, “De
Rozenkruisers”, Uitg.Tirion, Baarn, 1990
Hans BIEDERMAN, “Prisma van de
symbolen”, Het Spectrum, Utrecht, 1991
Sylvain BRACHFELD, “Onze Joodse
Buren”, Uitg. Houtekiet, Baarn, 1997
Winand CALLEWAERT, “Goden als Mensen”,
Davidsfonds, 1991
Lucas CATHERINE, “De Gelaagde
Religie”, Uitg. Hadewijch, Antwerpen, 1996
Tobias CHURTON, “Geschiedenis van de
Gnosis” Stichting Teleac, Utrecht, 1989
Fernand COMTE, “Grote myhologische
figuren”, Het Spectrum, Utrecht, 1994
DRIESSENS en RENAUD, “Het
Schoonselhof”, Deus ex Machina vzw. Rumst, 1994
Louis GOOSEN, “Van Andreas tot
Zacheus”, Uitg. Sun, Nijmegem, 1992
Grote Nederlandse Larousse Encyclopedie, Heideland - Orbis
Sabine HEINZ, “Keltische Symbolen”,
Uitg. Verba, Soest, 2000
Johan HUIZINGA, “Herfsttij der
Middeleeuwen”, Uitg. Willinck en Zn., Haarlem, 1941
Carl Gustav JUNG, “De mens en zijn
symbolen”, Uitg. Amsterdam Boek BV, 1992
Katholieke Encyclopedie, Uitg. Vondel, Amsterdam, 1938.Antwerpen. 1998
H. L.KOK,”Begraven en Begraafplaatsen”,
Teleac, 1994
M.J.KRUECK, “Het proces tegen de
Tempelridders”, Christofoor, Zeist, 1983
MACHIELS en VALGAERTS, “De Keltische
Erfenis”, Mens en Kultuur, Gent, 1992
K.C.PEETERS, “Eigen Aard”, Uitg.
De
Vlijt, 1946
Rik PINXTEN, “De Goddelijke Fantasie,
Houtekiet, 2000
Charles PONCE, “Kabbalah”, Uitg.
Ankh-Hermes, Den Haag, 1990
J.J.M.TIMMERS, “Symboliek en
Iconographie”, Uitg. Romen en Zn., Roermond, 1947
Piet VAN BRABANT, “In het hart van de
loge”, Uitg. Hadewijch, Antwerpen, 1995
J.VAN DAMME, “Joachim Beuckelaer” Gemeentekrediet, Gent, 1986
Bruno VAN HAVERE,“Zinnebeeld in de
Christelijke Kunst” St.Pieter en Paulusabdij,1935
DuekerVAN HEEMSKERCK ,“Zinnebeelden in
Nederland” Uitg. Hamer, Den Haag, 1950
Roger VAN SCHOUTE, “De Vlaamse
Primitieven”, Davidsfo,nds Leuven, 1994
Richard WEEMAES, “De Sint-Martinuskerk
van Beveren”, Gemeente Beveren, 1978
Gabriël WILLEMS, “Heraldische symbolen
en tekens”, Gidsenopleiding Beveren
Richard WILLEMS, “Vandaag is ‘t
Sinte-Maarten”, E&D Printing, Bornem, 2001