MELSELE
Defensieve
dijk, Duivestraat en Trepelandstraat (Melsele) en Half
Maan en Smoutpot (Zwijndrecht)
De dijk verdient zijn definitieve bescherming als landschap wegens zijn esthetische, historische en
natuurwetenschappelijke waarde (besluit van 14 september 2001; Belgisch
Staatsblad 19 februari 2002).
De defensieve dijk vormt een robuste, groene lijn in het agrarische landschap.
Mede door het strakke profiel van het dijklichaam en de dijkgracht én van de
lunet de Halve Maan is het een dominerend landschapselement. Het betreft een
intact relict van een deel van het Verschanst Kamp Linkeroever dat tussen 1870
en 1880 werd opgericht bij de uitbreiding van de Vesting Antwerpen, het
toenmalig “nationaal reduit” van België. Het betreft de defensieve dijk die
tussen de forten Zwijndrecht en Fort Sint-Marie lag en die hier nog in de
agrarische omgeving als oorspronkelijke context ligt.
Op
deze dijk komen typische bloemrijke dijkvegetaties voor die in Vlaanderen zeer
beperkt in aantal zijn.
Landschap, Koninklijk Besluit van 14 september 2001
Dorpskom, onmiddellijke omgeving
Kerkplein
De dorpskom werd in
feite beschermd in functie van het gezicht op de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Deze
staat te midden van een vrij ruim dorpsplein en is omgeven door een grasperk
(voormalig kerkhof) dat zelf is afgeboord door bomen. Het eigenlijke Kerkplein en de omgeving van de pastorie vormen de afbakening van
dit dorpsgezicht dat naast de beschermde monumenten (kerk en pastorie met
bijgebouwtjes) een aantal 19de-eeuwse en vroeg-20ste-eeuwse
woningen omvat. Andere accenten zijn het ‘Gesticht Frans Briels’ (1672) en
het oud gemeentehuis (1936).
Uit: Beschermde
monumenten, stads- en dorpsgezichten en landschappen in Oost-Vlaanderen (1990),
blz. 128
![]() |
Dorpsgezicht, Koninklijk Besluit van 27 oktober 1982
Kapel
van Gaverland, Gaverlandstraat - Melsele
Onze-Lieve-Vrouw van Gaverlandkapel, woning van de kapelbewaarster en
eerste statie van de 19de eeuwe ommegang, Gaverlandstraat.
Op 3 november 2003 (Belgisch Staatsblad, 19 mei 2004) werden de kapel, de woning van de kapelbewaarster (Gaverlandstraat
147) en de eerste statie van de 19de eeuwse ommegang wegens hun artistieke,
historische, sociaal-culturele en volkskundige waarde als monument beschermd.
De historiek van het bedevaartsoord Gaverland gaat terug tot een verschijning
van een miraculeus Mariabeeldje in een linde in 1511, waarna op die plek een
kapelletje werd opgericht. In 1655 werd een grotere kapel, in zandsteen en met
koepeldak, opgericht waarrond men een ommegang met vijftien staties ter ere van
de rozenkrans aanlegde. In 1799 werd de kapel gesloopt, maar het Mariabeeldje
bleef bewaard. Na het concordaat van 1801 bouwde men een nieuw houten
kapelletje, in 1840 vervangen door een grotere in baksteen ontworpen door
priester-architect J.A. Clarysse (1814-1873). De ruimte bleek al snel te klein,
met een forse uitbreiding tot gevolg zodat de kapel het uitzicht kreeg van een
imposante kerk. In 1979 werd voor de kapel een Spaans orgel aangekocht.
Tijdens het Frans bewind
werd ook de ommegang vernield. Tussen 1861 en 1869 werd een nieuwe ommegang
langs het driehoekige plein bij de kapel opgericht. Hij werd in 1969 vervangen
door een nieuwe, monumentale ommegang in een parkdecor rechtover de kapel. Van
de oude ommegang bleef ter plaatse enkel de eerste statie over. De andere oude
staties werden verspreid over de verschillende Melseelse wijken.
Tegenover de bedevaartskapel staat het huis van de kapelbewaarster, opgericht na
1869. Terwijl kerk en ommegang neogotisch zijn, is de lage woning nog
classicistisch geïnspireerd.
Literatuur:
H. COOLS e.a.: Gevuld
beschermingsprogramma van monumenten en landschappen, in: Het
Land van Beveren, jrg. 46, 2003, nr. 1, p. 60
D. VAN DUYSE: Kapellen in Beveren.
Beveren, 1995
R. WEEMAES: Melsele onder de schuts van
Onze Lieve Vrouw: parochiekerk en Gaverlandkapel. Beveren, 1981
Monumentenzorg en cultuurpatrimonium 2003 : jaarverslag
van de provincie Oost-Vlaanderen, p. 164-165.

Monument, Koninklijk Besluit van 3 november 2003
O.-L.-Vrouwekerk,
Kerkplein
De ruime, georiënteerde
kerk is gelegen te midden van de dorpskom en omgeven door een plantsoen. De oorspronkelijke Romaanse kerk werd in fazen vervangen. De toren in
dwarsrechthoek is mogelijk nog een toevoeging uit de 13de eeuw. De koorpartij stamt uit de eerste helft van de 15de eeuw. De
benedenkerk werd pas in de 17de eeuw in gotische zin herbouwd.
Diverse aanpassingen werden in de jaren1875-1880 uitgevoerd naar ontwerp van
architect E. De Perre-Montigny (zijtorentje, torenspits, westportaal, maaswerk).
De pseudobasilikale ruimte met vrij lage kruisribgewelven is over de hele lengte
met houtbeschot bekleed. Het koorgestoelte met putti, de preekstoel en de
biechtstoelen zijn laat-17de-eeuws. Met uitzondering van vermeld
gestoelte zijn de hele koorpartij en zijkoortjes in neogotiek uitgewerkt. De
brandglasramen zijn modern
Uit: Beschermde monumenten, stads- en dorpsgezichten en landschappen in
Oost-Vlaanderen (1990), blz. 128
![]() ![]() |
![]() |
|
Monument, Koninklijk Besluit van 28 december 1936 (de drie koren) en 27 oktober 1982 (uitbreiding tot het geheel)
Pastorie en bijgebouwen, Kerkplein 22
Het gebouw werd in 1767
onder pastoor Johannes van Kersbulck opgericht, wellicht op de plaats van een
oudere constructie. Het laatclassicistische gebouw vertoont, zoals elke
stijlarchitectuur vanaf de renaissance, een strenge symmetrische opbouw met
nadruk op de middentravee. Globaal bleef de pastorie vrij goed bewaard. Oorspronkelijk waren de gevels
ongetwijfeld bepleisterd. Het ijzeren traliewerk aan deuren en vensters is van
een eerder recente makelij (1889). De ruime inkomhal is bekleed met marmernabootsing. In de rechtervoorkamer staat
een grote haard naar oud model. De linkerachterkamer is bespannen met
wandschilderijen die landelijke taferelen voorstellen. De wandschilderijen zijn
echter grotendeels (19de-eeuwse ?) overschilderingen en meteen een
afzwakking van ouder (18de-eeuwse) doeken met dezelfde thematiek,
maar duidelijk van een hogere kwaliteit. Aan weerskanten van het gebouw staan vrijstaande oudere dienstgebouwen die
blijkbaar als koetsbergplaats en schuur dienden. Zij bestaan elk uit een
gesloten gedeelte met getoogde deur en oculus, en een open gedeelte met twee
gedrukte bogen op pijlers.
Uit: Beschermde
monumenten, stads- en dorpsgezichten en landschappen in Oost-Vlaanderen (1990),
blz. 129
![]() |
![]() |
Monument, Koninklijk Besluit van 13 september 1976, pastorie, en Koninklijk Besluit van 27 oktober 1982, stalling en koetshuis
Landschap, Koninklijk Besluit van 13 september 1976, tuin en omgeving
![]()