Hompepage Jozef Simons Oelegemse kiekjes

Jozef Simons : Biografie

Kinderjaren

Jozef Simons werd op 21 mei 1888 geboren in de ouderlijke woning, Kerkstraat 18 te Oelegem. Volgens de overlevering stond zijn wieg in de zonnigste kamer aan de straatkant. Zijn vader, Louis Simons was te Oelegem gemeentesecretaris en koster-orgelist. Zijn grootvader aan vaders kant was onderwijzer . Zijn moeder, Maria Pauline Verheyen, stamde uit een familie van onderwijzers en muzikanten.

Maria Pauline Verheyen en Louis Simons
 
Het geboortehuis in 1998, kort voor de afbraak.

De jonge Jozef groeide op met zijn zussen Maria, Laura, Gabrielle en zijn broers Alfons en Rafael. Hij ging er zoals iedereen eerst naar de 'nonnekesschool' en later naar de gemeenteschool.

Het klooster bij bijhorende kleuter- en lagere school rond 1900.

Het is hier dat hij een levenslange vriendschap sloot met Karel Janssens (een oude vriendschap). In zijn boeken 'Bonifacius Suyckerbuyck' en 'Victor Ceuleman' verwerkt hij veel autobiografische elementen uit zijn kindertijd, al is het naderhand zeer moeilijk om feiten en fictie van mekaar te scheiden. Vast staat in ieder geval dat hij opgroeide zoals iedere kempische rakker, en dat hij er niet voor terugschrok om de nodige deugnietenstreken uit te halen. Zijn verknochtheid aan de kleine, 1400 zielen tellende gemeente, werd zo groot dat hij er gans zijn leven regelmatig naar terugkeerde. Zij vormde een onuitputtelijke bron van inspiratie voor veel van zijn 'schetskes', korte verhalen die de natuur en de ziel van de kempenaar blootleggen. Het mag ons echter niet verleiden om Jozef Simons te herleiden tot een 'heimatschrijver'.

Oelegem omstreeks 1900, ongeveer 1400 inwoners sterk.

In 1900 gaat de 11-jarige dan naar het Klein-seminarie van Hoogstraten op internaat. De keuze van deze school ligt niet direct voor de hand. Lier en Antwerpen liggen immers dichterbij. Het feit dat het klein-seminarie de eerste stap naar het priesterschap was, ligt waarschijnlijk aan de basis van deze keuze.

De overgang naar Hoogstraten ging niet zonder problemen. Niet alleen werd de jongen uit zijn natuurlijk milieu gehaald; het onderwijs werd er in het frans gegeven. De overplaatsing naar een volledig verfranst milieu zal een diepe indruk nalaten op onwennige knaap. Niet alleen de schoolse lessen, maar ook de omgang met de medestudenten dient er verplicht in het Frans te gebeuren. Het zal hem een vol jaar kosten om deze taalhandicap te overwinnen, zodat hij met een schooljaar vertraging aan zijn middelbare studies kan beginnen. Hij doorliep er de klassieke humaniora (4 jaar Latijnse, PoŽzis en de Retorica)

Het is hier dat de basis voor zijn flamingantisme werd gelegd: er was ten eerste de spontane reactie tegenover de franse dominantie in het onderwijs. Die werd ten tweede gevoed door het lezen van 'vlaamse boeken', zoals De Leeuw van Vlaanderen, en door de stimulerende werking van sommige van zijn leerkrachten en De Vlaamse Studentenbond. Zo ging hij er prat op tijdens de speeltijd nooit Frans te spreken, al was het verplicht op straffe van allerlei boeten.

Tevens werd er zijn muzikaal talent ontwikkeld: hij werd er orgelist.

Studententijd

In 1907 ging hij naar het Stint Ignatiusinstituut te Antwerpen voor het behalen van zijn licentie handelswetenschappen. Naast de technische vakken werd alles in het werk gesteld om de studenten ook een culturele achtergrond, uiteraard 'culture franÁaise', bij te brengen. De paters JezuÔeten streefden er ook naar hun studenten meteen een plaats in de bedrijfswereld te bezorgen. Zo werd aan Jozef Simons een plaats aan een Braziliaanse koffieplantage voorgesteld. Hij scheelde geen haar of hij was vertrokken ... Het zou echter anders lopen.

Leraars- en soldatentijd.

Vanaf 1909 werd de jonge handelingenieur privaatleraar bij de adellijke familie van graaf de Brouchoven de Bergeyck te Beveren-Waas. Men kan zich afvragen wat deze flamingante poŽet ging zoeken in het hol van de leeuw, de volledig verfranste adel. Hij trad er in dienst bij graaf Jozef de Brouchoven de Bergeyck, zoon van Florimond, en ondertussen zelf vader van 8 kinderen. Door toedoen van Jozef Simons zou vooral de gravin veel begrip tonen voor de 'vlaamse kwestie'. Hij onderwees er aan de kinderen ondermeer Latijn. In 1913 verhuisde de ganse familie van Beveren-Waas naar 'De Lovie' te Proven bij Poperingen. De zus van Jozef Simons, Laura, ging mee als gouvernante. Jozef Simons verheelde niet dat hij flamingant was, maar hij handelde met veel takt en wist bij de kinderen van de graaf het besef op te roepen dat aan de houdiing van de adel iets diende te veranderen als ze een voorbeeld voor het vlaamse volk wilden blijven.

Jozef Simons als huisleraar.
 
Ondertussen werden zijn eerste literaire bijdragen gepubliceerd. Hij liet zich gaarne inspireren door gebeurtenissen en personen uit Oelegem. Hij kwam er dan ook telkens terug, en onderhield er vele vriendschappen, zoals met Jos Vermeulen (interview met Jos Vermeulen)
Hij schreef stukken voor Averbode's Weekblad, Dietsche Warande, Jong Dietschland, Vlaamsche arbeid, De Maasbode, Morks's Magazijn, en Belfort. Als eerste boek noteren we De Danstent. Hij stond mee aan de wieg van een nieuw tijdschrift: Onze jeugd in drang.
De eerste twee oorlogjaren bleef Jozef Simons als lesgever bij de adelijke familie. 'De Lovie' deed dienst als geallieerd hoofdkwartier van het Belgisch front. Hij kon er de franse opperbevelhebber Foch, Joffre, de prins van Wales .... persoonlijk ontmoeten. In oktober 1916 werd hij opgeroepen voor actieve legerdienst, en kreeg een opleiding tot kanonnier te Carteret in NormandiŽ. Eenmaal aan het front komt hij onmiddellijk in contact met de frontbeweging, die ondertussen reeds ondergronds was gegaan nadat ze door de overheid werd verboden. Hij schreef de tekst en dichtte eigenhandig de muziek van het Frontlied. Hij kreeg er kontakt met Filip de Pillecijn, waarmee hij een aantal verzen samenbracht die na de oorlog worden uitgegeven onder de titel 'Onder de Hiel'.
In februari 1919 wordt hij gedemobiliseerd, en gaat terug werken bij de adelijke familie.
 
Jozef Simons als kanonnier (rechts) tijdens WO I
 
 
Ambtenaar.

Op 8 mei 1920 huwt hij met Maria Engels, en het paar vestigt zich in Schilde. Door het overlijden van graaf Jozef de Brouchoven de Bergeyck in 1922, verloor Jozef Simons plotsklaps zijn lerarenopdracht. Na een mislukte poging om van zijn pen te leven, trad hij op 1 december 1923 in dienst bij De Boerenbond met als functie het verzorgen van alle publicaties. Daartoe verhuist hij van Schilde naar Leuven.

Samen met echtgenote Maria Engels

Naast zijn dagtaak volgt hij een cursus Archeologie en kunstgeschiedenis. In het kader van zijn beroepsbezigheid onderneemt hij reizen naar Spanje, ItaliŽ en ScandinaviŽ, waarover hij reisverhalen publiceert. Het leven als ambtenaar valt hem zwaar, temeer hij zijn Kempen moet missen. Zijn vriendschap met de familie Van Mierlo resulteert op 1 juli 1932 in een betrekking bij de gelijknamige uitgeverij in Turnhout.

Uitgever

Bij de uitgeverij J. Van Mierlo - Proost kan Jozef Simons pas echt zijn talenten ontplooien. Hij heeft er de leiding en verantwoordelijkheid over tal van uitgaven. Ook zijn eigen werk wordt er (her)uitgegeven. Op 20 juli 1939 wordt het huwelijksgeluk compleet met de geboorte van een zoon: Ludo Simons.

Als trotse vader met zoon Ludo

Het geluk zou echter van korte duur zijn. In juli 1945 stelt men een ongeneeslijke ziekte vast. Op dat ogenblijk schrijft hij zijn bekendsten liederen: Als moeder zong, Naar wat de dennen fluisteren, Het lied van de wind. Lode de Vocht, Flor Peeters en Armand Preud'homme zetten ze op muziek. Op 20 januari 1948 verliest hij het gevecht tegen zijn ziekte.

Bij zijn overlijden spreek pater Van Mierlo de grafrede uit.

In 1949 wordt, door toedoen van zijn vriend Steven Debroey, voor hem een monument opgericht in Turnhout. Zijn geboortehuis te Oelegem krijgt ook in 1949 een gedenkplaat. In de jaren 90 wordt zijn huis te Turnhout blijvend geklasseerd. De ouderlijde woning te Oelegem gaat, onder luid protest van verschillende verenigingen en personen, in 1997 onder de sloophamer. Zijn nagedachtenis wordt onder meer door het Jozef Simons-genootschap in ere gehouden. In 1988 wordt naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag een borstbeeld onthult.

De gedenkplaat in het Oelegemse geboortehuis.
 
Het borstbeeld, eerst aan het OCMW te Oelegem, nu in de Kerstraat 13-15.

(Bronnen: Marcel Verheecke 'Jozef Simons' (1963), Louis Jacobs, archief Gazet Van Antwerpen. )