Het misstipendium.
Het "misstipendium". Het
klinkt voor iemand van de jongere generaties als een woord uit een grijs of
rijk Rooms verleden, maar niets is minder waar, want het is nog steeds de officiële
benaming voor het bedrag, het geld, dat iemand geeft aan de parochie bij het
opgeven van een misintentie. Het meeste komt het voor, dat nabestaanden een
intentie opgeven. Zij vragen dat de Eucharistie wordt gevierd ter nagedachtenis
van hun dierbare overledene. Maar ook mensen die willen gaan trouwen geven een
stipendium aan de parochie, omdat bij hun kerkelijk huwelijk de Eucharistie
voor hen en voor het welslagen van hun huwelijk wordt gevierd. Hetzelfde geldt
bij de uitvaart: de nabestaanden geven een stipendium aan de parochie voor de
Eucharistie die voor hun dierbare overledene wordt gevierd. Deze stipendia,
deze gelden, waren en zijn bedoeld voor het in stand houden en uitbouwen van
het reilen en zeilen van de parochiegemeenschap.
Een stukje geschiedenis over de collecte en het misstipendium. Omstreeks de
derde eeuw na Chr. ontstaat in de Kerk in West-Europa het gebruik, dat de gelovigen
bij het klaarmaken van het altaar een rol gaan spelen. Zij brengen brood en
wijn naar het altaar, maar ook andere gaven (geschenken) brengen zij mee, zoals
voedsel, olie en kaarsen. Deze geschenken van de gelovigen worden in de geschiedenis
van de Kerk voor drie doelen gebruikt: voor het onderhoud van de geestelijken,
voor de armen en voor het onderhoud van de kerk . Vanaf de 11e en de 12e eeuw
is "geld" het enige overgebleven geschenk dat door de gelovigen tijdens
de offerande naar voren wordt gebracht. Maar, deze gewoonte om offergaven naar
voren te brengen verdwijnt. De enige manieren om een offergave te geven die
dán nog overblijven, is enerzijds de collecte en anderzijds het misstipendium.
Het misstipendium moet dus ook gezien worden als een gave, een geschenk aan
God via de Kerk.
Samenvattend kan dus het volgende worden gezegd: zowel de gewone collecte tijdens
een Eucharistieviering als het van tevoren gegeven bedrag bij het opgeven van
een misintentie (stipendium) moeten gezien worden als een gave, een geschenk,
van de gelovigen tijdens de offerande: waar brood en wijn naar het altaar worden
gebracht, geven ook wij iets van onszelf, in dit geval geld. En zoals het altijd
is geweest, zo wordt dit geld nog steeds gebruikt voor het onderhouden van de
priester én voor het onderhouden van de eigen Kerk, en het bisdom. Hoe
gaat dit dan anno 2006 in onze parochie Werchter? De inkomsten van de parochie
bestaan voor het grootste deel uit de collectes tijdens de Eucharistievieringen
en de stipendia (misintenties). Zo worden de inkomsten van de misstipendia verdeeld
tussen de priester en de parochie, terwijl de inkomsten van de collectes verdeeld
worden tussen het bisdom, de kerkraad en de parochie. De kerkraad en de VZW
Parochiale Werken dragen zorg voor het onderhoud van de parochie.
Een vraag die vaak gesteld wordt is: “Hoe zit het eigenlijk met de misintenties
die samen vernoemd worden tijdens de Eucharistievieringen”? Op een gewone
Zondag staan er bijvoorbeeld 7 intenties vermeld. Krijgt de priester dan 7 maal
5 Euro uitbetaald? Neen, hij krijgt altijd 5 EURO, of er nu 1 of 10 misintenties
staan. Maar: hernemen we even die viering waar 7 intenties vermeld worden. In
dat geval wordt er dus één misviering gehouden in de parochie
en bovendien worden er nog 6 missen opgedragen door andere priesters, meestal
missionarissen voor wie deze misintenties vaak het enige inkomen zijn.Concreet
voor Werchter worden deze 6 misintenties overgemaakt aan de Paters Salesianen
in Heverlee. Dus: wanneer er 7 misintenties in het parochieblad vermeld staan
voor een bepaalde misviering, worden er ook effectief 7 missen opgedragen: 1
in Werchter en 6 elders. Eerlijker kan het wel niet.