12 dagen                           Elzas en Zwarte Woud               augustus 2003
 

vrijdag
15/08

           We vertrekken om 11 u voor de laatste trip van het seizoen.  Via de A17 naar Kortrijk, nemen we richting Doornik en Mons, om in Namen aan te sluiten op de E411 naar Luxemburg. Aan het eerste tankstation - in Capellen - zijn we 350 km van huis. We tanken vol: 0,64 € / l diesel. 't Scheelt een stuk. In Frankrijk betaal je op dat moment 0,88 € en in Duitsland 0,98 €.
        We vervolgen de snelweg naar Metz en Nancy, om in St-Dié-des-Vosges af te rijden op zoek naar een geschikte overnachtingplaats. Niets dat ons bevalt. Daarom besluiten we door te rijden naar de Elzas. In St-Dié heb je de keuze "Colmar par le tunnel (péage)" of "Colmar par le col".
Omdat het al 20.00 u is en halfdonker, verkies ik de eerste mogelijkheid. Een bijna eindeloze kaarsrechte tunnel (7 km) die uitkomt in Ste.Marie-aux-Mines, maakt indruk bij de gedachte dat er nog zowat 1000 m gebergte boven je hangt.
       Om 21 u staan we op de camping municipale in Sélestat (1), die we nog kennen van vorig jaar, 620 km verwijderd van de Tuinlaan in Gistel. Nog een douchebeurt en een scrabblespel staan op het programma.

 



klik op de kaart voor een
vergrote weergave van de reisroute
 


camping in Sélestat

zaterdag
16/08
     Na een rustige nacht en onder een azuurblauwe lucht rijd ik met de fiets om "une baguette". Ik maak van de gelegenheid gebruik om een paar foto's te nemen, want dit viel vorig jaar letterlijk in het water. De Tour d'Horloge is een opvallend bouwwerk, dat van alle kanten opvalt als men Sélestat nadert.

Om 9.30u zetten we de route verder met als bestemming Colmar (2). Via de route des vins, stoppen we in Bennwihr, waar we in de caves "Bestheim" de nodige kartons Elzasserwijn aankopen.

Een half uur later staan we op de municipal de l'Ill in Colmar. Deze is gelegen naast de gelijknamige rivier, even ten oosten van Colmar.

Na de middag rijden we met de fiets naar het centrum, dat 3,5 km van de camping verwijderd is.
Tijdens een wandeling in het oude stadsgedeelte, kom ik onder de indruk van de schoonheid van de gebouwen, die in vakwerk zijn opgetrokken. 

   De rue des Bouchers kan dienen als afbeelding op een puzzeldoos, terwijl ook "la petite Venise" een droomdecor vormt voor schilders en fotografen. 

Wie Colmar bezoekt, mag beslist niet nalaten het musée d'Unterlinden te bezoeken: volgens de gids het op één na meest bezochte museum van Frankrijk. Dat houden we voor morgen.

 



rue des Boulangers (Colmar)


Petite Venise (Colmar)
 

zondag
17/08
       We ontwaken opnieuw onder een stralende hemel.
       Nog steeds onder de indruk van de schoonheid van Colmar, trek ik er op uit om de stadswandeling van gisteren, die de toeristische dienst voorstelt, te overdoen, en een aantal foto's opnieuw te nemen omdat de zon op sommige plaatsen voor een betere belichting zorgt.

   In de namiddag bezoeken we het musée d'Unterlinden, waar een paar zeer waardevolle schilderwerken hangen waaronder het gekende drieluik van Issenheimer.  Met een audiogids krijgt men (soms te) uitvoerige uitleg over alle details van de werken die men ziet, zelfs in het Nederlands!  De "mousse" die de oortjes van van mijn koptelefoon bedekken, zijn verzadigd van het zweet, zodat ik die af en toe moet laten drogen.

     Behalve de schilderwerken, zijn er nog verschillende zalen, die een aantal voorwerpen tentoonstellen die uit de streek afkomstig zijn. Een bezoek meer dan waard.


     Eenmaal terug op de camping, komt de uitbater iedereen verwittigen (in opdracht van de gendarmerie) dat er een hevig onweer met windstoten op komst is, en dat we alles moeten binnenhalen en vastmaken wat maar kan. Het "bloc sanitaire" wordt aangewezen als veilige plaats, voor het geval bomen zouden sneuvelen.


     Een paar uur later begint het inderdaad hevig te waaien, en horen we een paar donderslagen, maar daar blijft het bij. 's Anderendaags blijkt dat het onweer vooral de Provence en de Jura heeft geteisterd.

 


het oude tolhuis in Colmar
 


Musée d'Unterlinden (Colmar)



het pfisterhuis (Colmar)
 

maandag
18/08
  Vandaag is Freiburg (3) aan de rand van het Zwarte Woud ons doel, 55 km van Colmar verwijderd. Hier zouden we normaal ook 2 dagen blijven, maar de militaristische houding van de campinguitbaatster van camping"Möselpark", halveert ons verblijf. Een 70-jarige dame wijst ons tot op de cm, waar ik met mijn camper moet staan, en in welke richting. Daarenboven wordt overal duidelijk gemaakt dat men hier niet wenst gestoord  te worden tussen 12u en 15.30u.


     In de namiddag fietsen we naar Freiburg. Volgens de uitbaatster 2 km, volgens de kilometerteller 3,5 km. Dit onderschatten raken we lichtjes aan gewoon.
Het centrum is een drukte van jewelste. De hoofdstraten zijn verkeersvrij, op stadstrams na, die met hun bovenleidingen de charme ontnemen van wat een mooie stad moet zijn.

    Een paar opmerkelijke gebouwen zijn het "historische Kaufhof" en de Munsterkathedraal, die voor een groot gedeelte in de steigers staat. Ook het oude stadhuis is een architecturale parel.

 Toch een beetje ontgoocheld keren we terug naar "de kazerne", waar Fraulein Mösel druk bezig is om nieuwe klanten hun plaats aan te wijzen.

 


de Munsterkathedraal in Freiburg
 


het historische kaufhof (Freiburg)
 

dinsdag
19/08
   We vervolgen onze trip via Waldkirch naar het openluchtmuseum "Voghtsbauernhof" te Gutach (4), het Bokrijk van het Zwarte Woud. Verschillende gebouwen - vooral boerderijen - vanuit de omgeving werden steen per steen en balk per balk afgebroken, om hier opnieuw opgetrokken te worden.

    We rijden een eindje terug naar Wolfach, waar we een bezoek brengen aan "Glasshutte Dorotheen". Hier kan men in de glasblazerij getuige zijn van de geboorte van kleurrijke vazen. Er is aangesloten een museum over de meest uiteenlopende  glasproducten. Ook de permanente kersttentoonstelling is de moeite waard.

    Als stelplaats zoeken we camping "Bonath" op, een paar km verder. Deze blinkt uit door haar hypermodern sanitair met massagedouches en comfort : per plaats een kraantje, aansluiting van elektriciteit en distributie. Toch is het maar open en bloot: geen begroeiing, geen struik, geen boom.

 


openluchtmuseum in Gutach
 


glasblazer in glashutte Dorotheen (Wolfach)

woensdag
20/08
    Via Gutach (hoogte: 200 m) rijden we naar Triberg (700 m), waar de hoogste waterval van Duitsland ligt, die in 7 cascades naar beneden komt (5). Deze weg noemt men de "Uhrenstrasse": hier en daar langs de weg ontvangen  uurwerkwinkels bussen toeristen, in de hoop hen één of andere klok aan te smeren. In Triberg is het niet gemakkelijk om een plaats te vinden om de camper te stallen.
 


     Op naar de waterval. Voor anderhalve euro kan men dit natuurschoon bewonderen en een keuze maken uit een paar prachtige wandelingen, die de cascade hebben als vertrekpunt.
 


    Na de middag vervolgen we de route en brengen we een bezoek aan het uurwerkmuseum in Furtwangen (6), dat honderden horloges, van kleine koekoeksklok tot groot atoomuurwerk tentoonstelt. Een bezoek meer dan waard.


    Laatste etappe voor vandaag : op naar Titisee (7), waar we camping "Bankenhof" verkiezen. Hier nestelen we ons voor 2 nachten. Mooie plek.

   


waterval in Triberg
 


uurwerkmuseum in Furtwangen

 

donderdag
21/08
   Via een fietspad dat door een aan het meer gelegen  camping loopt, rijden we naar Titisee-stad, die in feite maar uit één straat bestaat: aan de ene kant begrensd door het meer waarop met bootjes kan worden geroeid, of waar men met een plezierboot een rondje op het meer kan maken. De andere kant van de straat wordt afgezoomd door winkels, die ofwel uurwerken (vooral koekoeksklokken) ofwel zwarte woud ham aanprijzen. Onnodig te zeggen dat ook hier allerhande prularia de rekken vullen.

   Ik haal in het toerismebureau een fietskaart. In de namiddag volgen we hiermee een route naar Neustadt, 10 km van Titisee verwijderd. Bij de terugtocht worden we getrakteerd op een stevige plensbui, waardoor ik verschillende malen moet stoppen om mijn brilglazen weer doorzichtig te maken, en zo de weg op het vochtig geworden kaartje terug te vinden.

 


 Titisee (meer) in Titisee (stad)


tijdens de fietsuitstap...

vrijdag
22/08
      We rijden vandaag 45 km oostwaarts naar Donaueschingen (8). 
Daar is volgens mijn informatiebronnen het Fürstlich Fürstenbergisches Schloss - een hele mond vol -  te bezoeken, alsook de Donauquelle - de bron van de Donau.


      De camping Riedsee, gelegen in het stadsgedeelte Pfohren, biedt ons een behoorlijke plaats aan. 
"Funfzehn minuten nach Stadmitte mit dem Fahrad"(of iets in die aard...)  troost men ons, wat uiteindelijk weer een half uur fietsen blijkt.
        Het kasteel staat er wat troosteloos bij; geen bezoekende toeristen te zien. Bij navraag in het toeristenbureau blijkt dat het pas weer toegankelijk is in 2004. Naar de reden heb ik het raden. Mijn Duits is onvoldoende om hierover een verstaanbare uitleg te krijgen.
      
De put, waarin de Donau zou ontspringen, is wel toegankelijk. Een duiker kan hier gouden zaken doen: met de muntstukken, die op de bodem liggen, zou men al een aardige investering kunnen doen.
        Officieel zou de eigenlijke oorsprong het kleine onderaardse beekje zijn, dat naar Brigach stroomt.
Wat er ook van zij, wij laten niet na om nog een wandeling te maken in de stad, die behalve het nieuwe en oude stadhuis niet veel zaaks oplevert wat architectuur betreft.

 


Fürstlich Fürstenbergisches Schloss
(Donaueschingen)


Donauquelle


Het oude gerestaureerde stadhuis in Donaueschingen

zaterdag
23/08
        In de brochure van vakantiegenoegens trok bij mijn voorbereiding, een fietswandeling rond de Schluchsee in het gelijknamige dorp mijn aandacht.
Dit zou dan ook onze nieuwe bestemming worden, die we bereiken door terug te keren over Titisee.
We bieden ons om 10 uur aan op de receptie, maar men vraagt ons binnen een half uur terug te keren, omdat men nog geen zicht heeft over de vrije plekken. Ondertussen nemen we  een kijkje, en al gauw blijkt dat de camping niet je dat is: weinig ruimte, hellende plaatsen en geen privacy.
      In een mum van tijd tover ik een nieuw scenario uit mijn hoed, en stel voor om weer de Elzas in te trekken, naar die pittoreske dorpjes, waar we vorig  jaar onder 5-dagen-durende plensbuien vertoefden.

     Via de 31, de weg die naar Freiburg leidt door het Höhlentahl, bereiken we weer Colmar en rijden naar Ribeauvillé (9), waar we een zeer rustige en mooie plaats mogen kiezen op de municipale "De Coubertin". Ondertussen staat 176 km op de dagteller.

     In de namiddag gaan we met de fiets naar het dorp (800 m, hoewel er op het verkeersbord 400 m staat), dat met zijn vakwerkhuizen, en nauwe straten pittoreske beelden oplevert. Een terrasje is steeds de afsluiter van een stadsbezoek.
   's Avonds kunnen we nog rustig buiten zitten onder de luifel; het is windstil en de temperatuur is nog steeds 24°. We genieten nog met volle teugen van de resterende vakantie.

 


marktplein in Ribeauvillé


typische huizen in Ribeauvillé

zondag
24/08
    Aan de camping staat een fietsweg aangeduid, die we willen uitproberen. Geflankeerd door  wijnvelden rijden we naar Bergheim, dat een mooie markpleintje heeft. Vandaar fietsen we naar Kintzheim, 7 km verder noordwaarts gelegen, waar we onze steven 180°wenden.  Om 11.30u zijn we terug op de camping met 22 km in de kuiten.

In de namiddag halen we nogmaals de fietsen van stal en kiezen voor de andere richting. Zuidwaarts gaat het naar Beblenheim, om zo naar Riquewihr (10) te rijden. Zalig fietsen tussen de wijnvelden, en vooral verkeersvrij. 

Een wandeling door Riquewihr bekoort. Het lijkt alsof de dorpjes langs de "route des vins" elkaar bekampen in hun schoonheid.

Toevallig ontmoeten we, zittend op een terrasje, een groep Gistelnaars, die op doorreis zijn in de Elzas. Wat is de wereld klein!

Met 23 km in de benen bereiken we weer de camper. 't Is een mooie dag geweest.

 


Vakwerkhuizen in Riquewihr
(boven en onder)


 

maandag
25/08
       't Wordt vandaag vooral een dag van kilometers vreten: 380 km liggen voor de boeg.
Via Kaysersberg (11) trekken we door de Vogezen, over de col du Bonhomme met zijn 949 m. Genietend van een mooi landschap en na een constante afdaling, bereiken we St.Dié-des Vosges, waar we de snelweg naar Nancy en Metz nemen.

Via Luxemburg, waar uiteraard nog eens wordt volgetankt, nemen we de E411. Afrit 23 leidt ons naar de camperplaats in Han-sur-Lesse, onze vaste stek als we rond de avond vanuit deze richting komen.
Hier kan men water nemen en lozen, gratis.

's Avonds doen we ons nog eens te goed in één van de vele restaurantjes. 

 


panorama over de Vogezen van op de Col du Bonhomme

dinsdag
26/08
      Via Namen, Mons, Doornik en Kortrijk bereiken we Gistel.  Na 250 km staan we weer thuis en kunnen we nog nagenieten van een mooie uitstap.