|
|
|
9
dagen Nederland
- Duitsland - Luxemburg
april 2002
|
zaterdag
30/03 |
Na
een winterslaap van 7 maanden mocht de camper weer van stal worden
gehaald en opgetuigd, om ons een nieuw seizoen reisplezier te bezorgen.
In het boek “20 dicht-bij-huis-trips” word ik
verleid door een aantrekkelijke slogan: “Wil je de rust opzoeken, dan
kom je in Twente aan je trekken.”Na een drukke periode klinkt dit als
muziek in de oren.
De Nederlandse provincie Overijssel wordt in drie
gebieden verdeeld: het meest oostelijk en aan Duitsland grenzend
gedeelte waar Almelo, Hengelo en Enschede de dichtstbevolkte steden zijn,
draagt de naam Twente. Een camping in Ootmarsum (1) zou de eerste bestemming
zijn; het vervolg van de reis zou onderweg wel vorm krijgen. |

klik op de kaart voor een
vergrote weergave van de reisroute |
zondag
31/03 |
Onder een stralend
voorjaarszonnetje wordt de omgeving met de fiets verkend. Over een
lichtgolvend landschap bereiken we na 2 km de gezellige en pittoreske
dorpskom. Op het kerkplein een bronzen beeld van een uienverkoopster.
Ootmarsum is immers ooit het centrum geweest van de uienteelt.
Een infopaneel leert ons dat er aan de rand van het dorp een
openluchtmuseum is, “Los Hoes”. Dit mini-Bokrijk geeft een beeld van
de geschiedenis van de landbouw in Twente. In de namiddag wordt een
tweede fietstocht ondernomen.
Bij gebrek aan een degelijke fietskaart
– het VVV-kantoor is immers gesloten op zondag – wordt dan maar op
het oriëntatiegevoel gereden. Al gauw blijkt dat in deze streek het
begrip “de lage landen” met een korrel zout moet worden genomen:
meerdere steile hellingen dwingen ons als nog niet getrainde fietsers,
even af te stappen waardoor we van de mooie vergezichten
kunnen genieten. Tot ziens Twente, we konden hier inderdaad onze
batterijen al even bijladen.
|

uienverkoopster |
|

Ootmarsum |
maandag
01/04 |
Van hieruit rijden we de Duitse
grens over, richting Munster. Volgens mijn informatie een vlak gebied,
doorkruist door honderden kilometer fietspaden, Pättkes genoemd.
Omdat
burchten en kastelen op ons steeds een aantrekkingskracht uitoefenen,
valt de aandacht op het met superlatieven omschreven Schloss Nordkirchen
(2),
ten ZW van Münster. Het kasteel gaat door als het mooiste en grootste
barokslot van Westfalen en wordt wel eens het Westfälisches Versailles
genoemd, vanwege de gelijkenis met het beroemde Franse zonnekasteel.
Vermits het bezoek enkel kan, onder leiding van een Duitssprekende gids
hebben we bedankt, en houden we het bij een wandeling
in het prachtig symmetrisch aangelegde slotpark.
We
laten de drukke Munsterstreek achter ons, en rijden westwaarts via
Ludinghausen naar Wesel (3), waar we even buiten het centrum de camping
“Grav Insel” opzoeken. Een camping op een eilandje, midden in de
Rijn. Enige voorwaarde om er een “plekje” te krijgen is over een
lange stroomkabel te beschikken. Nadat er wordt afgerekend blijkt dat we
het - wegens plaatsgebrek - moeten stellen met een vrije ruimte op één
van de “wegen” binnen de camping, die eerder een groot bedrijf is
met haar 2000 vaste
plaatsen. De afstand naar het enige centraal gelegen sanitair gebouw
bedraagt 500m. De fiets op, voor je het voelt aankomen, is de boodschap!
|

Schloss Nordkirchen
|
|

Schloss Nordkirchen |
dinsdag
02/04 |
Daags nadien wordt de stad
Wesel bezocht, met een mooie, gezellige en aantrekkelijke
”Innenstad”. Opvallend is de brede, drukke en verkeersvrije
winkelstraat, waar centraal over de ganse lengte speeltoestellen zijn
opgesteld, als zoethouder voor de kroost van winkelende ouders.
Commercieel gezien, een goede zet.
|

winkelstraat Wesel |
woensdag
03/04 |
Daags nadien
vervolgen we de tocht via de snelweg richting
Aachen, om zo opnieuw Nederland in te duiken, deze keer in
Zuid-Limburg.
Wie in die streek komt, moet beslist het drielandenpunt in
Vaals (4) hebben bezocht. Enerzijds het hoogste punt van Nederland (> 300
m !) en anderzijds niet meer dan een geografische stunt, waarbij je
draaiend rond een grenspaal, in een mum van tijd
van het ene land in het andere springt, of waarbij je met twee
andere familieleden op dezelfde foto kan, terwijl je alledrie in een
ander land staat.’n Kwestie van virtueel gevoel.
Om het geheel toeristisch
aantrekkelijk te maken is er een uitkijktoren, alsook het
Drielanden-labyrint, waarin je eindeloos kan dwalen en verdwalen.
Van
hieruit gaat het richting Valkenburg (5), gekend om zijn mergelgrotten. Op 5
km van het centrum vinden we andermaal een geschikte camping: voor ons
primeren immers rust en veiligheid. Het comfort dat je erbij krijgt om
een douche te nemen is meegenomen.
|

drielandenpunt |
|

aan de grenspaal |
donderdag
04/04 |
Onder Valkenburg bevindt zich
een fascinerende wereld. Tweeduizend jaar geleden werd door de Romeinen
begonnen met de ontginning van mergel of zachte kalksteen, gebruikt als
bouwmateriaal, te vergelijken met de hedendaagse “Yton-stenen”.
Honderden kilometer onderaardse gangen zijn het gevolg hiervan. In de
gemeentegrot leidt een treintje je door het gangenstelsel,
waarbij op de muren juweeltjes van kunstwerken in houtskool te
bewonderen zijn. Deze grot is tevens kant en klaar ingericht als
atoomschuilkelder voor de opvang van 15000 mensen.
In de fluwelen grot gebeurt de rondleiding te voet, met een
gaslamp, waardoor de ondergrondse akelige sfeer benadrukt wordt. Andere
grotten in de streek zijn dan weer bestemd als champignonkwekerij of als mountainbikeparcours! In
december heeft hierin ook een 4-weken durende kerstmarkt plaats.
|

gemeentegrot Valkenburg |
|

Fluwelengrot Valkenburg |
vrijdag
05/04 |
Voor
de laatste etappe besluiten we naar Luxemburg te rijden.
Via de Voerstreek en de Hoge Venen bereiken we na een tweetal uur
Clervaux (6), waar we een plaatsje uitkiezen op de “Camping Officiel”.
Een
wit, feeëriek kasteel op een diepblauwe hemel als achtergrond, vormt
een prachtig decor voor onze laatste rustplaats (van onze reis uiteraard). Rust, die algauw verstoord wordt door enerzijds
goederentreinen, waar maar geen eind blijkt aan te komen, en anderzijds
door een omsingeling van 3 spelende campingbuurjongens die ons met
speelgoedgeweertjes voortdurend onder vuur nemen. Als klap op de
vuurpijl worden we ’s
ochtends om 6 uur getrakteerd op luidende kerkklokken, die hun werk om
het half uur herhalen.
Wie zei al weer “rust primeert als we op reis
zijn?” Nu, op reis
relativeer je toch iets meer en zie je alles positiever.
De tijdsperiode in acht nemend, konden het immers ook de paasklokken
geweest zijn, die terugkeerden.
Het kasteel dat uitnodigt voor een bezoek, is echter niet toegankelijk.
Eén ruimte herbergt een fototentoonstelling, maar daar blijft het ook
bij.
|

kasteel van Clervaux |
|

kasteel van Clervaux |
zaterdag
06/04 |
Als laatste fysieke inspanning
staat ’s namiddags een fikse wandeling op het programma.
Drie uur later komen we bekaf,
met 7 km in de benen terug op de camping. De rest van de avond blijven
de activiteiten dan ook op een laag pitje.
De eerste voorjaarsuitstap zit er weer op. We hebben
er van genoten.
|

tijdens de wandelingen... |
|

|
zondag
07/04 |
De thermometer wijst - 0,6°. Na een
mooie rondreis wordt het tijd om onze matten op te rollen en terug te
keren naar de thuisbasis via Bastogne, Marche en de route des Ardennes.
|
 |