17 dagen                De Dordogne                       juli 2001
 

vrijdag
13 juli
Vertrek om 16 uur via Veurne, Calais en Boulogne. Een tiental km voor bij de eerste péage is steevast onze eerste sanitaire en koffiestop: "Aire des Falaises de Widehem Ouest", een hele mond vol. We rijden door naar Rouen, en zoeken de camperplaats op in Bourgtheroulde, 20 km over Rouen richting Alençon. We staan alleen op een parking van het shopi-warenhuis, na 330 km .


klik op de kaart voor een
vergrote weergave van de reisroute
 

zaterdag
14 juli
We rijden door via Alençon en Le Mans,  naar een recent stuk snelweg die naar Tours leidt. We rijden af en via Ecommoy, Mayet en Pontvallain komen we aan in Le Lude, waar een eerste kasteel op ons bezoek kan rekenen. Omdat de camperplaats in Le Lude, waarvan sprake is in onze infobronnen er niet (meer) is, rijden we door naar Villandry aan de Loire,  waar we al eerder stonden tijdens een vorige reis. 330 km

 


kasteel van Le Lude
 

zondag
15 juli
We profiteren ervan om nog eens een paar opnames te maken van de wondermooie tuinen van het kasteel van Villandry en rijden dan door naar Tours, Chateauroux en Limoges. 
Voor Brive-la-Gaillarde verlaten we de hoofdweg om een municipale op te zoeken in St.Pardoux. Op de dagteller staat 320 km.


tuinen en kasteel van Villandry

maandag
16 juli
In Donzenac zitten we weer op de snelweg naar Brive, en laten die voor goed achter ons in Cressenac. Ons doel is Rocamadour (1), het op één na grootste bedevaartsoord van Frankrijk. Twee km voor het centrum, in l'Hospitalêt, is er een grote parking waar - in de voormiddag althans - ruimte zat is om de camper te stallen.


Na de middag trekken we, gewapend met een plannetje, via de "Voie Sainte" naar de bedevaartsplaats. Een kleine poort wijst de toegang tot de enige sterk gecommercialiseerde straat van Rocamadour. De "grand escalier" telt 216 trappen, die naar het hart van het bedevaartsoord leidt. Pelgrims beklimmen ze op de knieën, maar wij doen het maar gewoon, met een paar tussenstops als rust, want de zon laat zich van haar beste kant zien en de hitte weegt door. 


Op het pleintje "Les Parvis" bevinden zich 7 heiligdommen bij elkaar, alsook het graf van St. Amadour, aan wie het dorp haar naam ontleende. Via een zigzag aangelegde schaduwrijke kruisweg, bereiken we het kasteel, waar we nog van boven op de remparts of omwallingen een adembenemend uitzicht hebben over het dal van de Dordogne.


We rijden richting Padirac (2), omdat we daar morgen een bezoek willen brengen aan de "gouffre".  Omdat we ginder met de camper niet mogen overnachten, stoppen we aan de municipale Samayou in Alvignac, waar het moeilijk is om horizontaal te staan. 100 km

 


Rocamadour


Les Parvis in Rocamadour

dinsdag
17 juli
In een druilerige regen rijden we 10 km en bereiken de Gouffre de Padirac. Het is nog geen 10 uur en de eerste toeristen komen  toe. De gouffre is een 75 m diepe put, die ontstaan is door inzakking van een grot.


Voor de afdaling heeft men de keuze: een drietal liften die op elkaar aansluiten of een trap. Sportief als we zijn, verkiezen we deze laatste, niet vermoedend dat er 540 treden zijn. Met bibberende knieën bereiken we een lange ondergrondse gang, die ons naar een aanlegsteiger leidt. Vanaf hier worden we verzocht in een klein bootje te stappen. De gids-roeier, die achteraan met een peddel het vaartuig bestuurt, geeft uitleg, en doet af en toe met een paar onverwachte bijna- kantelbewegingen, vooral de damestoeristen gillen. 


De tocht gaat verder te voet door prachtige zalen met talrijke kalkformaties. Je hebt er ogen te kort om de schoonheid van de grot te bewonderen. Na een circuit te hebben doorlopen, wacht bootje nr.11 ons weer op, en nadat we op de gevoelige plaat worden gelegd, staan we weer beneden aan de kuil. Deze keer verkiezen we de lift te nemen. Bij het buitenkomen - het is nu 11.30 u - staat een dubbele rij bezoekers van wel 100 meter aan te schuiven om een ticket te kopen. Wegens de beperkte capaciteit van de bootjes, worden de toeristen maar bij mondjesmaat binnengelaten. Een bezoek dat echt een aanrader is!


Na de middag keren we terug Rocamadour, en brengen er een bezoek aan "forêt des singes". Hier leven makak-apen in volle vrijheid. Elke bezoeker krijgt een handvol popcorn waarmee de apen mogen gevoederd worden. Het is een leuk schouwspel te zien hoe voorzichtig de dieren  het voedsel uit de hand van de toerist nemen, of hoe de moederapen zich bezorgd ontfermen over hun jongen.


De camping "Les Ondines" in Souillac (3) wordt voor 2 dagen onze vaste stek. 

 


Gouffre de Padrirac


boottocht door de grot van Padirac


 


forêt des singes in Rocamadour

woensdag
18 juli
Na een bezoek aan het SI (syndicat d'initiative ofte bureau van toerisme) kuieren we door de straatjes van het centrum. We brengen er een bezoek aan het automatenmuseum, dat echt de moeite loont. Vooral kinderen kijken verbaasd op, als plots in een etalagekast alle poppen beginnen te bewegen.
Na de middag maken we een fietstochtje van 10 km; niet om over naar huis te schrijven, maar de sterke  wind en het hellend terrein werken tegen. Terug naar het centrum, waar we net op tijd zijn om ons met "le train touristique" langs de belangrijkste bezienswaardigheden te laten brengen. 

 



Souillac

donderdag
19 juli
We volgen de Dordogne tot Sarlat-la-Canéda (4), gelegen in het hart van de Périgord Noir. Op één van de 3 voorziene camperplaatsen even buiten het centrum vinden we een plaats om te overnachten. Regelmatig vallen er buien.

Na de middag gaan we de middeleeuwse stad bezoeken. Nog maar net aangekomen in de hoofdstraat, gaan de hemelsluizen open, en worden we een uur gegijzeld onder de luifel van een winkel. Daarna lopen we nog vlug eens door het centrum en we krijgen een indruk van de middeleeuws aandoende straatjes en prachtig gerestaureerde herenhuizen, die zich onderscheiden door hun architectuur en de fraai gemetselde okergele natuursteen waaruit ze zijn opgetrokken. 
Verkleumd van de kou keren we naar de camper terug.



Sarlat-La-Canéda

vrijdag
20 juli
Vooraleer de reis verder te zetten, wil ik eerst nog een paar opnames maken van Sarlat, wat me gisteren omwille van de weersomstandigheden niet lukte. Het is er te mooi om er geen beelden van mee te brengen. Ik trek alleen opnieuw  het centrum in, gewapend met foto- en filmcamera, en keer met een schat aan opnames terug.
Een ritje van een half uur brengt ons langs een uniek landschap naar de bastide Domme (5). We worden afgeleid naar een camperplaats, een tweetal km buiten het centrum. Via de Porte de la Combe maken we een wandeling door de Acropolis van de Périgord.
We rijden door naar het nabijgelegen Beynac-et-Cazenac, waar we een camping vinden aan de voet van het kasteel. 

 


Domme

zaterdag
21 juli
We stappen in voor een boottocht op de Dordogne met een "gabarre", een platte schuit, die vroeger dienst deed voor het goederenverkeer.  Vanaf de rivier hebben we een prachtig zicht op het kasteel van Beynac,(6) één van de meest opvallende bouwwerken op een 150 m hoge rots.

Eenmaal terug aan wal, nemen we de Caminal des Panieraires, een steile voetgangersweg, die naar het kasteel leidt. Het bolwerk  heeft de vorm van een onregelmatige veelhoek, met aan de zuidkant een vooruitspringend bastion. 

Hier ontvouwt zich één van de meest adembenemende panorama's van de Dordognevallei. Het kasteel doet nog regelmatig dienst als locatie voor filmopnames. Uitgebreide restauratiewerkzaamheden zijn ondernomen om het kasteel in zijn 13de-eeuwse staat terug te brengen. Verwacht wordt dat de werken nog 60 jaar zullen duren!


Na ons bezoek keren we terug naar camping om er nog na te genieten van de mooie dag.

 


het kasteel van Beynac


Dordognevallei

zondag
22 juli
We volgen de Dordogne tot in Campagne, waar we noordwaarts trekken naar Les-Eyzies-de-Tyac. Langs de Vézère bevindt zich de "Rocque St.Christophe", een 900m lange overdekte rotsformatie, die in de prehistorie onderdak bood  aan meer dan 1000 bewoners, die er bescherming en onderdak zochten. Uit archeologische opgravingen is men er heel wat te weten gekomen over de woningen die er gebouwd werden. Levensgrote figuren beelden taferelen uit over het wel en wee van de levenswijze tijdens de prehistorie.

We keren terug naar Campagne, waar we een mooie plaats krijgen op de municipal. Voor ons ontvouwt zich een uniek decor, gevormd door  groene naaldbomen tegen een blauwe hemel. Een rustgevend beeld. Enkel de radio van de buurman,  een "Tour de France"-fan, verstoort de rust. Na de "arrivée" keert de rust terug. 

 


 le Rocque St.Christophe

maandag
23 juli
Na een zalige nacht, gaan we met de fiets naar het 4 km verder gelegen Le Bugue (7), waar we een bezoek brengen aan "L' Aquarium du Périgord Noir", waar een diversiteit aan vissen te bewonderen zijn doorheen reuze kijkvensters. Soms waant men zich als diepzeeduikers, als je onder de vissen doorwandelt. Doet me denken aan Sealife in Blankenberge.  
In de namiddag maken we nog een uitgestippelde wandeling op een boogscheut van de camping. Doordat ons wandelpad doodloopt, moeten we op onze stappen terugkeren, en kunnen we vroeger dan verwacht genieten van een rustige avond.

 


Aquarium in Le Bugue
 

dinsdag
24 juli
Monbazillac (8) is de eerste bestemming van de dag.  Omringd door een zee van wijngaarden verheft het kasteel zich fier boven het dal van de Dordogne. Het bekoort door zijn sierlijk silhouet dat een geslaagd compromis is tussen tussen de militaire architectuur en die uit de Renaissance. Monbazillac is ontegensprekelijk verbonden met de naam van de witte wijn, die door overrijping een zoete smaak een gouden kleur heeft. 
Na een bezoek aan het kasteel, en een bevoorrading in de wijnshop, vertrekken we naar Bergerac (9), waar we om 17 uur aankomen.

 


kasteel van Monbazillac

 

woensdag
25 juli
Niettegenstaande we vorig jaar hier ook een blitsbezoek brachten, loont het stadje de moeite om eens met een plannetje de belangrijkste bezienswaardigheden te bekijken. Uiteraard moet ook het standbeeld van Cyrano op de gevoelige plaat. Deze laatste heeft wel niets met Bergerac te maken, maar men heeft er een beeld voor opgericht als toeristen-lokmiddel.
In de namiddag scheep ik in op de kade voor een boottocht met een Gabarre. Het is een zalig tochtje: we varen tot aan een natuurreservaat, waar de gids elke vogel met zijn broed kan aanwijzen. Het levert mooie beelden op.

 


Bergerac

donderdag
26 juli
Het begin van de terugweg. Normaal staat een bezoek aan Périgord op het programma, maar de ondraaglijke warmte verandert onze planning. Het is zalig rijden met de ramen open. Via Angoullème, Poitiers en Tours rijden we naar Langeais aan de Loire, waar we op de camping "Le Lac" een mooie plaats hebben. Na een paar minuten, blijkt al gauw waarom er zo weinig volk is: om het kwartier raast er achter de camping een trein voorbij, waar maar geen eind blijkt aan te komen. Niet alleen overdag, maar ook 's nachts. Na 402 km hebben we wat rust verdiend.


kasteel van Langeais

vrijdag
27 juli
We fietsen naar het centrum, waar we tegen openingstijd voor het kasteel staan. Indrukwekkend is dat bij openingstijd, de valbrug naar beneden wordt gelaten, waarbij het geluid van de kettingen de aandacht trekt. Het is een deftig optrekje, waar in enkele vertrekken  taferelen worden uitgebeeld, waarbij uitgekiende belichting en commentaar zorgen voor de gepaste sfeer.  
Terug op de camping, pakken we in en breien we nog een stukje aan onze terugreis.  De camperplaats in La Suze-sur-Sarthe, ten zuidwesten van Le Mans, is onze volgende overnachtingplaats.
zaterdag
28 juli
Wat een nacht! Rond 3 uur is een bende jongeren zijn rijkunsten komen uittesten op de camperplaats. De keien van de grondbedekking vlogen alle kanten uit, en beschadigden de meeste campers die er stonden, toen de jonge opscheppers met hoge snelheid rondjes kwamen draaien.  
Via Rouen en Dieppe belanden we op de camperplaats van Le Tréport, de laatste tussenstop.

 

 

zondag
29 juli
Nog 240 km voor de boeg. In 3.30 u worden die, koffiestop inbegrepen, afgemaald. Voor mij is dit één van de meest bezienswaardige reizen geweest, en ik hield er een mooie film aan over.