vrijdag
13 juli |
Vertrek om 16 uur via Veurne, Calais en
Boulogne. Een tiental km voor bij de eerste péage is steevast onze
eerste sanitaire en koffiestop: "Aire des Falaises de Widehem Ouest",
een hele mond vol. We
rijden door naar Rouen, en zoeken de camperplaats op in Bourgtheroulde,
20 km over Rouen richting Alençon. We staan alleen op een parking van
het shopi-warenhuis, na 330 km .
|

klik op de kaart voor een
vergrote weergave van de reisroute
|
zaterdag
14 juli |
We rijden door via Alençon en Le Mans,
naar een recent stuk snelweg die naar Tours leidt. We rijden af en via
Ecommoy, Mayet en Pontvallain komen we aan in Le Lude, waar een eerste
kasteel op ons bezoek kan rekenen. Omdat de camperplaats in Le Lude, waarvan sprake is in onze infobronnen
er niet (meer) is, rijden we door naar Villandry aan de Loire,
waar we al eerder stonden tijdens een vorige reis. 330 km
|

kasteel van Le Lude
|
zondag
15 juli |
We profiteren ervan om nog eens een paar
opnames te maken van de wondermooie tuinen van het kasteel van Villandry
en rijden dan door naar Tours, Chateauroux en Limoges.
Voor Brive-la-Gaillarde
verlaten we de hoofdweg om een municipale op te zoeken in St.Pardoux. Op
de dagteller staat 320 km.
|

tuinen en kasteel van Villandry |
maandag
16 juli |
In Donzenac zitten we weer op de snelweg naar
Brive, en laten die voor goed achter ons in Cressenac. Ons
doel is Rocamadour (1), het op één na grootste bedevaartsoord van
Frankrijk. Twee km voor het centrum, in l'Hospitalêt, is er een grote
parking waar - in de voormiddag althans - ruimte zat is om de camper te
stallen.
Na de middag trekken we, gewapend met een plannetje, via de "Voie
Sainte" naar de bedevaartsplaats. Een kleine poort wijst de toegang
tot de enige sterk gecommercialiseerde straat van Rocamadour. De
"grand escalier" telt 216 trappen, die naar het hart van het
bedevaartsoord leidt. Pelgrims beklimmen ze op de knieën, maar wij doen
het maar gewoon, met een paar tussenstops als rust, want de zon laat
zich van haar beste kant zien en de hitte weegt door.
Op het pleintje "Les Parvis"
bevinden zich 7 heiligdommen bij elkaar, alsook het graf van St.
Amadour, aan wie het dorp haar naam ontleende. Via een zigzag aangelegde
schaduwrijke kruisweg, bereiken we het kasteel, waar we nog van boven op
de remparts of omwallingen een adembenemend uitzicht hebben over het dal
van de Dordogne.
We rijden richting Padirac (2), omdat we daar morgen een bezoek willen
brengen aan de "gouffre". Omdat we ginder met de camper
niet mogen overnachten, stoppen we aan de municipale Samayou in Alvignac,
waar het moeilijk is om horizontaal te staan. 100 km
|

Rocamadour |
|

Les Parvis in Rocamadour |
dinsdag
17 juli |
In een druilerige regen rijden we 10 km en
bereiken de Gouffre de Padirac. Het is nog geen 10 uur en de eerste
toeristen komen toe. De gouffre is een 75 m diepe put, die
ontstaan is door inzakking van een grot.
Voor de afdaling heeft men de
keuze: een drietal liften die op elkaar aansluiten of een trap. Sportief
als we zijn, verkiezen we deze laatste, niet vermoedend dat er 540
treden zijn. Met bibberende knieën bereiken we een lange ondergrondse
gang, die ons naar een aanlegsteiger leidt. Vanaf hier worden we verzocht
in een klein bootje te stappen. De gids-roeier, die achteraan met een peddel het vaartuig
bestuurt, geeft uitleg, en doet af en toe met een paar
onverwachte bijna- kantelbewegingen, vooral de damestoeristen gillen.
De tocht gaat
verder te voet door prachtige
zalen met talrijke kalkformaties. Je hebt er ogen te kort om de schoonheid
van de grot te bewonderen. Na een circuit te hebben doorlopen, wacht
bootje nr.11 ons weer op, en nadat we op de gevoelige plaat worden
gelegd, staan we weer beneden aan de kuil. Deze keer verkiezen we de
lift te nemen. Bij het buitenkomen - het is nu 11.30 u - staat een
dubbele rij bezoekers van wel 100 meter aan te schuiven om een ticket te
kopen. Wegens de beperkte capaciteit van de bootjes, worden de toeristen
maar bij mondjesmaat binnengelaten. Een bezoek dat echt een aanrader is!
Na de middag keren we terug Rocamadour, en brengen er een bezoek aan
"forêt des singes". Hier leven makak-apen in
volle vrijheid. Elke bezoeker krijgt een handvol popcorn waarmee de apen
mogen gevoederd worden. Het is een leuk schouwspel te zien hoe
voorzichtig de dieren het voedsel uit de hand van de toerist
nemen, of hoe de moederapen zich bezorgd ontfermen over hun jongen.
De camping "Les Ondines" in Souillac (3) wordt voor 2 dagen onze
vaste stek.
|

Gouffre de Padrirac |
|

boottocht door de grot van Padirac
|
|

forêt des singes in Rocamadour |
woensdag
18 juli |
Na een bezoek aan het SI (syndicat
d'initiative ofte bureau van toerisme) kuieren we door de straatjes van
het centrum. We brengen er een bezoek aan het automatenmuseum, dat echt
de moeite loont. Vooral kinderen kijken verbaasd op, als plots in een
etalagekast alle poppen beginnen te bewegen.
Na de middag maken we een fietstochtje van 10 km; niet om over naar huis
te schrijven, maar de sterke wind en het hellend terrein werken
tegen. Terug naar het centrum, waar we net op tijd zijn om ons met
"le train touristique" langs de belangrijkste
bezienswaardigheden te laten brengen.
|

Souillac
|
donderdag
19 juli |
We volgen de Dordogne tot Sarlat-la-Canéda
(4),
gelegen in het hart van de Périgord Noir. Op één van de 3 voorziene
camperplaatsen even buiten het centrum vinden we een plaats om te
overnachten. Regelmatig vallen er buien.
Na de middag gaan we de middeleeuwse stad bezoeken. Nog maar net
aangekomen in de hoofdstraat, gaan de hemelsluizen open, en worden we een
uur gegijzeld onder de luifel van een winkel. Daarna lopen we nog vlug
eens door het centrum en we krijgen een indruk van de middeleeuws
aandoende straatjes en prachtig gerestaureerde herenhuizen, die zich
onderscheiden door hun architectuur en de fraai gemetselde okergele
natuursteen waaruit ze zijn opgetrokken.
Verkleumd van de kou keren we naar de camper terug.
|

Sarlat-La-Canéda |
vrijdag
20 juli |
Vooraleer de reis verder te zetten, wil ik
eerst nog een paar opnames maken van Sarlat, wat me gisteren omwille van
de weersomstandigheden niet lukte. Het is er te mooi om er geen beelden van mee te brengen. Ik trek alleen opnieuw het centrum in,
gewapend met foto- en filmcamera, en keer met een schat aan opnames terug.
Een ritje van een half uur brengt ons langs een uniek landschap naar de
bastide Domme (5). We worden afgeleid naar een camperplaats, een tweetal km
buiten het centrum. Via de Porte de la Combe maken we een wandeling door
de Acropolis van de Périgord.
We rijden door naar het nabijgelegen Beynac-et-Cazenac, waar we een
camping vinden aan de voet van het kasteel.
|

Domme |
zaterdag
21 juli |
We stappen in voor een boottocht op de
Dordogne met een "gabarre", een platte schuit, die vroeger
dienst deed voor het goederenverkeer. Vanaf de rivier hebben we
een prachtig zicht op het kasteel van Beynac,(6) één van de meest
opvallende bouwwerken op een 150 m hoge rots.
Eenmaal terug aan wal, nemen we de Caminal des Panieraires, een steile
voetgangersweg, die naar
het kasteel leidt. Het bolwerk heeft de vorm van een onregelmatige veelhoek, met
aan de zuidkant een vooruitspringend bastion.
Hier ontvouwt zich
één van de meest adembenemende panorama's van de Dordognevallei. Het
kasteel doet nog regelmatig dienst als locatie voor filmopnames.
Uitgebreide restauratiewerkzaamheden zijn ondernomen om het kasteel in
zijn 13de-eeuwse staat terug te brengen. Verwacht wordt dat de werken
nog 60 jaar zullen duren!
Na ons bezoek keren we terug naar camping om er nog na te genieten van
de mooie dag.
|

het kasteel van Beynac |
|

Dordognevallei |
zondag
22 juli |
We volgen de Dordogne tot in Campagne, waar we
noordwaarts trekken naar Les-Eyzies-de-Tyac. Langs de Vézère bevindt
zich de "Rocque St.Christophe", een 900m lange overdekte
rotsformatie, die in de prehistorie onderdak bood aan meer dan
1000 bewoners, die er bescherming en onderdak zochten. Uit
archeologische opgravingen is men er heel wat te weten gekomen over de
woningen die er gebouwd werden. Levensgrote figuren beelden taferelen
uit over het wel en wee van de levenswijze tijdens de prehistorie.
We keren terug naar Campagne, waar we een mooie plaats krijgen op de
municipal. Voor ons ontvouwt zich een uniek decor, gevormd door
groene naaldbomen tegen een blauwe hemel. Een rustgevend beeld. Enkel de
radio van de buurman, een "Tour de France"-fan,
verstoort de rust. Na de "arrivée" keert de rust terug.
|

le Rocque St.Christophe |
maandag
23 juli |
Na een zalige nacht, gaan we met de fiets naar
het 4 km verder gelegen Le Bugue (7), waar we een bezoek brengen aan "L' Aquarium du Périgord Noir", waar een diversiteit aan vissen
te bewonderen zijn doorheen reuze kijkvensters. Soms waant men zich als
diepzeeduikers, als je onder de vissen doorwandelt. Doet me
denken aan Sealife in Blankenberge.
In de namiddag maken we nog een uitgestippelde wandeling op een
boogscheut van de camping. Doordat ons wandelpad doodloopt, moeten we op
onze stappen terugkeren, en kunnen we vroeger dan verwacht genieten van
een rustige avond.
|

Aquarium in Le Bugue
|
dinsdag
24 juli |
Monbazillac (8) is de eerste bestemming van de
dag. Omringd
door een zee van wijngaarden verheft het kasteel zich fier boven het dal
van de Dordogne. Het bekoort door zijn sierlijk silhouet dat een
geslaagd compromis is tussen tussen de militaire architectuur en die uit
de Renaissance. Monbazillac is ontegensprekelijk verbonden met de naam
van de witte wijn, die door overrijping een zoete smaak een gouden kleur
heeft.
Na een bezoek aan het kasteel, en een bevoorrading in de wijnshop,
vertrekken we naar Bergerac (9), waar we om 17 uur aankomen.
|

kasteel van Monbazillac
|
woensdag
25 juli |
Niettegenstaande we vorig jaar hier ook een
blitsbezoek brachten, loont het stadje de moeite om eens met een
plannetje de belangrijkste bezienswaardigheden te bekijken. Uiteraard
moet ook het standbeeld van Cyrano op de gevoelige plaat. Deze laatste
heeft wel niets met Bergerac te maken, maar men heeft er een beeld voor
opgericht als toeristen-lokmiddel.
In de namiddag scheep ik in op de kade voor een boottocht met een
Gabarre. Het is een zalig tochtje: we varen tot aan een natuurreservaat,
waar de gids elke vogel met zijn broed kan aanwijzen. Het levert mooie
beelden op.
|

Bergerac |
donderdag
26 juli |
Het begin van de terugweg. Normaal staat een
bezoek aan Périgord op het programma, maar de ondraaglijke warmte
verandert onze planning. Het is zalig rijden met de ramen open. Via
Angoullème, Poitiers en Tours rijden we naar Langeais aan de Loire,
waar we op de camping "Le Lac" een mooie plaats hebben. Na een
paar minuten, blijkt al gauw waarom er zo weinig volk is: om het kwartier
raast er achter de camping een trein voorbij, waar maar geen eind blijkt
aan te komen. Niet alleen overdag, maar ook 's nachts. Na 402 km hebben
we wat rust verdiend.
|

kasteel van Langeais |
vrijdag
27 juli |
We fietsen naar het centrum, waar we tegen
openingstijd voor het kasteel staan. Indrukwekkend is dat bij
openingstijd, de valbrug naar beneden wordt gelaten, waarbij het geluid
van de kettingen de aandacht trekt. Het is een deftig optrekje, waar in
enkele vertrekken taferelen worden uitgebeeld, waarbij uitgekiende
belichting en commentaar zorgen voor de gepaste sfeer.
Terug op de camping, pakken we in en breien we nog een stukje aan onze
terugreis. De camperplaats in La Suze-sur-Sarthe, ten zuidwesten
van Le Mans, is onze volgende overnachtingplaats.
|
zaterdag
28 juli |
Wat een nacht! Rond 3 uur is een bende
jongeren zijn rijkunsten komen uittesten op de camperplaats. De keien
van de grondbedekking vlogen alle kanten uit, en beschadigden de meeste
campers die er stonden, toen de jonge opscheppers met hoge snelheid
rondjes kwamen draaien.
Via Rouen en Dieppe belanden we op de
camperplaats van Le Tréport, de laatste tussenstop.
|
|
zondag
29 juli |
Nog 240 km voor de boeg. In 3.30 u worden die,
koffiestop inbegrepen, afgemaald. Voor mij is dit één van de meest
bezienswaardige reizen geweest, en ik hield er een mooie film aan over. |