homecamperlinkshomepagesreisportaalsitestoeristische infoander landandere bestemming

         20 dagen       Charentes -Perigord -Dordogne     juli 2006        
 

woensdag
5 juli
De "grote" reis van dit jaar is verdeeld over twee streken in Frankrijk: één derde wordt doorgebracht in de Charentes Maritimes, terwijl de rest zich in de Périgord afspeelt, met inbegrip van de Dordognevallei.

We vertrekken om 16.30 u na de dagtaak van vrouwlief. Via Calais gaat het naar Abbeville. Even voorbij Rouen, richting Le Havre, heeft zich een nieuwe snelweg aangekoppeld, die de tergend lange reisweg via de oude "route nationale" naar Alençon moet vergemakkelijken. Als we deze een 30-tal km gevolgd hebben, stoppen we op de aire de Harcourt om te overnachten.
Terwijl de hemelsluizen opengaan, worden we getrakteerd op klank- en lichtspel.
aire de Harcourt: N 49° 14' 578 - E 0° 46' 467
370 km

 


klik op de kaart voor een vergrote weergave
van de afgelegde reisweg
donderdag
6 juli
Via Alençon en Angers, rijden we richting La Rochelle (2), waar we een plaats krijgen op de camping municipal "Le Soleil".
La Rochelle is de hoofdstad van de Aunis. Door de gezellige drukte die er heerst, trekt de stad veel bezoekers. De oude haven met zijn verdedigingswerken, de geheimzinnige straatjes met de arcaden, de oude houten huizen en de voorname herenwoningen, maken La Rochelle tot de aantrekkelijkste stad langs het stuk van de Atlantische kust, tussen Nantes en Bordeaux.
camping Le Soleil in La Rochelle: N46° 09' 036 - W 01° 09' 478
480 km


 


de toegang tot de haven van La Rochelle
vrijdag
7 juli
Na het ontbijt gaan we eerst het aquarium bezoeken, dat op 10 wandelminuten van de camping ligt.
Dit grote, zeer modern opgevatte museum geeft een uitgebreid overzicht van de flora en fauna, die men in de verschillende wereldzeeën aantreft. In schitterende aquaria, voorzien van levensechte decors, kan men specifieke vissoorten bewonderen, gaande van het kleinste zeepaardje tot de grootste haai. Er is ook een tunnel met glazen wand, die de bezoeker de gelegenheid biedt een wandeling te maken door een tropische onderwaterwereld. Voor een toegangsticket van 12,50 euro heeft men hier waar voor zijn geld.

In de namiddag worden de haven en het centrum bezocht. Ik beklim eerst de tour St-Nicolas, die een een burcht is op zich. Deze 42m-hoge toren werd vroeger als gevangenis gebruikt. Trappen, die in de dikke muren zijn uitgehakt, leiden naar de bovenste torenomloop, die omsloten wordt door hoge muren met schietgaten. Van hieruit heeft men een prachtig zicht op de oude haven.

Nadien bezoeken we nog de Tour de la Lanterne, waarbij de talrijke graffiti van gevangenen of soldaten de aandacht opeisen. Sommige dateren uit de 17de en 18de eeuw, en zijn beschermd door een glazen wand.

We wandelen door de Rue des Merciers, de drukste winkelstraat van La Rochelle. Deze typische hoofdstraat vanwege de vele winkelgalerijen en de 16de-eeuwse huizen, leidt naar het hôtel de ville, dat een opvallende voorgevel heeft, met pilaren en nissen in Toscaanse stijl.

La Rochelle: een mooie, vriendelijke stad, die een bezoek meer dan waard is.


 


aquarium in La Rochelle

zicht op de haven van La Rochelle

gevel van het stadhuis in La Rochelle
zaterdag
8 juli
Nadat we nog de vuilwatertank geloosd hebben op een serviceplaats rechtover de camping, vertrekken we naar het nabijgelegen Ile de Ré. Hiervoor moet de 2960m lange en 32 m hoge tolbrug gebruikt worden, waarvoor we 19,80 euro moeten ophoesten.

Bestemming is de camping municipal in St.Martin-de-Ré (4), aan de noordoostkant van het eiland. Een zeer mooie camping, waar men zich door de vele bloemen en palmbomen, in een zuiderse sfeer waant.

Voor toeristen die van zon en frisse lucht houden, is het eiland een ideale vakantiebestemming. Talrijke fietspaden doorkruisen het île de Ré, zodat men het in alle rust kan verkennen.

Na de middag fietsen we via de pistes cyclables naar Loix, gekend om zijn vele zoutpannen. Deze bron van inkomsten is ondertussen aan het uitsterven, en wordt meer vervangen door de druiventeelt, bestemd voor de wijnproductie.

Op een rustig pleintje voor de kerk van Loix, gaan we even een terrasje opzoeken, vooraleer de terugweg aan te vatten. We genieten nog van de witgeschilderde huisjes, waar de voorgevels geflankeerd worden door grote bloemen, die er net als in het wild, tussen de stenen zijn gegroeid.

Bij de terugkeer in St.Martin-de-Ré lopen we nog even door de smalle winkelstraatjes, die allemaal uitgeven op de zonovergoten haven. Er heerst een gezellige drukte op de verkeersvrije kade. De straatjes, geplaveid met keistenen, ademen nog steeds de sfeer van vroeger.

St.Martin-de-Ré heeft nog een versterkte vestingbouw. De ommuring heeft twee poorten, met een wachthuis aan de binnenkant. De Citadel werd in 1681 gebouwd en deed dienst als versterking en als gevangenis. De toegang tot de stad kan langs deze zijde enkel te voet of met de fiets.

camping St-Martin-de-Ré: N 46° 11' 922  W 01° 22' 034
28 km


 


de tolbrug naar Ile de Ré

zoutpannen op Ile de Ré

gezellig haventje in St.-Martin-de-Ré

toegangspoort tot St.-Martin-de-Ré
zondag
9 juli
Camping "Le Fief Melin" in Le Chateau d'Oleron (3) is vandaag onze bestemming. Niettegenstaande dit hemelsbreed vanaf Ile de Ré maar een 30-tal km is, moeten we er toch om en bij de 100 km voor rijden via La Rochelle en Rochefort.

De 3km-lange en 23m-hoge verkeersbrug is de langste van Frankrijk en verbindt sinds 1966 het île d'Oleron met het vasteland. Hier moet geen tol (meer) betaald worden.
Ook op dit eiland kan lekker gefietst worden, hoewel er opmerkelijk minder pistes cyclables zijn dan op het île de Ré.

Na de middag fietsen we via de route des huitres naar Boyardville.
Als we door Baudissière fietsen, merken we de mogelijkheid op om een oesterkwekerij te bezoeken, met een speciaal daarvoor uitgeruste wagen. Elke dag verschilt het bezoekuur, afhankelijk van het getij. Dit bezoek programmeren we voor morgen: om 9.45u moeten we hier zijn.

Een rukwind zorgt er voor dat mijn zonnepetje in een sloot belandt, waardoor dit de eerste aankoop is, als we in het druk bezochte plaatsje belanden.
Ook hier is de haven de voornaamste toeristische trekpleister. Jetski's en plezierbootjes varen er voortdurend de haven in en uit. Hier bevindt zich eveneens een camperplaats, waarbij men over de infrastructuur kan beschikken om het vaartuig te water te laten.

Op het marktpleintje verdringen de stalletjes elkaar om tickets te verkopen voor een tochtje naar Fort Boyard. Oorspronkelijk was het de bedoeling om mee te gaan, maar de felle wind en de wilde zee doen onze intenties omslaan in een bezoek aan een gezellig terrasje.

Het Fort Boyard, dat er uitziet als een dikbuikig stenen schip, werd gebouwd in 1804 en moest oorspronkelijk de monding van de Charentes beveiligen. 50 jaar later liet Napoleon het fort afwerken en kreeg het de bestemming als gevangenis. Het bouwwerk is echter niet te bezoeken, en doet dienst als decor voor TV-opnamen.
camping Le Fief Melin in Le Chateau d'Oléron:  N 45° 53' 583  W 01° 12' 851    
90 K
m

 


een speciaal uitgeruste wagen
voor het bezoek aan de oesterkwekerijen

stalletjes verdringen elkaar

het fort Boyard
 

camperplaats in Boyardville
maandag
10 juli
In de voormiddag fietsen we zoals gepland naar La Baudissière, 5km van de camping. Het bezoek is voorzien om 10.30u, maar men moet zich 45 minuten voordien aanmelden.
Een babbelzieke gids-chauffeur geeft eerst wat algemene uitleg, en rijdt daarna met een kanjer van een tractor 3 km het zeegat is.
Het aanblik dat we daar krijgen is onvergetelijk: eindeloze rijen oesterbedden, bedekt met zeewier. Tussen de rijen door liggen platbodems te wachten tot het water opkomt, om de overgeladen oestermatten naar de kust te brengen.
Mensen werken er tegen de tijd en tegen het tij. De matten worden er gedraaid, gebrand, "ontwierd".... kortom, ze krijgen de nodige verzorging om na vier jaar intense arbeid te kunnen worden meegnomen voor consumptie.

De gids stapt uit en komt naast de wagen staan om met een paar oesters in de hand uitleg te geven, terwijl het water gestaag stijgt. De banden van de wagen staan al onder water, terwijl bij hemzelf het water tot aan de lies komt. "La mer monte gentillement" zegt hij en rijdt 100m landinwaarts, waarna hetzelfde tafereel zich herhaalt. Achter ons schuiven de oesterkwekers mee met het getij. Ze werken tot het water dreigend tot bijna aan de heupen komt. Na een dikke drie uur zit het bezoek er op, en rijden we terug naar de camping.

In de namiddag brengen we een bezoekje aan het centrum en de citadel van Le Chateau d'Oléron. Het geheel is geometrisch aangelegd rond een ruim plein. Tijdens de Franse Revolutie zat in de versterking een groot aantal gedeporteerden gevangen.

De haven ligt midden in het plaatsje en biedt een schilderachtig uitzicht op de boten die heen en weer varen naar de oesterpercelen.


 


intense arbeid aan de oesterbedden

tot aan de lies in het opkomende water

toegang tot de citadel (Le Chateau d'Oléron)
dinsdag
11 juli
Tot zover onze Charentes-ervaringen. Tijd om naar de Périgord te vertrekken.
Via Saintes, Cognac en Angoulème rijden we naar Brantôme (5).

Vooraleer naar de camping te trekken, rijden we eerst  door naar het chateau de Puyguilhem in Villars, een paar km ten NO van Brantôme.
De parking is piepklein, en het is geen sinecure om de camper op een deftige manier te parkeren.
Het 16de-eeuwse kasteel sluit qua architectuur aan bij de Loirekastelen. Na WO-II werd het gerestaureerd en opnieuw - zij het schaars - gemeubileerd. Het hoofdgebouw wordt geflankeerd door twee ongelijke torens.

We keren op onze stappen terug, en vragen een "emplacement" op de camping municipal in Brantôme. De aanhoudende hete temperatuur (>35 graden) verplicht ons immers een plaats te zoeken met elektriciteitsaansluiting, zodat de airco zijn werk kan doen. Een paar honderd meter daar vandaan staan een 50-tal campers op een veld netjes naast elkaar geschikt.
La Petite Venise du Périgord, zoals Brantôme terecht wel eens wordt genoemd, ligt verscholen in het prachtige dal van de Dronne, en is één van de mooiste plekjes in de Périgord.
camping municipal Brantôme: N45° 21' 592  -  E 0° 39' 582  
220 km

 


chateau de Puyguilhem in Villars

Brantôme, la Petite Venise du Périgord
woensdag
12 juli
Het is de bedoeling om vandaag naar Périgueux te rijden, er op een voorziene camperplaats te staan, en de stad te bezoeken. De camperplaatsen zijn echter volzet, meest door personenwagens. Een gewone parking vinden is al evenmin mogelijk, zodat een noodscenario wordt ingeschakeld. Op naar de volgende bestemming van de planning: eerst het chateau de Hautefort (6), en daarna naar Montignac (7).

Het 17de-eeuwse  kasteel biedt een trotse aanblik en doet eerder denken aan een koninklijke vesting, dan aan een middeleeuwse burcht van de Périgord. Het werd in 1968 door brand vernield, maar werd volledig gerestaureerd, zodat het zijn oorspronkelijk aanzien heeft teruggekregen.

Na de middag rijden we naar de camping in Montignac (7), die helaas volzet is. Morgen komen een tweetal plaatsen vrij, zodat we beslissen om buiten de camping te overnachten aan de oever van de Vézère, en een plaats te reserveren.

We maken nog een wandeling naar het centrum, waar tickets worden gekocht voor een bezoek aan de grotten van Lascaux II, wat morgen gepland is.
Nog een gezellige wandeling langs de kade van de Vézère en een rustig terrasje, besluiten onze activiteiten voor vandaag.

We moeten het stellen zonder airco, wegens gebrek aan stroom. Om middernacht wijst de thermometer nog 26 graden aan. Het wordt zweten en puffen.
camping Montignac: N 45° 03 630  -  E 01° 09' 605
120 km

 


chateau de Hautefort

overnachten in Montignac

Montignac, gelegen aan de Vézère
donderdag
13 juli
Tegen de middag kunnen we onze gereserveerde plaats opzoeken op de camping: zeer eng en weinig manoeuvreerruimte, vermits een boom in het midden van de campingplaats prijkt. Deze blijkt nadien zelfs een paar sporen te hebben nagelaten op de camper.

Na de middag fietsen we naar de grotten van Lascaux II. De eerste 2 kilometer is dat geen probleem, maar de laatste kilometer is de hellingsgraad niet in verhouding tot ons vermogen, zodat we in de drukkende hitte met de fiets aan de hand ons doel bereiken.

De originele grot van Lascaux is de beroemdste van alle prehistorische vindplaatsen in Europa door de grote hoeveelheid rotsschilderingen. In 1963, vijftien jaar na opening en na meer dan één miljoen bezoekers te hebben ontvangen, werd de grot gesloten wegens de nadelige inwerking van het koolzuur dat door de bezoekers werd uitgeademd.

Om het publiek toch te laten kennis maken met dit waardevolle cultuurgoed, werd 10 jaar later besloten een imitatiegrot te maken, 200 m daar vandaan, dank zij een uitzonderlijk staaltje van technologie en wetenschappelijke nauwkeurigheid.

Het is verbazingwekkend te zien hoe het gewelf en de wanden van de grot beschilderd zijn met afbeeldingen van paarden, stieren en bizons. Ook van het reliëf van de wanden werd gebruik gemaakt om de afbeeldingen in bas-reliëf voor te stellen, wat er op wijst hoe ver deze prehistorische kunst was ontwikkeld.


 



een krappe plaats
op de camping van Montignac

schilderingen op de muren

een mix van paarden, herten en bizons
vrijdag
14 juli
In de voormiddag fietsen we vanaf de camping langs de oevers van de Vézère naar het "Chateau de Losse", 7 km verder.
Dit elegante kasteel ligt in een prachtige omgeving tussen het groen, en vormt een gedroomd decor voor schilders.

Het interieur is het bezichtigen waard vanwege het waardevolle meubilair, waaronder talrijke Italiaanse kasten, Louis XIII-meubelen en de vele Vlaamse wandtapijten.

Van hieruit fietsen we naar het museum "Le Thot", 2 km verder.

Ook hier moeten we de laatste km te voet afleggen wegens te steil. In dit museum is er een overzichtstentoonstelling van de schilderijen, bas-relïefs en rotstekeningen uit de prehistorie. Meest dankbaar is echter de geklimatiseerde zaal, waarin een video wordt getoond. Wat afkoeling is welkom na een snikhete klim, en bij een buitentemperatuur van 35 graden.
Verder stelt deze site niet zo veel voor.
 

's Avonds kunnen we van op de camping het vuurwerk bewonderen, dat in het centrum plaats heeft. Het is immers "le quatorze juillet", de nationale feestdag in la douce France.

 

 

het kasteel van Losse


enkele Nederlandse schilders, die
het kasteel van Losse op doek vastleggen

muurschildering in het museum Le Thot
zaterdag
15 juli
Na 3 overnachtingen in Montignac, rijden we verder zuidwaarts  naar Les Eyzies de Tayac, waar we eerst de grotte du Grand Roc gaan bezoeken. Met een duoticket worden we eerst rondgeleid in de Laugerie Basse.

Deze vindplaats is duizenden jaren voor onze tijdrekening bewoond geweest. Hier zijn talrijke stenen werktuigen, kunstvoorwerpen en beenderen ontdekt. Na een inleidende videofilm, worden we door de site rondgeleid, om tenslotte zelf de speer met drijver te mogen hanteren.

Nadien bezoeken we de Grotte du Grand Roc. De trappen en het terras bij de ingang van de grot bieden een schitterend uitzicht over het dal van de Vézère. De grot heeft een totale lengte van 40 meter, en bestaat overwegend uit kleine ruimten, waar naast talloze stalactieten en stalagmieten een ongekende verscheidenheid aan kristalvormen te zien is.

Na het middagmaal, rijden we richting Le Bugue (8).
Eerst gaan we de Gouffre de Proumeyssac bezoeken, 3 km verderop.

Via een tunnel bereikt men het platform dat halverwege deze kloof is aangelegd. Vanaf hier is de gehele onderaardse koepel te zien, regelmatig van vorm en met onderaan de wanden mooie okerkleurige en witte druipsteenformaties. Het aardewerk dat op de bodem van de grot staat en aan het versteningsproces wordt blootgesteld, doet in deze overweldigende natuurlijke omgeving dan ook wat vreemd aan.
Op aanvraag, en mits meerprijs, kan men zich in de grot laten neerdalen, in een kooi, vroeger aangedreven door paarden; nu door een krachtige motor.

Nadat we onze cultuur wat hebben bijgeschaafd, gaan we naar camping "Rocher de la Grenelle" in Le Bugue, waar we boeken voor 2 nachten.
camping: N 44° 54' 800  -  E 00° 55' 230
50 km

 


bewoonde huisjes leunen aan
tegen de Grand Roc

speerwerpen in de Laugerie Basse

Gouffre de Proumeyssac
zondag
16 juli
Aan de rand van de Périgord Noir, op de linkeroever van een meander in de Vézère, vlak bij de plaats waar deze samenvloeit met de Dordogne, ligt Le Bugue. Het is een bedrijvig centrum, waar eveneens het grootste aquarium voor zoetwatervissen is gelegen.

Hoewel we dit al eerder hebben bezocht, willen we dit nog eens overdoen. Een nieuwigheid is het voederen van vissen door een duiker, die rustig de dieren kan aaien, terwijl hij de mosseltjes in hun bek steekt.

We maken nog een wandeling langs de fleurige kade, die ons naar het office de tourisme leidt. Hier checken we even onze e-mails van het thuisfront.

In de namiddag houdt moeder de vrouw zich bezig met het lezen van een boek, terwijl ik afkoeling ga zoeken in het zwembad van de camping; de tropische temperaturen blijven immers aanhouden.


de kade in Le Bugue
 

vissen voederen in het aquarium van
Le Bugue
 
maandag
17 juli
Vandaag rijden we een flink stuk zuidoostwaarts richting Cahors, maar proberen onderweg nog een paar bezienswaardigheden mee te pikken.
Eerst is er het chateau des Milandes, gelegen in de vallei van de Dordogne, tegenover Beynac.
In 1949 werd dit kasteel aangekocht door de toen alom gevierde zangeres en actrice Josephine Baker. Zij noemde het "Le village du monde". Ze bracht er 12 kinderen onder, die ze geadopteerd had uit evenveel verschillende landen. In een gedeelte van het kasteel is een tentoonstelling ingericht over deze artieste en haar levenswerk, waar in 1969 wegens gebrek aan geld een eind aan kwam. De kamers zijn sfeervol ingericht en geven de indruk dat deze nu nog bewoond zijn. Vanuit de kamers heeft men een prachtig uitzicht op de Dordognevallei.

Op het binnenplein van het kasteel krijgen we er nog een roofvogelshow te zien met arenden, valken en uilen. De moeite waard.

We rijden verder en brengen een bezoek aan de tuinen van Marqueyssac, die in alle folders voorgesteld worden met mooi in vorm gesnoeide buxussen en voor een bezoek aangeprezen worden. Dit valt echter tegen: deze sierstruiken nemen maar enkele vierkante meter in beslag, terwijl de 6 km lange wandelpaden door hagen of muren worden afgezoomd.

We rijden door naar Cahors, waar het een hele bedoening is om de camping te vinden. Na een helse tocht door smalle en steile weggetjes bereiken we ons doel, waar we mogen vernemen dat de camping "complet" is, zodat we doorrijden naar onze volgende geplande bestemming: St.Cirq-Lapopie (9), 30 km ten oosten van Cahors, waardoor we in de Lot zijn terechtgekomen.

camping La Plage in St.Cirq: N44° 28' 206  -  E 01° 40' 882
165 km

 


Chateau Les Milandes

een wandeling door de tuinen van Marqueyssac

in vorm gesneden buxussen in Marqueyssac
dinsdag
18 juli
We profiteren van de relatieve kilte van de voormiddag om een bezoekje te brengen aan het dorpje St.-Cirq, dat zich op een tweetal km van de camping bevindt. Via een wandelweggetje langs het water, bereiken we de toegangspoort van het dorpje, waar zich een prachtig zicht ontvouwt op dorpje, de kerk, en de vallei, 80 m lager gelegen.

Het is aangenaam zomaar wat rond te dwalen door de smalle steile straatjes met huizen in vakwerk. De meeste zijn gerestaureerd door kunstenaars en ambachtslieden, die zich aangetrokken voelden door de charme van St.Cirq en de schoonheid van het dal van de Lot. Het is alsof de tijd hier is blijven stilstaan. Dit dorpje heeft indruk gemaakt op ons.
Na een terrasje dalen we weer af naar de camping, terwijl de temperatuur geleidelijk weer aan 't stijgen is naar tropische waarden.

In de namiddag houden we ons rustig binnen in de camper: terwijl het buiten 36°is, probeert de airco het binnen op 26° te houden, wat relatief fris mag genoemd worden.
Aan de achterzijde van de camping zijn speciale camperplaatsen voorzien, echter zonder elektra (€7per nacht + €2 douche).

 

St.-Cirq Lapopie, een enig mooi dorpje

huisjes in vakwerk,
bedekt met bruine pannendaken
woensdag
19 juli
We verlaten Saint-Cirq en rijden naar Cabrerets, een tiental km noordwaarts. Hier bevindt zich de grotte du Peche Merle. Deze grot is interessant vanwege de rijkdom aan kalkformaties, maar vooral door de originele muurschilderingen. De zalen die voor het publiek toegankelijk zijn, strekken zich uit over een lengte van 1200 m.
Per dag worden slechts 700 bezoekers toegelaten, om de grot de kans te geven zich 's nachts te kunnen herstellen. Daardoor ontstaat soms een wachtlijst van enkele uren, temeer omdat men in groepjes van niet meer dan 25 wordt toegelaten. Wij hebben geluk: bij de groep die op het punt staat te vertrekken zijn er nog 2 plaatsen vrij, waardoor we onmiddellijk kunnen aanschuiven.

De meest gekende muurschildering is deze waarbij de omtrekken van 2 paarden zijn getekend, bedekt en omgeven door gekleurde stippen. In de laatste zaal zijn de wortels van een eik doorgegroeid, die zich op de bovengrondse parking bevindt, en die zich door de vochtigheid goed hebben ontwikkeld.

Van hieruit rijden we naar Figeac (10), waar we de camping les Rives du Surgié gaan opzoeken., gelegen achteraan de base de Loisirs.
Nadat we een mooie afgebakende plaats hebben gekregen, trekken we nog even op verkenning naar het centrum. Een opkomend onweer dwingt ons echter snel terug te keren, om de schade te beperken bij het materiaal dat is blijven buiten staan. Vooral de openstaande luifel is de tere plek, maar gelukkig zijn we net op tijd "thuis" om alle onheil te voorkomen.

camping Figeac: N 44° 36' 870  -  E 02° 02' 880
88 km

 


Cabrerets: de Grotte du Peche Merle

gekende muurschildering in de grot

Figeac, gelegen op de rechteroever van de Celé
donderdag
20 juli
We doen een tweede poging om het centrum van Figeac te bezoeken.

Imposante huizen van zandsteen zijn nog steeds getuigen van het roemrijk verleden van deze stad.  De oude binnenstad heeft zijn middeleeuwse plattegrond met smalle en kronkelige straatjes weten te behouden.

Opmerkelijk is de Place des écritures. Dit plein is omsloten door middeleeuwse gebouwen, en de grond is bedekt met een reusachtige stenen plaat (14m x 7m) van zwart graniet. Hierin staat een tekst in hiërogliefen. De tekst laat zich het best bekijken vanaf de hangende tuin boven het plein.

In de namiddag ga ik nog wat afkoeling zoeken in het openluchtzwembad aan de base de Loisirs, gelegen naast de camping. Er is eveneens gelegenheid om te roeien of met de waterfietsen op de Célé te "varen".


 


de place des écritures in Figeac

bootje varen aan de base de Loisirs in Figeac
vrijdag
21 juli
Tijd om een eerste fase van de terugweg aan te vatten. Doel is Bourges (11). We nemen de péage, en via Brive, Limoges, en Chateauroux, nemen we afrit 12 van de A20. Hier hadden we beter "madame GPS" gevolgd, die aanraadde om de snelweg tot Vierzon te volgen, vermits er een kei van een omleiding was, waardoor we van hot naar her werden gestuurd.

Naast de camping municipal bevindt zich een lozingsplaats, waar we dankbaar gebruik van maken. De camping blijkt een gekend stopplaats te zijn voor al wie van het zuiden komt: het ligt zowat halverwege, en op slechts enkele km van de A71. Vanaf 15 uur komen de eerste caravans toe, en dit duurt zowat tot 20u.

's Morgens vroeg is het echter onrustig: vermits velen vroeg willen vertrekken, zijn de kinderen ook reeds vroeg in de weer, zonder rekening te houden met de nog slapende kampeerders. Tegen 10 u is de camping leeg.
De temperatuur bereikt hier haar hoogtepunt: 42 graden! De airco draait op volle toeren.
camping in Bourges: N47° 04' 414  -  E 02° 23' 669
afstand Figeac - Bourges: 390 km


 


vakwerkhuizen in Bourges

de camping municipal in Bourges
zaterdag
22 juli
Na een hevig onweer van de voorbije nacht, ontwaken we onder een grijze hemel.
Na het ontbijt gaan we het centrum verkennen. De oude stadskern is bewaard gebleven en op smaakvolle wijze gerestaureerd. De vakwerkhuizen zijn in hun oorspronkelijke glorie hersteld. Het is er rustig winkelen, vermits de meeste zaken zich in de autovrije straten bevinden.

Van kilometers ver in de omtrek doemt het hoge silhouet van de statige kathedraal op. De Notre Dame in Parijs heeft beslist als model gediend voor de bouw van deze kathedraal: de gelijkenissen zijn opvallend.

Voorzien van een baguette keren we na het stadsbezoek terug naar de camping.
De namiddagactiviteiten staan op een laag pitje: terwijl moeder de vrouw haar verslagen bijwerkt op de laptop, ga ik naar het plaatselijk zwembad, 500 m verder, om er andermaal wat verkoeling te zoeken.
 

 


vakwerkhuizen in Bourges

de kathedraal in Bourges
zondag
23 juli
Voorlaatste etappe van onze terugkeer. We rijden verder noordwaarts. Om de ring rond Parijs te vermijden, nemen we iets over Orléans de afrit, die leidt naar Chartres, Dreux en Evreux. Daarna gaat het richting Rouen en Abbeville naar de camping municipal in Etaples, enkele kilometer voor Boulogne. Hier willen we de laatste nacht van onze geslaagde reis doorbrengen.

camping in Etaples: N  50° 32' 037  -  E 01° 37' 417
Bourges - Etaples: 484 km

 

een laatste terrasje...
maandag
24 juli
Met nog 160 km voor de boeg, staan we na 2.30u weer thuis.
Een mooie reis vol afwisseling: interessante bezienswaardigheden gezien, actief gefietst en zalig geluierd. Totale afstand: 2600 km