9 dagen               Moezel, Rijn en Ahr            april 2003
 

zaterdag
5 april

Na een winterslaap van 7 maanden, wordt dit onze eerste uitstap van het jaar. Voor de bestemming heb ik me laten leiden door een mix van ideeën, geput uit verslagen van mede-camperaars, waarvoor trouwens mijn dank, Eef en Eddy.
Voor de eerste trip ligt 425 km weg voor de boeg. Via de A17 gaat het via Kortrijk, Doornik en Mons naar Namen, waar we de E411 volgen richting Luxemburg, om daar voor het eerst bij te tanken. Het loont de moeite: € 0,64 voor een liter diesel. In België is dat op hetzelfde ogenblik € 0,79 terwijl men in Duitsland € 0,94 moet neertellen. Ook de shop van het benzinestation doet er gouden zaken: vooral sigaretten verkopen er als zoete broodjes. Geen wonder, als je weet dat de prijs 25% minder is.
Laatste stuk van de etappe: van Luxemburg naar Ehnen, gelegen aan de Moezel, 10 km ten NO van Remich, waar we sinds enkele jaren vaste klanten zijn op een camperplek langs de Moezel. 
Groot echter is onze verbazing, als we zien dat een camper-verbodsbord op de parking is aangebracht. Blijkbaar bedankt ook Ehnen voor dit soort toeristen.
Het is ondertussen 20.30 u, en bijna donker. 
We rijden een paar km verder, en vinden in Grevenmacher (1), een paar 100 m over de "Caves", rechts een grote parking bij de aanlegplaats van een plezierboot, waar we ons bescheiden opstellen. 

 


klik op de kaart voor een
vergrote weergave van de reisroute

 


parkeerplaats in Grevenmacher
 

zondag
6 april
We ontwaken onder een stralende voorjaarszon. Buiten is het een drukte van jewelste. Langzaam wordt elk plekje op de parking ingenomen. Om 10 uur vertrekt de plezierboot voor een tocht op de Moezel, en de laatste toeristen trachten nog snel een plaatsje te vinden om hun wagen te parkeren.
2 km verder zoeken  we aansluiting op de snelweg A64, die we volgen tot voorbij Trier. In Mehring zoeken we weer de 53 op, de weg die ongeveer 200 km zij aan zij loopt met de Moezel tot in Koblenz.
Eerste halte is Bernkastel-Kues (2). Niettegenstaande we daar al eerder zijn geweest, kan ik het niet nalaten nog eens te flaneren door de smalle straatjes, afgezoomd door goed onderhouden huizen in vakwerk.  Een foto van het marktpleintje lijkt zo geschikt om te prijken op een puzzeldoos.
Na de middag vervolgen we de weg met een stop in Traben-Trabach (3). Een wandeling in de 2 dorpen (Traben: linkeroever en Trabach: rechteroever) valt tegen. Onderhoudswerken aan de brug en aan de grote toegangspoort ontsieren het beeld. In het centrum, dat eigenlijk maar één straat omvat, is geen kat te bespeuren.
Volgens de planning is Enkirch, gekend door menig camperaar, de volgende overnachtingplaats. Het is nog maar 3 uur in de namiddag en vermits het te koud is om te wandelen of te fietsen, besluiten we door te rijden naar Cochem (4). Na een fikse "umleitung" wegens gevaar voor neervallende rotsblokken, komen we rond 17 uur aan op camping "Schausten",  800 m van het centrum. 


Bernkastel aan de Moezel
 


Vakwerkhuizen
op het marktplein in Bernkastel
 


Trabach, vredig gelegen op
de rechteroever van de Moezel
 

maandag
7 april
Bij het ontwaken schommelt de buitentemperatuur rond het vriespunt, en dat laat zich voelen in de camper. 
Na het ontbijt gaan we het stadje verkennen, nadat ik eerst een stadsplan heb bemachtigd in het bureau van toerisme. 
Cochem is met zijn 7000 inwoners een gezellig en karakteristiek Moezelstadje met een mooi marktplein en pittoreske straatjes, met een middeleeuwse burcht, een stadspoort en resten van oude stadsmuren, kortom alles wat de toerist kan charmeren. In de winkelstraat komt de Burgstrasse uit, die naar de Reichsburg leidt. Vermits het bijna 12 uur is, besluiten we deze in de namiddag te bezoeken, en als troost een paar flessen witte wijn en bijhorende roemerglazen te kopen.
Eenmaal op de camping, wordt een eerste fles aan een smaakproef onderworpen, en doorstaat deze test met glans.

In de namiddag wordt een bezoek gebracht aan de burcht, die we via de Moezelpromenade en heel veel trappen bereiken. Er is een geleid bezoek, spijtig genoeg enkel in het Duits. De anderstaligen kunnen met een vertaalde tekst de rondleiding meevolgen. De burcht omvat 50 kamers, waarvan er slechts 7 bemeubeld zijn, en bezocht kunnen worden. Niet veel, maar ze laten een diepe indruk na, evenals de uitleg en de anekdotes die bij elk vertrek passen. 

De grootste financiële onkosten worden jaarlijks besteed aan het stabiel houden van de ondergrond die uit leisteen bestaat, en die geen garantie biedt voor stevigheid. 


zicht op Cochem en de Moezel
 


het marktplein van Cochem
 


de Reichsburg in Cochem
 

dinsdag
8 april
Andermaal een stralende ochtend, maar weer wijst de thermometer onder nul. Bij het starten weigert de accu, en starten is onmogelijk. We kunnen profiteren van het voordeel dat we op een camping staan: naast de camper is een elektriciteitsaansluiting. Nadat ik de accu 10 minuten heb opgeladen, is de reanimatie gelukt: de motor start zonder problemen.
We vervolgen onze route en gaan een bezoek brengen aan de sprookjesachtig uitziende burcht "Burg Eltz" (5), 15 km verder gelegen stroomafwaarts, op het grondgebied Moselkern. Er is echter één probleem: de burcht is niet bereikbaar met de auto, laat staan met de camper. We volgen de borden die bestemd zijn voor autocars en moeten hiervoor een zeer smalle helling nemen van 15%, gevolgd door een daling van hetzelfde kaliber. Via een smalle doodlopende weg komen we op een parking terecht aan een restaurant, vanwaar we de tocht verder te voet moeten zetten. Er is trouwens nog een andere weg mogelijk, maar ook daar zorgt een pendelbusje voor het vervoer van de parking naar de burcht.  
Na 40 minuten flink doorstappen, bereiken we Burg Eltz, die qua uitzicht kan tippen aan een decor voor een sprookjesfilm. Vermits het bezoek enkel met een gids kan gebeuren, en het al rond twaalven draait, besluiten we de bezichtiging uit te stellen tot een volgende keer. Ook de kopzorg om uit dit godverlaten gat te komen, maakt me ongerust. 
Volgende keer: camper laten staan op een parking langs de Moezel en met de fiets tot aan het begin van de wandeling rijden. Over deze burcht is trouwens meer informatie te vinden op www.burg-eltz.de 

We rijden door tot in Koblenz (6), waar de Moezel in de Rijn uitmondt "Deutsches Eck" genoemd. We vinden een plaats op camping "Rhein-Mosel", een toepasselijke naam trouwens, als je weet dat deze camping net aan de samenvloeiing ligt van deze 2 rivieren. 
Volgens de ANWB-gids ben je in 5 minuten in het centrum met het voor personenvervoer bestemd veerpontje. Er staat echter niet bij dat dit maar functioneert in het seizoen. 't Zal dus te voet worden, een half uurtje stappen tot in het centrum! De fysieke conditie kan er maar baat bij hebben. 

Het gezellig marktplein kan ons bekoren, evenals een lange en drukke verkeersvrije winkelstraat. Morgen komt het culturele aspect aan de orde.


Burg Eltz


Deutsches Eck gelegen aan
de samenvloeiing van Moesel (l) en Rijn (r)
 


pittoresk marktplein in Koblenz
 

woensdag
9 april
Met de fiets rijden we naar Deutsches Eck, een strategisch gelegen plek waar Moezel en Rijn samenvloeien, gelegen net tegenover de camping op de andere oever van de Moezel (foto). 


Opvallend is het reusachtig monument met een 14m-hoog ruiterstandbeeld van  keizer Wilhelm I, de grootvader van de laatste Duitse keizer. Wie zich de moeite troost om de 107 treden te beklimmen, kan boven genieten van een weids uitzicht over de Moezel, de Rijn en het hinterland.

 

Gewapend met een stadsplan, fietsen we langs de Rijnpromenade naar het Kürfurstliches Schloss. Dit immense bouwwerk is opgetrokken in classicistische lijnen, waarbij uiteraard de Griekse (Ionische) zuilen niet ontbreken. Van 1786 tot 1794 diende het gebouw als keurvorstelijk paleis, terwijl de Franse bezetters het daarna gebruikten als kazerne en militair hospitaal.




Even verder langs de promenade, aan de zuidzijde van de Rijnbrug, treffen we het Weindorf aan, gebouwd in 1925 als tentoonstellingsruimte, en in '51 volledig vernieuwd. Met zijn 4 Winzerhäuser in vakwerkstijl uit verschillende Duitse wijnbouwstreken, is het een oord van jolijt. Van juni tot september worden hier elke avond wijnfeesten gevierd, maar ook de rest van het jaar kan men hier dagelijks terecht  voor het drinken van een glaasje wijn.


Verschillende kerken zijn een voorbeeld van architectuur. Zo zijn er de Castorkirche en de Jesuitenkirche, maar mijn aandacht wordt getrokken door de Liebfrauenkirche, die in 1953 volledig werd gerestaureerd, nadat ze in tijdens WO II aanzienlijk werd beschadigd. De kerk is een pijlerbasiliek, gebouwd op de plaats waar eens een oud Romeins kasteel heeft gestaan. Haar oranje-witte gevel steekt mooi af tegen de felblauwe lucht. 

Onze culturele citytrip zit er op. Nadat we nog even door de verkeersvrije winkelstraat geslenterd hebben, zoeken we ons "mobiel huis" weer op en genieten nog van een rustige avond.

 


Het monument van Wilhelm I op Deutsches Eck


Kurfürstliches Schloss


Weindorf in Koblenz


Liebfrauenkirche

donderdag
10 april
Vandaag verlaten we Koblenz. Met een laatste blik op de Rijn rijden we via de snelweg A61 tot de afrit Bad Neuenahr (20 km ten Z van Bonn). We rijden naar Ahrweiler.
Hier heb ik de indruk dat stuifmeelkorrels of vroegtijdige graspollen ronddwarrelen, maar spoedig blijkt het om sneeuwvlokken te gaan. 

Ondertussen zijn we in het Ahrdal beland. We volgen in westelijke richting de kronkelende 267, die de loop van de Ahr volgt. 
We houden halt op de camperplaats in Mayschoss. Deze is naast de spoorweg gelegen, maar omdat elke trein die maar een vier- tot zestal wagons trekt hier stopt en dus geen snelheid heeft, is deze niet hoorbaar. Er zijn ook geen goederentreinen op deze lijn.
Op deze camperplaats betaal je 4 euro per overnachting. Omdat ik de startaccu niet betrouw, geef ik er de voorkeur aan om door te rijden naar een camping in Altenahr, zodat we stroom hebben in geval van nood om de accu weer op te laden.

Altenahr is een typisch wijndorp gelegen in het schilderachtig deel van het Ahrdal. De rivier slingert zich in een hoefijzervorm om het dorp, terwijl de weg en de spoorlijn hier de bocht afsnijden door een tunnel die, in 1834 gebouwd, de oudste is van Duitsland.

De grootste attractie is de Sesselbahn, de stoeltjeslift die over de rivier naar de top van de Ditschardtheuvel voert. Deze is echter alleen maar functioneel in het hoogseizoen.

Nadat we ons een plaatsje hebben toegeëigend op camping "Altenahr", halen we de fietsen van het rek, en zetten meteen uit voor een tocht langs één van de vele bewegwijzerde fietspaden. Wie het niet meer ziet zitten om fietsend terug te keren  kan zijn toevlucht nemen tot de trein die in elk station stopt: 2 coupés  zijn voorzien voor fietsen. Dat staat trouwens duidelijk afgebeeld op de portieren van de wagons. 

We zijn nog maar net vertrokken, als dikke sneeuwvlokken uit de lucht dwarrelen. Via een zalig fietspad, dat naast de Ahr ligt, komen we eerst terecht in Mayschoss (7), waar we daarnet nog met de camper even halt hielden. We rijden nog een klein eindje door tot in Rech, maar de lucht wordt alsmaar grijzer, zodat we op onze stappen terugkeren. 
In het mooi gerestaureerde stationsgebouwtje van Mayschoss, drinken we nog een kop koffie, en vatten dan de terugweg aan tot in Althenar. Er staat 18 km op de kilometerteller. 



camperplaats in Mayschoss achter het stationsgebouwtje


Altenahr bij sneeuwval


langs het fietspad van Altenahr naar Rech


goed ingepakt: de thermometer wijst immers 3°

vrijdag
11 april
De eindbestemming vandaag is Blankenheim, 60 km zuidwestwaarts. Normaal is de route voorzien via het bezienswaardige plaatsje Bad Munstereifel, om onderweg een bezoek te brengen aan de radiotelescoop op de Effelsberg. Dit is immers de grootste beweegbare radiotelescoop van Europa, met een spiegel van 100 m diameter. 

Het weer beslist er anders over: er ligt een dun sneeuwlaagje, en vermits enkel op de hoofdwegen werd gestrooid, wil ik geen risico's nemen om via een kronkelige secundaire weg nog eens 300 m te moeten klimmen.
't Is voor een volgende keer.

Ik vervolg de 257 tot in Nürburg, gekend om zijn Nurburgring. Dit dorpje, dat slechts 220 inwoners telt, behoort tot de hoogst gelegen dorpen in de Eifel (650 m). 

Hier nemen we de 258 richting Blankenheim (9). 
Bij het binnenkomen van het dorp ligt, aan de rechterkant, op 100 m van de weg, tegen de rand van het woud, een mooie camperplaats met servicepunt: lozing voor chemisch toilet, waterafname (1€) en 6 elektriciteitspunten (1€ /10u) 

Het is middag, 12 uur, en voorlopig staan we hier alleen, maar dit duurt niet lang: parkerende campers werken als vliegenvangers. Tegen de avond zijn we met een tiental.

Het middeleeuwse plaatsje Blankenheim is zeer in trek bij de toeristen. Door zijn oude gebouwen en vakwerkhuizen is het er sfeervol en heeft het een prettig aanzien. Op een binnenplein bevindt zich in de hoek, beschermd door tralies, de bron van de Ahr (Ahrquelle). 

Het kerkje vormt er samen met de andere huizen in vakwerk, een uniek decor voor schilders en fotografen. Het laat een diepe indruk na.
De Maria Himmelfahrtkirche is gesticht in 1495 door graaf Johan 1 van Manderscheid. Bezienswaardig zijn de plafondschilderingen, het orgel uit 1660 en het fraai gesneden altaar. 

Blankenheim heeft tevens een burcht, gebouwd in de 12de eeuw. Deze is echter niet te bezoeken, omdat die nu samen met een ander annex gebouw, dienst doet als jeugdherberg.
De Fransen hebben de waardevolle bibliotheek meegenomen naar Parijs, en tentoongesteld in het Louvre, waar deze nu nog steeds te zien is.

De enige troost van deze klim is een prachtig zicht op de omgeving en het dorpje zelf. In het centrum  zijn bussen en vrachtwagens niet welkom. Ook personenwagens kunnen moeilijk hun weg vinden door de smalle straatjes, en worden zoveel mogelijk omgeleid.

Via een aangelegde wandelweg en vele trapjes, komen we weer in de bewoonde wereld terecht. 

 


sfeervol binnenplein, omringd door huizen in vakwerk


de bronnen van de Ahr:


het kerkje troont boven de huizen uit, daarachter het kasteel


het kasteel dat nu dienst doet als jeugdherberg
 

zaterdag
12 april
Vandaag rijden we weer België binnen. Durbuy is de bestemming. 

Van Blankenheim gaat het naar Stadkyll en Prüm, om zo even de Luxemburgse grens over te steken om te tanken. Het scheelt immers meer dan een slok op een borrel om 60 liter diesel te tanken (prijzen: zie zaterdag). 
Via Salmchateau rijden we over de Baraque de Fraiture naar La Roche, waar we op de camperplaats aan het zwembad even pauzeren om te lunchen.

Over Hotton rijden we tenslotte naar Durbuy, het kleinste stadje van België,  waar we naar onze vaste plaats gaan, over het centrumpleintje naar de Roche du Glawan.  Hier staat ons dezelfde verrassing te wachten als de eerste avond: ook deze camperplaats behoort tot het verleden: enkel toegelaten voor personenwagens, en dan nog "payant"- mits betaling.  Terug het centrum uit dus, waar men op 1 km een immense parking heeft aangelegd met PVC-grasdallen als ondergrond. We vervoegen een dertigtal campers. Bij een grove schatting, kunnen er hier zo'n 50-tal staan.(vanaf 2004 worden hier geen campers meer toegelaten; men wordt doorverwezen naar camping "le Vedeur". Dit is reeds de tweede camperplaats in Durbuy die haar deuren sluit voor campers! Om een stadswandeling te maken, kan men dus nergens nog zijn motorhome kwijt.)

's Avonds gaan we ons te goed doen in één van de vele restaurantjes rond het centrumplein. Het vismenu wordt heerlijk gesmaakt!

 


camperplaats voor het zwembad in La Roche


grote camperplaats, 1 km voor het binnenrijden van Durbuy (gesloten voor MH's sinds 2004)

zondag
13 april
Aan alles komt een eind. Ook aan deze voorjaarsuitstap. 
Via de N4 vervoegen we de E411 tot Namen, om langs Mons, Doornik en Kortrijk veilig onze thuishaven weer op te zoeken. 't Is goed geweest.

Uitkijken naar de volgende trip. Bestemming: voorlopig nog onbekend.


veilig aangekomen aan het huisje Weltevree