Fysica

Up Verslag bosklassen Medisch Onderzoek Natuurwetenschappen Natuurwetenschappen2 Fysica Fysica2 Fysica3 Fysica4

 

Fysica

ZUURSTOFGASwpe1.gif (4039 bytes)

We branden een kaars onder een ..................................... ruimte (vb. een beker) die

........................................ in een bord met water staat. De ........................... lucht

onderhoudt de ............................................ , terwijl het water in de beker .....................

We merken dus op dat er uit de lucht dus iets ..................................... waarvoor de

......................................... de plaats inneemt. Hetgeen uit de zuivere lucht onttrokken werd ,

was ..................................... Dit gas is ............................. en ...............................

Na een tijdje ........................ de kaars. De .................................. lucht verandert in andere lucht ,

die de verbranding niet meer onderhoudt : ...............................................

lucht.

Het water is ondertussen in de beker met 1/5 gestegen , waaruit we kunnen opmaken dat er ....................%

zuurstof in de lucht aanwezig was.

Gebruiken we nu een .................... beker , dan zien we dat de verbranding ...................

duurt , gewoonweg omdat er meer zuurstof aanwezig was.

4/5 van de lucht - dus wat er in de bokaal overblijft - bestaat bijna volledig uit ....................................

een tweede soort gas dat in de lucht aanwezig is. Dit gas is eveneens ................................

Het werd zo genoemd omdat mensen en dieren in de lucht zonder zuurstof zouden ..............................

en omdat het de verbranding ............. onderhoudt.

Kies uit : zuurstofrijke - dooft - reukloos en onzichtbaar - grotere verbranding -

verse - langer - afgesloten - verdwijnt - zuurstof - zuurstofarme - 20 -

vloeistof - omgedraaid - stijgt - stikstof - niet - stikken - onzichtbaar.

 

In water of in een vochtige omgeving neemt het ................................. laagje van

................................... voorwerpen zuurstofgas uit de lucht op en verandert in .............

We .................................. ijzeren of stalen voorwerpen tegen roest door ze te ..............

of in te .................. zodat geen water of zuurstof meer aan het oppervlak raakt.

Alle levende ............................. hebben zuurstof nodig om in leven te blijven.

Men kan dit gas bereiden door samenvoeging van een bepaalde ......................... en een speciaal ...............................

Kies uit : buitenste - organismen - ijzeren - beschermen - oliën - poeder - roest -

vloeistof - verven.

TE ONTHOUDEN

- Bij de verbranding van een kaars , wordt een deel van de zuurstofgas uit de lucht verbruikt , de zuurstofrijke lucht wordt zuurstofarm.

- Hoe meer zuurstofgas een brandende kaars ter beschikking heeft , hoe langer ze blijft branden.

- Lucht bestaat uit ongeveer 4/5 stikstofgas en 1/5 zuurstofgas.

KOOLSTOFDIOXIDE

Een derde gas dat naast zuurstof en stikstof in de lucht voorkomt en dan nog in geringe hoeveelheden is ...............................

De mens .................... dit gas uit , terwijl groene ........................ het nodig hebben om in leven te blijven.

Het gas dat in een fles ...................................... omhoogborrelt , koolstofdioxide of met een andere naam .................................

Het gas is onzichtbaar en ............................. Voor het aantonen van dit gas in een vloeistof , voegen we ................................ toe.

Er ontstaat een .................................... troebeling. We weten reeds dat bij elke verbranding ................................ uit de lucht

onttrokken wordt. De lucht wordt dan zuurstofarm maar tegelijkertijd ook ................................................

Koolstofdioxide onderhoudt de .............................................. niet en stopt ze onmiddellijk.

Kies uit : melkwitte - koolstofdioxide - verbranding - zuurstof - spuitwater -

koolstofdioxide rijk - koolzuur - giftig - ademt - onzichtbaar - planten -

kalkwater.

TE ONTHOUDEN

- In de lucht zit een heel kleine hoeveelheid koolstofdioxide (0,4%) , die gevormd wordt tijdens de verbranding.

DE VERBRANDING :

We ondervonden dat een brandende kaars .................................... verbruikt en een ander gas .................................. vormt.

Een kaars bestaat uit een staaf .......................... en in het midden een katoenen of vlassen .........................;

We merken op : door de hitte van de lucifer ...................... het vast kaarsvet en wordt ..................................

Dit vloeibaar kaarsvet trekt omhoog in de pit en ........................ door de hitte tot gasvormige kaarsvet , het gas brandt.

De kaarsvlam is een massa brandend ......................

We kennen drie soorten brandstof :

a) .................................... : stookolie en brandspiritus

b) .................................... : steenkool , hout , papier

c) .................................... : aardgas , butagas

Bij de verbranding der juistgenoemde brandstoffen is er altijd ...............en ................

in de vorm van ........................................ De ................................... boven de vlam ligt vrij hoog.

We noemen dit een ................................ verbranding.

BRANDSTOF + ZUURSTOF -> KOOLSTOFDIOXIDE + WARMTE

In ons ............................... worden ook stoffen verbrand. Opgenomen voedsel wordt in de ........................... verteerd.

Deze voedingsstoffen worden in het ....................... opgenomen.

Een deel ervan dient voor de ......................... en het andere deel voor de   ..................................

VOEDINGSSTOFFEN + ZUURSTOF -> KOOLSTOFDIOXIDE + WARMTE

We spreken hier van een zachte , ......................... verbranding.

Kies uit : vloeibaar - gasvormige - temperatuur - opbouw - vuur - zuurstofgas -

verdampt - vaste - lichte - lichaam - gas - koolstofdioxide - smelt -

vlammen - bloed - verbranding - darm - vloeibare - kaarsvet - pit -

hevige - trage

wpe4.gif (1783 bytes)

HET GELUID

We merken dat :

- het getrek aan een opgespannen elastiekje geluid voortbrengt.

- een trillende lat op de rand van de tafel geluid voortbrengt.

- het geblaas op een gespannen repel papier geluid voortbrengt.

Het was duidelijk te ........................ , dat er iets heen en weer bewoog toen er .............................. werd gemaakt.

Dit bewijst dat geluid wordt veroorzaakt door ..............................

Ook de snaren van allerlei ........................................... maken geluid als je ze laat trillen.

Terwijl je spreekt kun je met je vingers je eigen .............................. voelen trillen.

Een snel trillend voorwerp dat geluid voortbrengt noemen we een ...............................

Proeven :

Het ........................................ dat over het tonnetje gespannen is , trilt als er voor het tonnetje hevig lawaai gemaakt wordt.

Je kan door middel van ........................................... zelf een kaars doen flikkeren of ze zelfs doven.

We kunnen geluiden alleen horen , omdat de trillingen zich ..........................................

Een trillend voorwerp doet in de ................................ golven ontstaan , net als een steen die je in het water werpt.

Zoals de golfjes in het water , planten de geluidsgolven zich voort in ......................... richtingen. Ze worden ................................

naargelang ze zich van de geluidsbron verwijderen

Kies uit : muziekinstrumenten - geluid - aluminiumfolie - alle - voortplanten -

geluidsbron - zien - steen - trillen - golven - zwakker - lucht - stembanden.

 

Een ................................... hoort onder water wat er op de oever gebeurt.

Een ................................... verbiedt je gerucht te maken opdat je de vissen niet zou doen schrikken.

Daaruit kun je besluiten dat het geluid zich ook door het .......................... voortplant.

Neem een lange stok. laat je vriend aan het uiteinde met zijn nagel aan de stok krabben. Je hoort het geluid nauwelijks.

Houd het andere eind nu aan je oor. Je hoort het geluid veel .......................... door het ........................ heen.

Met twee blikken busjes en enkele meter koperdraad kun je een toestel vervaardigen , dat op een telefoon lijkt.

We onthouden dat geluid zich ................................ voortplant in ..................................

en nog .................................. in .......................... stoffen , dan in lucht.

Hoe ................................. de trillingen zijn , hoe .............................. het lawaai.

Sommige geluiden zijn ........................... , omdat de trillingen ......................... zijn.

Andere geluiden zijn ..............................., omdat de trillingen ......................... gaan.

Als we naar iets luisteren klinkt het luider als we onze handen achter de oren plaatsen.

Onze .................................... dienen om de geluidsgolven op te vangen.

Je hebt al gezien dat golven in het water tegen de oever stoten en teruggestoten worden.

Iets gelijkaardig gebeurt er ook met de geluidsgolven.

Zo ontstaat de weergalm of .....................................

Als je een megafoon of ................................... gebruikt , worden de trillingen van je stembanden hierin ..............................

in alle richtingen. Daarom wordt het geluid ook krachtiger.

Bij een onweer zie je eerst de ................................. en hoort pas daarna de donder.

Toch ontstaan beide op hetzelfde moment. Het licht plant zich echter veel ..................

voort dan het geluid.

( licht 300000 km per seconde )

( geluid 340 m per seconde )

Kies uit : vaste - krachtiger - hoger - lager - sterker - bliksem - trager - hout -

vloeistoffen - luider - hengelaar - roephoorn - duiker - weerkaatst -

water - beter - sneller - oorschelpen - echo - vlugger.

TE ONTHOUDEN

- Geluiden worden veroorzaakt door trillingen in de lucht.

- Geluidsgolven planten zich beter door water , hout en vaste stoffen voor.