|
|
|
Fysica ZUURSTOFGAS We branden een kaars onder een ..................................... ruimte (vb. een beker) die ........................................ in een bord met water staat. De ........................... lucht onderhoudt de ............................................ , terwijl het water in de beker ..................... We merken dus op dat er uit de lucht dus iets ..................................... waarvoor de ......................................... de plaats inneemt. Hetgeen uit de zuivere
lucht onttrokken werd , Na een tijdje ........................ de kaars. De ..................................
lucht verandert in andere lucht , lucht. Het water is ondertussen in de beker met 1/5 gestegen , waaruit we kunnen opmaken dat
er ....................% Gebruiken we nu een .................... beker , dan zien we dat de verbranding ................... duurt , gewoonweg omdat er meer zuurstof aanwezig was. 4/5 van de lucht - dus wat er in de bokaal overblijft - bestaat bijna volledig uit
.................................... Kies uit : zuurstofrijke - dooft - reukloos en onzichtbaar - grotere verbranding - verse - langer - afgesloten - verdwijnt - zuurstof - zuurstofarme - 20 - vloeistof - omgedraaid - stijgt - stikstof - niet - stikken - onzichtbaar.
In water of in een vochtige omgeving neemt het ................................. laagje van ................................... voorwerpen zuurstofgas uit de lucht op en verandert in ............. We .................................. ijzeren of stalen voorwerpen tegen roest door ze te .............. of in te .................. zodat geen water of zuurstof meer aan het oppervlak raakt. Alle levende ............................. hebben zuurstof nodig om in leven te blijven. Men kan dit gas bereiden door samenvoeging van een bepaalde .........................
en een speciaal ............................... vloeistof - verven. TE ONTHOUDEN - Bij de verbranding van een kaars , wordt een deel van de zuurstofgas uit de lucht verbruikt , de zuurstofrijke lucht wordt zuurstofarm. - Hoe meer zuurstofgas een brandende kaars ter beschikking heeft , hoe langer ze blijft branden. - Lucht bestaat uit ongeveer 4/5 stikstofgas en 1/5 zuurstofgas. KOOLSTOFDIOXIDE Een derde gas dat naast zuurstof en stikstof in de lucht voorkomt en dan nog in geringe
hoeveelheden is ............................... Er ontstaat een .................................... troebeling. We weten reeds dat bij
elke verbranding ................................ uit de lucht Koolstofdioxide onderhoudt de .............................................. niet en stopt ze onmiddellijk. Kies uit : melkwitte - koolstofdioxide - verbranding - zuurstof - spuitwater - koolstofdioxide rijk - koolzuur - giftig - ademt - onzichtbaar - planten - kalkwater. TE ONTHOUDEN - In de lucht zit een heel kleine hoeveelheid koolstofdioxide
(0,4%) , die gevormd wordt tijdens de verbranding. We ondervonden dat een brandende kaars .................................... verbruikt
en een ander gas .................................. vormt. We merken op : door de hitte van de lucifer ...................... het vast kaarsvet en
wordt .................................. De kaarsvlam is een massa brandend ...................... We kennen drie soorten brandstof : a) .................................... : stookolie en brandspiritus b) .................................... : steenkool , hout , papier c) .................................... : aardgas , butagas Bij de verbranding der juistgenoemde brandstoffen is er altijd ...............en ................ in de vorm van ........................................ De
................................... boven de vlam ligt vrij hoog. BRANDSTOF + ZUURSTOF -> KOOLSTOFDIOXIDE + WARMTE In ons ............................... worden ook stoffen verbrand. Opgenomen voedsel
wordt in de ........................... verteerd. VOEDINGSSTOFFEN + ZUURSTOF -> KOOLSTOFDIOXIDE + WARMTE We spreken hier van een zachte , ......................... verbranding. Kies uit : vloeibaar - gasvormige - temperatuur - opbouw - vuur - zuurstofgas - verdampt - vaste - lichte - lichaam - gas - koolstofdioxide - smelt - vlammen - bloed - verbranding - darm - vloeibare - kaarsvet - pit - hevige - trage
HET GELUID We merken dat : - het getrek aan een opgespannen elastiekje geluid voortbrengt. - een trillende lat op de rand van de tafel geluid voortbrengt. - het geblaas op een gespannen repel papier geluid voortbrengt. Het was duidelijk te ........................ , dat er iets heen en weer bewoog toen er
.............................. werd gemaakt. Een snel trillend voorwerp dat geluid voortbrengt noemen we een ............................... Proeven : Het ........................................ dat over het tonnetje gespannen is , trilt als er voor het tonnetje hevig lawaai gemaakt wordt. Je kan door middel van ........................................... zelf een kaars doen flikkeren of ze zelfs doven. We kunnen geluiden alleen horen , omdat de trillingen zich .......................................... Een trillend voorwerp doet in de ................................ golven ontstaan , net
als een steen die je in het water werpt. naargelang ze zich van de geluidsbron verwijderen Kies uit : muziekinstrumenten - geluid - aluminiumfolie - alle - voortplanten - geluidsbron - zien - steen - trillen - golven - zwakker - lucht - stembanden.
Een ................................... hoort onder water wat er op de oever gebeurt. Een ................................... verbiedt je gerucht te maken opdat je de vissen niet zou doen schrikken. Daaruit kun je besluiten dat het geluid zich ook door het .......................... voortplant. Neem een lange stok. laat je vriend aan het uiteinde met zijn nagel aan de stok
krabben. Je hoort het geluid nauwelijks. Met twee blikken busjes en enkele meter koperdraad kun je een toestel vervaardigen , dat op een telefoon lijkt. We onthouden dat geluid zich ................................ voortplant in .................................. en nog .................................. in .......................... stoffen , dan in lucht. Hoe ................................. de trillingen zijn , hoe .............................. het lawaai. Sommige geluiden zijn ........................... , omdat de trillingen ......................... zijn. Andere geluiden zijn ..............................., omdat de trillingen ......................... gaan. Als we naar iets luisteren klinkt het luider als we onze handen achter de oren
plaatsen. Je hebt al gezien dat golven in het water tegen de oever stoten en teruggestoten
worden. Zo ontstaat de weergalm of ..................................... Als je een megafoon of ................................... gebruikt , worden de
trillingen van je stembanden hierin .............................. Bij een onweer zie je eerst de ................................. en hoort pas daarna de donder. Toch ontstaan beide op hetzelfde moment. Het licht plant zich echter veel .................. voort dan het geluid. ( geluid 340 m per seconde ) vloeistoffen - luider - hengelaar - roephoorn - duiker - weerkaatst - water - beter - sneller - oorschelpen - echo - vlugger. TE ONTHOUDEN - Geluiden worden veroorzaakt door trillingen in de lucht. - Geluidsgolven planten zich beter door water , hout en vaste stoffen voor. |