|
|
Volgens mijn identiteitskaart noem ik Guido Blanchaert, ben ik geboren in Gent op 22 februari 1943, dus ik ben zeker niet de jongste klimmer, maar gelukkig ook niet de oudste. Mijn vrouw is Myriam Stips, samen hebben we 3 dochters en 8 schatten van kleinkinderen. Dus ik ben al achtmaal opa! Ik was gedurende 37 jaar werkzaam in het Laboratorium voor Aanwending der Brandstoffen en Watmteoverdracht, in de faculteit der Toegepaste Wetenschappen van de Gentse Universiteit. Lang geleden ben ik bij de scouts geweest en daar kon ik op 16jarige leeftijd mijn eerste 10m rots beklimmen ergens in Freyr. Mijn liefde voor de natuur heb ik trouwens ook aan die periode te danken. Mijn liefde voor de bergen heb ik als 14 en 18 jarige opgedaan in Zwitserland. |
Er zijn 3 delen: Mijn Stamboom - Mijn Werk en Mijn Hobby's
Ik ben er dank de medewerking van velen erin geslaagd om de stamboom in rechte lijn op te maken die nogal diep terugkeert in de tijd. Wie wil weten of hij in mijn familielijn bindingen heeft kan hierbij nazien welke gemeenschappelijke voorvader/moeder we hebben.
|
Blanchaert Guido Gent 22-02-1943 |
|
Blanchaert Ghisleen Brugge 30-03-1916
|
|
Blanchaert Jan Baptist Zomergem
5-06-1873
|
|
Blanchaert Eduard Zomergem 13-04-1837
|
|
Blanchaert Judocus B. Vinderhoute
13-04-1793
|
|
Blanchaert Jean Francois Vinderhoute
15-04-1754
|
|
Blanchaert Christoffel Vinderhoute
20-04-1711
|
|
Blanchaert Joannes Carolus
Vinderhoute12-09-1663
|
|
Blanchaert Joannus Vinderhoute
3-06-1632
|
|
Blanchaert Petrus Vinderhoute
1605
|
|
Blanchaert Thomas 1550 (onzeker)
|
Aangepaste namen komen voor in deze geslachtslijn onder: Blanchaer, Blanchaerd, Blansaer, Blanchair, Blancquaert, De Witte en Wittekarre.
Verder geraken we niet, maar volgens 2 verschillende kanalen zouden omstreeks die tijd 2 broers uit Frankrijk zijn gevlucht en zich hebben gevestigd in Vinderhoute. Met de godsdienstoorlogen in Frankrijk is dat zeer goed mogelijk. Een ander aanwijzing dat dit mogelijk is haal ik uit het feit dat in 1568 pastoor Gillis de Meyere van Vinderhoute op de brandstapel terecht gesteld werd bij het Gravensteen wegens zijn ketterse opvattingen. Mogelijk hebben die 2 broers contact gezocht bij gelijkgezinden. De naam Blanchard komt trouwens in Zuid-Oost Frankrijk veelvuldig voor in de streken waar de vele vormen van het protestantisme (Waldenzen, Hugenoten, e.a.) zijn uitgeroeid.
Ik was tot 30 juni 2003 werkzaam in het Laboratorium voor
Aanwending der Brandstoffen en Warmteoverdracht, in de faculteit der Toegepaste
Wetenschappen van de Gentse Universiteit. Hier was ik enkele decennia terug
de stimulerende kracht om de eerste computer (Digital PDP11/34) binnen te
brengen in ons laboratorium; al vlug bleek ik zowel op hardware als software me daar zeer goed in
te voelen. De PDP-assemblertaal, Fortran en wat later Pascal hadden geen
geheimen voor mij. Het operating systeem was RSX11-M (de ontwerper daarvan heeft
later mede Unix ontworpen). Later zijn we overgestapt op het gebruik van
PC's, de kostprijs voor het onderhoud van de 2 PDP-machines was zo hoog dat voor
deze som meerdere PC's per jaar konden aanschaffen. Aangezien het moeilijkste gedeelte de
eigen hardware koppeling met meetapparatuur en het schrijven van de nodige
software was, de Digital computers centrale systemen waren (Multi-user en real
time), was de keuze bij het opkomen van de PC snel genomen: iedere
meetopstelling zou zijn eigen PC hebben. Eerst DOS, later Windows en een
massa's programmeertalen en applicaties.
Ik heb ook nog destijds de
voorstelling medegemaakt van de voorganger van het internet namelijk het Apranet.
Dus bij de populaire groei van het internet was ik een van de eerste die een Website voor onze dienst
opmaakte, toen nog met een doodgewone editor.
Eigenlijk heb ik de enorme ontwikkeling
medegemaakt van de mechanografische machines op mijn eerste werk tot de huidige
systemen. Ik heb nog als hobby een oude PDP11 met draadjesgeheugen van de
schroothoop gehaald en die nog doen werken, het opstarten bestond uit een eerste
routine via 0010100101011 ENTER, enz... op te geven via een sleutelklavier en als je
een reeks van een dertigtal had ingegeven en geen fout had gemaakt, dan stond de
eerste device klaar om het bootprogramma via een ponsband in te lezen... Het
totale geheugen was 16KB!!!! en de bak voor de processor en het geheugen moest
je met 2 man optillen.
Met de tijd ontwikkelde zich in het laboratorium het eerste officiële Brandveiligheidslabo van België,
al vlug bleek dit de zwaarste afdeling van ons dienst te worden. Ik heb als
eerste het voorrecht gehad om de algemene technische leiding te hebben over
brandproeven op werkelijke schaal op echte huizen en gebouwen. Deze brand-afdeling
groeide zo snel dat er verschillende zowel burgerlijke als industriële
ingenieurs voor deze afdeling werden aanvaard. Vanaf 1975 zou ik
voornamelijk werken
voor de afdeling warmtetechniek en als IT-verantwoordelijke voor het totale laboratorium. In
2001 werd er een informaticus aanvaard met de bedoeling dat hij mijn IT-taak zou
overnemen zodat ik in mijn laatste jaar een soort overdracht zou doen van
laboratoriumactiviteiten en ervaring naar de toekomstige prof die zowel het
gedeelte van Prof. Willems als dat van ir. Tavernier onder Prof. Minne en Prof.
Herpol had verwezenlijkt. (meettechniek bij warmteoverdracht (pyrometrie) en
fossiele brandstoffen).
Ik hoop nu ik in vervroegd pensioen ben nog veel te kunnen doen op een totaal ander gebied.
Een eerste punt is dat ik van jongs af nogal dicht bij het
sociale leven betrokken ben, op 19 jarige leeftijd begon in met het heropstarten
van de scoutsgroep waar ik tot mijn 15 jaar (zie nota) mee verbonden was geweest
(ARDU - VVKS Arthur Dubrulle in Mariakerke bij Gent). Ik heb daar veel vreugde
en vrienden bij gemaakt, zelfs vrienden voor het leven. (onder meer mijn eigen
vrouw Myriam die ik destijds ging vragen of ze welpenleidster wou worden...)
Nota: van mijn 15e tot mijn 17de ben ik noodgedwongen bij de goep Sint Tarcitius
geweest in het Gentse.
Later zou blijken dat ik die actieve sociale verbondenheid met mensen zou
behouden. Zo zal ik nu met mijn pensioenmogelijkheid goed
weten wat te doen.
Als echte hobby bleek zolang er kleine kinderen thuis waren niet veel tijd over. Jaarlijks onze uitstap naar de bergen was het evenement van het jaar, de fanatieke liefde voor het klimmen die is er later gekomen . Onze jongste die wou eens klimmen op een promotiemuur van de UCON (de eerste klimmuur in het Gentse waar mijn jongste broer vrij actief was). Papa had herinneringen en deed mee... sindsdien ben regelmatig blijven klimmen. Al vlug nam mijn broer me mee naar de Ardennen om mij terug op de rotsen te krijgen. Op de Mérinos heeft hij mij bij het voorklimmen een bepaalde zekerheid doen krijgen. Het naklimmen ging al vrij vlot maar voorklimmen had ik te weinig ervaring. Doordat ik later met verschillende klimpartners (waaronder een aantal ervaren en technisch sterke) geklommen heb is mijn niveau tot 6a voorklimmen geraakt. Door mijn leeftijd moet ik me neerleggen bij het feit ik ik op 6a zal blijven hangen maar ik doe het graag en heb al fluitend heel wat 5a's geklommen in 2002 in Saou en Orpierre. Ja ... ik ben verliefd geworden op rotsen. (mijn vrouw beziet dit als een alternatieve manier om de midlifecrisis te doorworstelen - voor mij mag ze gelijk hebben). De max die ik ooit geklommen heb is een 6b als naklimmer (op kop geraakte ik er niet door). In 2008 heb ik nog eens een 6a+ gehaald, maar dit na flink werken en wat tevergeefse pogingen. Mijn bergervaring is beperkt en meer gericht op het bergwandelen, een eenvoudige riscolage gletsjer of een rotspassage is geen probleem, maar daar stopt het ook bij. Trouwens sinds mijn hartoperatie mag ik niet meer boven de 4000meter, om maar te zwijgen over mijn conditie.
Ik woon in een natuurgebied, een miniparadijs en ben ook nooit uitgekeken op wat hier overal te zien is. Ik kan genieten van het vinden en observeren van niet alledaagse planten en dieren.
Door mijn pro-computer instelling stelde ik destijds voor om voor de BAC een Website op te maken en kreeg daar groen licht voor - de BAC was toen de eerste in België die een website had. - Al vlug bleek het internet het middel te zijn om ook met andere klimmers in contact te komen en ik verzorgde een wekelijkse mail naar de Klim- en Bergvrienden, deze lijst bleef groeien en het nieuws werd gewaardeerd door vele klimmers. In 2002 stopte ik hiermede omdat toen Belclimb bewees geen tijdelijke bevlieging te zijn; Belclimb nam dan ook deze taak over. Van 2002 tot 2007 werkte ik regelmatig voor Belclimb, na overname is dit zo goed als stilgevallen. Momenteel lees ik nog regelmatig de Belclimbsite, geef hier en daar nog een reactie.
Oh ja, indien mijn vingers geen pijn doen speel ik ook nog wat muziek op een elektronische orgel en een keyboard en dan nog het liefst als ik alleen thuis ben.