|
Epifysiolysis - Slipped Capital Femoral Epiphysis (SCFE) |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wat is een epifysiolyse van de heup (SCFE)?
Risicofactoren/Preventie De precieze oorzaak van deze aandoening is nog niet gekend. Het komt drie keer meer voor bij jongens dan bij meisjes, en in veel gevallen gaat het om kinderen die een belangrijk overgewicht vertonen. In de meeste gevallen is het een aandoening die traag en silentieus verloopt. In sommige gevallen echter treedt er een vrij acute loslating op van de heupkop naar aanleiding van een klein trauma (bvb haken aan een stoelpoot) of een val. Indien deze aandoening vroegtijdig wordt vastgesteld en correct wordt behandeld, is er een goede prognose naar heupfunctie in het later leven. Symptomen Vaak zal het kind een geschiedenis hebben van pijn in de lies, dij en of knie en een hinkende gang vertonen sedert verscheidene weken of maanden. In sommige meer ernstige gevallen is de patiënt niet langer in staat om te steunen op het aangedane been. De voet van het aangedane been wijst vaak ook meer naar buiten dan die van het niet aangedane lidmaat. Verder is het aangedane been ook iets korter dan het andere been. Bij onderzoek van de heup is er een verlies aan mogelijkheid tot buigen van de heup en naar binnen draaien van het dijbeen. In veel gevallen is er ook een ontstekingsreactie van de heup opgetreden die gepaard gaat met een beschermend immobieler houden van de heup (met spierspasmen). Principes voor Behandeling Het doel van de behandeling is om een verder afglijden van de heupkop te voorkomen tot de groeischijf tussen heupkop en dijbeen volledig is gesloten. Indien de heupkop verder zou afglijden, kan dit een verder beperking van beweeglijkheid ter hoogte van de heup veroorzaken en kan zich een vervroegde osteoartrose instellen. Men tracht deze aandoening dan ook zo snel mogelijk te behandelen, liefst binnen de 24 à 48 uur. Een vroegtijdige diagnose en behandeling is de beste garantie op een herstel van de normale heupfunctie. Chirurgische behandeling De meest gestandaardiseerde behandeling voor deze aandoening bestaat voor de laatste decaden uit een percutane fixatie van de heupkop door middel van gladde pinnen of een schroef. Naargelang de leeftijd van het kind en de aard van de slip kan de chirurg kiezen voor het plaatsen van 1 of meerdere schroeven en het eventueel terugbrengen van de heupkop naar zijn oorspronkelijke positie. Dit laatste wordt eigenlijk enkel gedaan in meer uitgesproken gevallen van verplaatsing van de heupkop (omdat het terugplaatsen op zich met potentieel meer complicaties kan gepaard gaan). Gezien het risico op het ontwikkelen van en gelijkaardig probleem aan de voorlopig niet aangedane heup wordt soms preventief een schroef geplaatst ter hoogte van de (nog niet) aangedane heup. Dit is echter mede afhankelijk van een eventueel andere onderliggende aandoening.
Postoperatieve Zorg In veel gevallen kan de behandeling worden uitgevoerd onder daghospitalisatie (of kort verblijf formule). Afhankelijk van de aard en ernst van de slip, zal uw kind nadien gedurende enkele weken tot maanden met krukken dienen te stappen. De kinesitherapeut op de verdieping zal dit vooraleer ontslag plaatsvindt, aan uw kind aanleren. Er zullen gedetailleerde instructies worden gegeven of uw kind al dan niet mag steunen op het geopereerde been. Het is belangrijk deze instructies nauwgezet op te volgen. Verder is het belangrijk dat uw kind de eerste 18 tot 24 maand na de ingreep van nabij wordt opgevolgd. Er zullen om de drie à vier maand radiografieën van de heupen worden gemaakt om een eventueel verder afschuiven van de heupkop af te sluiten en te documenteren dat de geopereerde groeischijf wel degelijk sluit. Gedurende deze periode kan de (sportieve) activiteit van uw kind worden beperkt. De volle activiteit kan maar worden hervat wanneer de groeischijf van de aangedane heup zich volledig heeft gesloten. Mogelijke complicaties Er bestaan verschillende potentiële verwikkelingen in geval van een epifysiolyse van de heup. De meest frequente zijn het ontwikkelen van een avasculaire necrose van de heupkop (stoornis in de bloedvoorziening) en een chondrolyse ( oplossen van het kraakbeen die de heupkop bedekt). Er bestaat geen methode om die kinderen te detecteren die een necrose zullen ontwikkelen en het beeld kan 6 tot 24 maand na de ingreep optreden. Chondrolyse leidt tot een stijve en pijnlijke heup met een verlies van flexie en rotatie. De precieze oorzaak ervan is nog steeds niet gekend. Agressieve kinesitherapie en ontstekingsremmers zijn de enige vorm van behandeling. In sommige gevallen is er een (partieel) herstel van mobiliteit van de aangedane heup.
|
||||||||||||||||||||||||||||||