Inplanting
van de kerk
Het
grote kerkplein, vooral bedoeld als ontmoetingsplaats, heet “Peellaertplein”.
Auto’s worden zo ver mogelijk van de kerk gehouden om deze oase van stilte,
rust en groen niet overmatig te storen. Toch ligt dit “parklandschap met kerk”
midden in de woonbuurt, vlakbij de twee hoofdstraten van Male, de Brieversweg
(naar het zuiden) en de Malehoeklaan (naar het westen, via de Malelatenstraat
bereikbaar).

Het kerkgebouw
Dat
onze kerk een “open” kerk is, wordt meteen duidelijk door de toren: een open
toren met één klok. De klok heeft als (doop) naam Albert-Stefaan, naar de twee
eerste pastoors: Albert Schotte en Stefaan Van Kerschaever. De peter is Guido
baron Gillès de Pélichy en de meter is mevrouw Marie-Louise Vanrobaeys. De klok
werd gezalfd in de paaswake op 15 april 1995 door
Beschrijving van de
binnenruimte en haar bijzonderste elementen.
Ook hier is alles gericht op helderheid, openheid en gemeenschap. Het
lichtaccent valt nadrukkelijk op het koor, maar door de ramen heeft men ruim
uitzicht op gazon en plantsoen. De vloer (met vloerverwarming) is een hellend
vlak, waardoor de gerichtheid op het koor en de zichtbaarheid vergemakkelijkt
worden. (Eigenlijk zijn er drie hellende vlakken: het vergde veel technisch
vernuft, niet zozeer om de drie vlakken naar het koor af te laten hellen als
wel om ze naadloos bij mekaar te laten aansluiten. En het vroeg eindeloos veel
geduld om van de achterste poten van de stoelen er precies dat stukje af te
zagen, opdat de stoelen horizontaal zouden staan.) De stoelen staan in drie
blokken en vormen door hun opstelling een deel van de cirkel, wat weer wijst op
gemeenschapsvorming in de vier
Het symboolvlak
Achter in
onze kerk werd een symboolvlak gemaakt. Het is de bedoeling om op dit
symboolvlak telkens iets uit te beelden dat te maken heeft met de tijd van het
kerkelijk jaar. Het verandert periodiek volgens de liturgische tijd waarin we
ons bevinden.
De belangrijkste voordelen van dit symboolvlak zijn :
*Van zodra je in de kerk komt word je meegenomen in de liturgische sfeer die
eigen is aan de periode van het jaar.
*Waar het symboolvlak staat is er ruim plaats en is alles goed zichtbaar voor
iedereen.
*Het is een mooie aanvulling bij de sterk visuele manier waarop we werken in
onze kerk. (zie projectie)
*Het vlak is verplaatsbaar en kan indien nodig uit de kerkruimte verwijderd
worden.
Het altaarkruis

Het bronzen altaarkruis, van de hand van de Duitse kunstenaar Eugen Keller, is
versierd met vier bergkristallen. Twee uitgesneden lijnen, een horizontale en
een verticale, verbinden de bergkristallen, en vormen samen het kruis.
De cirkel geldt als de meest volkomen geometrische vorm, zonder begin of einde.
Hij symboliseert de volmaaktheid en de eeuwigheid, hij is zinnebeeld van God en
de kosmos.
De cirkel in zijn bronzen vorm en kleur doet ondubbelzinnig denken aan brood.
Brood wijst naar Christus, brood voor ons leven. Deze broodvorm midden in het
kruis staat daarom symbool voor de eucharistie.
Bergkristallen zijn in de christelijke symboliek minder talrijk aanwezig dan
bv. dieren en bloemen, omdat ze vaak het exclusief bezit waren van rijke
lieden. Maar in dit altaarkruis vertolken de vier bergkristallen een rijk
geladen symboliek:
* voor God
God wordt in oude voorstell
* voor Christus
Kristal ontvangt het licht van elders en geeft het schitterend door, zoals
Christus alles van de Vader ontvangt om het door te geven aan de mensen.
* voor de christen
Kristal is transparant en door het zonlicht doorstraald. Dit is het beeld van
de christen die zich door Christus laat verlichten.
* voor het hemelse hof en de hemelse liturgie
In een visioen kijkt de apostel Johannes in vervoering door het hemels gewelf
en ziet de bovenzee. Deze is als een onmetelijke spiegel waarin Gods
Heerlijkheid zich afspiegelt. Zo worden wij erop gewezen dat de liturgie die
wij vieren ook een beetje als een feest in de hemel moet zijn.
* voor doopsel en boetesacrament
De vier bergkristallen hebben een gelijkenis met water: teken voor
doopselliturgie en voor de boetevier
De hoekmuren,
die
het koor afsluiten, vallen op door het gebruik van een ander materiaal. Het
zijn twee hoge muren in beton gegoten, samen vormen ze het centrum en het
zwaartepunt. Tegen deze wand prijkt het kruis. Ook hierin schuilt een rijke
symboliek: Christus is de hoeksteen die het hele bouwwerk samenhoudt.

Het kunstatelier Wefers in Keulen vervaardigde het met bergkristallen versierde
tabernakel, de kandelaars, de Godslamp en de boekhouder van de lezenaar,
evenals de twaalf wijdingskruisjes die verwijzen naar de twaalf apostelen: zij
zijn de “dragers” van de kerk.
Het altaar, de sokkel van de lezenaar en de zuil
van het tabernakel
Men opteerde om voor het centrum van de liturgische ruimte (voor de belangrijke
stukken) een edele steen te gebruiken, in dit geval Grieks marmer uit Thassos.
Inwijdingssteen

Deze kerk is
Stevens-orgel
Het nieuwe orgel dat op 15 oktober
‘Het orgel is een goedgebouwd en mooi
klinkend instrument.’
Er werd ons dan ook aanbevolen het instrument te kopen. Dankzij de medewerking van de kerkfabriek en de
stad Brugge, ook dankzij de inzet van MWWW en van vele parochianen, werd dit
mogelijk.
In onze kerk is het orgel nu een halve meter van de muur gebouwd zodat de
achterkant bereikbaar is indien nodig. Bovendien werden alle defecte onderdelen
vervangen en kregen we van orgelbouwer Andriessen uit Menen, die de werken
uitvoerde, 10 jaar garantie. Het orgel telt 9 registers en 564
orgelpijpen.
De registers zijn: Holpijp
In 1999
werd eveneens een piano aangekocht voor de begeleiding van de koren.
De duif in keramiek
is een gift van de Sint-Trudo-abdij, Male. Het
kruis, met de verrezen Christus, een gift van de parochianen, is
afkomstig van de monialen van Bethlehem uit Marche-les-Dames. Het glasraam tegen het venster stelt de dood van
Sint-Sebastiaan voor. Het is een gift van de familie Dr. R. Vermeersch-Mulier
uit Antwerpen. Het bevond zich eerder in een herenhuis in Leuven. Bij de
verhuizing van de familie Vermeersch naar Antwerpen vond de familie, dat het
glasraam beter tot zijn recht zou komen in een kerk. Het was Z.E.H. Herman van
den Bulcke die onze kerk suggereerde.
Het schilderij Pater Damiaan,
van de
hand en een gift van

Om gezondheidsredenen was het de schilderes onmogelijk om aan de wedstrijd deel
te nemen, en heeft ze het werk aan de kerk geschonken. Het figuratief-abstracte
werk stelt pater Damiaan voor in het bijzijn van enkele melaatsen die naar hem
opkijken. De gezichten, aangetast door melaatsheid, worden uitgebeeld door
structuren. Het gelaat van Damiaan, dat uiteindelijk zelf werd aangetast door
lepra, wordt hier voorgesteld door een zandstructuur. Ook melaatsen dragen
duidelijk de stempel van hun ziekte. Dit wordt gesymboliseerd door een cirkel
met de letter ‘L’ van lepra. Het was vanwege hun ziekte dat ze werden
verbannen. De kleuren en het licht in het werk symboliseren de moed, de kracht,
het nimmer opgeven. “Hij was een rebel, maar dan wel eentje uit liefde.” (
Herinneringssteen
Deze steen is evenals de inwijdingssteen gemaakt door Christophe Annys uit
Gent. Hij vermeldt de namen van de bisschop, de deken, de priesters, de leden
van de kerkfabriek, de architect en de aannemers, en dat deze kerk gebouwd is
’Tot eer van God en tot opbouw van de gemeenschap’.

Beeldje van Sint-Thomas van
Kantelberg
Dit houtsnijwerkje is gemaakt naar een beeld van de beeldhouwer Dupon (1953),
dat zich nog steeds bevindt aan de gevel van de parochiezaal. Het is geschonken
naar aanleiding van 25 jaar parochie (1987) door de heer en mevrouw Octaaf en
Maria Cocquyt-Kerckhof.

Thomas Becket werd in
Twee gedenkstenen uit de
peellaertkapel
Beide gedenkstenen zijn afkomstig uit de “Peellaertkapel”. De bovenste: “Thomas
Van Der Plancke en zijn echtgenote Maria Francisca Van de Voorde stichtten dit
heiligdom ter ere van O.L.Vrouw in

De kruisweg
De 14 originele houtskoolteken

Het Mariabeeld
Het Mariabeeld komt uit de “Peellaertkapel”. Het is een gepolychromeerd houten
beeld en stamt uit de 15e eeuw.

De klok
De klok is een gift van de heer J. Cauwe, ere-penningmeester van de
kerkfabriek, en draagt de naam van Johannes. De klok werd oorspronkelijk
gebruikt om de werktijden en de pauzes aan te geven in een brouwerij.

Beschrijving
van de weekkapel en haar bijzonderste elementen.
De glasramen
De 3 brandglazen, vervaardigd door Jules Dobbelaere, een Brugs glazenier,
sierden de “Peellaertkapel”. Ze waren een geschenk van de vijf kinderen van
baron Eugène de Peellaert en zijn echtgenote Mathilde de Maleingreau d’
Hembise, ter gelegenheid van het gouden huwelijksjubileum van hun ouders in
1909. Het gotisch drieluik heeft als centraal thema de ‘Bruiloft van Kana’,
links geflankeerd door de heilige Eugenius en rechts door de heilige Mathilde,
de patroonheiligen van het jubilerende paar.

Onderaan prijken in het midden de vijf wapenschilden van de kinderen, links en
rechts dragen twee griffioenen telkens de wapenschilden Peellaert-Maleingreau,
met daarboven de baronskroon.
Verder lezen we de familieleuze “Pelle Arte”; met een woordspeling op de naam “
Peellaert” en vrij te vertalen als “vooruitstuwen door kunst”.
De triptiek
Ze dateert uit de 15e eeuw en komt eveneens uit de “Peellaertkapel”.
Het middenpaneel toont de kroning van Maria met het Kind. De zijpanelen van het
drieluik stellen engelen voor die musiceren op een gitaar en op een viool.

Het schilderij “Jezus en
Sint-Jan” is een gift van pastoor Lucien Dewulf.
Lucien Dewulf was op het moment van de inwijding van de kerk pastoor op
Sint-Walburga. Hij heeft dit schilderij uit zijn privé-collectie aan de kerk
geschonken.

De geschiedenis van de parochie en haar kerk
De oude Peellaertkapel
(1680-1871)
Aan de oorsprong van de parochie Sint-Thomas van Kantelberg ligt de
O.L.Vr.kapel, beter bekend als de “Peellaertkapel”.

Op 13 december 1673 vroeg Thomas van der Plancke de toelating om op zijn domein
(ten zuiden van een druk belopen weg, de tegenwoordige Maalsesteenweg) een
kapel te mogen oprichten ter ere van de Maagd Maria. De bisschop verleende
toelating, maar stelde enkele voorwaarden. De kapel moest behoorlijk toegerust
en onderhouden worden. Men mocht er geen mis laten celebreren, want dat zou
nadelig zijn voor de H. Kruisverheffing te Sint-Kruis. (De offergaven moesten
trouwens aan die kerk worden afgestaan).
De kapel was klein, nauwelijks
|
“Toegewijd ter ere Gods |
De hernieuwde Peellaertkapel (1871-1951)
Na verschillende
eigendomsoverdrachten kwam het landgoed in het bezit van baron Eugène de
Peellaert, die daar in 1831 ging wonen samen met zijn echtgenote Hortense van
Hoonacker.
In 1871, na toelating van Mgr. Faict, liet Eugène de Peellaert de kapel vergroten.
Op donderdag 11 januari 1872 kwam Mgr. Faict de kapel inwijden. Hij gaf haar
toen het statuut van privé oratorium met toelating er de mis te celebreren op
zondag, maar niet op grote kerkelijke feestdagen en evenmin op andere
bijzondere dagen.
De eindmuur van de oorspronkelijke kapel werd doorbroken en er werd een
dwarsbeuk met driezijdig koor gebouwd. De buitenzijden van dit transept hadden
elk een venster met middenstijl en spitsboog en in een puntgevel daarboven een
roosvenstertje. Het koor had drie zijden met een fries onder de dakgoot, en
drie vensters met middenstijl en spitsboog. In een buitenmuur werden in
kalksteen 2 medailles aangebracht. Ze stelden 2 kinderkopjes voor.
Een nieuwe noodkerk voor
Male
Er was een sterke devotie voor de kapel. Tijdens de meimaand trokken heel wat
mensen naar de kapel op bedevaart en om er de mis bij te wonen.
Gaandeweg begonnen bejaarden en zieke mensen van Male die niet of nauwelijks in
staat waren om op Vivenkapelle, Sijsele of Sint-Kruis de mis bij te wonen, de
kapel als parochiekapel te beschouwen. Ook andere zieken en bejaarden voegden
zich bij hen.

Er moest dus verandering komen. Kanunnik Alberic Decoene, stichter van deze
parochie, besloot dan ook op zondag eucharistie te vieren in de meisjesschool.
Daartoe diende men elke week een klaslokaal om te bouwen tot liturgische
ruimte. Ook die noodoplossing kon niet blijven duren. Vandaar dat toestemming
verleend werd om naast de school een kapel met zaal te bouwen. De
oorspronkelijke bedoeling was kerk en feestzaal in één ruimte onder te brengen.
Het altaar zou in een nis geplaatst worden en een rolluik zou nis en toneelzaal
van elkaar gescheiden houden. Bij het bouwen werden de plannen gewijzigd en
werd de bovenzaal als feestzaal
Het besluit tot oprichting van de parochie Sint-Thomas van Kantelberg werd
uitgevaardigd door Mgr. E.J. De Smedt, bisschop van Brugge, op 16 oktober 1961.
Albert Schotte werd als eerste pastoor aangesteld.
Intussen bleef men hopen op een eigen nieuwe kerk. Plannen daartoe werden
gemaakt en gewijzigd, maar alles bleef in de papieren steken.
Een nieuwe parochiekerk voor
Male
Na enkele mislukte onderhandel
Voor de tweede maal werd een ideeënwedstrijd uitgeschreven. Op 12 mei 1990
werden de vijf inzend
Na het uiteenvallen van deze ‘Groep 3' nam H. Markey het werk op zich.
In 1991 volgden de goedkeur
De openbare aanbesteding van de ruwbouw volgde in mei 1993 en op 9 juni werd
het werk toegewezen aan de Brugse Algemene Bouwonderneming.
Op 17 januari 1994 kwam van Koning Albert II het Koninklijk Besluit tot het
bouwen van de huidige parochiekerk. Op 15 maart al werden de werkzaamheden
aangevat en op 9 december was de ruwbouw af en kon de mei geplant worden.
Kopzorgen! Bergen werk! Een smak geld en... Wie zal dat betalen?
De Vlaamse Gemeenschap en het bisdom leverden hun bijdrage, net als de stad
Brugge, die bovendien de grond bezorgde en instond voor de omgevingswerken.
Daarmee was de beurs nog niet voldoende gespekt. Maar de eigen gemeenschap wist
weer eens van aanpakken en organiseerde met wisselend succes: iemand van de
parochie zorgde voor een werfwagen als spaarpot in de kerk; in 1992 en 1994
werden concerten gegeven in de Walburgakerk; in 1992 werd er ook een tentfeest
georganiseerd op het terrein voor de latere kerk en nog in 1992 werd een
schrijfactie op de parochie gehouden, gevolgd in 1993 door een gelijkaardige
actie voor alle priesters en religieuzen van het Vlaamse land. En vooral - hoe
kon het anders in dit Male dat met zijn stoeten een serieuze reputatie had
opgebouwd - er kwam een indrukwekkende Reuze Reuzenstoet in de helaas doorsopte
zomer van 1993.
Weer eens hebben “vele handen licht werk gemaakt”. Dankzij de eendrachtige
inzet van velen kon de droom van “een nieuwe kerk voor Male” gerealiseerd
worden, en haar inwijding op zondag 25 juni 1995 was een bron van intense
vreugde voor onze parochiegemeenschap.
Een nieuwe parochiekerk bouwen lijkt vandaag de dag niet evident: de
mispraktijk loopt terug, overheidsgelden zijn schaars en andere noden dr
En toch heeft men op Male een nieuwe kerk gebouwd.
Een nieuwe kerk is:
* Een dienst aan de gemeenschap
Het is mensen een cultusplaats geven die centraal gelegen is, mensen een ruimte
schenken die verwijst naar God en het mysterie en die ruim genoeg is voor grote
momenten en feesten.
* Een daad van geloof
Een kerk bouw je omdat je gelooft in God, omdat Hij belangrijk is in het leven.
Het is Hem een plaats geven in de gemeenschap.
* Parochie opbouw
Kerk wordt gemaakt met mensen - het is gemeenschap opbouwen.
“Als wij een kerk willen bouwen, doen wij dat tot eer van God en tot opbouw
van de gemeenschap”
© www.sint-thomas.be