Olympische Spelen - Antwerpen 1920      

Allen Woodring (1898 - 1982)

De 200 m race is qua afstand vergelijkbaar met de oude Griekse sprint (letterlijk: de lengte van het stadion), maar is afgeleid van de mijl, de ’furlong’, dit is één achtste mijl.
In Amerika werd de 200 meter tot het einde van de jaren vijftig van vorige eeuw in een rechte lijn gelopen. Een bocht kwam alleen voor tijdens de Olympische Spelen in Europa, waar de afstand voor het eerst in 1900 op het programma stond. De 200 meter met een volledige bocht van de 400 meter baan werd wereldwijd aanvaard vanaf 1958, toen men twee verschillende records begon bij te houden.

Er is relatief weinig geweten over Allen Woodring, een zwijgzame Amerikaanse sprinter. Hij werd als volgt getypeerd: "Allen, if he could avoid it, never spoke. He lived a very unsportmanslike life, and was one of the most studious and conscientious athletes".

Op de Amerikaanse trials voor de Spelen van Antwerpen eindigde hij pas vijfde en wist zich dus niet te plaatsen. Net voor de afreis naar Antwerpen werd hij alsnog geselecteerd, dit ten koste van George Massengale, vierde op de trials.

Woodring was een zeer naarstig en plichtsbewust atleet. Hij trainde zo ijverig dat, kort na zijn aankomst in Antwerpen, zijn spikes het begaven. Hij zag zich genoodzaakt er te lenen voor de rest van de Spelen. Deze loopschoenen, met veel te lange spikes, bleken een zegen op de modderige piste die dagenlang door regen was geteisterd.

De sintelbaan, net zoals deze van Stockholm 1912, nochtans uitgevoerd door de Engelse specialist Perry, was het onderwerp van een ganse controverse. Ondanks het slechte weer van de maand augustus werd ze eerst beschreven als zijnde van goede staat, later werd de kwaliteit ervan eerder als middelmatig gecatalogeerd.

Woodring maakte evenwel optimaal gebruik van zijn nieuwe spikes vermits hij op 20 augustus goud behaalde op de 200 m door in een fel bevochten eindspurt favoriet Charley Paddock te verslaan. Paddock was immers winnaar van het Inter-Allied Championship (1919) en had de US-trials gewonnen. Paddock zelf gaf ruiterlijk toe dat hij zijn 'fameuze' eindsprong te laat had ingezet. Vast staat dat hij zijn overwinning op de 100 m de avond voordien reeds had 'beklonken'.

Een ander favoriet, tevens winnaar van het AAA-Championship van 1920, was Harry Edward (GBR). Een spierletsel, opgelopen tijdens de halve finale, beperkte echter zijn winstkansen.

Aan het 200 m spurttornooi namen 48 atleten, waarvan 3 Belgen, deel. Eerst werden twaalf reeksen gelopen waarvan de eerste twee atleten zich gekwalificeerden. Dan volgden vijf kwartfinales met telkens vier of vijf spurters, de eerste twee gingen door. De twee halve finales leverden uiteindelijk elk drie finalisten op.

Jaar
Leeftijd
Discipline
Medaille
Resultaat
1920
22
200 m
22"0